Jason keek mij aan. “Ik weet niet wat hij aan het doen was, maar het was duidelijk voor jou!”
Ik keek Jason even aan. "Zou best kunnen, maar voor mij hoefde hij niet zo achterlijk te dansen!"grinnikte ik. "Het zag er echt niet uit!" Antwoordde Jason. Het was al erg laat toen we allebei onze slaapplaatsen op zochten. We stonden nog even buiten te praten. "Nou, slaap lekker dan maar! En tot morgen." Even keek ik naar Jason. "Ja, jij ook." Snel gaf hij me een kus op mijn wang." Ik glimlachte even. "Je weet maar nooit! Straks deed die man wat als hij dit zag." antwoordde hij en liep weg naar zijn hut.
Ik grinnikte even en ging toen ook naar de mijne en plofte daar op mijn bed. Al snel viel ik in een diepe slaap.
Het zou toch wel goed komen? Het moest goed komen, het moest gewoon! Snel rende ik door het bos. Waar was Jason nou gebleven? Ze zaten achterons aan! Micheal mocht ons niet meer te pakken krijgen. Het mocht niet. We zouden er dan niet leven meer weg komen!
Met een schok werd ik wakker. Wat was dat een nare droom! Ik zuchtte even diep en stond op. Hoe laat zou het zijn? Het was in ieder geval licht, dus dan was het vast al morgen! Ik rekte mij even uit en liep naar buiten. Een paar mensen waren al bezig, zoekend keek ik om mij heen. Waar zou Jason zijn?
In gedachten verzonken slenterde ik langzaam door. "Hey!"Geschrokken keek ik om in de ogen van Jason. "Je hoeft niet van me te schrikken!" Ik glimlachte " Was even in gedachten en hoorde je niet aankomen!" Gaf ik als onnodig uitleg. Hij ging naast me lopen. "Lekker geslapen?" Vragend keek hij me aan. "Nee." Antwoordde ik een beetje verlegen. "Ik ook niet." Nu keek ik hem vragend aan. "Ik droomde over allerlei vage dingen." Zei hij alleen. "Ik droomde dat jij weg was en dat Micheal achter ons aan zat." Een beetje beschaamd keek ik naar de grond. "Gelukkig is dat niet zo." Was weer het simpele antwoord. "Ik ben niet zo snel weg te slaan!" "Mooi zo!" Antwoordde ik tevreden. We zagen een omgevallen boom en automatisch liepen we beiden erop af en gingen zitten. De boomstam was niet echt stevig en toen we er allebei tegelijk op gingen zitten zakte hij door. Met een plof belanden we samen op de grond. Geschrokken keek ik Jason aan en schoot toen in de lach. Het moest er vast stom uit hebben gezien! Hier lagen we dan op de grond half over elkaar heen. Eigenlijk lag ik wel best en was ik niet van plan om op te staan. Jason dacht blijkbaar hetzelfde, want ook hij stond niet op. Ik ging zitten en keek even om mij heen, de ogen van Jason te vermijden die me de hele tijd al aankeek.
Dit lukte niet en na een tijdje keek ik hem toch aan. Langzaam ging hij ook zitten en trok me naar hem toe. Onze lippen raakte elkaar. Opeens was er een harde schreeuw. Tegelijk sprongen we op en keken om ons heen. Daar stonden een paar mannen ontzettend boos te kijken naar ons. “Wat hebben wij gedaan?” fluisterde ik geschrokken naar Jason. “Ik denk dat ze het niet leuk vinden, dat wij daar samen lagen.” Was zijn droge commentaar. “Moeten we weg rennen of blijven staan?” Vroeg ik weer fluisterend. “We moeten onze spullen wel hebben denk ik. Dat ligt nog op een hoopje waar gister het kampvuur was.” “Midden in het kamp dus.” Concludeerde ik. Toen ze op ons af kwamen lopen renden we snel om hen heen naar het midden van de kamp. We raapten snel onze spullen op en probeerden zo snel mogelijk weg te komen!




