Het was even opstarten weer, vooral omdat ik veel details al weet over het einde ect. Maargoed, ik zou mijzelf niet zijn als ik jullie nog wat dingen te verklaren had én jullie eens even goed in de war zou gaan brengen 
Even van dat verklaren: Waarom Laurens het huis elke keer binnen kwam...
En ergens ben ik niet tevreden over het stuk, maar dat komt denk ik ook omdat ik er weer even in moest komen... Over mijn examens: Ze gingen lekker, 14 juni de uitslag... En met stress probeer ik altijd mijzelf af te leiden door dingen te gaan doen.. Dus wie weet rag ik er de 14de 5 stukken uit ofzo
Verder iedereen bedankt voor de reacties! Opmerkingen, fouten, onduidelijkheden? Melden! Het mysterie over de moordenaar? Ik laat niks los 
Veel plezier!
Citaat:
‘Nou Janice, wat heb je te melden,’ mompel ik zacht. ‘Ik weet hoe Rose is vermoord. Het zal niet lang meer duren totdat jij dat ook weet. X Janice’ Ik haal mijn schouders op, als het goed is staat toch ook in het boek hoe Rose is vermoord? Vervolgens ontdek ik dat het al ruim tijd is geweest om op te staan. Lui rek ik mij uit en stap mijn bed uit. Bij mijn kledingkast ruil ik mijn slaapkleding in voor een leuk zomerjurkje. Opeens schiet mij het smsje van Janice te binnen. Zou ze het écht weten of weet ze het omdat ze het heeft gelezen in het boek? Met een ongekende snelheid die ik normaal niet weet te behalen als ik lui ben haal ik de stok tevoorschijn en maak het haakje los. Even later sta ik op de zolder met het boek in mijn handen. Mijn ogen lezen de titels: Mogelijke dader, motief, locatie, moordwapen. Géén manier van vermoorden concludeer ik. Nu mijn nieuwsgierigheid gewekt is ga ik op de bank zitten en lees door wie de mogelijke dader is. Ook al had ik een vermoeden, toch schrik ik als ik de naam van de mogelijke dader lees. Als ik even later doorlees vind ik dat het motief ook bij haar past. Ze moest toch een plaats in nemen? Nou ja, ze moest het niet. Ze wou het. Mijn handen beginnen te trillen van woede. Dan lees ik de tweede naam die op het papier staat. Ik voel dat ik wit weg trek. Waarom zou hij mijn moeder willen vermoorden? Plotseling valt de brief op de grond. De woorden ‘Ze hoort bij mij’ en relatie’ trekken mijn aandacht. Mijn blik gaat terug naar de naam die in het boek staat. Ik zie de angstige blik van Gert toen ik zijn naam noemde weer voor mij. Ik schud mijn hoofd.
‘Hij kan het niet gedaan hebben.’ Zeg ik hardop tegen de stilte om mij heen.
Citaat:
‘Het kan niet, het mag niet. Niet hij.’ Even vergeet ik dat hij misschien wel dé moordenaar van mijn moeder kan zijn. Maar ik wil het niet geloven. Het kan niet. Hij is geen moordenaar! Opeens voel ik een aanwezigheid. In een reflex pak ik een aantal kaarsen en zet ze in de vorm van een pentagram. Voordat ik ze aansteek leg ik in het midden van de pentagram een roos. Daarna steek ik de kaarsen één voor één aan en concentreer mij op Rose. Een lichte windvlaag steekt op en dan staat Rose voor mij. Ze glimlacht even.
‘Je hebt het boek weer.’ Concludeert ze als ze het op de bank ziet liggen.
‘Ja, niet dat ik er wijs uit word.’ Reageer ik zacht.
‘Hoezo niet?’
‘Het verward mij.’
‘De naam die je niet verwachtte.’ Concludeert Rose nog even verder. Ik knik.
‘Misschien kan je hulp van buitenaf krijgen?’ Rose kijkt mij onderzoekend aan.
‘Ik geloof dat er wat aan de hand is. Janice?’ Ze neemt mij rustig op. Ook mijn reactie op de naam Janice merkt ze op. Haar blik verhard.
‘Ik wist dat er iets niet met haar klopte. Vertel.’ Beveelt ze mij.
‘En wat wil jij met die informatie doen? Jij bent er niet meer.’ Val ik tegen haar uit. Opeens gooi ik alle emotie die ik heb opgespaard eruit en vloeien de tranen over mijn wangen. Rose kijkt mij aan met een moederlijke blik.
‘Het zou op dit moment erg handig zijn geweest als ik er nog was.’ Merkt ze op.
‘Dan zaten wij nu ook niet in deze situatie. Sterker nog, dan had ik niet hoeven uitzoeken wie jou heeft vermoord. Ook al vind ik het raar dat jij mij het niet gewoon zegt.’ Ratel ik nog even op boze toon door. Rose kijkt mij ondertussen hopeloos aan en schudt een aantal keer haar hoofd.
‘Je weet dat ik dat niet mag doen. Maar vertel wat is er met Janice aan de hand?’
‘Zij weet hoe jij bent vermoord en zegt dat ik dat binnenkort ook weet. Maar op dit moment ga ik haar even uit de weg want zij heeft Laurens bij Irma weg weten te krijgen.’
‘En Laurens is hier nog geweest.’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Dat weet ik gewoon.’
‘Nee daar heb ik wat aan.’
‘Pas op voor Laurens Lis…’ Rose haar stem valt weg.
‘Waarom? Hoe komt hij hier trouwens elke keer in huis?’
‘Hij heeft de sleutel.’
‘Waarom?’ Rose kijkt mij bedenkelijk aan. Een tijd lang is het stil.
‘Ik…Ik…’ Hakkelt ze even.
‘Ik wou dat ik het wist.’ Besluit ze dan.
‘Lis, het spijt mij. Ik moet gaan. Het lukt je vast wel zonder mij.’
‘Nee! Dat kan ik niet Rose! Blijf hier!’
‘Het gaat niet. Dank je wel voor de roos. Ik hou van je.’ Het volgende moment is ze weg. De kaarsen doven. Een tijd lang kijk ik naar de plek waar Rose stond. De roos die op dezelfde plek lag is verdwenen.
De volgende ochtend open ik nog slaperig mijn ogen. Lusteloos draai ik mij nog even om. Wat zal ik vandaag gaan doen? Ik kom geen steek verder wat de moord op Rose betreft. Het enige wat ik heb is een naam, waarvan ik niet wou dat die naam genoemd was, én een smsje van Janice waarvan ik niet weet wat ik ermee aan moet. Mijn blik glijdt door de slaapkamer heen. Even blijft hij rusten op de computer. In een opwelling schiet het mij te binnen dat ik wel wat onderzoek naar de naam kan gaan doen. Echt veel weet ik niet van hem. Loom stap ik mijn bed uit en loop nog slaperig naar de computer. Tot mijn ergernis duurt het even voordat hij is opgestart. Nerveus tik ik met mijn vingers op het bureau totdat de computer eindelijk is klaar is met opstarten. Uiteindelijk is het zover en staar ik nerveus naar het beeldscherm, mijzelf afvragend of ik dit wel wíl. Want wat als ik de waarheid ontdek? Dat hij inderdaad niet de persoon is die ik dacht dat hij was? Hoe zal ik dan op hem reageren? Afstandelijk? Kwaad? Verdrietig? Alles behalve mijn gedrag naar hem toe op dit moment? Even voel ik zijn handen weer en een lichte zindering gaat door mij heen. Dan weet ik het zeker. Hij kan het niet gedaan hebben. Het kan gewoon niet. Sterker nog, het mag niet waar zijn.
Nog even staar ik naar mijn computer en bekijk even of ik nog e-mail heb. Tot mijn verbazing staan er mailtjes in van Sjaak, als ik ze aanklik zie ik dat het werkroosters zijn. Even speel ik met mijn haren. Er danst een idee door mijn gedachten. Wat nou als ik bij Sjaak en Sjon langsga om mijn baantje terug te krijgen? Ik mocht hun een seintje geven als ik weer bij hen aan de slag wou. En misschien is het ook wel goed om weer te gaan werken, voor mijn geheugen, maar ook voor mijn vermoedens over verschillende personen. Ik bekijk nog even snel een paar sites en dan zet ik de computer weer uit. Snel kleed ik mij om en ren de trap af. Op een haar na mis ik Anna als ik de gang in storm. Anna, die mij verbaasd aankijkt en vervolgens haar schouders ophaalt én even later nog verbaasder kijkt als ik met een noodvaart de keuken weer uitstorm om vervolgens mijn fiets te halen.
‘Wacht eens jongedame!’ Hoor ik haar opeens zeggen. Ik trek mijn wenkbrauw op en draai mij om. Mijn blik spreekt boekdelen en Anna krijgt een kleur.
‘Ik wou alleen vragen waar je heen ging.’ Verontschuldigd ze zich. Ik glimlach even.
‘Naar Sjaak en Sjors, kijken of ik mijn baantje terug kan krijgen. Mijn geheugen eens opfrissen.’ Verklaar ik. Anna knikt even en in haar draai zegt ze ‘zes uur thuis!’ Zelf hoor ik het niet meer, vol energie fiets ik naar de stad, vastbesloten dat ik eens iets ga doen!
Met nog meer energie dan dat ik naar de stad gefietst ben, fiets ik een uur later weer terug. Tot mijn opluchting heeft Sjaak zich aan zijn woord gehouden, overmorgen mag ik al aan de slag! Ergens begint het te borrelen in mijn buik. Zal het lukken? Zal ik mij misschien wat herinneren? Wie weet zit alles nog als automatisme in mij. Wie weet… Ik gedachten fiets ik door. Opeens hoor ik wat geroep en ontwaak ik uit mijn gedachten. Waar kwam dat geroep vandaan? Dan zie ik opeens een wild zwaaiende Janice. Even stokt mijn adem. Naast haar staat Laurens. Laurens, de klootzak, die mij nog even moest hebben voordat hij zich aan Janice waagde. Ik realiseer mij dat ik nog steeds niet weet wáárom hij dat gedaan heeft. Als ik naar hen toe rij besef ik mij wel dat het geen goed plan is om hem daar nu op aan te spreken. Simpelweg omdat Janice erbij is. Janice begroet mij enthousiast. Blijkbaar is ze haar onverschillige gedrag van gisteren vergeten. Laurens reageert nauwelijks, hij lijkt mij te willen negeren. Lichtelijk spottend kijk ik zijn kant op. In mijn gedachten slinger ik allerlei opmerkingen naar zijn hoofd. Maar ook vooral de vraag waarom hij mij nog even moest gebruiken. Niet dat het nu echt nut heeft, maar vooral omdat het mij dwars zit. Vooral omdat ik mij gebruikt voel, iets wat ik absoluut niet wil. Ondertussen ben ik al zo ver in mijn gedachten verzonken dat het niet doordringt wat Janice mij verteld.
‘…Maar echt, zo is het gebeurd, zo is ze aan het einde gekomen. Ik weet zelfs de plek weet je dat!’ Even schut ik mijn hoofd. Wat gebeurd hier? Waar gaat dit over? Over welke plek heeft ze het? Dan schiet het smsje opeens door mijn hoofd. Daar heeft ze het over en ik, sukkel die ik ben, was zo druk met mijn oorlog tegen Laurens dat ik niet heb geluisterd. Langzaam beginnen mijn wangen te kleuren.
‘Hey… Luister je wel?’ Klinkt het opeens onzeker uit Janice haar mond. Ik schud mijn hoofd.
‘Sorry,’ Verontschuldig ik mij.
‘Ach, ik kan het mij wel voorstellen met zo’n stuk naast mij!’ Lacht Janice. Even kijk ik Laurens aan. Ondertussen kijkt hij mij aan met een blik die mij zegt dat ik niet lang meer zou leven als ik mijn mond ook maar open zou trekken over wat er tussen ons gebeurd is. Ik richt mijn blik naar beneden en hoop ondertussen dat ik niet ga blozen. Een tiental seconden bestudeer ik de straatstenen die in verschillende patronen gelegd zijn. Ik denk aan de blik van Laurens. De blik die mij haast wou vermoorden. Zou hij? Even zet ik mijn nagels in mijn handpalmen. ‘Als hij het had gedaan, dan had zijn naam ook op de lijst gestaan Lisa.’ Fluister ik zachtjes in mijzelf.
‘Zei je wat?’ Hoor ik Laurens opeens vragen.
‘N-Nee, hoezo?’ reageer ik snel.
‘Ik dacht dat je wat zei,’ Zijn ogen kijken mij scherp aan, alsof hij mijn gedachten binnen wil dringen. Mijn vrolijke en opgelaten humeur is meteen verdwenen. Een koude rilling loopt over mijn rug, doodsbang voor de blik in zijn ogen. Zijn ogen stralen één ding uit. Moord.