[verhaal]De hemel is wel een huis

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Harvest_Moon

Berichten: 1629
Geregistreerd: 29-12-06

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-03-07 19:49

super origineel, super mooi, in een woord OK dan!

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-03-07 14:57

In het nieuwe stuk maak je duidelijk minder gebruik van de 'enter', vind dit persoonlijk een stuk prettiger lezen en vind het er mooier uitzien Lachen Vind het stuk goed geschreven, geen opmerkingen Knipoog

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 06-03-07 19:05



Ik weet niets, schoot het een tijd later door me heen. Ik had zoveel vragen op Mien afgevuurd, tot ik niets meer wist. Daarna was Mien uit haar zelf gaan vertellen. Over de hemel, over jezus, over God en over alle andere etiquette uit de hemel. Over de verschillen tussen oud en jong en hoe het precies hier zat. Mien kwam uit ongeveer dezelfde tijd als Hans, had ik al uit haar getrokken en ze had een leuk leventje op aarde gehad. Meer vertelde ze er niet over. Liever praatte ze over het nu. Daar was ze ten minste voorlopig zeker van. ‘Tot God weer rare dingen gaat doen met de hemel. Dan kan het opeens zo zijn dat hij besluit iedereen er als twintigjarige eruit te laten zien, omdat dit mooier is.’ Ik wist niet of ze hier nu een grapje over maakte of dat dit zomaar waar kon zijn. Van haar hoorde ik dat God de hemel zijn paradijs had gemaakt. Het was een huis zonder vast gezette regels, alleen ongeschreven regels waren er in overvloed. Die moest ik ook zo snel mogelijk leren. Ze waren belangrijk. Één van de regels was dat ik niet met oudere mensen mocht praatten. Behalve als ze jou aan spraken en dat was hier nergens voor nodig. Ik snapte niet waarom. Dat kon Mien niet uitleggen, het was op een of andere manier zo, al vond zij het ook een onzin regel. ‘Daarom praat ik ook nu met jou. Oudjes hebben de neiging overal over te klagen en zo nostalgisch te gaan doen. Pfoe, al dat gezeur over vroeger.’
Even dacht ik aan de tekeningen onder haar bed. Zou ik er nog naar vragen, er over beginnen, het aankaarten? Ik was er benieuwd naar, maar durfde het onderwerp eigenlijk niet aan te snijden. Het gesprek bleef veilig en mijn nieuwsgierigheid werd toch bevredigd. Er was zoveel te horen over de hemel. Mien legde uit waarom de gordijnen dicht zaten, dat was niet altijd zo geweest. Een tijd lang had de zon altijd geschenen door de ruiten, ze zagen de wereld niet, dat kon alleen in één kamer, maar wel een zon. ‘Als in een vliegtuig?’ Vroeg ik. Maar die hadden ze natuurlijk nog niet toen Mien leefde. Onwerkelijk was dat, ik vergat het steeds. ‘Dat deed ik ook hoor meisje. Je went vanzelf hier. Helaas…’ verzuchtte Mien voor ze verder ging met haar uitleg over rangen en standen in de hemel. ‘God is natuurlijk de baas, maar je ziet hem weinig. Hij heeft de laatste tijd geloof ik wat aangeknoeid met de aarde en nu houd Jezus ons in de gaten. Goede jongen die Jezus.’
Ze moest lachen toen ik vertelde dat Maria dacht dat Jezus een oogje op me had. ‘Maria is een goede vrouw, maar verstokt. Ze is al zolang in de hemel en voor haar is het raar dat ze Jezus als zoon van God ziet. Ze kende hem in het echt namelijk. Maria moet je te vriend houden, die heeft hier ook wel invloed. Ze is de bazin van het register. Daar staan alle namen in. Vind ze je aardig, dan kan zomaar blijken dat je beste vriendin hier ook is.’
Naar Jezus vroeg ik verder niet. De man had me geraakt. Ik had het idee dat ik een band met hem had, maar wie weet deed hij dat met ieder meisje.Het gewoon troosten en in zijn armen houden? Zou het kunnen zijn dat hij…
Mien trok mijn gedachten verder. Ze vertelde over Petrus, de hemelbewaarder. Hij kon overal opduiken en scheen alles te weten. Hij hield in de gaten of de gordijnen dicht waren, of alles een beetje netjes bleef. ‘Netjes, kan je hier dan gewoon de verf eraf krabben ofzo?’ Het verbaasde met dat dit geen poppenhuis was, waar de verf gewoon weer terug kwam als het weg was gekrabd, waar vuil achter je rug om weer verdween. Dat er hier nog iets echt zou kunnen zijn.
‘Net zo makkelijk,’ glimlachte Mien. ‘Het komt niet terug?’ Ik zag Petrus al staan met een emmertje verf.
Miens ogen twinkelde, ‘Ik weet niet, volgens mij heeft niemand het geprobeerd.’ Even keek ik haar vragend aan. Ze knikte, jongensachtig en jong keek ze me aan. Haar oogjes twinkelden nog steeds toen ik op stond en naar haar muur liep. We grijnsden alle twee. Mien giechelde zelfs als een jong meisje. Het stond totaal niet bij haar oude vrouwtjes uiterlijk. Ze straalde werkelijk als een verliefd meisje van, nou ja van mijn leeftijd! Ik moest lachen om haar vrolijkheid en zette mijn nagels op de muur.
Om alle onechtheid te verpesten!
Voorzichtig krabbelde ik een wit plekje in het geel. Ik keek eerst eens naar mijn nagels, ze waren een beetje geschaafd. Al voelde ik niets. ‘Die groeien wel weer tot een lengte die jij wilt, maakt dus niet uit. Krab ze stuk kind. O, dit heb ik in jaren niet gedaan!’ Glunderde ze.
Ik werd nog vrolijker om haar vrolijkheid en krabde verder aan het witte plekje. Gele stukjes verf dwarrelde op de grond.
‘Vroeger was ik dol op kattenkwaad. Dit zou echt iets zijn wat ik toen deed.’ Straalde Mien. Ze straalde echt. Ik kon het niet laten en liep naar haar stoel toe. ‘Als ik nu eens,’ mompelde ik geestdriftig.
Mien gaf een gilletje toen ik haar stoel naar de muur schoof. ‘Pas op voor mijn hart!’ Riep ze. Heel even later stonden we alle twee driftig te krabben. Ik had een liniaal gevonden die ik nu gebruikte en Miens gereedschap bestond uit een van de lijstjes, die ze ook vrolijk van de muur getrokken had. ‘We slopen mijn kamer!’ Brulde Mien enthousiast. Ze leek zich totaal geen zorgen te maken over andere dingen. Ik probeerde het zelfde te doen. Alleen al voor de kwajongensgrijns op haar gezicht had ik dit zo nog tien keer gedaan.
Al snel begon ik te zingen. ‘If God had a name, what wood it be?’ Ik was vrolijk, Mien kende het liedje natuurlijk niet, dat was na haar tijd. Maar al snel zong ze het mee. Het was vreemd om engels te zingen. Mien beweerde dat ze uit Engeland kwam en dat dit voor haar klonk zoals ze normaal praatte. Daar moest ik even over nadenken. Ik kon dus nog wel engels zingen. Voorzichtig mompelde ik een engels zinnetje: ‘I love you,’ was het eerste wat in mij op kwam.
Mien keek verstoord op, ‘ga eens door met zingen,’ mompelde ze sikkeneurig en ze zong weer verder. ‘Stel dat god een naam had, wat zou het zijhijn?’ Zong ze vrolijk.
Wat zou het zijhijn! Galmde in mijn hoofd na. Het klopte ergens niet. ‘Waarom zing je nu opeens Nederlands?’
‘Ik zong hetzelfde als de hele tijd hoor, kind.’ Mompelde Mien. Ondertussen sloeg ze met het lijstje tegen de wand. De plek voor haar was bijna wit. ‘Kan je me zo trouwens opschuiven? Dit stukkie is bijna klaar.’ Ze keek trots naar de witte muur en gaf een flinke klap met haar fotolijstje tegen een geel stukje. Er verschenen barstjes in. Een verlate stukje verf dwarrelde naar de vloer, die al bezaaid was met witte/gele floddertjes.
‘Natuurlijk,’ zei ik werktuigelijk. Ik liep richting haar stoel en verschoof die iets zodat ze weer voor een geel stukje muur stond. ‘Waarom zong je net Nederlands?’ vroeg ik nog een keer. ‘Nederlands?’ mompelde Mien verward. ‘Als god had een naam, wat zou het zijhijn!’ brulde ze er vrolijk achteraan. Ze gaf nog een mep tegen haar nieuwe stukje. Ik duwde tegen de stoel, ‘nee, zo bedoelde ik het niet,’ zei ik tegen de bovenkant van haar hoofd. ‘Je snapt het wel. Ik zing dit: “If God had a name, what would it be?” en jij zingt: “Als God een naam had wat zou het zijn?” hoor je het verschil niet?’
Mien schudde haar hoofd. ‘Doen we niet aan,’ zei ze beslist. Met een puntje van haar pink probeerde ze een scheurtje te vergroten.
‘Maar waarom niet? Ik kan toch ook Engels zingen?’
Mien draaide zich half om in haar stoel. ‘Kind, ik hoor je inderdaad in het engels, maar ik praat nu ook mijn engels. Hoor je dat?’
Ik keek haar aan en kneep mijn ogen stijf dicht. ‘De toren van Babel?’ vroeg ik.
Mien knikte.
‘En engels, Latijn,’ Mien schudde haar hoofd. Ik aarzelde even. ‘Frans?’
‘Kind, voor jou klinkt het allemaal als Nederlands. Zelfs werkwoordenvervoegingen en zinsopbouw klopt. Net zo makkelijk toch?’
‘Maar,’ zei ik voorzichtig. ‘Waarom?’
‘Kind, het zou toch lastig zijn als ik je niet kon verstaan?’ zei Mien alsof het niets uit maakte. ‘Daar is nog een stukje gele muur, ik wil mijn hele kamer wit hebben!’ Enthousiast begon ze weer met slaan. Ik stond er naar te kijken, de gele/witte floddertjes dwarrelde naar de grond. De lol was er voor mij af. Zou ik het hier nooit normaal vinden?
Mijn hand gleed weer naar mijn hart. Die niet klopte. Pijn kon ik niet meer voelen, van buiten niet. Mijn hand bleef bij mijn hart liggen, maar van binnen wel…


hehe, het duurde even. Sorry daarvoor Knipoog

Mich_elle
Berichten: 2361
Geregistreerd: 26-10-04

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-03-07 19:12

Maakt niet uit, het is weer een leuk stuk!

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 25-03-07 16:43

‘Wat sta je nou te staren lieverd?’ Vroeg Mien en ze keek om. Zag waarschijnlijk mijn droeve blik, want opeens keek zij ook niet zo vrolijk meer. Voorzichtig legde ze haar fotolijstje naast zich neer. ‘Draai mijn stoel eens om.’ Zei ze alleen.
In stilte liep ik naar haar toe en draaide haar stoel. Het ging stroef door het tapijt. Toen ze voldoende gedraaid was zei ze: ‘Kom eens.’
Ik ging naast haar staan, ze steunde op me en stond op. Ik bedacht me dat ze me helemaal niet nodig had, maar ze leunde zo zwaar, dat ik het maar toe liet. Het vulde goed nog ergens nuttig voor te zijn.
‘Breng me naar het bed.’ Fluisterde Mien in mijn oor. Voetje voor voetje schuifelde we naar het bed. Bij elke pas vielen er brokjes van de vrolijkheid van me af. Mijn schouders gingen alleen niet lager hangen, omdat Mien erop steunde en ik was bang dat ze anders zou vallen. Wat natuurlijk nergens op sloeg, vallen deed geen pijn. Het zou alleen zonde zijn als. Nou ja, ik had nog geen idee hoe snel gebroken bokken helen in de hemel.
Bij het bed aangekomen ging Mien voorzichtig zitten. Doordat ik haar hielp zat ik opeens ook naast haar op het bed. Mien sloeg een arm om me heen. Ik zag druppels op mijn jurk vallen. Zonder dat we hoefden te praten gingen we te gelijk liggen. Ik kroop dicht tegen haar aan. Zo vielen we in slaap. Met tranen in mijn ogen. Ik zag ook haar tranen op het kussen vallen voor ik in slaap viel.

Langzaamaan werden we wakker. Ik voelde Mien tegen me aanliggen. Even bedacht ik me nog dat het maf was om met een oude vrouw in hetzelfde bed te slapen, wat mijn ouders daarvan zouden denken. Het maakte me niet uit, ik schurkte me tegen Mien aan en wilde verder dromen. ‘Ben je wakker?’ vroeg Mien heel zachtjes, net voor ik mijn ogen weer gesloten had.
Ik wilde geen antwoord geven.
Een tijd later werd ik weer wakker, dit keer schudde Mien aan mijn schouders. ‘Martje?’ Geen antwoord geven, maalde het door mijn hoofd heen. Ik hoefde echt niet terug de hemel in. Mijn dromen waren prima.
‘Martje? Wordt eens wakker?’
Ik kneep mijn ogen extra dicht en kreunde protesterend in de hoop dat ze me verder liet slapen. De hoop was tevergeefs. ‘Je moet wakker worden meis, strijk je jurk glad. Petrus staat voor de deur. Jezus zou nieuws voor je hebben.’
‘Nee, geen zin. Het interesseert me niet.’ Bracht ik uit. Ik sloeg een arm om mijn hoofd heen en raakte daarbij per ongeluk Mien.
‘Nou, je hoeft me niet te slaan.’ Bracht die verontwaardigd uit. ‘Wat je nu wel moet doen is wakker worden Kom op, vooruit met de geit.’ Een zacht duwtje liet me bijna uit het bed vallen, dat toch wat smal was voor twee. Ik gaf toe aan Mien en deed mijn ogen open. Vanuit mijn plekje op het bed zag ik dat de deuropening open stond. Na even staren had ik opeens door wie er in de deur opening stond. Binnen drie seconden stond ik rechtop in de kamer.
‘Goedendag Johanna,’ begroette Petrus me. Voor ik kon antwoorden ging hij verder. ‘Jezus wil je spreken, volg je me.’
‘Wat dan..-’ Wilde ik vragen, maar hij was al weg. Even draaide ik me om naar Mien, maar die wuifde dat ik moest gaan. ‘Volg hem maar, anders kom je te laat.’
‘Hoe kom ik hier weer terug?’ wilde ik weten. Terwijl ik mijn jurk toch nog glad streek en naar de deur liep. Ik vond het van zelf sprekend dat ik haar nog zou zien. Mijn eigen kamer hoefde ik niet meer.‘Je vindt me vanzelf, gebruik de plattegrond.’ Gaf Mien aan en ze duwde me de deur door. ‘Tot ooit.’ Haar hand verliet mijn schouder. De deur viel met een zachte plof dicht.
‘Kom,’ Petrus stond op de hoek te wachten. Het verbaasde me dat zijn houding niet ongeduldig was. Ik dacht eigenlijk dat die man altijd haast had, maar hij stond alleen maar stijf en strak te wezen. Toen hij zag dat ik in beweging kwam, kwam hij dat ook. Voor ik het wist, liep ik weer achter hem aan. Net als de vorige keer in een razend tempo.
Dit keer hield ik hem zonder te praten bij. Zwijgend liep ik in zijn kielzog door de gangen. Ik probeerde bij te houden welke kanten hij opging, zodat ik de weg terug ook kon vinden, maar ik raakte de tel al snel kwijt. Links, links, rechts, rechtdoor, tweede links en… Ik wist het niet meer. Beetje balend hoopte ik dat de plattegrond me inderdaad zou helpen. Vertrouwen op dat ding deed ik niet, plattegronden hadden me nog nooit de goede weg gewezen.
De weg was voor mij allang verloren toen ik opeens de gang herkende waar ik met Lillian doorheen had gelopen. Niet dat hij veel afweek van de rest, maar iets had deze gang in mijn geheugen gegrift. Onder het lopen en nadenken door gleed mijn hand langs een van de gordijnen. Er zat een kleine verkleuring op, wat vreemd was in een huis dat de hemel heet. ‘Horen dit soort dingen niet weggehaald te worden?’ vroeg ik aan Petrus’ rug.
Hij draaide zich niet om en liep door in het zelfde tempo. Toch beantwoorde hij mijn vraag wel: ‘We hebben niet overal tijd voor, Johanna.’ Zei hij terwijl we al ruim voorbij het gordijn gekomen waren.
‘Martje,’ meldde ik nog. Ondanks dat ik wist dat het geen zin had. Petrus negeerde de opmerking, behalve dat hij harder ging lopen. Het verschil met de vorige keer was dat ik nu snapte hoe het kwam dat ik hem bij kon houden. Dus ik deed dat zonder moeite. Voor ik het wist stonden we bij de deur. Die was geen spat veranderd. De procedure voor de deur was weer het zelfde als de eerste keer. Drie snelle klopjes op het prachtige hout. Petrus bekeek of ik toonbaar was en veegde kritisch een paar onzichtbare pluisjes van mijn jurk. Vervolgens klopte hij weer. Het antwoord op zijn kloppen kwam vanachter de deur: ‘Ja?’
Voordat Petrus de deur kon openen deed ik dat zelf al. Ik had geen zin om nog een keer als een schoothondje de deur doorgeschoven te worden. Eenmaal in de kamer deed Petrus zonder groetten de deur dicht. Jezus keek op van zijn papierwerk en rolde met zijn bureaustoel naar achter terwijl hij me begroette. Zijn stem klonk warm, precies passend bij zijn uiterlijk, en ik kon opeens vergeten hoe en wat. In de kamer Rust had ik me thuis gevoeld, bij Jezus voelde ik me ook veilig. Drie dingen al, bedacht ik me. In Rust, bij Jezus en samen met Mien. Misschien kon de hemel toch nog het veilige toevluchtsoord worden wat mij was beloofd. Ooit, toen ik nog leefde hadden ze gezegd dat ik me hier thuis zou voelen.
‘Ha die Martje. Ik heb goed nieuws,’ Jezus straalde toen hij dat vertelde.
‘Wat dan?’ vroeg ik nieuwsgierig. Goed nieuws was welkom. Alhoewel ik me al beter begon te voelen was goed nieuws… Als of ik tien was en een extra snoepje mocht nemen.
‘Ga eerst zitten. Dan leg ik het je uit.’ Hij gebaarde naar een stoel. Ik nam plaats en Jezus trok een wat ernstiger gezicht. Wat me verwarde, bij goed nieuws dacht ik aan een vrolijk gezicht. Jezus keek echt alleen maar ernstig. Een lichte frons op zijn gezicht. Het was prettig om naar te kijken, maar het voelde niet helemaal compleet. Goed nieuws?
‘Ik had je beloofd om te zoeken naar een familielid. We wisten dat je ouders er niet waren, hm?’ Ik knikte bevestigend. Jezus verschoof zijn hoofd iets en keek me scheef aan. Misschien herinnerde hij zich ook nog hoe hij het de vorige keer gebracht had. En hoe ik toen had gereageerd. Dit keer wist ik het al. Ik barstte niet in huilen uit en knikte alleen maar. Eigenlijk hoopte ik nog steeds op het goede nieuws waar hij het over had gehad.
‘Nu zijn we een tijdje op zoek geweest en we hebben iemand gevonden die familie van jou is. Het gaat zelfs om degene naar wie je bent vernoemd.’
Even had ik het idee dat ik een black out kreeg. ‘U bedoelt…’ stotterde ik.
Jezus trok een wenkbrauw omhoog en keek me vragend aan. ‘We hebben je oma gevonden,’ Mijn oma. Prima, Johanna, mijn oma. ‘En ze wil je graag ontmoeten.’ Maar ik niet. Dacht ik er meteen achteraan.


Zijn er nog lezers ondanks dat ik er zo lang over doe om een nieuw stukje te plaatsen? Gebrek aan tijd en alles zorgen ervoor dat ik niet zo vaak/veel kan schrijven, maar ik doe mijn best.

Mich_elle
Berichten: 2361
Geregistreerd: 26-10-04

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-03-07 19:31

Het is weer een leuk stukje om te lezen Lachen.