Citaat:TOM:
Het was inmiddels aan het schemeren en de bomen die rondom de blokhut stonden, waren erg hoog.
Veel licht werd er niet doorgelaten waardoor ik me goed moest inspannen om wat te zien.
De gordijnen waren bijna helemaal dichtgeschoven. Één lichtje brandde in de grote hut, dat betekende dat er wel iemand was.
Opgelucht dat de boswachter in zijn hut zat, liep ik om. De voordeur was aan de achterkant gemaakt zodat de boswachter direct zicht had op het bos.
Drie paar laarzen stonden geparkeerd bij de deur, waarschijnlijk van hem en zijn vrouw. Misschien had hij ook nog wel een zoon of dochter.
Ik nam een diepe zucht en klopte aan. Er gebeurde niks. Deze keer klopte ik iets harder aan, maar zonder effect.
De deur was enorm dik, grote kans dat ze binnen het geklop niet eens hoorde. Raar eigenlijk, hoe moest iemand de boswachter anders kunnen benaderen?
Een moment dacht ik na, wat moest ik nu beginnen?
Het raampje gaf een lichte tik. Snel wurmde ik mezelf door het raampje heen en liet me even uitgeput op het bed vallen.
Van binnen uit opende ik het raampje verder. Met wat aanmoediging sprong ook Splinter het bed op. Ik wist dat ik niet heel slim bezig was, maar de boswachter zou me vast wel begrijpen.
Dit was immers een geval van nood.
Het bed waar ik zojuist op was gesprongen bleek buiten gebruik, er lag een naturel kleurig matras in en ook het kussen was niet voorzien van een sloop.
Het bovenste bed was, net als het onderste bed, niet voorzien van een sloop en overtrek. Het schuifdeurtje voor mij sloot de bedden af van een andere ruimte, waarschijnlijk de woonkamer. Voorzichtig deed ik het schuifdeurtje op een kier, het was zo stil in de hut dat ik even ging twijfelen of er wel iemand was.
Met een kloppend gevoel in mijn keel liep ik verder, ik moest eerlijk toegeven dat ik niet zo’n grote held was. Het hielp voor mij al enorm dat Splinter erbij was, dat gaf me toch wat meer zekerheid.
Langzaam liep ik verder de hut in, de woonkamer was modern ingericht. De banken waren licht en ook de muren waren licht geschilderd. Overdag zou er veel licht door de enorme ramen komen, die nu waren afgesloten met een rolgordijn.
Ik ging me inmiddels afvragen waar de boswachter was, er hadden lampen gebracht en er stonden ramen open. Was dat geen teken dat er iemand was?
Stilletjes sloop ik verder, ik spitste mijn oren en hoorde vaag wat stemmen. Het waren meerdere stemmen, duidelijk mannenstemmen.
Ik schoof langs een deur heen, heel eventjes legde ik mijn oor aan de deur om te horen of er iets was daar binnen. Niets.
Naast de deur zat nog een deur, deze stond wel op een kier en toen ik de deur iets verder opentrok zag ik dat het een voorraadkast was. In de kast stonden diverse lekkernijen, chips, chocolade, maar ook grote zakken snoep.
Op de plank eronder stonden juist hele voedzame producten; pasta, pastasauzen, zakjes voor ovenschotels etc.
Ieder plankje was gestickert en netjes ingeruimd.
Plots hoorde ik de rechterklink van één van de andere deuren kraken, uit reflex schoot ik de voorraadkast in.
Een paar seconde erna besloot ik dat dit geen slimme zet was, als de boswachter precies in deze kast moest zijn had ik heel was uit te leggen.
De deur klikt nu helemaal open, net zo snel als dat hij was open gegaan ging hij weer dicht.
De voetstappen klonken heel dichtbij, de brok in mijn keel werd groter en eventjes sloot ik mijn ogen. Loop door, loop door, loop door, loop door.
Waarschijnlijk werd de deur naast mij opengemaakt. Ik deed mijn ogen weer open en moest even aan het donker wennen voordat ik alles weer kon plaatsen.
In de kamer, kast of wat er ook was klonken stemmen. Een stem van een man en een iets hogere stem. Waarschijnlijk van een vrouw.
Ik besloot de kast uit te gaan, dit was veilig terrein en ik had me vreselijk aangesteld. De eerste de beste die ik tegenkwam zou ik aanspreken.
Met een verbaasd gezicht stond ik weer buiten.
Toen ik de kast uit was gekomen had ik even radeloos gestaan, al snel werd dat beëindigd.
De man kwam de deur weer uit. Zijn gezicht stond verbaasd, maar al snel brak er een glimlach door op zijn gezicht.
Hij pakte me bij mijn schouders en leidde me naar de woonkamer. Ik werd neergezet op een moderne stoel, de kleur was zo licht dat ik bang was om hem vies te maken.
‘Zeg het maar jongen’ stak de man vriendelijk van wal.
Nadat ik mijn hele verhaal had gedaan keek de man ernstig, hoopvol keek ik hem aan.
‘Ik kan je helaas niet helpen, maar we zullen naar haar uitkijken’ luidde het simpele antwoord. Toch wat teleurgesteld stond ik weer buiten. Toch was het raar, de man was erg vriendelijk, maar iemand ’s avonds in je huis tegenkomen en dan zo behandelen?
Het zou er wel bij horen, bij het boswachter zijn. Wie weet waren er meer mensen die binnen waren geweest.
Splinter stond naast me, er was tussen de houten balken een spleet ontstaan die ik nog niet eerder had opgemerkt. Met opgetrokken lippen gromde Splinter tegen de gleuf.
Ik keek door de gleuf en zag een aantal voeten bewegen, het was me niet duidelijk van wie ze waren.
‘Loos alarm Splinter’ zuchtte ik. Splinter is ‘in dienst’ geweest bij een groot bedrijf, hoe en wat weet ik verder niet, maar ik ben ervan overtuigd dat zijn opleiding soortgelijk moet zijn geweest als dat van een politiehond.
Van deze woorden trok hij zich niets aan, dat betekende dus wel degelijk dat het alarm correct was.
Nogmaals tuurde ik door de spleet, de voeten bewogen zich snel over de vloer, het leek een soort worsteling. Goed, wat zich daarbinnen afspeelde was niet mijn zaak. Ik wilde me niet meer in privé zaken gaan mengen, dat had ik eerder gedaan, maar met een negatief einde.
Aandachtig luisterde ik wat ik kon verstaan, de spleet was niet heel groot, maar ik gokte dat deze nog groot genoeg was om wat te verstaan. Mijn oren deden het goed en over het algemeen ving ik snel wat op.
Een schreeuw boorde zich in mijn oor, even legde ik mijn handen op mijn oren, de felle schreeuw had zeer gedaan aan mijn oren.
Splinter hield zijn kop scheef en begon zachtjes, maar hoorbaar te piepen. Ik gebood hem stil te zijn en legde mijn oor opnieuw tegen het koele hout.
‘LAAT ME LOS!!’ de stem was verder, maar hard genoeg. De mannenstem werd nu iets harder, blijkbaar een gevecht tussen man en vrouw? Misschien tussen vader en dochter?
Toch vertrouwde ik het niet helemaal.
Ik besloot iets te gaan doen wat ik nooit zou doen, ik zou een grens overtreden, maar ik zou het mezelf niet weer vergeven als ik weg zou lopen.
Ik trok het raampje, waar ik even geleden door naar binnen was gekropen, naar me toe. De hendel aan de binnenkant klikte ik omlaag en stopte vervolgens mijn kauwgom tussen het randje van het raam en het kozijn.
Het duurde even, maar toch.
Ik hoop dat het in de smaak valt
