Ik keek de man aan. "Mag ik vragen wie u bent?"
De man keek me aan, en ik voelde me warm worden van binnen.
"Ik ben Ben." Zei de man. Ik ontweek zijn ogen, de warmte werd mij van binnen iets te veel.
"Nou Ben. Ik ga nu naar huis. Dus tot ziens!" Zei ik vol zelfvertrouwen. Ik draaide zich weer om, en wou een stap naar voren nemen. Maar iets hield me tegen. Mijn arm, een hand lag om mijn arm heen. Mijn gevoel zei dat ze het moest negeren, maar mijn hart zei dat dit wel leuk was. Mijn ogen staarden naar zijn hand, en zag twee onwijs mooie ringen om de ring vinger en de middelvinger zitten. Zilver gekleurd waren ze, met een aparte gravering. Allebei anders.
"Wat is jou naam?" Vroeg Ben.
Ik keek naar Ben. "Raad maar."
"Oow... Ik ben niet goed in raden. Zeg het maar." Zei Ben.
Ik wees naar mijn ketting, waar mijn naam in stond. "Zo heet ik."
Ben keek naar de ketting, en las de naam. "Patty Brard?" Grapte hij.
Ik kon er niet om lachen, en liep weg. "Wacht!" Hoorde ik achter me, maar ik liep door. Mijn gevoel was dat ik dit moest doen
*edit, ik maak er een ik-persoon van
