
ik merk eigenlijk helemaal geen fouten.
het gaat soms iets snel maar ik vind dat neit erg.
bedankt voor je pb dat is wel handig

zo mis ik geen stukjes
ga zo door! Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek


ga zo door!
maar van die reacties als: wanneer komt er en volgend stukje?? uhm.. daar heb ik niet zoveel aan


Schrijf iid op je eigen tempo !
(smiled)
sammyvriend schreef:![]()
(smiled)
![]()
![]()
Zou dit een boek kunnen worden??? Dat kan al op mijn leeftijd hoor, iemand van negen en elf enz had ook al een boek uitgegeven
Tenminste niet als je het professioneel door een uitgever wilt laten doen in plaats van op je eigen kosten. Sommige mensen hebben geluk én talent en dat kan je niet beoordelen aan een paar stukjes schrijven. Dus dat is afwachten... 
Bah!

.. mijn droomhengst (donkerbruin)
Lees ze, zou ik zeggen
:Citaat:“Ik heb zo’n zin om op je te rijden! Zou je dat goedvinden?” Diamond brieste. Nog altijd vroeg Leila zich af wat ze met het diamantje moest. Zou het een bepaalde betekenis hebben? ‘Nu even niet,’ dacht Leila, ‘Nu ga ik rijden!’ Zonder zadel kon ze wel, maar waar haalde ze in godsnaam een hoofdstel vandaan? Als ze nu eens een touw had, dan kon ze zelf een soort hoofdstel maken! Op de manege, waar ze vroeger reed, had ze erg vaak zonder zadel gereden. Maar een hoofdstel had ze toch echt nodig… Of, niet? Diamond hinnikte nog eens zachtjes, en keek van Leila naar zijn rug. Vervolgens frunnikte hij aan haar jaszak, zeker opzoek naar een appeltje. “heb niks, heb niks,” zei Leila glimlachend. “Mag ik… echt?” Voorzichtig streelde ze Diamond, pakte een dikke pluk manen vast, heel erg dicht bij de schoft. Ze telde af en hupte op haar linkerbeen, en zwaaide de andere eroverheen. Eerst gooide diamond zijn hoofd omhoog, maar algauw was hij gewend en liep rustig de wei door.
Vijf minuten later galoppeerde ze samen over het gras, tussen de paarden.
“Oh Diamond,” Riep Leila, “Dit is nog mooier dan in mijn dro… Dit is mijn droom!”
“Chill!” Leila rende het erf van de fokkerij op. Zonder haar spullen in het schuurtje te zetten, die daar speciaal voor is, snelde ze zich naar haar lievelingsstal. Voor Chills box zat Nonja, de vaste dierenarts. Ze deed een teken naar Leila dat ze stil moest zijn. “Leeft ze nog?” Fluisterde deze, die bijna niet meer kon praten. Langzaam knikte Nonja. “Maar waarschijnlijk niet lang meer. Tegen kruiskruid is nu eenmaal niks te doen, jammer genoeg. Ik weet dat het een lieve merrie was, en dat vooral jíj er dol op was, Leila. Maar aan elk leven komt nu eenmaal een eind. Jammer dat het zo vroeg moet, bij dit paard. Maar…” Huilend en van streek liet Leila zich naast Chill vallen. Haar hart was volledig gebroken. Ze voelde zich vol en leeg tegelijk. Ze had niemand meer, kon alleen nog dromen. Leila streelde Chill zoals ze ook bij Diamond deed. Ze liet haar tranen stromen, er kwam er één op het paard terecht. Ze kón niet meer.
De volgende dag belde Josephine de school op, om mee te delen dat Leila niet naar school ging vandaag. Zij ging vandaag namelijk naar Chill. Zodra Leila het erf op reed, zag ze dat het goed fout was. Ze zag Marijke, de baas van de manege, verdrietig naar haar kantoor lopen. Nonja was aan het bellen. Frans, een andere stalhulp, liep snel naar Leila toe, en zei voorzichtig: “Leila van me, Chill is… Is er niet meer. Je kunt nog afscheid nemen. Nonja is nog aan het bellen met… Oh meid, ik vind het zo sneu voor je!” “Met wie, Frans?” Vroeg Leila overstuur. “Met wie is Nonja aan het bellen?” “De… Kijk. Chill kan niet voor altijd in de stal blijven liggen. Ze gaan hem ophalen…” Huilend rende Leila naar Chills box. Wat ze daar zag was vreselijk. Een dood paard is echt erg om te zien. Dat voelde Leila duidelijk. Pijn. Verdriet. Angst. Een half uur lang stond ze in de deuropening. Tenslotte voelde ze een hand op haar schouder. Geschrokken keek ze om. “Oh Joosie, het is zo erg!” Josephine vond het duidelijk verschrikkelijk voor haar zus. Samen gingen ze verdrietig naar huis, nadat Leila nog eens goed afscheid nam van haar Chill. Chill, die er niet meer was. Ongelooflijk.
Leila dacht aan een paar jaar geleden, toen ze nog niet bij ‘t Hoefje werkte. De fokkerij vangt ook soms mishandelde paarden op, en ja, die gaan ook soms dood. Yubel, zo’n zielig paard, redde het ook niet meer. Dat had ze van Jelle gehoord, zij was een oud schoolgenootje van Leila. Die werkte toen al op de fokkerij. Maar dit was anders dan het verhaal van Yubel, Chill was méér.
Een week later was Leila nog steeds niet te troosten. Ze kon er maar niet overheen. Haar foto’s van Chill (dat waren er véél) stonden allemaal om haar bed. Josephine had al een paar keer voorgesteld om ze op te bergen, want zo dacht ze er alleen maar meer aan. “Zeker niet!” Antwoordde Leila daarop. “Ik vergeet haar toch nooit!” Daar kon Josephine natuurlijk niets tegenin brengen. Leila had nergens zin in, terwijl ze wel iets wou doen. Altijd maar blijven piekeren, dat was eigenlijk niets voor haar. Maar een paard kon je niet vergeten! De telefoon ging, en Josephine nam, zoals de hele week al, op. “Leila, voor jou!” ‘Yes, eindelijk iets te doen,’ Dacht deze.
“Met Leila?”
“Hallo, met Marijke. Hoe is het met je?”
“Met mij niet zo goed. Ik kan Chill niet uit mijn hoofd zetten.”
“Dat snap ik wel. Ik wou eigenlijk voorstellen om met mij mee te gaan naar de handelaar. Maar alleen als je er klaar voor bent! Ik dacht namelijk, alleen aan Chill denken is ook niet goed. We kunnen een nieuw paard kopen, om Chill te vervangen. Natuurlijk mag jij dan voor haar zorgen!”
“Hm… Klinkt wel goed. Ik kan wel wat afleiding gebruiken. Dank je dat ik mee mag. Wanneer gaan we?”
“Zullen we morgen doen? Fijn dat je mee wilt!”
“Morgen? Morgen is het zaterdag… Dat is goed! Tot morgen dan! Oh wacht, hoe laat?”
“Pffh… Wat denk je van… Om 11.00 op ‘t Hoefje?”
“Ok, tot dan!”
“Dag Leila.”
De volgende morgen werd Leila vroeg wakker. Het was amper half acht wanneer ze onder de douche stond. Na het eten ging Leila meteen naar de fokkerij, want ze had geen zin om zich te vervelen. Bij ’t Hoefje was ze altijd welkom, ook als ze niet hoefde te werken. Op het moment dat Leila eraan kwam, was Marijke er al. “Ow, zullen we dan nu al gaan?” Vroeg ze vrolijk. “Dat is goed hoor, ik had geen zin om me te vervelen, dus ik dacht…” “Geeft niet. Stap je in de auto?”
Bij de handelaar was het niet zo druk. “Dag meneer Scoten,” Begon Marijke. “Wij zijn opzoek naar een Tinker. Aangezien u er heel wat heeft, dacht ik dat we hier konden beginnen.” “U heeft geluk, er is vorige week een hele stoet bijgekomen, met een stuk of vijf tinkers erbij.” Vertelde Mr. Scoten. “Manege de Voerst is gesloten, dus die paarden moesten kwijt.” Tijdens het gesprek van hem en Marijke keek Leila wat rond. Wat was het hier groot! Er stonden zelfs bordjes, met pony’s, paarden, boerenknollen enz erop. Leila liep naar een lange stal, voor de grotere ponymaten. Hier zullen die tinkers wel staan.
Opeens zag ze een grote, valkkleurige Shetlander staan. Maar niet zomaar een Shetlander. Deze pony was duidelijk mishandeld! Hij stond in de wei, met twee ezeltjes, en was broodmager. Hij had een bos manen, maar die zaten vol met klitten en de staart ook. De Shet keek erg verdrietig. Waarschijnlijk was ‘ie ziek. “Marijke, kom gouw!” Riep Leila. Ze was stiekem helemaal verliefd op de pony.
Toen Marijke er was, ging ze door met vertellen: “Zie je deze pony? Kunnen we niet één keer een uitzondering maken, dat het een shet mag zijn… Alsjeblieft? Misschien gaat ze wel dood! Alsjeblieft?” Marijke had het er moeilijk mee. Ze wist dat ze Leila een groot verdriet zou doen als ze de pony liet staan, en eigenlijk vond ze het zelf ook wel een schatje. Maar aan de andere kant, het was wel een tínkerfokkerij… “Deze pony word binnen een week verkocht aan de slager, als er niemand hem koopt.” Zo zei de handelaar. “En ik denk persoonlijk dat niemand zo gek is om hem te kopen!” Nu wist Leila het zeker. “Het móet, Marijke, het moet!” Na de woorden van de handelaar wist Marijke zeker wat ze moest doen.
“En toen zag ik hem opeens! Oh, ik ben zo blij dat Marijke hem heeft gekocht!” Omdat Josephine zaterdagavond niet thuis was, moest Leila het leuke nieuws nu vertellen. “Ik ben blij dat je wat vrolijker bent, zusje.” Zei Josephine tevreden. “En hoe heet de pony?” Ze zaten met z’n tweeën op de bank, half naar de televisie te kijken. “Oh, dat weet ik eigenlijk niet eens!” Riep Leila, verbaasd van haar eigen woorden. “Ik zal het vandaag vragen, het is toch zondag. Hoe laat is het eigenlijk?” Ze wierp een blik op haar horloge. “10.00 al! Ik moet gaan, sorry! Tot vanavond!” “Doei, veel plezier!” “Dankje.”
Eén van de dingen die Leila moest doen bij de fokkerij, was naambordjes maken. Dat is zo, omdat ze heel goed kan tekenen, en erg creatief is. “Ha die Frank, weet jij hoe de nieuwe heet?” was dan ook het eerste wat Leila vroeg. “Nee, dat moet je even aan Marijke vragen. Ik had gehoord dat het door jou komt dat hij hier staat, klopt dat? Wat een dotje!” “Ja, ik zag hem in een weitje staan, en ik, nee hij, was gelijk verkocht!” “Haha, mooi zo…”Lachte Frank. “Maar ik ga dan even naar Mar, ok?” “Ja, is goed. Tot straks!” Benieuwd liep Leila naar het kantoortje.
:P Is dat erg...
.. nog een deel 





Of heb ik nu te veel gezegt 
Maareh... Om alvast een beetje te verklappen, Diamond gaat niet in het 'echte' komen, maar dat diamantje heeft natuurlijk wel een geheimzinnige achtergrond
In het volgende stukje, of het stukje daarna, zul je het wel kunnen lezen, denk ik.
)

Citaat:Onderweg kwam Leila langs de box van Sunny. Toen ze even op haar tenen stond om boven de boxdeur te kijken, zag ze haar veulentje liggen. Een mooi veulentje, dat wel, maar het had een volledig wit hoofd, en daar hield Leila niet zo van. Toch was het een schatje.
Ze kwam gelijk met haar vraag, toen Leila even later het kantoortje in liep. “Och ja, dat heb ik niet eens gevraagd aan de handelaar! Ik dacht aan Lucky, omdat hij er goed vanaf gekomen is. Dat weten we natuurlijk nog niet zeker, maar hij is in ieder geval bij ons gekomen.” “Eerlijk gezegd vind ik dat best onorgineel.” Begon Leila. “Ik dacht aan iets anders.” Opeens kreeg ze een grandioos idee.
“Mooi gelukt, zus!” Leila had het naambordje voor de nieuwe aanwinst gemaakt. Het was, zoals alle andere, van donkereikenhout, met een naam erop. Naast die naam stond een paard gegraveerd. “Diamond, wat toevallig! Zo heette dat droompaardje van je toch ook?” Leila grinnikte. ‘Zo toevallig is dat niet.,’ dacht ze erachteraan.
Weer op school voelde Leila zich moe. Ze had dan wel een week vrijgenomen, er was zoveel gebeurd! En ja hoor, daar had je die pestzakken van een Jordie en Marco ook weer. “Durfde je niet op school te komen?” “Of ben je vorige week LOPEND vertrokken? Die pootjes zijn zo snel niet hè!” Lachend liepen de jongens naar hun ‘vrienden’. Een meisje uit de tweede keek haar vertrouwd aan. Leila liep naar haar toe. “Hoi.” Zei het meisje. “Mijn naam is Sinty. Ik hoorde wat ze zeiden. Doen ze dat vaker?” “Altijd,” Mompelde Leila. “Het houdt maar niet op. Ik word er gek van! Ben jij wel eens gepest, dan?” “Toen ik in de eerste zat, net als jij nu, toch?” Nadat Leila knikte, ging ze door: “Toen ik dus in de eerste zat, pestte ze me altijd om…” Ze werd onderbroken door de schoolbel. “Weetje, schrijf je adres of e-mail maar op dit briefje.”
Na de saaie schooldag was Leila nog moeër. Ze had zin om te slapen, maar haar vervelende huiswerk hield haar tegen. Morgen had ze een presentatie, voor de ouders en kinderen. Gelukkig zat ze in groepjes, Leila had erge plankenkoorts. Zuchtend zat ze voor haar zachtgroene bureau. Ze was zo moe. Moe. Slapen…
Leila schrok toen ze wakker werd. Dit was haar bed niet! Oeps, ze was voor het bureau in slaap gevallen! Er was dus nog niks gemaakt van die presentatie. En Leila moest toch echt een stukje lezen over het broeikaseffect! Nadat ze op de klok keek, was ze wat geruster. Als ze vanaf nu door zou werken tot half acht, even denken, dan zou ze nog anderhalf uur de tijd hebben. Ze zou het wel redden.
“Dus daarom is het broeikaseffect gevaarlijk voor de toekomst.” Beëindigde Leila haar verhaaltje. “Nu gaar Brigitta wat vertellen over het milieuprobleem.” Pff, dat was eruit!
Opeens zag Leila iets wat haar niet beviel. Jordie zat recht tegenover haar, en keek haar nogal pesterig aan. Hij stak een middelvinger op, en lachte flauw. “Goed gedaan!” Siste hij lachend. Zijn middelvinger zette hij in zijn keel.
De week was zwaar geweest, en Leila had het gevoel alsof ze dood was. Omdat het beestje veel aandacht nodig had, moest ze ook op woensdag en zaterdag naar Diamond. De rest van de dagen zouden Frans, Mirthe en Nelleke de verzorging op zich nemen. Nelleke was de dochter van Marijke, en woont dus op de manege. Zij was ook nog wel een goede vriendin van Leila.
De telefoon ging. “Neem jij op?” Riep haar zus, die achter de computer zat. Leila zuchtte. “Ja!”
“Met Leila,”
“Hoi Leila, met Sinty. Zullen we afspreken? Misschien kunnen we naar het strand, of zo. Het word weer lekker weer, hè!”
“Leuk idee! Wanneer gaan we? Bedoel je vandaag, of volgende week? Ik ben nogal moe namelijk…”
“Zullen we dan volgende week zaterdag afspreken?”
“Is goed. Tot dan, of op school!”
“Doei Lei…”
Leila was bezig een tekening te maken, en haar zus zat ernaast te lezen. Het was een rustige zaterdag, met een lekker zonnetje. Eindelijk, het werd lente! “Leila, zullen we iets gaan doen?” Vroeg Josephine, die niet van stilzitten hield. “Ik vind het goed. Zullen we lekker een eindje gaan rijden?” Zo antwoordde Leila. “Op naar opa dan maar!” Hun opa had drie paarden, waar de zusjes soms op mochten rijden. Nadat Leila opa belde en een duim opstak naar Josephine, liepen ze samen het spoor over, langs de Windestraat, op naar de pony’s. “Hoi schattepopjes van me!” Dit keer ging Josephine op Donja, een Fell pony. Leila nam Stasy, een ijslandertje, voor haar rekening.. Even later draafden ze over de lange heide. “Wat is het hier toch heerlijk!” Riep Josephine genietend naar haar zusje. “Ja, ik ben blij dat we hier wonen. Galopje?”
Die zaterdag erna stond Leila op de afgesproken plek op Sinty te wachten. Toen ze eraan kwam fietsen ze samen naar het strand. Die was gelukkig niet zo ver. “Hoi Sinty. Lekker weertje hè?” Begroette Leila haar nieuwe vriendin. “Nou! Daar hebben we geluk mee!” Het was inderdaad heerlijk warm. Zo in de ochtend nog wat fris, maar dat is niet erg. Al snel konden ze hun fietsen wegzetten en naar het strand lopen. Daar was het eerste wat ze deden: Rennen! Zo met z’n tweeën was dat geweldig. Al haar problemen vergat Leila even. Met de wind in de haren vlogen ze over het strand, het kon haar niks verbazen dat iedereen haar vreemd aankeek! Lachend renden ze naast het water, met de wind in hun haren. Op een gegeven moment lieten ze zich neervallen en spreidden hun dekentje uit. “Wie het snelst haar kleren uit heeft?” Vroeg Sinty lachend.
Later zaten ze allebei in het water. Leila had gelukkig een opblaasdolfijn meegenomen, en Sinty was in strijd met haar krokodil. “Dit is melig!” Riep Leila blij. Ze had zich in geen tijden zo gelukkig gevoeld. Alleen in haar dromen. Samen spetterden ze nog lang in het water, en vertrokken daarna weer naar huis.
“Hoi Leiltje!” Groet Nonja Leila als ze op de manege aan komt. “Hoi Nonja! Nog wat gebeurt op de manege?” Pratend lopen ze naar de achterste rij stallen. “Zeker! Ik heb… Hoe heet die nieuwe eigenlijk?” Glimlachend haalt Leila het naambordje uit haar tas, en geeft het aan de veearts. “Dat is mooi! Dus jij bent de maker van al deze naambordjes? Nou, om mijn verhaal af te maken: Ik heb Diamond een paar medicijnen gegeven. Ook heeft hij wormen, dus de wormenspuit is niet vergeten. Je kunt hem wel even poetsen! Alleen vergeet je daarna niet te wassen, want hij heeft een besmettelijke ziekte.” “Is goed!”. Gelukkig lag de stal van Diamond ver van de andere, en was er speciaal voor deze gelegenheden een douche naast. Leila begon maar eens met het in de wei zetten van de groep A. De tinkers op de fokkerij zijn ingedeeld in groepen, voor het naar de wei gaan. Erna zou ze die stallen uitmesten en Diamond verzorgen.
Fluitend liep Leila voor de derde keer met een tinker naar het grootste weiland. “Zo, Cossac, lekker met je maatjes spelen hè!” Lachend liet ze het paard vrij. Die rende vrolijk naar Mister, zijn allergrootste vriendje.
Nadat Leila alle paardjes in het weiland gezet had, ging ze op het roodgeschilderde hek zitten, en dacht diep na. Kijkend naar de tinkers dwaalden haar gedachten af naar gisteren. Wat was het heerlijk, zo met Sinty! Samen hadden ze nog een klein gesprekje gehad van hoe het nu op school ging. Leila had geantwoord dat ze het heel moeilijk had, en ook alles verteld wat er thuis aan de hand was. Sinty zei dat ze vroeger altijd gepest werd om haar tik. Leila had al gemerkt dat ze vaak op haar hoofd krabde, maar dat het een tik was wist ze niet. Ongeveer elke minuut gaat haar arm omhoog, vervelend. Vooral als je dan ook nog eens gepest wordt!
Opeens voelde Leila een hand op haar schouder. “Ben je aan het dagdromen? Je werk niet verwaarlozen hè!” Lachend liep ze voor Marijke uit, en zei: “Ik ga al, hoor! Was net van plan om Diamond te verzorgen!” “Ja, vast.”
Opeens kwam Nelleke aanlopen. “Wil je Midnight even beweging geven? Maakt niet uit of je gaat rijden, wandelen of iets anders… Als hij maar beweging krijgt. Ik was een logeerpartijtje vergeten, en ik moet er eigenlijk al zijn.. “Goed hoor, moet me wel even wassen. Leuke actie, Nel!”
Een buitenrit, daar had Leila zin in! Nadat ze naar huis was gegaan, de andere paardrijbroek in haar tas had gestopt, weer naar de manege was gefietst, gedoucht had en verse kleren had aangedaan maakte ze de box van Midnight open en zadelde hem.
Glimlachend liep Leila op Diamond af. Het was een keertje tijd dat ze zijn diamantje moest onderzoeken. Zachtjes streelde ze zijn wit met lichtbruine vacht. Toen duwde ze de voorlok opzij, en streelde het blinkende steentje. Wat er toen gebeurde!