Citaat:‘Ik dacht dat je wat zei,’ Zijn ogen kijken mij scherp aan, alsof hij mijn gedachten binnen wil dringen. Mijn vrolijke en opgelaten humeur is meteen verdwenen. Een koude rilling loopt over mijn rug, doodsbang voor de blik in zijn ogen. Zijn ogen stralen één ding uit. Moord.
Citaat:Resoluut draai ik mij om, zijn blik ontwijkend.
‘Janice, ik sms je nog wel over de moord op Rose okey? Ik wil het er nu niet over hebben.’ Handig draai ik mijn fiets om en zorg dat ik zo snel mogelijk weer thuis ben. Een thuis die opeens zo veilig lijkt. Lijkt, want ik realiseer mij opeens dat Laurens de sleutel van ons huis heeft. Snel grijp ik mijn telefoon en stuur hem een smsje, hij moet die sleutel gewoon terug geven en dat zo snel mogelijk! Ik wil niet dat hij hier zomaar binnen kan komen. Straks voert hij nog uit wat zijn blik zei. Een snelle blik op mijn handen zegt mij dat ik zit te trillen van angst. Ik probeer de vraag ‘Wat nou als…’ uit mijn hoofd te bannen, maar het lukt niet.
Wat nou als ik niet met hem gezoend had? Wat nou als hij Anna écht vermoord heeft? Wat nou als hij de huissleutel gekopieerd heeft? Wat nou als…
‘Kappen nu!’ schreeuw ik mijzelf uit onmacht toe. Ik wil dit niet, deze angst, deze onzekerheid, ik kán het gewoon niet! Zonder dat ik het door heb glijden de tranen over mijn wangen, even blijven ze aan mijn kin hangen om zich vervolgens op mijn broek te laten opdrogen. Te verdwijnen. Alsof ze nooit bestaan hebben. Even slik ik. Was ik maar een traan, dan bestond dit allemaal niet. Ik grijp mijn benen vast met mijn armen en laat mijn kin op mijn knieën rusten. Zachtjes wieg ik mijzelf heen en weer, niet wetend wat te doen, geen oplossing vindend.
‘Waar ben je Rose, als ik je écht nodig heb? Je bent toch een geest? Dan zit je toch niet vast op een plek?’ Fluister ik zacht, hopend op een teken, wat dan ook. Een teken dat zich niet laat zien, niet laat voelen, niet laat horen. Ondertussen staar ik hopeloos voor mij uit terwijl de tranen zich opwellen in mijn ogen. Mijzelf afvragend of het ooit nog goed komt. Maar de oplossing lijkt nu verder weg te zijn dan ooit. Simpelweg, omdat de naam en de persoon die ik als moordenaar zie, niet overeen komen, zelfs niet in de breedste zin van het woord.
Plotseling begint mijn telefoon te trillen. ‘Hey! Ik hoorde van Sjaak dat je terug komt! Wou je even feliciteren! Liefs Marc’ Lees ik op het scherm. Even glimlach ik. Een vage tinteling gaat door mijn buik. Voordat ik het door heb, sms ik hem terug. Als ik binnen een paar minuten weer een smsje terug heb begin ik te lachen. Ik betrap mijzelf er zelfs op dat ik het helemaal niet erg vind om hem te smsen. Sterker nog, ik word ook nog nieuwsgierig naar hem. Ik weet dat hij geweldig kan zoenen, maar hoe zou hij verder zijn? Zal ik hem durven vertrouwen en eens met hem gaan daten? Zou ik uiteindelijk durven te vertellen over Rose? Na een kwartier waarin heel wat af is gesms’t krijg ik een smsje of we een keer wat kunnen afspreken. Even word ik overspoelt door twijfel. Wil ik dat? Durf ik dat? Ik haal mijn schouders op. Wat heb ik te verliezen? Voordat ik het zelf doorheb stem ik toe. Angst is voor even, spijt is voor je hele leven toch? Tot mijn opluchting stelt hij voor om gewoon een avondje samen te gaan poolen. Iets wat ik niet kan, maar wel iets op een locatie waar meer mensen zijn dan hij en ik alleen. Ergens word ik overspoeld door opluchting.
‘Hey! Ben je al thuis?’ Verbaasd stapt Anna aan het einde van de middag de kamer binnen. Ik knik even.
‘Hoe ging het bij Sjaak en Sjors? Is het gelukt?’ Ik glimlach even en knik ja. Anna glimlacht even, vervolgens knikt ze kort en loopt ze door naar de keuken. Een tijd lang hoor ik gerammel in de kastjes en even later hoor ik dat het eten wordt opgezet.
‘Lisa! Kun je mij even helpen? Je doet nu toch helemaal niks.’ Klinkt het opeens vanuit de keuken. Plotseling komt de melodie van ‘doe dit doe dat’ in mijn hoofd, een nummer dat ik even van te voren op de radio heb gehoord. Zomaar vanuit het niets begin ik het te zingen.
‘Doe dit doe dat is alles wat ik hoor
Ik ben het zat dus draai nu me zin eens door
Laat mij nu maar ik ga m’n eigen weg
Ik wil gewoon helemaal niets’
Het galmt vrolijk door de huiskamer heen. Anna komt de keuken uit en hoort mijn gezang even aan. Dan begint ze te lachen.
‘Nooit geweten dat jij een Jim fan bent Lisa!’ Grijnst ze even. Ik haal mijn schouders op. Het klopt dat ik geen fan ben van Jim, sterker nog, ik vond hem altijd helemaal niks. Maar het nummer daarentegen is juist hartstikke fijn. Nog even zing ik een paar regels van het nummer zachtjes en maak ondertussen een paar danspasjes.
‘Ben je alleen zo vrolijk omdat je weer aan het werk kan of?’ Even houdt ze haar hoofd schuin, in haar ogen brand nieuwsgierigheid. Ik kan het niet laten en begin te lachen. Ontschuldig kijk ik haar aan.
‘Nee hoor, niks aan de hand. Hoezo?’
‘Het lijkt alsof je verliefd bent. Dat is alles.’ Reageert ze rustig. Even denk ik na. Doe ik verliefd? Ik heb wel veel meer energie dan vanochtend dat wel. En de angst die ik vanmiddag had is ook verdwenen. Even speelt er een glimlach langs mijn lippen.
‘Tot zoverre ik weet ben ik niet verliefd.’ Ik grijns even en Anna begint nog meer te lachen.
‘Goed, als je toch niks los wilt laten, mag je mij nu gaan helpen bij de salade. Goed plan of?’
‘Ik vind het goed,’ reageer ik snel. ‘Wat wil je in de salade hebben? IJsbergsla? Komkommer? Appeltjes? Druifjes enzovoorts?’ Anna knikt even.
‘Komt wel goed dus. Dan ga ik eens bezig met de aardappelen enzovoorts, misschien kan ik je ondertussen nog wat uithoren over jouw vrolijkheid.’ Reageert Anna op haar gemak. Even kijk ik haar aan. Anna’s ogen glinsteren van plezier.
‘Moeten we dan niet bezig?’ Probeer ik haar voorzichtig op andere ideeën te brengen. Als ik ergens een hekel aan heb, is het wel een kruisverhoor over dingen die ik zelf ook niet begrijp.
‘Hallo? Iemand thuis?’ Klinkt het opeens in de huiskamer. Even kijk ik Anna aan.
‘Ik ga wel,’ reageer ik snel, wetend dat het Laurens is die de sleutel komt brengen. Ik loop de huiskamer binnen en inderdaad, daar staat hij. Even peil ik hem en ontdek zijn onzekere houding. Met een bedenkelijke blik neem ik hem in mij op. Waar is zijn houding van vanmiddag gebleven?
‘Je wou de sleutel.’ Zegt hij opeens. Ik knik kort en strek mijn arm uit. Laurens strekt zijn arm uit en geeft mij de sleutel. Op het moment dat ik de sleutel wil overnemen trekt hij hem snel terug. Op zijn lippen zit een scheve glimlach.
‘Waarom wou je de sleutel terug?’ Voor de tweede keer vandaag kijkt hij mij strak aan. Hij probeert een antwoord af te dwingen, realiseer ik mij.
‘Ik vertrouw je niet, je komt op de meest ongelegen momenten het huis binnen en je maakt misbruik van de sleutel. Genoeg antwoord?’ Reageer ik op spottende toon.
‘Laatst vond je het anders helemaal niet erg dat ik er was om je te troosten.’ Reageert hij op dezelfde spottende toon. Even deins ik terug van zijn reactie. Die had ik niet zien aankomen.
‘Jij hebt gewoon misbruik gemaakt van de situatie.’ Bijt ik hem toe.
‘Misbruik gemaakt? Hoezo?’
‘Door mij zomaar te zoenen.’
‘Het was een zoen! Wat is je punt?’
‘Dat je even later bij Janice was om met haar iets te beginnen? Terwijl je nét vrijgezel was? Moest je mij er even tussendoor nemen? Was dat nou nodig?’ Onzeker kijk ik hem aan. De woede borrelt in mij op. Even kijkt hij mij aan alsof hij mij wat wil zeggen. Dan schut hij zijn hoofd.
‘Nou zeg het maar!’ Schreeuw ik hem toe. Laurens schut zijn hoofd.
‘Het heeft geen zin, je zou het toch niet begrijpen. En bovendien was jij net zo erg, want jij had de avond voordat je met mij op jouw bank zoende, met een ander gezoend. Dus ik vraag mij nog steeds af wat je punt is.’
‘Dat ik mij gebruikt voel?’
‘En die Marc dan? En ik?’
‘Jij zoende mij.’ Fluister ik bijna.
‘Jij zoende terug.’
‘Maar jij begon.’
‘Gedraag je nou niet als een klein kind, Lisa! Ik heb geen zin in een welles – nietes spelletje.’ Zijn ogen boren zich in de mijne. Ik voel dat ik begin te blozen.
‘Mag ik mijn sleutel terug?’
‘Dat mag je.’ Hij gooit mij de sleutel toe en draait zich om. Even later hoor ik de buitendeur dichtslaan. Anna komt achter mij staan en slaat haar arm om mij heen.
‘Ik neem niet aan dat je erover wil praten, maar mocht je wat kwijt willen…’
‘Anna, hou je mond en laat mij met rust.’ Bijt ik haar toe, haar arm schut ik van mij af en pak mijn telefoon van de bank. Vervolgens sla ik de deur met een klap dicht en loop naar boven. Diep verzonken in mijn gedachten en mijn twijfels. Heeft Laurens het wel gedaan? Of moet ik toch meer mensen in de gaten gaan houden?
En nu wil ik eens goed de mening van iedereen horen.
Welke naam staat er op het papier?
Wie is volgens jullie de moordenaar?
Wat moet er volgens jullie gebeuren? (als in liefde, woede, verwarring ect)
Ik liebt dit verhaal
en dat moet dus met een D
)?

Bedankt voor de reacties!


Ik denk dat het Marc is 
