[VER] Het vreemde wezen...

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 27-05-06 19:45

Niet zo'n ontzettend goed stukje maar ik moet het eerste stuk nog groter en uitgebreider maken. Ik moet het überhaupt nog verbeteren want ergens in mijn achterhoofd broeit het plan het naar Kluitman te sturen. Weer ruim het aantal woorden. Probeer er per dag nu minstens 1000 woorden bij te schrijven.

Citaat:
Ik heb mijn lasergun in de aanslag net als degene achter mij en in mijn andere hand heb ik de scanner. Dan ontdekt de scanner een levensvorm en het blijkt al snel de goede te zijn. We hebben geluk, hij slaapt zo te zien. Toch lopen we niet door ondanks dat hij alleen is en slaapt, dit is gewoon te makkelijk. Na even zoeken zie ik opeens het beveiligingsysteem en zeg dat we terug naar de uitgang moeten zo snel mogelijk. Ik herken het type namelijk en dat is erg gevaarlijk als het merkt dat je niet toegestaan bent en het kan iemands gegevens doorsturen naar een scanner zodat hij het aangeeft en zonodig zelfs slapend. Als we een paar kamers verder zijn zeg ik dat we naar rechts gaan in plaats van naar de uitgang. Even willen ze wat vragen maar snel geen ik een zwijg-teken. Dan lopen ze gewillig achter mij aan naar rechts en dan vist de scanner weer levenssignalen en na een paar testjes weet ik vrij zeker dat dit om de echte persoon gaat. Langzaam sluipen we dichterbij en dan zien we hem. Ik scan op apparatuur van beveiliging maar vind niks. Ook op het oog is niks te vinden. We zetten hem op schot terwijl ik naar hem toe loop om hem te overmeesteren in zijn slaap. Dan valt me op wat hij in zijn handen heeft, toch een beveiligingssysteem maar deze weet ik met de scanner zo uit te schakelen want daarvoor heb ik de updates een paar dagen geleden binnen gekregen en ik had ze nog niet bij iedereen doorgevoerd. Aron weet er dus nog niets vanaf. Dan plaats ik een verdovingsplaatje op zijn voorhoofd en is de missie geslaagd. We zetten voor de zekerheid wel even de stang in zijn nek zodat hij dubbel verdoofd is en daarna gaan we naar buiten. Mira staat er nog en pakken een deken uit een zadeltas. We helpen Amai op Koter en daarna krijgt hij Catastraphor op zijn schoot en dan komt er nog een teken over Catastraphor. Hierna ruimen wij alle spullen op en vertrekken naar onze thuisbasis. Als een we kwartiertje uit de stad zijn gedraafd geef ik een teken dat we gaan stappen.

De spion is gepakt.
We gaan stappen. Ik leg het plan uit hoe ik Aron ga arresteren met als rede spionage. Mira roept hem naar mijn shuttle en dan brengen Amai en Geeron Catastraphor naar de isoleerde cel. Daarna zetten ze het alarm erop en halen het plaatje van zijn voorhoofd. Als ze hier mee klaar zijn gaan ze ook naar mijn shuttle. Elu zoekt zijn kleine versie op en bewaken mijn shuttle. Ze foliëren iedereen die mijn shuttle in wil en dus ook Aron. Mira gaat de shuttle niet in maar zorgt voor de paarden. Grote Elu haalt dan een aantal bewakers waarmee hij goed bevriend is en ook een aantal waarmee ik het ook goed kan vinden en daarna pas arresteren we Aron. We sturen dus niks door dat we Catastraphor hebben en ik heb voordat we weggingen het alarm bijgesteld zodat het niet van hem af gaat. Dan vraag ik af alles duidelijk is aan de rest en ze knikken.

We galopperen een stukje en gaan daarna weer draven. We rijden gewoon de poort door en het alarm is inderdaad niet bijgesteld. Ik stap af en haal de wapens uit de zadels. Dan ga ik naar mijn shuttle en na even gevolgd door de Elu’s. Snel ruim ik alle wapens in mijn shuttle op in mijn beveiligde kluis. Al spoedig hoor ik de stemmen van de Elu’s en die van Aron die het er niet mee eens is. Na enig overleg wordt het toch grondig gedaan en blijken er vier of vijf wapens afgenomen te worden. Toch zijn de Elu’s nog niet tevreden want hij moet zelfs zijn T-shirt uittrekken. Er komt nog een wapen tevoorschijn maar nog steeds wordt voor de rest niet argwanend naar hem gedaan. Een beetje ontdaan komt hij de shuttle binnen en ziet dan dat alle wapens weg zijn. Een geschrokken blik staat plotseling in zijn ogen en ik zeg dat ik de schuilplaats van Catastraphor ontdekt heb en dat ik er morgen naartoe wil gaan met de beste mannen die ik heb en dat hij daar natuurlijk bij hoort. Van de beste mannen heb ik niet gelogen want hij is één van de besten, alleen vervelend dat hij de verkeerde kant gekozen heeft. Hij kijkt nog ontdaner dan eerst maar blijft er angstvallig kalm onder. “Hoe gaat het trouwens met de rest van het onderzoek?” vraag ik belangstellend. “Slecht,” antwoordt hij, “alle sporen bij ons lopen steeds dood, maar als u denkt dat u de schuilplaats heeft gevonden is dat natuurlijk erg goed nieuws. Ik zal direct de beste mannen uitkiezen.” Ik knik, maar duidelijk niet overtuigend genoeg. “Heus, over een uur zal ik al hun namen melden. Uw bewakers vallen daar trouwens ook onder, ze zijn erg vasthoudend. De twee Elu’s toch?” Weer knik ik, deze keer neemt hij er genoegen mee. Dan hoor ik wat en zie ik dat de deur open gaat. Aron heeft het ook gehoord en roept of er niet meer geklopt wordt. “In dit geval niet, we arresteren u in naam der wet.” Aron explodeert zowat. Hij vliegt hen aan met een vaart die ik nauwelijks voor mogelijk heb gehouden maar gelukkig hebben de Elu’s echt een goede smaak met helpers kiezen en hebben ze hem binnen enkele minuten helemaal overmeesterd. Na even twijfelen hebben ze hem toch maar een stang in de nek gegeven om hem hanteerbaarder te houden. Ook hier toont hij zich erg sterk want het duurt bij elkaar nog een halve minuut. Vanaf het aanvliegen tot het in slaap vliegen heeft 2 minuten en 17 seconde geduurd. De beste mannen dus.

Grote Elu tilt hem op en ze brengen hem in colonne naar de cel. Daarna halen ze het alarm er voor Iris af en brengen haar bij mij. Dit verrast me maar dit is honderd procent positief. “Goed je te zien Iris, goed werk mannen. Blijven jullie of gaan jullie weer verder?” Iris komt blij op een stoel zitten en ook de mannen knikken 2 keer als teken dat het de 2e optie wordt. “Pak er een stoel bij dan. Wat wil iedereen drinken? Ja, ook jij Iris.” Want Iris kijkt me met verbaasde ogen aan. “Ik wil een Cola-light.” Zegt ze dan. En hoewel de mannen haar vreemd aan kijken zorg ik dat die er komt. Ik had zoiets namelijk al verwacht en wat recepten van drankjes van aarde aangevraagd. “4 maal kranaf (soort koffie), 2 maal ertho (soort thee) en 1 maal Cola-light. Ik wil het ook wel eens proberen.” Zegt kleine Elu glimlachend. De anderen bulderen van het lachen. “Laten we een voorstelrondje doen. Iedereen kent mij hopelijk. Ik ben Tivor Franisko. Ik ben de leider op deze missie.” “Ik ben Iris Koning. Een meisje van de planeet aarde en hoor niet te weten van deze missie. Mijn paard is “Mikador the son of legend of hell” maar meestal noem ik hem gewoon Mikador.” Weer schieten de mannen in de lach hoewel het deze keer minder erg is. Zo komen allen aan de beurt. Elu Inglorion, de 2e hoofdbewaking, nu trouwens 1e hoofdbewaking; Elu Enikor, 1e hoofd technische dienst en geheime bewaking; Grantiv Meortz, 2e hoofd technische dienst en geheime bewaking; Wasner Klino, kok en geheime bewaking; Rinai Hagan, gewone bewaking en techneut; Fiasco Enwald, onderzoeker en geheime bewaking; Leo Trai, onderzoeker, geheime bewaking en familie van de uitvinder van de Trai. Dat waren ze. Dan verlaat “ik” het lichaam van Tivor en direct gaat het alarm af...

Truywequ Yiepris
Tivor kijkt snel en zet het dan uit. “Loos alarm. Die heeft toch alles al gehoord. Kom maar tevoorschijn hoor.” Ik gehoorzaam en terwijl allen behalve Iris en Tivor me vreemd aankijken word ik zichtbaar en aanraakbaar. “Hoe kan dit?” vragen de Elu’s. “Dit kan omdat hij een tijdje in mij heeft gebivakkeerd en mij zo ook geholpen heeft om Catastraphor te vinden en te arresteren. Ook dat Iris geen verraadster is maar Aron wel heeft hij tot mij door laten dringen door mijn instinct sterker te maken. Hiervoor ben ik hem zeer dankbaar. Hoe heet u eigenlijk en waar komt u vandaan?” Ik glimlach rustig, nog nooit eerder is mijn naam gevraagd sinds ik hier ben. “Ik ben Truywequ Yiepris, maar de meesten noemen mij Trooi. Ik kom van de G’trian Fhigmal vallei. Ik ben een Razz.” Sommige grinnikten toen ik mijn naam zei maar nu houden ze wijselijk hun mond. De G’trian Fhigmal vallei staat bekend om zijn krijgers die erg neigen naar ninja’s. “Ik ben inderdaad in de krijgerorde geweest maar ben daarna als reiziger verder door het leven gegaan.” Dan vraagt Iris: “Maar je bent toch dood? Hoe bedoel je dan wat je net zei?” Ik glimlach nogmaals, nu iets vrolijker. “Omdat ik gestorven ben toen ik 78 jaar was in mijn slaap. Nadat ik aangesterkt was ben ik terug naar deze wereld gekeerd. Dit is pas de derde keer dat ik hier ben sinds mijn dood.” Ze kijkt me verbijsterd aan en de mannen trouwens ook. “Hoe, wat waarom?” vragen de Elu’s. Ik maak het teken van prime directive en ze stoppen direct met vragen. Ik doe mijn zwaard af en Grantiv vraagt waarom ik dat doe aangezien dat niet gewoonlijk is bij G’trian Fhigmal krijgers. “Omdat ik gewend ben om dit te doen tijdens maaltijden bij wezens die ik volledig vertrouw. Ik heb het ook altijd gedaan als ik alleen met mijn vrouw en kinderen at. Wanneer er een gast bij was deed ik het bijna nooit en mijn gezin vroeg er dan ook nooit naar, ze wisten dat dit de gewone gang van zaken was. Het is dus een goed teken.” Bij Leo schiet de kleur in zijn wangen. “Wat is er?” vraag ik. Maar hij schut zijn hoofd en ik laat het.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 31-05-06 17:54

sorry dat ik zo laat reageer, het is weer een goed stuk:). Het is een goed idee om het naar Kluitman te sturen, want het is een leuk verhaal;)en als je 1000 woorden per dag wilt schrijven, heb je veel inspiratie;)

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-06-06 06:47

Nee, dat is het probleem. Ik heb niet echt veel inspiratie dus het is ook niet helemaal gelukt. Maar nu heb ik toch weer een nieuw stukje. Ik ben ook nog bezig met mijn site, want ik heb nu eindelijk een domein. Wanneer er iets meer dan een paardenspel op staat zal ik de link neerzetten hier.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-06-06 07:03

Hier dan echt het nieuwe stukje:
Citaat:
Iemand klopt op de deur van de shuttle in Tivor roept naar hen dat ze binnen mogen komen. Ik kan me nog net inhouden mijn zwaard te pakken. Grote Elu ziet dit maar laat het. De mensen zijn Mira, Geeron, Amai en Firan. Als Firan mij ziet pakt hij direct zo’n vaag ding en ik reageer hierop door mijn zwaard te pakken. Firan laat dat ding van schrik uit z’n handen vallen. “Stop!” Beveelt Tivor zodra hij door heeft wat hier gaande is. Ik doe mijn zwaard op mijn rug. Met hem in de buurt leg ik hem niet op de grond. Ik peins er niet over. Tivor merkt het ook maar laat het nadat hij een waarschuwende blik aan mij heeft gegeven. Zoiets maakt mij niet uit dus ik ga weer zitten. Firan komt er ook bij zitten maar wel helemaal aan de andere kant. Hij vindt mij maar eng en dat laat hij merken ook door mij gewoon volledig te negeren maar wel de hele tijd in de gaten te houden. “Volgens mij weet nu alsnog niet iedereen wie nou wie is dus nog even iedereen z’n voornaam zeggen en dan in het wel weer genoeg.” Zachtjes voegt hij nog voor Firan toe, “en iedereen is hier elkaars gelijke. Maakt niet uit wat hij is en waar zij vandaan komt.” Ik glimlach, de manier ook dat hij het zegt, dat maakt erg duidelijk dat hij daarmee ons bedoelt.

“Wanneer komt Aron eigenlijk?” vraagt Firan, “Die komt toch altijd op alle feestjes?” “Maar vanaf nu niet meer. Aron was de spion waar we zo voor vreesden. Zijn cel is beschermd door de hoogste beveiliging en binnenkort gaan we vertrekken. We gaan proberen de Kavar over te halen om Iris terug te mogen brengen maar of dit gaat lukken weten we nog niet. Als iemand hierover ook maar iets laat doorschemeren voordat ik het aangekondigd heb krijgt diegene een zware straf te bedeeld. Dit is omdat als dit verkeerd gebracht wordt veel paniek en opstandigheid kan veroorzaken. Is dit duidelijk?” eindigt Tivor mee. Iedereen knikt. “Hoe moet het dan met mij?” vraagt Iris dan plotseling. “Ik hoor volgens iedereen in een cel te zitten. Dan kan ik niet zomaar rond gaan lopen.” “Jij blijft in de shuttle, en ’s avonds brengen we je naar je cel om te slapen totdat ik heb besloten hoe ik het ga brengen en het dus ook al gebracht heb aan de rest van de groep. Heeft iemand nog vragen over dit alles?” Iedereen schut langzaam nee met hun hoofd. “Dan verklaar ik deze vergadering tot gesloten, dismissed.” De meesten kijken even verdwaast rond en daarna groeten ze en dan gaan ze allemaal op Iris en mijzelf na. “Ik dacht dat ik zei dat jullie mochten gaan?” vraagt Tivor aan mij. “Ik wil nog even met Iris praten als het kan.” Antwoord ik. Hij knikt, “Ik ga nog even naar achter. Mijzelf een beetje opfrissen.” Ik steek mijn hand op als groet en hij loopt naar achter.

“Hoe gaat het nu met je?” vraag ik aan Iris. “Oh, goed hoor. Na die redding van jou. Het maakte het een heel stuk makkelijker om Tivor te bereiken.” “Echt? Dat wist ik niet. Het was eigenlijk om jou weer op te kunnen zoeken dat ik dit deed.” Ze glimlacht. “Het is echt zo, ik heb namelijk wel eens een mindmelt gehad en dan is het makkelijker een loose-mindmelt te doen dan als je met die persoon nog nooit gedachten hebt uitgewisseld. Die droom maakte het volgens mij wel duidelijk aan hem, hè?” Ik knik. “Volgens mij wel, zelf heb ik nooit de mogelijkheid gehad om een mindmelt te kunnen oefenen dus ik heb eigenlijk geen idee of het makkelijker is dan maar als jij het zegt dan geloof ik je uiteraard. Hoe kwam het nu eigenlijk dat het zo fout ging? Waarom had je het niet eerder door gekregen dat je zo’n laag niveau had?” “Dat Catasterine-niveau bedoel je? Dat had ik toch al uitgelegd? Nou ja, ik voel zoiets wel een beetje maar hoe gespannender ik ben hoe minder ik het voel en hoe slechter meditaties lukken. Ik had daardoor al sinds de eerste keer dat ik gevangen werd door hen niet meer kunnen mediteren.” Ik knik. “Dat zei je, ja. Maar hoe kan het dat je het dan zo hard nodig hebt? Het is toch iets extra’s?” Ze glimlacht. “Vroeger wel ja, maar nu zijn mijn organen op mijn hersenen en hart na er ook op gaan werken. Dus ik krijg geen zuurstof meer als ik een te laag niveau heb. Maar gelukkig heb ik daar bijna nooit last van. Ik ga echter zo wel mediteren dus wil je me dan even met rust laten?” Ik zeg dat ik dat wel wil doen maar voor hoeveel uur? Ze grinnikt en zegt dat ik waarschijnlijk haar pas weer bij de cel terug kan zien. “Oké,” zeg ik, en dan komt Tivor in een schoon uniform en vraagt of hij stoort. “Nee hoor, ik wilde net weg gaan.” Zeg ik. Hij grinnikt, “En dat moet ik geloven, jullie 2 zijn normaal nooit bij elkaar weg te slaan.” Ik glimlach, eigenlijk heeft hij wel gelijk dat hij het niet geloofd maar het is in dit geval toch echt zo. “Ze wil gaan mediteren en ik houd dan altijd afstand aangezien ik haar verstoor als ik dicht bij haar in de buurt ben. De afstand heb ik vanaf de 2e keer gehouden zodat ze goed kon herstellen. Hè, Iris?” Ze knikt. Dan loop ik naar de deur om te vertrekken maar opeens bedenk ik dat ik niet weet waar ik kan rusten. Ik vraag het en nadat Tivor me even vreemd aan heeft gekeken zegt hij dat hij wel even mee loopt. Iris zegt dat ze dan wel begint met mediteren zodat ze er diep in is als hij weer terug komt. “Tenminste, als je er een kwartier of langer over doet. Anders ben ik nog niet diep genoeg.” Zegt ze vrolijk. Tivor knikt en loopt daarna met mij door een gangenstelsel. Opeens herken ik ze weer, hier renden eerst de Fouar doorheen. Dan wijst hij naar een inham. “Daar staat een bed en wat andere primaire benodigdheden. De grot is speciaal voor gasten ingericht dus het wijst zich vanzelf. Ik loop naar binnen en zie dat het echt zo is. Dan zeg ik Tivor gedag en ga ik de grot weer binnen. Ik besluit te gaan rusten op het bed en al snel val ik in slaap. (Ja, dat kan ik als ik in een aanraakbare vorm ben. Erger nog, ik moet het net als alle andere die ook aanraakbaar zijn. Levend en niet meer levend.)

Als ik wakker word voel ik me uitgerust. Ik herinner me weer hoe lekker het was om wakker te worden, je ogen open te doen, je behoefte te doen en een slokje water te drinken, weer terug in bed te gaan, je om te draaien en daarna weer in slaap te vallen. Dat doe ik dan ook 3 keer. Uiteindelijk besluit ik eruit te gaan en fris mezelf op. Ik zie een ding liggen waar ik anderen op heb zien typen dus ik probeer ook eens wat. Al snel heb ik de smaak te pakken en schrijf ik allerlei gedichtjes over hoe het is, was en zal zijn. Ik bespaar jullie ze want ik heb geen zin om anderen nog meer te laten weten komen over hoe het is, was en zal zijn. Dat mag ik namelijk niet en ik heb dus geen zin om op mijn kop te krijgen van onze leider, Lompe koe. Hij komt dus aan zijn bijnaam door zijn gedrag. Zijn echte naam is “Podo Bramble of Willowbottom” maar meestal noemen we hem als we hem bij zijn echte naam noemen Lord Podo Willowbottom. Dat vindt hij prettiger. Weer heb ik teveel uitgelegd maar ik besluit nog even wat te eten en daarna naar het binnenplein te gaan. Het heeft me toch best veel tijd gekost om daar te komen want die grotten zijn prachtig maar ik heb er zo langzamerhand wel iets te veel van gezien en ook teveel dezelfde grotten. Oftewel, ik was flink verdwaald geraakt maar nu ben ik dan uiteindelijk toch op het binnenplein geland. Ik besluit eerst naar de shuttle van Tivor te gaan om te kijken of Iris daar al is. Ik bel via de intercom maar er wordt niet gereageerd. Ik kijk om mij heen maar er is toch best veel bemanning buiten. Ik ben dus niet ontzettend vroeg of laat.

Opeens hoor ik iets en kijk ik achterom. Tivor en Iris komen gezellig kletsend aanlopen en we groeten elkaar met goedemorgen. “Lekker geslapen?” vraag ik aan Iris, en ze knikt. “U ook volgens mij, u was diep vertrokken toen ik nog even langs kwam om te vertellen waar de klok was.” Zegt Tivor glimlachend. Ook ik knik. “Als ik in lichamelijke vorm ben moet ik net als de levenden gewoon slapen. Anders verander ik weer terug in de onzichtbare vorm.” Iris begint zachtjes te lachen. Ik kijk haar even bedenkelijk aan maar besluit er geen woorden aan te besteden. “Is er nog nieuws?” vraag ik aan Tivor. “Binnen is dat er wel ja, dus ik zal de deur even open doen.” Hij doet dit en dan lopen we naar binnen.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-06-06 07:03

Hier dan echt het nieuwe stukje:
Citaat:
Iemand klopt op de deur van de shuttle in Tivor roept naar hen dat ze binnen mogen komen. Ik kan me nog net inhouden mijn zwaard te pakken. Grote Elu ziet dit maar laat het. De mensen zijn Mira, Geeron, Amai en Firan. Als Firan mij ziet pakt hij direct zo’n vaag ding en ik reageer hierop door mijn zwaard te pakken. Firan laat dat ding van schrik uit z’n handen vallen. “Stop!” Beveelt Tivor zodra hij door heeft wat hier gaande is. Ik doe mijn zwaard op mijn rug. Met hem in de buurt leg ik hem niet op de grond. Ik peins er niet over. Tivor merkt het ook maar laat het nadat hij een waarschuwende blik aan mij heeft gegeven. Zoiets maakt mij niet uit dus ik ga weer zitten. Firan komt er ook bij zitten maar wel helemaal aan de andere kant. Hij vindt mij maar eng en dat laat hij merken ook door mij gewoon volledig te negeren maar wel de hele tijd in de gaten te houden. “Volgens mij weet nu alsnog niet iedereen wie nou wie is dus nog even iedereen z’n voornaam zeggen en dan in het wel weer genoeg.” Zachtjes voegt hij nog voor Firan toe, “en iedereen is hier elkaars gelijke. Maakt niet uit wat hij is en waar zij vandaan komt.” Ik glimlach, de manier ook dat hij het zegt, dat maakt erg duidelijk dat hij daarmee ons bedoelt.

“Wanneer komt Aron eigenlijk?” vraagt Firan, “Die komt toch altijd op alle feestjes?” “Maar vanaf nu niet meer. Aron was de spion waar we zo voor vreesden. Zijn cel is beschermd door de hoogste beveiliging en binnenkort gaan we vertrekken. We gaan proberen de Kavar over te halen om Iris terug te mogen brengen maar of dit gaat lukken weten we nog niet. Als iemand hierover ook maar iets laat doorschemeren voordat ik het aangekondigd heb krijgt diegene een zware straf te bedeeld. Dit is omdat als dit verkeerd gebracht wordt veel paniek en opstandigheid kan veroorzaken. Is dit duidelijk?” eindigt Tivor mee. Iedereen knikt. “Hoe moet het dan met mij?” vraagt Iris dan plotseling. “Ik hoor volgens iedereen in een cel te zitten. Dan kan ik niet zomaar rond gaan lopen.” “Jij blijft in de shuttle, en ’s avonds brengen we je naar je cel om te slapen totdat ik heb besloten hoe ik het ga brengen en het dus ook al gebracht heb aan de rest van de groep. Heeft iemand nog vragen over dit alles?” Iedereen schut langzaam nee met hun hoofd. “Dan verklaar ik deze vergadering tot gesloten, dismissed.” De meesten kijken even verdwaast rond en daarna groeten ze en dan gaan ze allemaal op Iris en mijzelf na. “Ik dacht dat ik zei dat jullie mochten gaan?” vraagt Tivor aan mij. “Ik wil nog even met Iris praten als het kan.” Antwoord ik. Hij knikt, “Ik ga nog even naar achter. Mijzelf een beetje opfrissen.” Ik steek mijn hand op als groet en hij loopt naar achter.

“Hoe gaat het nu met je?” vraag ik aan Iris. “Oh, goed hoor. Na die redding van jou. Het maakte het een heel stuk makkelijker om Tivor te bereiken.” “Echt? Dat wist ik niet. Het was eigenlijk om jou weer op te kunnen zoeken dat ik dit deed.” Ze glimlacht. “Het is echt zo, ik heb namelijk wel eens een mindmelt gehad en dan is het makkelijker een loose-mindmelt te doen dan als je met die persoon nog nooit gedachten hebt uitgewisseld. Die droom maakte het volgens mij wel duidelijk aan hem, hè?” Ik knik. “Volgens mij wel, zelf heb ik nooit de mogelijkheid gehad om een mindmelt te kunnen oefenen dus ik heb eigenlijk geen idee of het makkelijker is dan maar als jij het zegt dan geloof ik je uiteraard. Hoe kwam het nu eigenlijk dat het zo fout ging? Waarom had je het niet eerder door gekregen dat je zo’n laag niveau had?” “Dat Catasterine-niveau bedoel je? Dat had ik toch al uitgelegd? Nou ja, ik voel zoiets wel een beetje maar hoe gespannender ik ben hoe minder ik het voel en hoe slechter meditaties lukken. Ik had daardoor al sinds de eerste keer dat ik gevangen werd door hen niet meer kunnen mediteren.” Ik knik. “Dat zei je, ja. Maar hoe kan het dat je het dan zo hard nodig hebt? Het is toch iets extra’s?” Ze glimlacht. “Vroeger wel ja, maar nu zijn mijn organen op mijn hersenen en hart na er ook op gaan werken. Dus ik krijg geen zuurstof meer als ik een te laag niveau heb. Maar gelukkig heb ik daar bijna nooit last van. Ik ga echter zo wel mediteren dus wil je me dan even met rust laten?” Ik zeg dat ik dat wel wil doen maar voor hoeveel uur? Ze grinnikt en zegt dat ik waarschijnlijk haar pas weer bij de cel terug kan zien. “Oké,” zeg ik, en dan komt Tivor in een schoon uniform en vraagt of hij stoort. “Nee hoor, ik wilde net weg gaan.” Zeg ik. Hij grinnikt, “En dat moet ik geloven, jullie 2 zijn normaal nooit bij elkaar weg te slaan.” Ik glimlach, eigenlijk heeft hij wel gelijk dat hij het niet geloofd maar het is in dit geval toch echt zo. “Ze wil gaan mediteren en ik houd dan altijd afstand aangezien ik haar verstoor als ik dicht bij haar in de buurt ben. De afstand heb ik vanaf de 2e keer gehouden zodat ze goed kon herstellen. Hè, Iris?” Ze knikt. Dan loop ik naar de deur om te vertrekken maar opeens bedenk ik dat ik niet weet waar ik kan rusten. Ik vraag het en nadat Tivor me even vreemd aan heeft gekeken zegt hij dat hij wel even mee loopt. Iris zegt dat ze dan wel begint met mediteren zodat ze er diep in is als hij weer terug komt. “Tenminste, als je er een kwartier of langer over doet. Anders ben ik nog niet diep genoeg.” Zegt ze vrolijk. Tivor knikt en loopt daarna met mij door een gangenstelsel. Opeens herken ik ze weer, hier renden eerst de Fouar doorheen. Dan wijst hij naar een inham. “Daar staat een bed en wat andere primaire benodigdheden. De grot is speciaal voor gasten ingericht dus het wijst zich vanzelf. Ik loop naar binnen en zie dat het echt zo is. Dan zeg ik Tivor gedag en ga ik de grot weer binnen. Ik besluit te gaan rusten op het bed en al snel val ik in slaap. (Ja, dat kan ik als ik in een aanraakbare vorm ben. Erger nog, ik moet het net als alle andere die ook aanraakbaar zijn. Levend en niet meer levend.)

Als ik wakker word voel ik me uitgerust. Ik herinner me weer hoe lekker het was om wakker te worden, je ogen open te doen, je behoefte te doen en een slokje water te drinken, weer terug in bed te gaan, je om te draaien en daarna weer in slaap te vallen. Dat doe ik dan ook 3 keer. Uiteindelijk besluit ik eruit te gaan en fris mezelf op. Ik zie een ding liggen waar ik anderen op heb zien typen dus ik probeer ook eens wat. Al snel heb ik de smaak te pakken en schrijf ik allerlei gedichtjes over hoe het is, was en zal zijn. Ik bespaar jullie ze want ik heb geen zin om anderen nog meer te laten weten komen over hoe het is, was en zal zijn. Dat mag ik namelijk niet en ik heb dus geen zin om op mijn kop te krijgen van onze leider, Lompe koe. Hij komt dus aan zijn bijnaam door zijn gedrag. Zijn echte naam is “Podo Bramble of Willowbottom” maar meestal noemen we hem als we hem bij zijn echte naam noemen Lord Podo Willowbottom. Dat vindt hij prettiger. Weer heb ik teveel uitgelegd maar ik besluit nog even wat te eten en daarna naar het binnenplein te gaan. Het heeft me toch best veel tijd gekost om daar te komen want die grotten zijn prachtig maar ik heb er zo langzamerhand wel iets te veel van gezien en ook teveel dezelfde grotten. Oftewel, ik was flink verdwaald geraakt maar nu ben ik dan uiteindelijk toch op het binnenplein geland. Ik besluit eerst naar de shuttle van Tivor te gaan om te kijken of Iris daar al is. Ik bel via de intercom maar er wordt niet gereageerd. Ik kijk om mij heen maar er is toch best veel bemanning buiten. Ik ben dus niet ontzettend vroeg of laat.

Opeens hoor ik iets en kijk ik achterom. Tivor en Iris komen gezellig kletsend aanlopen en we groeten elkaar met goedemorgen. “Lekker geslapen?” vraag ik aan Iris, en ze knikt. “U ook volgens mij, u was diep vertrokken toen ik nog even langs kwam om te vertellen waar de klok was.” Zegt Tivor glimlachend. Ook ik knik. “Als ik in lichamelijke vorm ben moet ik net als de levenden gewoon slapen. Anders verander ik weer terug in de onzichtbare vorm.” Iris begint zachtjes te lachen. Ik kijk haar even bedenkelijk aan maar besluit er geen woorden aan te besteden. “Is er nog nieuws?” vraag ik aan Tivor. “Binnen is dat er wel ja, dus ik zal de deur even open doen.” Hij doet dit en dan lopen we naar binnen.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-06-06 13:53

leuk stuk;) ook leuk dat je nu meer te weten komt over de spirit die een tijdje in Iris zat. Ook leuk dat de spirit gewoon moet slapen in aanraakbare vorm en dat Iris er nu gewoon mee kan praten.
ben trouwens ook benieuwd naar die site van je, als je de link hebt geplaats kom ik zeker een kijkje nemen op de site.

Lady_Tamzz

Berichten: 937
Geregistreerd: 06-08-05
Woonplaats: ..

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-06-06 15:17

super stuk

Liedje_

Berichten: 4856
Geregistreerd: 11-12-04

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 03-06-06 20:33

Sorry het is beetje veel om in 1x te lezen.. Goed dat je iig door kan blijven gaan!

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 05-06-06 15:45

Weer een stuk. Leuk dat er nu meer lezers zijn. De site is trouwens www.mizora.nl , er staat echter nog niet erg veel op.
Citaat:
We gaan zitten en dan begint Tivor de nieuwtjes van de dag te vertellen. “Vanmorgen hebben we eerst Aron ondervraagd en daaruit bleek inderdaad dat hij de spion was. Toen zijn we naar Catastraphor gegaan die Darryl Franisko blijkt te heten. Hij wilt geen antwoorden geven dus we houden hem onder kalmeringsmiddelen zodat we hem straks veilig op het schip te kunnen zetten. Ook de vertrek-datum is bekend, 800 uur op kratn 46 hiver.” Zo eindigt Tivor. Dan reageert Iris daarop: “Jij heet toch ook Franisko? En hoe werkt julie dag/maand/jaar systeem? En kunnen jullie mij meenemen?” Ik grinnik en Tivor gebaart dat ze rustig aan moet doen. “Ja, ik heet Franisko van mijn achternaam en hij is een achterachterneef van mij blijkt nu. Hij komt van een verbannen familielid die een moord had begaan toentertijd. Wij hebben 5 dagen in de week, kratn, mikdra, herun, ywold en askle. Wij hebben 10 weken in de maand, de maanden zijn: derik, asuin, hufir, osfu, adioj, hiver, duvel, djasi. Het zijn er dus 8. Dus 400 dagen per jaar. Het is nu mikdra, 02 hiver.” Iris knikt. “En mijn laatste vraag, kan ik mee?” Tivor slikt even maar geeft dan toch antwoordt. “Ik denk het niet. De Kavar zijn er nog over aan het discussiëren maar het pakt tot nu toe negatief uit. Er is zo’n drie-vijfde voor maar je hebt vier-vijfde nodig en die twee-vijfde willen echt niet. Waarschijnlijk moet je dus hier blijven maar ik zal dan blijven proberen je op te halen.” Ze knikt, het kost haar duidelijk moeite haar tranen te bedwingen. “Dan zal je het al snel moeten brengen, dat je Catastraphor hebt gevonden en gearresteerd.” Zegt ze. Tivor knikt en zegt dat hij het vanmiddag aan de rest zal vertellen. Dan besluit ik haar alleen te laten en te vertrekken. Ik zeg dat ik rond ga kijken en vraag of hij me uit het alarmsysteem heeft gehaald. Tivor knikt, dan vertrek ik. Dan kunnen Tivor en Iris nog wat verder praten. Ik zie dat het nog veel groter is dan dat me de vorige keer is opgevallen. Dan ga ik bij Leo enzo kijken. Ze vinden het goed als ik wat rond kijk en dan vraag ik of ik wat in de digitale encyclopedie mag rondsnuffelen.

Leo knikt, daar vind ik inderdaad de stof, Catasterine (over A-catasterine waar ze ook over hadden even niet want dat is een tegenstof) waar ze het al eerder over hadden en nog een de rest die bij hem in de categorie ingedeeld zijn: Hydrine, Retinorine, Wasline, Qiosnine, Vrodline en Kartine. Deze stoffen zijn natuurlijk maar zijn voor velen erg giftig. Ze zijn bij elkaar geplaatst door hun giftigheid voor de meesten maar dat sommigen hen nodig hebben maar voor de rest hebben ze geen vergelijkbare eigenschappen volgens de onderzoekers. Ik ga wat aan het prutsen en opeens bedenk ik wat één van de weinige zinnige dingen die Lord Podo Willowbottom tegen mij en anderen heeft gezegd. “Vertrouw op je instinct, laat die je weg leiden en je komt zeker op de juiste plaats aan.” Ik probeer mijn instinct op te zoeken en als ik het heb gevonden probeer ik het te vergroten zodat echt alleen mijn instinct mij de weg leidt. Na een tijdje voel wat voor onderzoek ik moet doen. Ik doe mijn ogen dicht en dan voel ik mij zo als ik me ooit toen ik nog een kind was ook gevoeld heb. Als iets dat voorbij geest en ziel gaat, een ware Fitour, een spirit die de hoogste positie gehaald heeft.

Ik klik zoals mijn instinct mij leid en dan open ik mijn ogen. Ik heb de gelijkenis van de stoffen voor mijn neus liggen. Het werkt dus nog steeds, het instinct blijft doorwerken, door leven en dood. De gelijkenis is de 3e DNA-molecule. Deze bestaat uit 2 heel bijzondere combinaties, Et en Fy, terwijl het normaal 2 dezelfde letters zijn. Hierdoor hebben ze waarschijnlijk zoveel verschillende eigenschappen. Ik zie dat iemand staat te niksen en vraag of hij even mee wilt kijken. Ik zeg dat ik de gelijkenis tussen de 7 Cimson-stoffen heb gevonden. Hij lacht maar na nog een keer vragen of hij toch mee wilt kijken doet hij dat en hij kijkt met open mond als hij ziet dat dit echt zo is. “Leo, Hidran, Traume, Wishio, komt eens kijken!” Ze stoppen direct met waar ze mee bezig zijn en komen kijken. Leo ziet als eerste wat ik uitgevonden heb en zegt dat hij het door zal geven aan de Kavar. Ik vraag of hij door kan geven dat ze mij een dienst bewijzen als ze Iris helpen en terug naar aarde brengen. Hij glimlacht en zegt dat hij dit op een tactisch moment door zal laten schemeren. Ik bedank hem en daarna vertrek ik en ga ik terug naar de grot waar mijn kamer is. Het heeft me weer flink wat tijd gekost om die terug te vinden maar uiteindelijk vind ik hem wel en dan laat ik mij op mijn bed vallen. Ik ben best uitgeput, je instinct naar boven halen kost heel veel energie en ook het constant aanraakbaar zijn gebruikt ontzettend veel energie. Ik besluit de gedichtjes te wissen die ik op die machine gezet heb. Daarna kleed ik mij uit en ga slapen, voor een hele lange tijd...

Ik word wakker van een vaag geluid. En nadat ik heel even rechtop gezeten heb op het bed hoor ik het opnieuw. Opeens hoor ik wat het is, iemand klopt op de muur. “Heel even wachten, kom er zo aan!” roep ik en snel schiet ik in mijn kleding. Dan loop ik door de gang naar de uitgang. “Ik moest me even aankleden.” Verontschuldig ik me. Het is Hidran, denk ik, en hij vraagt of ik mee kan komen. Ik knik en volg. “Ben jij inderdaad Hidran?” vraag ik. “Oh, ja, sorry. Ik ben nog steeds verbijsterd van wat u voor elkaar gekregen heeft. Hidran Ritos meneer. En u bent?” Ik glimlach, “zeg maar jij hoor, ik ben Truywequ Yiepris maar de meesten noemen mij Trooi. Zoveel bijzonders heb ik toch niet gedaan? Ik heb enkel mijn instinct gevolgd.” Hidran kijkt me even met open mond aan en heeft het daarna door en sluit zijn mond. “Oké dan, Trooi, je hebt net zo’n 15 jaar zinloos onderzoek goed gemaakt door even je instinct te volgen. Ik dacht dat je hier jaren in had verdiept. Daarom sprak ik met zo veel respect, maar nu ik weet hoe het gegaan is voel ik me direct meer op mijn gemak. Ik had niet verwacht dat je überhaupt met mij wilde praten.” Nu ben ik degene die even niet weet wat ik moet zeggen maar ik houd wel mijn mond gesloten. Dan lopen we verder, en al snel zijn we bij het binnenplein en daarna in de laboratoriumgrot.

“Waarom moest ik eigenlijk meekomen?” vraag ik aan Hidran. “Om je de gegevens te laten zien die we door die geniale zet van jou hebben gekregen.” Antwoordt hij. “En dat kon niet later, zodat ik nog een tijdje had kunnen slapen?” grap ik. Hij schud zijn hoofd, “deze gegevens zijn daar te cool voor. We zijn nu Iris aan het onderzoeken welke organen er mee te maken hebben en hoe deze werken om uit te vogelen waarom het voor sommige dodelijk spul is en voor enkele dodelijk is om het niet te hebben.” Legt hij uit. Ik knik, “Had Iris naar mij gevraagd soms?” vraag ik. Hij knikt, dan vraagt hij of ik hem wil volgen. Ik loop achter hem aan en zie dan Iris in een machine liggen waar alleen haar hoofd uit komt en die ligt dan op een plankje. Ze ligt op haar rug en de machine ziet er indrukwekkend uit in tegenstelling tot Iris die er eerder wat bleekjes uit ziet. “Hé, meissie, hoe gaat het?” zeg ik terwijl ik naast haar kniel op één knie. Langzaam draait ze om naar mij maar ze is zich duidelijk niet helemaal bewust van mijn aanwezigheid. Ze probeert iets te zeggen maar lijkt er te zwak voor te zijn. Ik aai haar over haar voorhoofd en voel dat ze nat van het zweet is. Ik besluit haar voorhoofd te masseren zoals dat aan het begin door ik denk grote Elu is gedaan op dat bed nadat ze geblinddoekt was. Ik voel dat ze ontspant maar ook dat ze het lichamelijk zwaar heeft. Ik vraag of Leo even kan komen en Hidran knikt. Dan loopt hij weg en komt niet meer terug, Leo komt echter wel. Hij loopt naar mij toe en vraagt waarom ik om hem heb gevraagd. Ik zeg dat het volgens mij niet goed gaat met Iris. Hij controleert haar en bevestigd dit, direct veranderd hij wat aan de instellingen en dan voel ik haar onder mijn handen echt te ontspannen en langzaam voel ik dat ze het minder zwaar heeft.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 07-06-06 11:03

goed stuk, goed ook dat Trooi Iris in de gaten heeft gehouden:) ik zal ook een kijkje nemen op de site van jou.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 16-06-06 14:20

Citaat:
Leo vraagt te volgen en we lopen terug naar de computer waar ik eerst dat onderzoekje had gedaan. Ik zie door de bomen het bos niet meer op het scherm maar Leo legt uit welke gegevens waar voor staan en plots voel ik mijn instinct weer omhoog komen. “Is dit opgeslagen?” vraag ik aan hem en hij knikt. “Mag ik er dan wat aan veranderen?” weer knikt hij. Ik ga achter de computer zitten en sluit mijn ogen. Wanneer ik ze weer open doe klik ik zonder na te denken op vele knopjes in het beeld en binnen drie minuten is er een heel ander soort beeld uitgekomen. Leo vraagt wat ik heb gedaan en ik antwoord dat ik hetzelfde heb gedaan als eerst. Mijn instinct gevolgd. Dan is het de beurt aan mij weer om wat te vragen. “Hoelang duurt die scan bij Iris nog? En is er al uitsluitsel van hoe het met haar verder gaat?” Leo lacht, “Je bent wel echt bezorgt om Iris, hè? De scan duurt nog zo’n half uur en voor de tweede vraag moet je bij Tivor zijn. Hij is de enige die direct contact heeft met de Kavar. Ik ga de gegevens die je ons deze keer gegeven heb uitzoeken en jij kan in dat halve uurtje nog wel even langs Tivor hoor, Iris kan wel tegen deze scan.” Ik glimlach en zeg dat ik dat inderdaad maar ga doen. Dan vertrek ik naar de grot waar Tivor in woont.

Daar aangekomen klop ik op de deur van de shuttle, “Kom binnen!” hoor ik. En ik doe de deur open. Even kijkt Tivor verbaasd als hij mij ziet maar dan hersteld hij zich. “Hoi Trooi. Jou had ik niet verwacht.” Ik lach zachtjes en antwoord daarna: “Dat merkte ik, maar ik heb een vraag.” Tivor knikt en ik ga door, “Heb je al antwoordt gekregen van de Kavar over Iris?” Tivor’s gezicht verstrakt en dan knikt hij langzaam. “Ja, maar het is niet zoals ik gehoopt had. Echter had het ook slechter gekund.” Vragend kijk ik hem aan, hem figuurlijk op de lip zittend. “Ze mag niet mee direct, ze willen het eerst nog drie maanden door laten gaan voordat ze er opnieuw naar kijken. Echter zijn ze wel onder de indruk van wat jij hebt gepresteerd en willen je graag mee hebben maar ik heb al gezegd dat dit niet mogelijk is zonder Iris omdat jullie twee onafscheidelijk zijn. Ze zullen dit over drie maanden mee in rekening nemen, maar nu echter nog niet. Over drie maanden verwacht ik dat Iris een redelijke kans heeft maar ondertussen moet ze het wel overleven. Ik weet dat ik dit deels aan jou kan overlaten want wij mogen die maanden dus niet meer blijven. Ze willen kijken of Iris zich ook kan redden zonder ons en als ze dus nog leeft na drie maanden maar er erg slecht voor staat dan heeft ze de meeste kans. Als ze zich goed kan redden wordt de kans al minder maar alsnog positief. Als ze echter gestorven is in die drie maanden brengen ze haar niet terug naar aarde zodat haar familie een laatste eerbewijs aan haar kunnen leveren.” Dan stopt Tivor en ik weet geen woord meer uit te brengen. Tivor zegt dat ik natuurlijk overrompeld ben door dit en dat ik geen antwoord hoef te geven op dit hele verhaal. Ik vertrek zwijgend naar Iris die waarschijnlijk klaar gescand is ondertussen. “Hoe moet ik dit haar vertellen?” vraag ik me hardop af en dan merk ik dat ik mijn spraak terug heb. Dan keer ik resoluut om en ga ik dit eerst vragen aan Tivor. Deze keer kijkt hij me nog verbaasder aan maar vraagt daarna waarom ik teruggekomen ben. Ik vraag wie het moet vertellen van het besluit dat de Kavar heeft gemaakt. Hij antwoordt daarop dat we dit het beste samen kunnen doen. Ik knik en vraag wanneer we dat zullen doen en hij zegt: “Vanavond.” Dan klopt er nog iemand en hij roept ook diegene binnen. Ik vertrek, maar zie nog wel dat het Fiasco Enwald is die naar binnen gaat. Ik loop nu echt naar de laboratoriumgrot. Verslagen en met pijn in mijn hart.

Iris komt naar mij toe huppelen, ze is helemaal vrolijk. Onwillekeurig schiet ik in de lach. “Wat is er?” zegt ze vrolijk, duidelijk zonder een antwoord te verwachten. “Je voelt je duidelijk weer helemaal op en top.” Zeg ik lachend. Ik probeer de verslagenheid weg te dringen tot vanavond. “Jep jep, wat dacht jij dan?” schatert ze. Ik schud lachend mijn hoofd als teken van dat ze het toch niet zou begrijpen. “Jouw tweede set gegevens zijn echt cool joh, moet je eens komen kijken.” Zegt ze, al iets minder hyper dan eerst. Ik loop achter haar aan de computer. Snel legt ze uit waar alles voor staat en plots voel ik weer iets en vraag ik aan Leo of dit ook al opgeslagen is. Hij knikt en vraagt of ik weer zo’n gevoel heb. Ook ik knik ter bevestiging. Dan ga ik achter de computer zitten en sluit mijn ogen even. Ik laat mijn hand op de muis rusten en opeens ben ik de weg kwijt. Ik voel niks meer en raak even buiten bewustzijn maar als ik weer bij kom blijkt dat ik van alles heb gedaan kwa onderzoek. Het is heel duidelijk dat niemand gemerkt heeft dat ik bewusteloos was. “Wow...” is het enige dat Leo kan uitbrengen. “Cool...” reageert Iris daarop, maar ook zij is duidelijk verbijsterd. Leo komt weer bij positieven en zegt dat hij ook deze gegevens weer gaat uitzoeken en dat dit hen heel veel heeft geholpen voor al het onderzoek. Ik ga weer terug naar mijn eigen grot nadat ik Iris heb gezegd dat ik moe ben. Het vinden duurt al een heel stuk korter dan eerst, dus dat is prettig. Eenmaal daar zie ik dat iemand mijn bed heeft opgemaakt en de kamer heeft schoongemaakt. Ik grinnik, en daarna besluit ik te gaan mediteren om te kijken wat dit alles nou eigenlijk betekend en waardoor ik nu steeds sterke terugvallen van instinct-volgen heb. Het mediteren lukt echter niet. Ik voel me te afgeleid, dus ga ik maar liggen om te slapen. Eenmaal liggend voel ik weer een sterke drang om te gaan mediteren, dan bedenk ik dat liggend mediteren ook heel goed mogelijk is als je daar aan gewent ben en ik besluit er nu aan te wennen. Ik sluit mijn ogen en concentreer me op de ruimte waar ik altijd in beland als ik aan het mediteren ben. Al snel bereik ik die ruimte maar dan gaat het fout, ik val door. Ik zie allerlei niveaus langsschieten en weet dat ik snel moet handelen en me terug in evenwicht moet krijgen voordat het te laat is. Na zo’n 5 minuten krijg ik mezelf weer terug in evenwicht maar nu moet ik nog snel genoeg terug zonder dat ik zware beschadigingen krijg. Ik heb daar nu al veel kans op. Elke keer dat ik een level terug ga wacht ik weer 3 minuten. Uiteindelijk ben ik anderhalf uur bezig, 30 niveaus. Dan blijf ik hangen op niveau 2, het beste niveau om te herstellen. Antwoorden op mijn vragen krijg ik echter niet.

Hoe kan dit? Wie geeft me nu eindelijk de antwoorden op mijn vragen? Dit is nog nooit gebeurd? Hoe kan het dat Iris zo vrolijk blijft ondanks voor haar nog de onzekerheid? Hoe kan het dat mijn instinct zo plotseling nauwelijks meer controleerbaar is? Waarom is de Kavar zo negatief naar Iris toe? Waarom reageerde Tivor zo verrast toen ik langskwam? Hoe kan dit?

Na nog eens 2 uur ga ik uit de meditatie en dan voel ik me goed hersteld. Toch weet ik dat er heel veel gebeurd is en nog steeds zit mijn hoofd vol vragen. Waarom kan het toch nooit eens goed gaan? Ik ben in de war, dan denk ik aan iets wat mijn grootvader ooit voor mij gezongen heeft. Dit zei hij ervoor “Het is een lied van ver van hier. Daar kennen ze het nu nog niet want het is van de toekomst. Van een planeet die ze daar aarde noemen. Over een paard dat verteld en op zijn dieptepunt is. Dat kwam voor in iets dat ze een film noemen. Het ging vrij vertaald zo:

Blaas de trompet nu voor mij, speel het om mij weer erbovenop te krijgen. Mijn hart is leeg en gebroken, herinner me dus maar hoe ik vroeger was want nu kan ik niet meer voor of achteruit. Mijn vrienden, familie, alles ben ik kwijt. Ik ben gevangen, gewond, bang om te struikelen in dit duister. Dus neem me maar mee of laat me liggen. Ik geef me over. Maar dan opeens, ergens heel ver weg. Is er een stem die roept: Onthou wie je bent, want wanneer jij jezelf verliest, zul je ook je moed verliezen. Dus wees sterk vanacht, onthou wie je ben. Je bent krijger, aan het vechten in een strijd. Om weer vrij te zijn, dat is het vechten waard.

Dus jongen, onthoud goed. Altijd is het leven het waard om door te vechten om weer verder te kunnen. Net als dit paard dit toen deed. Zo nodig moet je zoeken naar de stem, die je er weer bovenop krijgt. Maar altijd zal je dit vinden als je er echt naar zoekt. Onthoudt dat, mijn jongen.” Een paar dagen later stierf mijn grootvader in een gevecht tegen een naburige stam.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-06-06 15:45

goed stuk, jammer dat Iris niet meteen terug mag naar de aarde, maar leuk dat Trooi ook de aarde een beetje kent.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 25-06-06 17:58

Ik heb weer een stuk, na een hele lange tijd. Ik had toetsweek namelijk. Ik herhaal een klein stukje want de laatste zin heb ik veranderd en het begint anders midden in een alinea. Het is maar krap 1500 woorden maar door een grote omslag moet ik opnieuw gaan werken naar het einde. Het kwam plotseling in me op en ik ben er gewoon verder mee gaan schrijven. Nou, hier is het stukje:
Citaat:
Dus jongen, onthoud goed. Altijd is het leven het waard om door te vechten om weer verder te kunnen. Net als dit paard dit toen deed. Zo nodig moet je zoeken naar de stem, die je er weer bovenop krijgt. Maar altijd zal je dit vinden als je er echt naar zoekt. Onthoudt dat, mijn jongen.” Een paar dagen later stierf mijn grootvader in een gevecht tegen een naburige stam, de Mazuris, de gevaarlijkste stam voor ons die ook voor vele doden heeft gezorgd onder het vee en de kinderen. Aan beide kanten zijn veel slachtoffers gevallen voordat ze vrede sloten. Hij heeft me in die 6 dagen trouwens niks meer verteld over die bijzondere planeet aarde jammer genoeg, het leek me interessant toentertijd. Ik heb heel zijn boekenkast uitgeplozen, ook al zijn dagboeken waarvoor ik trouwens toestemming had van hem voor zijn dood. Nergens stond ook maar iets over die planeet verder geschreven, alleen het lied, maar dat is gesneuveld met de grote brand die ook ons huis heeft verwoest. Ik herinner me weinig meer van de laatste 6 dagen van zijn leven, hij was heel afwezig die laatste dagen.

Het liedje zing ik meerdere malen zacht in de originele taal en na een tijdje weet ik wat ik moet gaan doen. Plotseling, opeens, zonder bijkomende reden. Ik moet het instinct zo veel mogelijk negeren en accepteren als het langskomt. Hoe ik dit weet, weet ik niet maar dat maakt ook niet uit. Ik kleed me aan en ga terug naar het binnenplein. Ik grinnik als ik zie hoe Iris helemaal hyper is, waarom weet ik niet. Later blijkt dat ze eindelijk haar favoriete wapen terug heeft gekregen. Langzaam begint het te schemeren en de avondbel luid, etenstijd jeh! Direct zie je velen stoppen met hun werk en naar de kantine gaan, ook ik volg. Ik heb echt honger gekregen van de gebeurtenissen van de afgelopen tijd, niet normaal meer. Iris komt bij mij in de rij staan. Ze stuitert flink heen en weer en als we bijna aan de beurt zijn vraag ik of ze eindelijk even stil wilt staan. “Het bezorgt me vlekken voor mijn ogen. Waarom ben je zo hyper?” ze bloost en zegt dat ze zo blij is met het onderzoek dat ik gedaan heb over die stoffen. Ze lacht hierbij geheimzinnig en volgens mij verteld ze me niet de hele waarheid. “Waarom?” vraag ik verbaast. “Vertel ik vanavond wel, Tivor heeft trouwens gevraagd of je samen met mij naar zijn shuttle wilt komen.” Ik knik, dan zijn we aan de beurt. Ik schep het eten op dat me lekker lijkt en dan ga in de hoek aan een tafeltje zitten. Mijn zwaard houd ik op mijn rug, veilig voel ik me hier niet echt. Ze ziet het en glimlacht, “hier gebeurt echt niks, hoor!” zegt ze vrolijk. “Dat maakt niks uit, het is gewoon de gewoonte van waar ik vandaan kom om het om te houden. Sommige houden het zelfs om wanneer ze met hun gezin eten in hun eigen huis, hoewel ik dit dan niet deed hield ik op alle andere momenten mijn zwaard wel om.” Ze knikt, verbaasd. De rest van het eten gebeurt in stilte, allebei in onze eigen gedachten verzonken. Dan zie ik gewapende mannen op ons tafeltje af komen en voordat ik ook maar iets veranderd ben kwa houding draait Iris zich met zoveel kracht om terwijl ze opstaat dat ik ervan schrik. Ook ik sta op maar als ik eenmaal opgestaan ben helemaal ben ik al te laat, Iris heeft al iets getrokken en gebruikt dit met zo’n behendigheid dat de wapens al op de grond liggen wanneer ik volledig opgestaan ben en ze heeft het wapen alweer opgeborgen. “Besluip mij nooit van achteren!” zegt ze, “En al helemaal niet met wapens, wie zijn jullie en wat willen jullie?” deze strakke discipline ben ik niet van haar gewent en heb ik ook niet gemerkt toen ik in haar zat. Toch is het nu overduidelijk, misschien voelt ze zich gewoon zwaar bedreigt en is ze daardoor zo. Ik zie dat er voor de rest geen anderen meer aanwezig zijn. Ook Iris ziet dit maar wijkt hierdoor niet. Ik trek mijn zwaard nog niet maar iedereen weet dat ik dit ieder moment kan doen als ik denk dat dit nodig is.

Mijn zwaard is trouwens maar aan één kant scherp, de andere kant is rond als een stok terwijl het een recht zwaard is. Hiermee heb ik al vele tegenstanders verrast. Mijn kinderen hebben één voor één leren vechten met mijn zwaard voordat ze een door mij gesmeed zwaard hebben gekregen dat dezelfde kenmerken had. Ik heb ze ermee zien vertrekken en ieder heeft er voordeel van gehad op zijn eigen manier. Mijn oudste zoon slaat meestal de appels ermee uit de boom zonder ze direct doormidden te hebben gesneden en mijn tweede gebruikt het als drijfstok bij zijn schapen. Mijn jongste en enige dochter is mij echter achterna gegaan en is het leger in gegaan. Dit is hier trouwens altijd al toegestaan maar was toen nog zeer ongebruikelijk. Zij is vrij beroemd in de streek geworden door haar vechtkunst en daar zag ik vele keren de twee zijden van het zwaard in terug. Nu weer terug naar deze tijd. Geschiedenis is en blijft verleden tijd.

Plotseling voel ik van achter een schot door mij heen gaan en stort ik neer, gewond maar ik ga niet terug naar onzichtbare vorm. Iris trekt haar wapen weer en het blijkt een dunne opvouwbare stok te zijn. Ik probeer op te staan maar dan wordt ook Iris neergeschoten. “We hadden geen keus...” zegt er één en dan lopen er twee naar Iris en twee naar mij. Ik probeer me te verzetten net als ik Iris hoor doen maar ze duwen mijn hoofd opzij en zetten dan wat op mijn hals, direct zak ik weg in de diepte. Bewusteloos, maar nog steeds in zichtbare vorm.

Als ik bij kom zie ik niks, ik ben niet geblinddoekt maar ik zie gewoon niks. Voorzichtig leg ik me arm naar de zijkant van mijn lichaam en strek hem daarna uit. Ik lig blijkbaar op de grond want er komt geen rand naar beneden. Dan ga ik rustig rechtop zitten, het plafond is nog ver weg genoeg dus voorzichtig sta ik op. Ook nu gaat het goed, gelukkig. Met mijn voeten over de grond schuifelend ga ik de ruimte onderzoeken, het lijkt op het spelletje Blindezoeker. Dat was erg populair toen ik jong was. Dat is echt een hele tijd geleden trouwens. Dan hoor ik iets, verschrikt draai ik me om maar natuurlijk zie ik niks. Ik hoor voetstappen dichterbij komen en hoor aan hoe rustig dit gaat dat zij wel kunnen zien. Ik wil mijn zwaard grijpen maar dan bedenk ik dat ze die afgenomen hebben. Dit had ik al gemerkt toen ik wakker was geworden, het voelt naakt zonder zwaard als je die je hele leven om hebt. De voetstappen spreiden zich, er zijn er van twee kanten naast mij en voorzichtig ga ik achteruit. Dit doen zij echter ook en kunnen dit sneller dan ik. Dan staan ze stil, waar weet ik niet maar ik weet dat stilstaan heel slecht is, dus ik loop schuin achteruit. Een verkeerde beslissing blijkt, ik loop zo in de handen van hen. Ik probeer me los te rukken maar dit lukt niet. Behendig worden er handboeien bij mij omgedaan en dan pakt één mijn schouder en leidt mij mee. Hij doet gelukkig rustig aan want mijn evenwicht is minder goed doordat ik niks kan zien. Ik hoor een deur opengaan en we lopen door. De lucht is anders van structuur en ik schud even met mijn hoofd om niet te hoeven niesen. Nog steeds word ik geleid door die ene hand maar ik hoor minstens 5 paar voetstappen. We lopen een flink eind en plotseling stoppen we, dan hoor ik weer een deur opengaan en ook nu weer verandert de luchtstructuur. Ik schud opnieuw mijn hoofd om het niesen tegen te gaan. Ik hoor iemand grinniken, dan lopen we weer verder. Toch is dat maar voor korte duur want we hebben nog maar een stap of 10 gezet voordat we weer stil staan en nadat ik een stapje opzij moet zetten wordt mij gevraagd te gaan zitten. Ik doe dit, eigenlijk te verbouwereerd om mij te verzetten. Één paar voetstappen klinkt weer en komt naar mij toe. Hij duwt mijn hoofd opzij en ondanks dat ik me verzet zet hij iets op mijn hals. Langzaam komt mij zicht terug. Van vage kleuren komen er vormen tevoorschijn en in deze vormen komen steeds meer details. Ik ben in een kamer en er zijn 8 mannen om mij heen, Iris is hier niet. Het is erg strak ingericht, een beetje als een shuttle alleen is dit dan veel groter.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-06-06 13:59

goed stuk:), ben wel benieuwd wie die wezens zijn en wat hun bedoelingen zijn

Fenrir
Berichten: 34829
Geregistreerd: 17-12-05

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 30-06-06 07:57

leuk stuk! ik zal het blijven volgen...

Anoniem

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-07-06 14:41

oe wel veel hoor!! ik ga vandaag beginnen met lezen dus doorschrijven want ik wil wel aan 1 stuk door kunnen lezen hoor! Knipoog

marthine

Berichten: 568
Geregistreerd: 13-10-05
Woonplaats: Ridderkerk

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 03-07-06 16:07

ik vint het heel moeilijk om te lezen Bloos
maar voorderst wel mooi verhaal Haha! Knipoog

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 04-07-06 09:55

Ik heb weer een stuk na een veel te lange tijd, ben al weer een paar dagen op vakantie geweest tot vrijdagavond en zaterdag ben ik de hele dag in de weer geweest (heb mijn duikcertificaat B gehaald). Zondag uitrusten, maandag een stukje typen en nu het restje. Hopelijk vinden jullie het goed. Wat lastig te lezen/begrijpen kan ik helaas niks aan doen, hebben mensen als ik met ze aan het praten ben ook wel eens last van. Zo ben ik nou eenmaal maar hopelijk stoort het niet te erg. Wel leuk dat er nu meerdere lezers zijn. Geen privéverhaal voor Gerlienke meer. :p . Tips mogen uiteraard evenals commentaar als er fouten in staan en als dingen echt niet meer te volgen zijn. Nu wel weer genoeg verteld, hier het stuk:
Citaat:
Ontsnappen is hier waarschijnlijk niet bij mogelijk, want zes van de acht mannen zijn tenminste gewapend. Van de laatste twee weet ik het niet zeker maar ik kan in ieder geval geen wapens bij hen ontdekken. “Ik weet dat u door wat wij gedaan hebben verbaasd bent en dit hele gebeuren niet vertrouwt maar we hadden geen andere keus. Wij behoren tot de meerderheid die wel voor gestemd hebben om Iris te laten terugkeren maar we kwamen nog een achtste van de gehele groep te kort. Daarom hebben we besloten een illegale actie uit te voeren zodat ze toch terug naar aarde kan en we willen weten of u ook interesse heeft om met haar mee naar aarde, haar thuis, te gaan.” vertelt een man, zonder zichzelf überhaupt voor te stellen. Ik staar verbaasd naar deze man want normaal zeg je zulke dingen toch niet of stel jij je voor, dan bedenk ik dat dit een illegale actie is en hij zo min mogelijk namen bekend wil maken aan anderen die het kunnen verraden. Hij is trouwens een van de twee die volgens mij geen wapen bij zich heeft. Op wat hij net vroeg weet ik hier niet zo snel een antwoord op en dit zeg ik dan ook. Ik laat mijn stem sterker en dapperder klinken dan dat ik me op dit moment voel, want er kloppen hier te veel dingen niet om zeker van mijn zaak te zijn en ik ken heel de aarde natuurlijk niet. Dan vraag ik hoe ze dit gaan regelen met Mikador en het Kavar zelf. De man grijnst, duivels ziet het eruit, “Mikador is ook op dit schip en we verwachten het Kavar ieder moment. We kunnen hen wel aan en voor de rest, het Kavar is nu nog niet uw zaak.” Ik laat zien dat ik het hier niet eens mee ben door één keer mijn hoofd te schudden. Hij grijnst nogmaals en ik besluit hem niet echt te vertrouwen. Het klopt gewoon niet wat hij zegt. Dan stopt hij met grijnzen en seint naar één van zijn mannen. Direct staat hij op en loopt hij naar mij toe. Dan komen de anderen ook in beweging, er komen er nog twee naar mij toe. Ik sta op zodat ik me zo nodig kan verdedigen maar dan richt er één snel zijn wapen op me, een soort pistool. Ik blijf stil staan en stribbel niet tegen wanneer ze me pakken, maar ik laat nog steeds niet dat ding in mijn hals zetten. Na flink wat heen en weer geduw van hen en gestribbel van mij zijn zij uiteindelijk toch de winnaar en lukt het hen dus om dat ding op mijn hals te zetten, binnen enkele seconden wordt het zwart voor mijn ogen en moet ik weer vertrouwen in de hand op mijn schouder. Ik weet nu van de luchtstroomverandering en ik heb er ook niet zo veel last meer van. Na een paar deuren zijn we weer terug in de kamer waar ik wakker werd. Dit weet ik door de geur, want zien kan ik het nog steeds niet. “Rust maar goed uit, zorg maar dat je gereed bent.” zegt er één en daarna lopen ze weg. Snappen doe ik het niet helemaal maar dat maakt niet heel veel uit, ik ga op de grond liggen en val al snel in slaap. Slaperig ben ik namelijk nog steeds en ze zullen zoiets toch niet zomaar zeggen. Zelfs als ze dat wel doen is het toch wel slim om te gaan slapen, dat laat me beter herstellen.

Slaperig kijk ik om mij heen. Even weet ik niet waar ik ben omdat ik nog steeds niks zie, dan herinner ik me weer wat die man gezegd had tegen mij. Ik luister, maar hoor niks. Ik voel om mij heen, maar er is alleen maar vloer. Ik ga rechtop zitten en probeer mijn geest tot rust te laten komen zodat ik weer helder kan nadenken. Een simpele telmeditatie helpt mij om mijn doel te bereiken. Na een lange tijd, minstens een uur, ben ik tot rust gekomen en dan sta ik op. Ik probeer te voelen via mijn gedachten, mindsight wordt dit ook wel genoemd, waar die muren zijn en waar de deur. Aan het begin lukt dit niet maar langzaam aan word mijn zicht beter en beter. Dan weet ik waar de deur is, voorzichtig loop ik er naartoe. De deur gaat niet open maar er is een soort ding naast de deur. Ik leg mijn hand erop en dan voel ik twee scherpe steken door mijn hand gaan, direct daarna zak ik in elkaar en raak ik bewusteloos. Hoe dit kan, weet ik niet.

“Je dacht te kunnen ontsnappen, is het niet?” hoor ik een valse stem zeggen, ergens ver in de diepte van de vlekken. Toch verandert mijn zicht erg snel van vlekken via vage beelden naar zeer duidelijke en gedetailleerde beelden. Ook mijn gehoor veranderd van alles klinkt ver in de diepte naar hoe het hoort te zijn, hoewel dit langzamer gaat dan mijn zicht is dit voor mij ook wel erg duidelijk. Even ben ik in de war door de grote veranderingen in zicht en gehoor maar dan voel ik weer de persoonlijke kracht, macht en verstand zoals hij hoort te zijn bij een G’trian Fhigmal krijger. Ik wil rechtop gaan zitten maar dan voel ik dat een band om mijn middel zit. Ik kijk er naar en zie dan dat deze niet los te maken is, dat is balen. Ik hoor een duivelse lach en kijk naar de rechterkant, daar staat de man die eerder toen ik tegenstribbelde zijn wapen trok. Hij begint te praten met zijn valse stem: “Ik ben niet zo slap en dom als degene die je heeft verteld wat er in zijn geheel aan de hand was en ik ga je het ook niet echt verder uitleggen want ik al tegen op wat die gast je tot nu toe verteld heeft, veel te veel om aan een gevangene te vertellen. Ik ben Getro, de eigenaar van het schip nu, want eerst was die slappeling de leider. Jij zal hier moeten blijven totdat het Kavar ons probeert over te nemen, daarna zullen we je als gegijzelde gebruiken. Het duurt nog wel even, zo’n 5 uur. Dus denk maar goed na voordat je leven niet zeker is, meer vertel ik je niet. Gaat dat maar zelf uitzoeken. Oh wacht, dat kan je niet.” en weer zo’n gemeen lachje. Ik lach vals terug en zijn gezicht vertrekt. Dan loopt hij weg. Ik probeer los te komen maar geef na een tijdje op. Het lukt namelijk niet en dus baal ik en begin ik met wachten. Dan hoor ik Iris...

“Nee, nee, ik wil niet. Laat me gaan!”
“Nee, nee, ik wil niet. Laat me gaan!” schreeuwt ze, dan geeft ze een gil en ik probeer op te springen maar dit lukt niet. Woest trek ik aan de band om mijn middel en binnen de kortste keren komt er wel beweging in, de kracht van woede en verlangen maakt een Razz vele malen sterker dan iedereen inschat en door mijn lenigheid kan ik me dan onder de band vandaan werken. Ik kijk rond en al snel zie ik mijn zwaard liggen, ze waren duidelijk nog niet klaar met onderzoeken. Ze hebben hem namelijk niet terug in zijn beschermer gedaan. Ik pak een ding van een kastje in de buurt en houd dat voor mij uit als ik naar mijn zwaard loop. Er is geen bescherming echter, dus pak ik hem, doe hem in de beschermer en daarna slinger ik die zonder omwegen in één zwaai op mijn rug. Snel sluip ik naar waar het geluid van Iris was. “Nee, ik wil niet. Laat me gaan.” hoor ik zwakjes, fluisterend. “Zeur niet kind, ik doe alleen maar wat me opgedragen is.” hoor ik dan een andere stem zeggen. De stem komt dichterbij en ik sta bij de deur, net om de hoek. Ze lopen langs me, dan zie ik dat Iris door drie personen bewaakt wordt en dat haar wang rood is, er staat een duidelijke hand op. Als de laatste langsloopt geef ik hem een tik met de botte kant met mijn zwaard en haal direct uit naar de tweede, ook deze slag is raak en hij stort in. Iris rekent met de derde af want die stort nadat zij aan hem heeft gezeten in de nek ter aarde, vergissing, ter gronde. Bij alle drie controleren we de leventekenen en het blijkt dat we ze alle drie goed geraakt hebben. “Bewusteloos.” Zegt Iris, “Deze ook.” Antwoord ik. We gaan snel verder nadat we allebei zo’n wapen hebben gepakt. Zachtjes sluipen we door de gangen, elke keer als we iets horen zorgen we dat we ons verstoppen zover dat mogelijk is. Na zo’n tien minuten wordt het schip, tenminste, ik denk dat het een schip is, plotseling ruw door elkaar geschud, er gaat een alarm af en nogmaals wordt het schip zwaar door elkaar geschud. Iris valt en ook ik word tegen de muur aan gesmeten. Dan staan er opeens acht mannen aan weerszijde van ons. Iris springt op en trek het wapen dat ze afgepakt heeft, ik ga met mijn rug naar haar toe staan en trek mijn zwaard. Toch helpt het niet want direct zie ik dat ze op mij richten en dan zie ik drie lichtstralen op mij afkomen. Meteen stort ik volledig in. Geen beeld, geen geluid, geen gevoel, geen gedachten meer.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 04-07-06 20:54

goed stuk en idd geen priveverhaal meer voor mij:D ben wel benieuwd wie die Kavar zijn en hoe ze eruit zien, misschien redden ze Iris en Trooi wel:P ik noem maar wat.

marthine

Berichten: 568
Geregistreerd: 13-10-05
Woonplaats: Ridderkerk

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-07-06 18:22

mooi stukje Lachen
ach ja ik lees het 3 x ofzo even over en dan snap ik het wel ongeveer Bloos
nja 3 x laate we het maar op 2 x houden Knipoog
ik ben benieuwt nara het volgende stuk Knipoog

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 20-07-06 19:49

Hier dan na een lange tijd toch weer een stuk. Ik probeer er vanavond of morgen nog een stuk bij te zetten maar vanaf zaterdag 12.00 ben ik op ponykamp tot de volgende zaterdag. Van voorne-putten, ZH naar Twente, Markelo, Overijsel. Dus lange tijd in de auto zitten. Misselijk

Citaat:
Waar ik lig is het warm en waar ik op lig is zacht. Ik open mijn ogen en zie dat iemand voor mijn neus staat, de persoon herken ik niet maar het is duidelijk iemand van het Kavar. De ruimte is waar ik ben is erg steriel en de persoon is strak in het uniform, echter heeft het uniform een andere kleur dan de meesten die ik tot nu toe tegen ben gekomen. (zwart, plots bedenk ik dat dat Getro en degene die als eerste uitlegde een bruin uniform aanhadden. De personen die Iris en ik uitschakelden hadden trouwens dezelfde kleur als degene die ons gevangen namen, namelijk groen) Deze persoon is in het geel. “Je bent wakker, dat nam je wel de tijd voor zeg.” Zegt hij vriendelijk. Ik glimlach, hij heeft wel praatjes. De hele ruimte is een soort van crèmekleurig en als ik omhoog kom voorzichtig dan zie ik dat er nog meer bedden staan en dat het waarschijnlijk een ziekenboeg is. Mijn zwaard zie ik niet, maar Iris ligt een paar bedden verderop. De man vraagt of ik dorst heb maar ik schud nee en vraag of ik naar Iris mag. Zijn gezicht vertrekt even bij haar naam geloof ik, maar het kan ook dat het toeval is. Dan schudt ook hij nee, “ze is ziek van iets waarvan we niet weten wat het is. Zolang we niet weten wat het is mogen er zo min mogelijk anderen bij haar in de buurt komen. Het spijt me.” Ik knik als teken van begrip, dan vraag ik waar ik ben. Hij grinnikt en zegt dan dat hij dit niet mag zeggen. Dit is voor mij genoeg om te weten dat ik inderdaad met het Kavar te maken heb. “Ik mag zeker Tivor ook niet spreken?” Hij kijkt me even vreemd aan maar zegt dan dat hij die hele Tivor niet kent, maar dat hij het zal vragen. Ik glimlach nogmaals, dan kijk ik naar Iris. Haar kracht groeit plotseling heel snel, dit is bizar want net was ze nog zwak, en komt er een glimlach op haar gezicht. De man kijkt met groeiende verbazing van de één naar de ander. Ook hij ziet namelijk dat ze reageert op mij en dat ik daar weer op reageer door opnieuw te glimlachen, dan gaat het fout. Haar kracht daalt heel snel naar een zeer laag punt, lager dan dat het toen ik haar naar haar vroeg. De man rent naar haar toe maar stopt eerst bij de zijkant van de inham waar ze in ligt. Hij drukt wat toetsen in en er is een kleine verandering van kleur in de inham, snel rent de man naar haar toe en scant haar waarna hij wat in haar nek zet. Langzaam komt haar kracht weer iets hoger maar het oude niveau wordt niet gehaald. Dat was trouwens al vele malen lager dan haar normale niveau maar toch wordt het niet gehaald, wel is ze nog steeds op een overleefbaar niveau, hopelijk blijft dit zo. Maar erg zeker ben ik er niet van, ze voelt namelijk erg onstabiel aan. Ik loop naar haar toe, vergetend dat dit niet mocht. Als ik naast de man sta ziet hij mij pas, hij schrikt ontzettend en trekt direct z'n wapen. Ik wil naar mijn zwaard grijpen maar die heb ik uiteraard niet om dus dan houd ik mijn handen maar voor me om mijzelf te beschermen. Toch stopt hij zijn wapen weg en langzaam laat ik mijn handen zakken, dan slaat hij toe door mij direct een middel te geven om mij te verdoven. Hij plaatst het op mijn blote onderarm en direct voel ik mijn lichaam instorten, toch blijf ik wel wakker. Hij weet het maar reageert er niet op. Hij roept iets en dan komen twee mannen binnen, ik voel hun aura namelijk. Zien doe ik niet, horen doe ik slecht. Ik word opgetild en word daarna op het bed teruggelegd. Ik voel dat er iets met mijn polsen en mijn middel gebeurd en weet dat ze mij vastbinden. Ook weet ik dat zij weten dat ik kan ontsnappen als ze mij enkel een middelband om doen. Ik voel het gewoon, dan lopen alle mannen weg. Langzaam zak ik in slaap maar echt in slaap raak ik niet, de dromen zijn te hevig zodat ik telkens licht wakker schrik voordat ik weer in slaap val tot de volgende droom. Ik zie mijn vader vechtend, stervend en ertussen komen kan ik niet zodat mijn vader sterft voor mijn ogen, 30 jaar voor mijn eigen dood. Na vele malen deze droom te hebben gehad word ik volledig wakker, ik ben kapot.

Ik voel dat er mensen bij mijn bed staan, maar ben te slaperig om me in te spannen om ze te herkennen. Ik hoor dat ze scannen maar dan krijg ik opeens idee, als ik me nu eens voor de scanner ontzettend groot maken. Dan, dan, dan..., wacht dat werkt helemaal niet want dan ga ik eraan. Idee afgewezen. Ik ga me wat meer inspannen om de mensen die om mijn bed staan te herkennen. Het is de man die mij verdoofde, nog twee andere mensen in een geel uniform en 4 in een groen uniform. Ook is er één in een donkerblauw uniform. Ik ben nog steeds vastgebonden dus ik weet dat het geen enkele zin heeft om me te verzetten plus dat ik daar nog steeds veel te slaperig voor ben. Één van de twee vreemde gelen loopt uit mijn gezichtsveld en ik hoor hem om mij heen lopen. Dan voel ik dat hij mijn hoofd vast pakt en ik verzet me zo hevig mogelijk (niet ontzettend dus want ik ben nog steeds kapot van de dromen en slaperig) maar andere 2 gelen pakken mij bij de schouders en houden mij plat op het bed waar ik op lig. Ik staak mijn verzet want hier kan ik toch niet tegen op, die man achter doet me trouwens ook geen pijn maar masseert zachtjes mijn hoofd en nek. Waarom snap ik niet, dat is toch niet zinnig? Plotseling zit hij in mijn gedachten, het was een truc! Ik probeer hem buiten mij te houden maar dat lukt niet. “Stop met verzetten.” Klinkt het door mijn hoofd. Toch ga ik door, dan ben ik plots in een andere ruimte.

Ik herinner mij de ruimte vaag, het is de plek waar ik ooit een nacht geslapen heb. Ik ben niet meer vastgebonden en alleen de gele die achter mij stond staat aan de andere kant van de ruimte, die een grot is. Rustig sta ik op, ik voel mij minder gesloopt als voor dat ik hier terug kwam. De gele begint te praten: “Ik ben Rewno, een lid van het Kavar inderdaad. Ik kom oorspronkelijk van de planeet Aarde maar ben daar al lange tijd niet meer geweest omdat ik te veel weet. Door mijn afkomst hebben ze besloten mij in te zetten om jullie het duidelijk te maken wat er nu precies aan de hand is, ook mijn gave heeft geholpen ze over te halen.” Even zwijgt hij en wacht op bevestiging van mij. Ik knik daarom, dan gaat hij weer verder.”Ze willen namelijk niet dat ik jou dit vertel maar ze weten dat zeker jij informatie nodig hebt om voor ons beheersbaar te blijven. Iris is inderdaad ziek, zoals jij al vermoedde maar we hebben tot nu toe geen medicijn gevonden om haar beter te maken. De rechtzaak om haar naar Aarde te krijgen is druk bezig maar dit verloopt niet vlot genoeg eigenlijk, want we verwachten dat mijn soort wel een mogelijkheid ontdekt tot het genezen van haar omdat er toch heel veel bizarre ontdekkingen door Aardlingen zijn gedaan op het gebied van ziekte. Als je wilt mag je dan mee, als we het erdoor krijgen. Ik ga dan ook mee om je de gebruiken uit te leggen want deze zijn daar heel anders dan waar jij vandaan komt. Uiteraard alleen als jij wilt.” Dan stopt hij. Ik zeg dat ik zeker weten mee wil maar vraag hoe ze dat voor elkaar willen krijgen want ik lijk helemaal niet op een mens. “Dat is niet zo lastig als je weet hoe sommige mensen erbij lopen. U moet echter wel een paspoort krijgen maar we hebben al ontdekt hoe we deze kunnen vervalsen. Als u wilt mag u bij de uitslag van de rechter zijn.” “Ik zou er inderdaad graag bij willen zijn. Hopelijk komt het weer goed met Iris.” Dan knikt Rewno, “Ik moet gaan. Het gaat u goed.” “Bedankt Rewno...” Ik groet en dan verdwijnt hij en lig ik weer vastgebonden op het bed. Rewno loopt terug naar voren maar ik voel me duf. Hij knikt en ik knik terug, daarna vertrekt hij en dan vertrekken de anderen ook. Ik val opnieuw in slaap, deze keer zonder dromen.

Colorado
Berichten: 4209
Geregistreerd: 11-10-05

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 21-07-06 09:17

gaaf verhaal, mooi geschreven en verwoord Ja ik blijf het volgen Lachen

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 22-07-06 07:51

Hier nog een stuk, het laatste waarschijnlijk voor een ruime week. Of ik moet nu plotseling een golf van inspiratie krijgen maar ik verwacht dit niet.

Citaat:
Rustig draai ik me om, dan bedenk ik dat dit niet zou moeten kunnen omdat ik vastgebonden zou moeten zijn. Ik open mijn ogen en kijk om mij heen, nog steeds ben ik in de ziekenboeg maar er is een lichte kleurverandering vanaf het uiteinde van de inham waar mijn bed staat. Ik loop er voorzichtig naar toe maar dan loop ik plotseling tegen iets op alsof ik het aanraak, ik krijg een lichte schok en dan zie ik golven, heel vreemd. Ik probeer het nogmaals maar het lijkt echt een soort van muur te zijn. Dan bedenk ik dat Iris ook achter zoiets lag en ik kijk naar de inham waar zij de vorige keer lag, daar ligt ze nu echter niet meer. Langzaam aan loop ik terug naar het bed, ik laat me er op neer zakken. Rustig blijf ik daar zitten, de hele dag lang maar er gebeurt eigenlijk weinig. Meerdere malen komen er wel mensen langs alleen ze blijven vooral aan de andere kant, duidelijk alleen maar kleine dingen. Ik heb een blaar horen langskomen, een klein brandwondje, een gekneusde enkel, etc. Rewno was een tijdje aanwezig maar de twee anderen zijn er niet geweest. Wel was er een vrouw constant aanwezig, ook in het geel. Iedereen hield een oogje op mij maar ik deed alsof ik het niet zag. Nu het avond is hebben ze het licht gedimd maar ik blijf gewoon zitten, moe ben ik niet en dan vertrekt die vrouw ook. Ik ga op de grond zitten en maak mijn hoofd leeg, dan ga ik mediteren de rest van de nacht. Pas als het licht weer wat feller wordt gezet kom ik uit de meditatie, even kijk ik verwart om mij heen want de meditatie was heel diep. Dan sta ik op en ga ik weer zachtjes op het bed zitten. De man die er eerder al was heeft duidelijk vandaag de wacht, maar ook vandaag gebeurt er niks. Ik zit rustig op het bed en trek me nog steeds niks aan van het constant op mij letten van anderen. Ik verwacht dat de lampen redelijk snel gedimd zullen worden maar dan komt er plots een zwaar gewond iemand binnen, hij heeft een zwaar bloedende arm en zijn gezicht is helemaal kapot. Hij sleept zich voort en er is niemand met hem mee. Ik hoor dat Rewno opgeroepen wordt en de lichten zijn niet constant aan. Ook zie ik dat het beeld steeds veranderd met kleuren dus ik besluit er tegen te gaan leunen om bij de volgende hapering er door te kunnen, door de onzichtbare muur dus. Binnen enkele seconden is dit maar de man in het geel heeft het te druk met de zwaar gewonde. Ik besluit naar hem te gaan en dan zie ik iets wat die gele duidelijk nog niet heeft gezien, een miniscuul wondje aan zijn teen vlak bij een slagader. Ik ga nog sneller naar hem toe en blokkeer dan op een speciale manier de slagader, de gele is echter zo druk bezig met voor die man te zorgen dat hij mij niet eens door heeft. Pas als Rewno binnen komt en hij daarvan op kijkt heeft hij mij door en schrikt. Rewno zegt echter dat dit niet nodig is en kijkt waarom ik me zo dicht bij hem heb gebracht, dan ziet hij het wondje en knikt. Hij pakt een scanner en heelt het wondje, dan zegt hij dat het goed is dat ik het gezien had want dat het anders heel verkeert af had kunnen lopen, ondertussen is hij al weer bezig met genezen. De gele gaat ook door maar heeft een verwijtende blik op zijn gezicht duidelijk gericht op ons. Na een half uur is hij stabiel en dan richten ze hun aandacht op mij, echter ben ik deze keer meer op mijn hoede voor een plotselinge handeling. Ik kijk wel uit.

Rewno ziet het maar wat hij gaat doen is niet duidelijk, wel houdt hij de andere op afstand. “Geduld Yrun, ik regel het wel.” De andere heet blijkbaar Yrun. Dan richt Rewno zijn aandacht weer volledig op mij maar zwijgt, als ik ongemerkt een beetje ontspan vraagt hij of ik mee wil lopen. “Naar de cel zeker.” Zeg ik op een moppertoon maar ik knik toch. “Het is geen cel, maar enkel een behandelhoek waar een krachtveld jou binnen houdt. Het gaat in dit geval moeilijk anders dus kom...” en we lopen naar de welbekende hoek. Yrun haalt het krachtveld eraf en ik loop naar binnen. Dan zet hij het er weer op en samen lopen Yrun en Rewno weg naar de zwaar gewonde. Daar zijn ze nog zo’n anderhalf uur bezig voordat ze inderdaad de lichten dimmen en vertrekken. Ook ik ga liggen en slaap, het ene moment rustig en diep, het volgende moment onrustig en licht. Ik voel me echter wel een heel stuk beter wanneer ik wakker word, maar dat verandert al snel daarna. Ik ben namelijk wakker geworden van een geluid en nu zie ik Iris naar binnen gedragen worden. De lichten gaan automatisch aan en ik voel Iris nauwelijks kwa kracht. Ik spring direct uit bed en sta bij de inham te kijken hoe Rewno, Yrun en nog een flink aantal anderen haar proberen weer erbovenop te krijgen maar het heeft tot nu toe geen effect. Ik hoor dat ze inderdaad toestemming hebben gekregen om ons naar aarde te brengen en dat zelfs Mikador mee mag. Rewno ziet dat het helpen geen nut heeft bij Iris en loopt dus naar mij. Hij haalt het krachtveld eraf en vraagt mij zo snel mogelijk mee te komen. Hij doet mij witte handschoenen aan, geeft mij een shirt met lange mouwen tot halverwege mijn handen en een cape met masker, bril, capuchon en touwtjes. Ook geeft hij mij een wijde broek met lange pijpen die net niet over de grond slepen en laarzen tot halverwege mijn kuiten vastgemaakt met dunne leren veters. Ik schiet het aan en hij doet mij wat blekende make-up op rond mijn mond. Dan doe ik het masker nog eens goed en het blijft nog goed zitten ook, door de glazen zijn volgens hem niet heen te kijken vanaf zijn kant. Ik kijk in de spiegel en zie wat hij bedoelt. Raar zie ik er wel uit maar niemand zal meer zien dat ik niet een aardling ben. Dan vertrekken wij, ik loop maar achter hem aan want waar naartoe weet ik niet. We lopen door wat gangen en dan zie ik Iris. Ik krijg mijn paspoort en wat geld, zal daar straks wel wat over vragen. Dan gaan we bij Iris staan en plots zijn we dan op een planeet, Aarde blijkbaar. Rewno toetst wat in op een ding en daarna zegt hij daartegen waar we zijn en dat hier een doodziek meisje ligt. “Oké, zal ik doen. ... Ik blijf bij haar. ... Ja, tot ziens.” Dan vertelt hij mij een paar passen achteruit te doen. Al snel hoor ik sirenes en ik schrik op. “Rustig blijven Trooi, het is de ziekenwagen. Ze brengen Iris naar het ziekenhuis en ik ga mee, jij moet maar ergens blijven hangen. In de bosjes vind jij jouw zwaard. Doe die om en blijf voor de rest langs de weg maar uit het zicht. Dan pik ik je wel weer op. Ik geef je trouwens ook nog een Trai, zal ik helpen hem te bevestigen?” Ik knik en hij heeft het zo voor elkaar.

De ziekenwagen arriveert en ik ben verbaasd van wat het is, maar ik houd me afzijdig. Als ze vertrekken groet ik met mijn hand naar Rewno, maar hij groet niet terug. Als ze uit het zicht verdwenen zijn haal ik mijn zwaard uit de bosjes. Ik let op dat niemand mij ziet en volg de weg waar de wagen weg reed. Ik loop al snel niet meer tussen de huizen maar toch loop ik nog een heel stuk voordat ik een plek vind die ik wel geschikt genoeg vind om de rest van de nacht door te brengen. Ik ga daar zitten, het is voorbij een heuvel met een zo’n twintig meter verderop nog een heuvel met daartussen dus een dal, deze blijkt ook diep genoeg te zijn, daarna rust ik uit van de laatste gebeurtenissen. Stukken slapend en stukken mediterend. Pas wanneer de zon hoog in de lucht staat hoor ik de eerste geluiden van wagens, nog een tijd later hoor ik iemand mijn naam roepen, het is Rewno.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst: 23-07-06 13:41

weer 2 goede stukken, net weer even bijgelezen, want ik ben net terug van vakantie, ik hoop dat Iris het overleeft en ben ook wel benieuwd wat ze nou precies heeft;)

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [verhaal] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 13-08-06 20:35

Sorry voor het lange wachten op een nieuw stuk, had geen inspiratie en mijn computer had kuren. Maar hier is het dan, niet super maar toch.

Citaat:
Ik luister of ik veel wagens hoor maar als dat niet het geval is sta ik op, dan ziet Rewno mij en zegt dat ik een goede plaats had uitgezocht. Ik knik maar vraag of we verder kunnen. Rewno zegt: “Oké, maar kan jou zwaard niet van achteren uit zijn houder gehaald worden?” Ik schud nee, dan leg ik uit waarom: “Ik heb alles zelf gesmeed en gemaakt, dus zowel het zwaard met het handvat van een Itrof-gewei als de houder die deels ook van Itrof-gewei is gemaakt, deels van Rutro-hout en deels van satel (een soort dat nog harder en sterker is dan staal en heel veel werk om te maken waardoor het zeer kostbaar is). Bij het maken heb ik er op gelet dat het geheel heel licht bol naar mijn kant toe staat, zo’n 1½e graad, echter de laatste cm heeft een hoek van 3 graden. Deze afwijking heeft eigenlijk geen één zwaard en bijna niemand kan dus zomaar met mijn zwaard omgaan en er van achter uitgetrokken worden is helemaal niet mogelijk. Zelfs als ze het voor mekaar krijgen om het van voren eruit te trekken, wat zeer onlogisch is, heb ik het zwaard zo weer in handen aangezien ik het dus van binnen en buiten ken.” “Wow...” Hij controleerd nog even of mijn kleding goed zit en daarna lopen we weer terug. Het valt me op dat iedereen wijkt, maar ik trek me er niet zo veel van aan. Het wordt steeds drukker met wagens en ik vraag waarom. Rewno grinnikt en zegt dat ze hier zo gewoon van A naar B rijden en dat de kleine auto’s heten, de grote met ramen bussen en die zonder ramen vrachtwagens. Ook weer wat geleerd. Dan zie ik een klein meisje de straat op rennen, ik hoor piepende remmen. “Oh my...” zegt Rewno en begin te rennen, het kindje weet duidelijk niet meer waar ze heen moet. Ik pak haar maar zie dat er geen tijd is en ga plat op de grond liggen en druk dat meisje ook plat op de grond. De vrachtwagen raast over ons heen, ik krijg een tik van iets en ben versuft. De vrachtwagen is voorbij en ik weet dat het meisje het goed heeft gehad, want ik had mijn hand op haar hoofd gehouden. Ik zie zelf echter maar vaag en heb barstende koppijn. “Alsof iemand me met een knuppel heeft geslagen.” Fluister ik tegen Rewno die net als vele anderen geschrokken aan is komen lopen. “Je hebt haar leven gered maar we gaan wel direct naar mijn huis, dan kan je bijkomen.” Ik knik maar als ik opsta moet ik even een stapje opzij doen om niet om te vallen. Rewno pakt me vast en hoewel ik dit niet prettig vind laat ik het wel toe want ik ben ook duizelig. Ze bedanken me ontzettend en vragen bezorgt of ze me naar een arts moeten brengen maar gelukkig zegt Rewno dat dit niet nodig is. Na een paar minuten zijn ze eindelijk uitgepraat en ondertussen heb ik mijn evenwicht ook weer volledig teruggevonden. Rewno merkt het en laat me los, dan lopen we weg van daar.

Het is zo’n 10 minuten lopen naar het huis van Rewno maar het lijkt veel langer. Rewno doet de deur open en zegt tegen mij niet op de rommel te letten. “Ik ben er namelijk al zo’n 5 jaar niet meer geweest, het verbaast me dat het niet is gekraakt eigenlijk.” Ik vraag niet door over dat maar juist waar het bed is. “In de gang de trap omhoog en dan naar rechts en weer de 3e links. Ik doe wat hij zegt en nadat ik het bed even heb uitgeklopt, het is nogal stoffig. Door de hele kamer stuift het stof dus ik doe het raam open en daar stuift een hele laag viezigheid ook af. Hierna doe ik mijn cape af, ga ik liggen en val in slaap. Dromen doe ik niet, ik slaap deze keer zeer diep en zeer lang.

Als ik wakker word draai ik me om zodat ik weer kan gaan slapen maar dan bedenk ik waar ik ben en besluit toch maar mijn bed uit te komen. Ik trek mijn cape aan zodat ik er geen gezeur over krijg en ga dan de kamer enigzins uitwapperen met de ramen open. Ik hoor wat gestommel op de trap dus sjor mijn cape nog eens recht en kijk wie daar de trap op komt, het is Rewno. “Aan het ontstoffen?” vraagt hij, ik knik ter bevestiging. “Het was inderdaad wel hard nodig, ben er zo’n 4 jaar niet meer geweest. Mijn moeder komt alleen eens in de week langs om de post weg te halen. Je mag je cape trouwens wel afdoen hoor, hier komt toch niemand. Nou ja, mijn moeder elke woensdag rond zeven uur ’s avonds maar het is vandaag donderdag dus dat duurt nog wel even. Als alle ramen open staan ga ik helpen met ontstoffen, ook ga ik kijken hoeverre ik mijn kleding nog aan kan en hoeverre alles het nog doet.” Weer knik ik. Dan loopt Rewno weg en doe ik mijn cape af, hierna ga ik weer aan het werk. Langzaam aan begint de kamer er weer bewoont uit te zien. Rewno komt nog een aantal keer langs maar doet ook de andere kamers. Na zo’n 6 uur met alleen een toilet- en eetpauze ben ik helemaal klaar met de kamer en ga ik naar Rewno om te vragen waar ik nog meer kan helpen. Hij zegt dat de kamer rechts van de kamer waar ik geslapen heb, de logeerkamer, ook nog gedaan moet worden maar dat deze niet zo ontzettend uitgebreid hoeft. Hij glimlacht, “Geen enkele kamer hoeft zo uitgebreid als jij het gedaan hebt trouwens, maar je was zo lekker bezig.” Hij kan zich nog net inhouden niet ontzettend in lachen uit te barsten als ik frons en zeg dat ik nou eenmaal in een schone ruimte probeer te slapen. “Dat is je dan goed gelukt.” Dan loop ik weg, naar de kamer rechts van de logeerkamer. Iedere kamer heeft een bordje en deze kamer blijkt de studeerkamer te zijn, interessant. Hoewel Rewno heeft gezegd dat deze niet zo uitgebreid hoeft doe ik dit toch, deze kamer is ruim en goed belicht met vele boeken. Ik zal hier waarschijnlijk nog vele uren in doorbrengen en dus moet deze ruimte schoon zijn. Ik werk er zo’n 3 uur nog aan maar daarna zegt Rewno at we moeten gaan slapen en het is ook al donker geworden. Volgens Rewno is het rond middernacht, het zal wel waar zijn dan. Ik loop weer terug naar de logeerkamer en bedenk voordat ik in bed ga liggen dat ik alle kamers ook echte namen ga geven. Wanneer ik nog maar een paar seconden in bed lig echter, ben ik al vertrokken. Het was toch best een zware dag.

De volgende dag sta ik met de eerste stralen op. Ik ga me wassen en kleed me aan. Dan ga ik weer verder met opruimen en ontstoffen van de studeerkamer. Na enige tijd hoor ik wat gestommel en zie ik Rewno met een slaperig gezicht, “Weet je wel hoe laat het is? Ga slapen, dat wil ik namelijk ook kunnen doen. Over een uur of 3 is het pas tijd om op te staan.” Ik zeg dat ik niet meer kan slapen en vraag of hij een ding heeft waarmee ik de boeken die hier liggen kan lezen. Hij knikt en loopt slaperig weer naar beneden terwijl hij me vraagt te volgen. Beneden geeft hij mij dit ding en vertrekt daarna de slaapkamer in. Ik ga weer naar de studeerkamer en kijk met dat ding wat voor boek mij interessant lijkt, uiteindelijk kies ik een boek over wiskunde. “Wiskunde deel 1, voor de beginners. Gaat door tot niveau expert met deel 30.” Ik kijk of de andere delen er staan en ze blijken er allemaal te zijn. Wat lege papieren en een pen erbij en ik begin me door het boek te worstelen. Als Rewno bij mij langs komt ben ik bijna aan het eind van het eerste hoofdstuk. Hij zegt dat het tijd is voor een ontbijt en vraagt of ik de hele tijd met alleen dit hoofdstuk ben bezig geweest, ik knik bevestigend. “Dan zal je waarschijnlijk niet zo veel wiskunde hebben gehad. Je bent er namelijk zo’n 4 uur aan bezig geweest.” Zegt hij glimlachend. Ik kijk enigszins verbaasd maar knik dan, “School heb ik nooit gehad, lezen en schrijven leerde je van je ouders net als tellen en simpele rekensommen. De rest was niet belangrijk, dit heb ik dus nooit geleerd.” nu is het Rewno’s beurt om enigszins verbaasd te kijken, ik glimlach. “Laten we inderdaad maar gaan eten.” en samen gaan we naar beneden.