Met snelle passen liep ik terug naar het gebouw. Nog geen auto te zien. Met grof geweld probeerde ik de deur open te maken.
Ik trapte er tegen, en de deur ging langzaam open. Bello kwam meteen naar me toe gerend, met haar staart tussen haar benen.
"Bello" Zei ik zachtjes. Ik liep naar binnen om haar riempje te pakken.
Bello rende snel naar buiten terwijl ik het spoor volgde. Langs het bed, opzoek naar haar riem. Ik keek op de grond, en zag het briefje liggen. "Ooh ja" Dacht ik in me zelf. ik pakte het op, en stak het briefje in m'n zak. Ik keek snel verder, en hoorde weer een auto. Ik haaste me, en zag de riem, en vluchtte snel naar buiten. Daar zag ik een rode peugot aanrijden. Ik begon te rennen, het strand op. Bello vond het wel een spelletje, en rende met me mee. Ik durfde niet achterom te kijken, maar deed het toch wel. Twee jongens stapten uit de auto, en staarden naar me. maar deden niks.