het is een superleuk verhaal Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
het is een superleuk verhaal
Ik volg!
)Citaat:Terwijl ik naar beneden loop, denk ik aan de jongen op de foto. En dan met name het gevoel dat hij mij gaf. Tenminste, tot zoverre een foto een gevoel kan overbrengen. Het lijkt mij de moeite waard om hem te leren kennen. Wie weet kom ik nog wat over mijzelf te weten. Niet dat die kans klein is, als je zelf niet weet wie je bent. Maar al was het maar iets, iets van al die duizenden puzzelstukjes, waar ik mezelf helemaal geen raad mee weet.
‘Ik heb zonet een dagboek gevonden,’ zeg ik als ik de keuken binnen loop. Gert en Anna kijken mij verbaast aan. ‘Hoe heb je het gevonden dan? Ik heb je niet horen zoeken?’ vragend kijkt Anna mij aan. ‘Kim vertelde het mij.’ Gert begint te lachen. ‘Je liep altijd behoorlijk te schreeuwen als zij jouw dagboek weer eens stiekem was gaan lezen. En zo te zien ben je nu blij dat zij weet waar het lag!’ Ik knik even. ‘Heb je het gevonden?’ klinkt het achter mij. Daar staat Kim met een schaaltje met warme broodjes. Ik knik even. Ze glimlacht even, zet de schaal neer en rent weer naar de keuken. ‘Ik zou haar maar even gaan helpen,’ zucht Anna en loopt Kim achterna.
‘Heb je al wat ontdekt? Of ben je er nog niet in gaan lezen?’ vraagt Gert voorzichtig. Ik schud mijn hoofd. ‘Het enige wat ik tot nu toe heb ontdekt is een foto van een jongen. Die foto viel uit het dagboek.’ ‘Een foto? Van wie?’ ‘Op de achterkant van de foto staat dat hij Laurens heet.’ Gert kijkt me verschrikt aan. ‘Okey…’ zegt hij twijfelend.
‘Ik hoorde de naam Laurens vallen zonet?’ Klinkt het voorzichtig achter mij. ‘Ik hoop dat je nu niet weer dezelfde fout gaat maken als een paar maand terug Gert.’ Zegt ze zacht. Gert en Anna wisselen een blik. Een blik die mij niet ontgaat. ‘Wat is er?’ vraag ik hen voorzichtig. Gert glimlacht even. ‘Niks hoor!’ zegt hij op een vrolijke toon. Als ik me omdraai zie ik dat Anna verschrikt kijkt. Wantrouwend kijk ik haar aan. Waarom doet ze zo? Waarom kijkt ze zo verschrikt. Het is mij opgevallen dat deze houding is gekomen nadat de naam Laurens viel. Wat heeft het gedrag van Anna en Gert met die Laurens te maken?
Een klein halfuurtje later ben ik weer op mijn kamer. Voor mij ligt het dagboek. Voorzichtig sla ik het open op de eerste bladzijde. Langzaam glijden mijn ogen over de eerste paar zinnen. ‘Mijn 5de dagboek alweer. Ik hoop dat ik met dit dagboek een nieuw begin kan maken. Ik hoop het zo!’ Een nieuw begin. Waarom een nieuw begin? Wat is er met mij gebeurd voor dit dagboek? Ik sta voorzichtig op en loop weer naar het bureau. Ik open hetzelfde laatje weer en schuif een aantal schriften opzij. Teleurgesteld doe ik een tijdje later het laatje weer dicht. Ergens hoopte ik namelijk om mijn oude dagboeken te vinden. Langzaam en voorzichtig ga ik op de grond zitten. Waar zou ik dagboeken neerleggen die vol zijn? Onder het bed? Nachtkastje? Mijn kledingkast? Op de boekenplank? Of zal er ergens in de muur een gat zitten waar ik mijn dagboeken in bewaarde? Dan bedenk ik me dat ik de dagboeken niet eens meer hoef te hebben. Misschien heb ik ze wel verbrand of bij het oud papier gegooid.
Ik besluit om even op mijn rug te gaan liggen en pieker nog een tijdje verder. Terwijl ik naar het plafond kijk ontdek ik het haakje bij een van de platen. Wat is dat voor haakje? Juist op dat moment komt Anna mijn kamer binnen. Verbaast kijkt ze me aan. ‘Waar kijk je naar?’ ‘Naar dat haakje daar.’ Antwoord ik en kijk nog steeds naar het plafond. ‘Haakje?’ Verbaast kijkt ze naar boven. ‘Dat is geen haakje Lisa, het is een hendeltje.’ Ondertussen ben ik half overeind gekomen en leun op mijn ellebogen. ‘Hendeltje?’ Anna knikt en loopt naar de zijkant van mijn bureau. ‘Als het goed is staat het hier nog.’ Mompelt ze zacht. Met de seconde word ik verbaasder en nieuwsgieriger. Ze buigt even naar voren. Dan staat ze weer rechtop en heeft een lange stok met een grote haak eraan vast. Ze loopt naar de plaat toe waaraan het hendeltje zit, dan richt ze de stok met de haak naar het hendeltje en klikt hem vast. Vervolgens trekt ze langzaam de plaat naar beneden. Aan de plaat zit een trap vast. ‘Dit was jouw favoriete plek hier in huis.’ Zegt ze op een geheimzinnige toon tegen me.
Langzaam sta ik op. ‘Mijn favoriete plek…’ herhaal ik zacht. Ik heb een favoriete plek, schiet er door mij heen. ‘Mag ik naar boven?’ Anna begint te lachen. ‘Tuurlijk mag je dat! Ik denk dat ik eerder aan jou moet vragen of ik naar boven mag. Het was voor ons allemaal verboden namelijk!’ Even glimlach ik. ‘Voor allemaal? Kim, jij en Gert?’ ‘En je vriendinnen…’ vulde Anna aan. ‘Ook voor mijn vriendinnen?’ verbaast kijk ik haar aan. ‘Je wou een plek helemaal voor jezelf. Voor alleen jezelf. Dus ook niet voor vriendinnen of je familie.’ Alleen voor mijzelf. Even knik ik. ‘Dus jullie hebben ook geen idee hoe het daar uitziet?’ Anna zucht haar hoofd. ‘Alleen wat er kan staan. Je kocht wel eens spulletjes die we later niet aantroffen op je slaapkamer. Dus die moeten dan wel daar staan.’ ‘Maar je wist wel waar de stok stond. Ben je nooit uit nieuwsgierigheid naar boven gegaan?’ Ik kijk Anna nadrukkelijk aan. Dan begint ze te blozen. ‘Ik heb het natuurlijk wel is geprobeerd. Wel vaker dan is. Alleen stom genoeg kwam je er elke keer achter. Je hielt heel goed in de gaten hoe de stok stond, waar hij stond en ook hoe het hendeltje in het plafond zat. Je sloot die elke keer op zo’n unieke manier af die wij geen van allen na konden doen.’ Dan begin ik te lachen. ‘Dus je weet wel ongeveer hoe het eruit kan zien daar?’ Anna schudt haar hoofd. ‘De laatste keer dat ik het geprobeerd heb was ruim een half jaar terug.’ Benieuwd kijk ik haar aan. ‘Hoe zag het er een half jaar geleden uit dan?’ Anna kijkt mij een tijdje lang aan. ‘Lijkt het je niet leuker om zelf te ontdekken hoe het daar uitziet?’ ‘Ik neem aan dat je er vast wel iets hebt gezien daar?’ Verbaast kijkt Anna mij aan. ‘Wil je het dan niet meteen zelf ontdekken?’ Langzaam schud ik mijn hoofd. ‘Ik ben bang geloof ik.’ ‘En wat als ik vraag of ik met je mee mag?’ ‘Zou je dat willen doen?’ ‘Natuurlijk!’ ‘Vang je me op als ik achterover val?’ Ik vestig mijn blik op de trap, die toch vrij steil is. ‘Lisa, ik laat je niet nog een keer vallen. Nooit meer.’ Dankbaar kijk ik haar aan. Dan vraag ik me opeens af of Anna en ik altijd al zo close waren met elkaar. Als ik haar dat vraagt glimlacht ze. ‘Nee.’ Antwoord ze kort. Voordat ik haar kan vragen waarom niet praat ze verder. ‘Wil je de trap nou nog op of…’ Als ik naar de trap loop glimlacht ze. ‘Ja dus!’
Als ik onderaan de trap sta kijk ik een tijdlang naar boven. ‘Is er ook ergens een lichtknopje daar?’ Anna knikt. ‘Aan het einde van de trap zit als het goed is aan het einde van de leuning links een lichtknopje.’ Ik knik. Dan bekruipt een angstig gevoel me. Het is een gevoel over Anna. Ik draai me om en kijk Anna recht aan. ‘Anna, sorry. Maar ik heb liever dat je niet meegaat. Wil je wel weer naar beneden gaan? Ik red mezelf hier wel.’ Even neemt ze een vijandige houding aan. Dan herstelt ze zich en knikt kort. ‘Ik roep je als de thee klaar is.’ Vervolgens draait ze zich om en loopt mijn kamer uit. Even blijf ik staan. Die houding van haar. Waar was die voor nodig?
Ik keer me weer om naar de trap. Een trap die dertien treden telt en die duidelijk vaak in gebruik is geweest. Voorzichtig stap ik de eerste trede op, terwijl ik steun op de trapleuning. Stap voor stap ga ik naar boven. Elke stap word ik nieuwsgieriger naar wat ik zal aantreffen. Als ik eindelijk boven ben en het licht heb aangeklikt kijk ik verrast om me heen. De ruimte waar ik me bevind had ik niet zo verwacht qua inrichting. Langzaam loop ik de ruimte binnen. Dan schiet er opeens een herinnering bij me naar binnen. Een herinnering die zich in deze ruimte heeft afgespeeld. Een herinnering met mij, samen met nog een persoon...

Ben benieuwd hoe het verder gaat!
Citaat:
‘Mam!’ Tegenover mij staat een vrouw met lang donker haar. Ze kijkt mij glimlachend aan. ‘Wat is er Lisa?’ ‘Mag ik deze ruimte ook gebruiken?’ Ze glimlacht en knikt. Dan geeft ze mij een klein boekje. ‘En dit boekje mag je gebruiken. Hierin mag je alles schrijven wat je wilt. Maar denk erom, schrijf er alleen hier in. Je vader vindt het namelijk geen goed idee om jou een dagboek te geven. Het is ons geheimp, goed?’ Haar blik veranderd in een serieuze blik. ‘Ja, is goed hoor mam!’ Samenzwerend kijken we elkaar aan. Dan zie ik dat ik mijn handen uitstrek naar het boekje. Een klein groen boekje met op de kaft een roos…
Met een schok word ik weer ‘wakker.’ Die vrouw, dat is een andere vrouw dan Anna. Wie was die vrouw? Met een snel gebaar strijk ik een lok haren uit mijn gezicht. Lange donkere haren. Ik probeer het beeld van de vrouw terug te draaien. Ze had een vriendelijk gezicht en net zoals mij lange donkere haren. Maar ik ken haar niet. Wel gaf ze me een warm en welkom gevoel. Alsof ik speciaal voor haar was. Of misschien wel ben. Dan denk ik even aan Anna. Anna heeft kort, blond krullend haar. Precies het tegenover gestelde dus. Ook is haar houding tegenover mij heel aanvallend, dreigend zo nu en dan. Opeens komt er een vraag bij mij naar boven. Is Anna mijn moeder wel? Maar als Anna mijn moeder niet is, wie is ze dan wel? En wie is dan mijn moeder?
Langzaam loop ik door de ruimte heen. Ik ontdek een oude tweezitsbank, langzaam loop ik naar de bank toe. Verwonderd kijk ik om mij heen en mijn ogen glijden door de ruimte. Als ik bij de bank ben draai ik me om en ga voorzichtig zitten. Even kraakt de bank zacht en ik ruik een zachte, zoete geur. Het doet me denken aan bloemen, aan zomer. Als ik zit ontdek ik het kleine kastje, dat naast de bank staat. Op het kastje staat een foto. De vrouw van mijn herinnering kijkt lachend de camera in. In haar armen heeft ze een bundeltje dekens, boven de dekens zie je net een klein hoofdje. Een tijd lang kijk ik naar de foto. De vrouw lijkt hier jonger te zijn dan in mijn herinnering. Naast de foto staat een vaas. In de vaas zit een, al een tijdje, verwelkte roos. Een tijd lang kijk ik ernaar. Zal ik elke keer een nieuwe roos in de vaas hebben gestoken? Waarom deed ik dat? Was dat een vast ritueel voor mij? Dan werp ik mijn blik weer op de foto en ontdek de roos die de vrouw in haar haren heeft gestoken. Wat heeft die roos met mij te maken? Wat heeft die vrouw met mij te maken? Wie is die vrouw?
Voorzichtig pak ik de foto van het kastje af. Vervolgens draai ik de lijst om en maak hem aan de achterkant open. Als ik de lijst open ontdek ik de tekst op de achterkant van de foto, waar ik al op gehoopt had, de naam Laurens had namelijk ook achterop de foto gestaan. Even mist mijn hart een slag als ik de tekst op de achterkant lees: Rose en Lisa, augustus 1988. Wat betekend dit? Dat ik met de vrouw, die blijkbaar Rose heet, op de foto sta? Dan begint er bij mij een lichtje te branden. Rose. Roos. Een roos op de muur, een roos op het dagboek, een roos in het vaasje, een roos in haar haren. Haar naam, Rose…
Na een tijd de foto te hebben bekeken stop ik hem weer terug en zet hem weer neer op het kastje. Tijdens het terugzetten ontdek ik een aantal boekjes. De voorste is een klein groen boekje. Het boekje van mijn herinnering. Voorzichtig pak ik het en houd mijn adem is als ik het opensla. Waarschijnlijk bang voor wat ik te lezen zou krijgen. Ik sluit mijn ogen en begin te hopen dat ik wat positiefs te lezen krijg. Of in ieder geval een antwoord te lezen krijg op mijn nieuwe vragen. Als ik mijn ogen open zie ik de eerste zin staan.
‘Hallo dagboek! Ik ben Lisa en ik ben nu 9 jaar. Vandaag heb ik jou gekregen van mijn mama. Ze vertelde dat ik alleen op een speciale plek in ons huis in jou mag schrijven. En dat is de plek waar ik nu ben, het zoldertje boven mijn slaapkamer. En dat doe ik dus ook. Mama heeft ook verteld dat ik helemaal zelf mag weten wat ik met deze kamer doe. En daar ben ik heel blij mee! Dit is mijn plekje, en de enige mensen die hier mogen komen zijn ik en mijn moeder. Goed, dit plekje is dus niet helemaal mijn plekje, maar mama zegt toch altijd dat zij en ik samen 1 zijn. Dus zij is mij en ik ben haar. En andersom. Ook al vind ik dat heel raar, toch is het zo!’
Rose is dus mijn moeder. Mijn echte moeder. Zij is mij en ik ben haar. Mijn ogen blijven over dat zinnetje glijden. Mijn moeder en ik waren dus één. Maar wie is Anna dan? Waar is mijn echte moeder dan? En is Gert dan wel mijn echte vader? En hoe zit dat met Kim? Kim is wel blond, maar ze lijkt ergens ook wel op mij. En dat alleen ik en Rose hier mochten komen. Het gevoel wat ik dus kreeg van Anna klopte. Ook haar ongeduldigheid om naar boven te gaan. De nieuwsgierigheid. Met een flits komt een volgende herinnering mijn geheugen binnen. Een herinnering waarin Anna en ik ruzie maken over mijn zolder.
‘Ik laat jou nooit, maar dan ook nooit op deze zolder Anna! Jij bent mijn moeder niet en je zou het ook nooit, maar dan ook nooit worden!’ Ik heb de stok in mijn handen. Dreigend hou ik hem voor me. Ik zie de woedende blik in de ogen van Anna. ‘Wat betekend die zolder voor jou Lisa!? Waarom mogen wij daar niet komen!? Het huis is van ons allemaal!’ schreeuwt ze. ‘Dít huis zou nooit van jou zijn! Mijn moeder zou hier altijd blijven! Dít is het huis van mijn vader en moeder! En niet van jou en mijn vader! Bovendien, mijn moeder zou me ook altijd tegen jou blijven beschermen! En ga nú mijn kamer uit!’
Even slik ik, Anna en ik zijn duidelijk geen vriendinnen geweest. Waarom deed ze dan zo overdreven bij het ziekenhuis bed? Waarom doet ze dan zo vriendelijk tegen mij? Wil ze ervan profiteren dat ik mijn geheugen kwijt ben? Of misschien wel was? Wou ze een nieuwe start maken? Met een zucht laat ik me in de bank zakken en sluit mijn ogen. De zachte, zoete geur dringt mijn neus binnen. Rozen. Die zachte, zoete geur, dat zijn rozen. Ik weet het bijna zeker. Maar wat heb ik met al die rozen? Was dat een band met mijn moeder die ik bij mij probeerde te houden? Probeerde ik haar voor altijd bij me te houden? Waarom zou mijn moeder hier altijd blijven? Hoezo zou ze me altijd beschermen? Zou ze nog leven? En als ze niet meer zou leven, wat is er dan met haar gebeurd? Bij elke ontdekking die ik doe beantwoord ik maar een paar vragen, realiseer ik me. Maar bij elk antwoord dat ik krijg, merk ik, dat ik steeds meer vragen krijg. Wanneer zullen de vragen op zijn? Wanneer heb ik alle antwoorden gevonden?
Langzaam open ik mijn ogen en ga weer rechtop zitten. Ik besluit de andere drie boekjes ook uit de kast te pakken. Een rode, een blauwe en een gele. Op alle drie staat dezelfde afbeelding van de roos. Dan denk ik even aan het dagboek dat ik heb gevonden in mijn bureau. Ik sta op en loop voorzichtig de trap af. Ik pak het dagboek, dat ik stom genoeg nog op de grond heb laten liggen en bekijk de kaft. Al snel concludeer ik dat dit dagboek niet bij de andere vier hoort. Waarom niet? Zouden de andere dagboeken op zijn geweest? Of wou ik, zoals in de eerste zin staat, écht een nieuw begin maken. Waarom wou ik een nieuw begin maken? Zou ik Anna hebben vergeven? Waarvan zou ik haar dan hebben vergeven?

*
ik wacht weer vol spanning af op het volgende deel
Citaat:Als ik van de trap afloop terug naar mijn kamer zie ik Anna staan. In haar ogen schittert nu een woedende blik. ‘Zo, ben je weer hier? Mag ik dan nu naar boven? Ik wil weten wat je verbergt!’ In haar stem klinkt duidelijk een ingehouden woede door. Ik schut snel mijn hoofd en breng een duidelijk nee uit. Anna verstard, een aantal seconden tikken langzaam weg. Dan begint ze te schreeuwen. ‘Waarom niet?! Wát heb jij daar te verbergen?!’ ‘Anna, het gaat je niks aan.’ Zeg ik zo kalm mogelijk. Nog voordat Anna kan reageren vervolg ik in dezelfde kalmte mijn zin; ‘Ik wil bovendien dat je nu mijn kamer uitgaat.’ ‘En anders?’ ‘En anders mag jij mij nu meteen vertellen hoe het zit met Rose, zonder dat Gert erbij is.’ De woedende blik in Anna’s ogen maakt al snel plaats voor angst. ‘Rose?’ Stamelt ze. Ik kijk Anna strak aan. Dan herhaal ik duidelijk Rose’s naam. Anna wendt langzaam haar ogen af. ‘Ik ga naar beneden en zet een kan met thee. Over een half uur verwacht ik je daar ook.’ Ik knik. ‘Is goed.’ Zeg ik dan rustig, mijn bonkend hart negerend. Anna draait zich om en loopt dan snel mijn kamer uit. Als ik haar de trap af hoor lopen haal ik even opgelucht adem. Dan pak ik de stok en duw vervolgens de trap omhoog. Daarna sluit ik de trap af: links draaien, lus vastklemmen en stok los maken. Even kijk ik naar het hendeltje en ik ga even op de grond liggen. Het hendeltje hangt weer precies hetzelfde als toen ik hem ontdekte. Even speelt er een glimlach over mijn lippen. Dit was geen herinnering, dit was herhaling van de praktijk, bedenk ik me. Dan sta ik weer op en verberg de stok op een andere plek dan waar Anna hem vandaan haalde. Een gewaarschuwd mens telt voor twee toch? Even denk ik aan de blik in de ogen van Anna. Eerlijk gezegd kreeg ik rillingen van die blik in haar ogen. Maar toen ik de naam van Rose noemde veranderde die blik zo ontzettend snel. Is Anna bang voor Rose? Waarom zou zij bang voor Rose zijn? Zou ze mij het hele verhaal gaan vertellen nu Gert er niet bij is? Of zou ze wachten tot vanavond? Met het risico dat Kim het hele verhaal ook mee kan krijgen?
Even sta ik in de verleiding om meteen naar beneden te lopen. Eigenlijk wil ik wel weten wat Anna mij te vertellen zou hebben. Wie weet krijg ik eens een keer ergens antwoord op? Zou het dan eindelijk? Met een zucht laat ik mij op mijn bed vallen, waar ik mijn dagboek ook aantref. En niet op zo’n zachte manier ook. Meteen een wijze les voor mezelf, bedenk ik me. ‘Laat je nooit meer op je bed vallen als je daar je dagboek kan aantreffen op een niet zo zachte manier!’ Zeg ik hardop tegen mijzelf. Voorzichtig pak ik het onder mij vandaan en blader er even doorheen. Als mijn ogen de zin ‘Het is nu echt over’ lezen, sla ik hem helemaal open. Even twijfel ik. Durf ik het aan om het te lezen? Zou het over Rose gaan? Of over Anna? Ik sluit mijn ogen en tel langzaam tot 10. Ergens ben ik bang om het te lezen. Bang om te weten te komen wat er met mij vroeger gebeurd is, of hoe ik was.
‘Het is nu echt over tussen Laurens en mij. Ik weet het nu echt wel zeker. Het gaat gewoon niet meer. Maargoed, ik weet nu nog steeds niet wat er aan de hand is. Hij wil het me gewoon niet zeggen! Nikki en Laura zeggen de laatste tijd ook dat hij mij echt niet waard is. Dat hij mijn gepieker niet waard is. Is dat zo? Is hij het allemaal niet meer waard? Is hij mij wel waard? Is hij mij überhaupt wel waard geweest? Maar echt, het is net alsof hij zomaar is veranderd. Alsof er opeens iemand anders in hem is gekropen. Een draaiend blad aan een boom, mooi gezegd. Ik vraag me af wat ik hier tegen moet doen. Opgeven? Hem laten gaan? Knokken totdat ik erbij neerval? Ik denk dat opgeven de beste optie is. Sterker nog, ik weet het bijna zeker.'
Geen Rose, geen Anna. Alleen een antwoord wat betreft Laurens. Hij is dus blijkbaar een ex van mij. Of misschien iets in dat gebied. Er staat namelijk niet dat het mijn vriend was. Alleen dat ‘het’ over is. Maar hoe zou hij veranderd zijn? Wat zou er gebeurd zijn? Wel weet ik nu iets meer over de persoon die op de foto staat. Een foto die ik blijkbaar heb bewaard, om wat voor reden dan ook. Ik zucht even. Al die vragen. Die weinige antwoorden. Komt er dan nooit een einde aan? Langzaam laat ik mij achterover vallen op mijn bed en staar een tijdje naar het plafond. Een tijd lang denk ik na. Want wil ik alles wel weten? Kan ik al die vragen aan? Kan ik niet gewoon helemaal opnieuw beginnen zonder te weten wat er in mijn omgeving speelt en speelde voordat ik mijn geheugen verloor? Maar aan de andere kant, ik wíl weten wie ik was, hoe mijn omgeving was. Hoe het nou zit met Rose en Anna. En wat zou Gert hiermee te maken hebben. Of hebben gehad. Zou hij mijn vader wel zijn? Even sluit ik mijn ogen. Maar hoe zit dat dan met Kim, is zij mijn zusje wel? Ik word opgeschrikt uit mijn gepieker als ik beneden de fluitketel hoor fluiten. Opeens voel ik mij onrustig worden. Wat zou ze te vertellen hebben?
Een tiental minuten later loop ik naar beneden. Vol vragen waar ik antwoord op wil hebben. Voor mijn gevoel lijkt de trap opeens stukken langer, ook lijkt het een eeuwigheid te duren voordat ik eindelijk de kamerdeur open doe. Anna komt net de keuken uitlopen met een dienblad met een paar volle theeglazen en een pak koekjes. Ze glimlacht even, ‘Het is een lang verhaal, een kop thee met koekjes is dus wel op z’n plaats.’ Ik glimlach voorzichtig terug. Nog denkend aan de woedende blik die Anna mij eerder op de middag gaf. Even kruipt er een koude rilling over mijn rug, die zorgt dat ik mij plotseling erg ongemakkelijk voel. Het lijkt alsof Anna merkt dat ik mij ongemakkelijk voel. ‘Sorry voor die uitbarsting van zonet. Ik bedoelde het niet zo. Maar je zat daar zo vaak en ik ben zo benieuwd wat er daar boven is. Ergens hoopte ik dat dit mijn kans was om daar een kijkje te kunnen nemen. Maar iets beschermde het blijkbaar tegen mij. Ik wil je wel zeggen dat ik er nooit ben geweest, ook al wist ik waar de stok lag. Je had namelijk gezegd dat je het ooit wel zou laten zien. Als het daar tijd voor was. Ik heb altijd op je woord vertrouwd.’ Even ben ik verbaast. In die flits van mijn geheugen gebeurde iets heel anders. Toch besluit ik even kort te knikken, ik wil Anna’s verhaal zo min mogelijk onderbreken. Ze kijkt me een tijd lang aan. ‘Ik neem aan dat je meer wil weten over Rose?’ Voorzichtig ga ik op de bank zitten. Nadenkend over haar vraag. Meer wil weten over Rose? Ik wil meer weten over Rose, Laurens, Gert, Kim en haarzelf! Maar ik besluit eerst maar even te knikken. Anna kijkt me even aan, pakt een kop thee en geeft deze aan mij. De andere kop pakt ze zelf en gaat dan zelf ook zitten. Ze haalt een paar keer diep adem. Ondertussen wil ik haar wel door elkaar rammelen dat ze nu echt moet beginnen, het is duidelijk dat ze merkt dat ik onrustig ben. ‘Nou,’ steekt ze van wal.
Alette, hij is weer mooi
Meer
meer meer
super weer


Dit betekend niet dat jullie nu allemaal jullie leeftijd moeten gaan zeggen, daar is deze mededeling absoluut niet voor bedoelt en ik kan het meestal wel ontdekken in jullie profiels! )

