Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
ma_rie_tje schreef:hoop dat hje snel inspi en tijd hebt om verder te gaan!
)
? 
Citaat:‘Rose, als je nog een keer ons in de weg loopt, dan zul je er spijt van krijgen. Ze hoort bij mij. Dat weet ik en dat weet zij ook. De enige die het niet kan accepteren ben jij. Ik stel voor dat jij jezelf uit de problemen houdt voordat ik jou iets aan moet doen om de relatie die ik heb te behouden. Mocht je nog één keer ook maar iets doen waardoor zij in twijfel wordt gebracht over mij, dan ben jij nog niet van mij af! Dit is dus de laatste waarschuwing. Laat ons met rust!’
Citaat:Verslagen laat ik de brief op mijn schoot zakken. Wie zou zo’n brief nou sturen? Wie is ze? Zou dat over mij gaan? Bij wie hoorde ik dan? Even denk ik na. De enige persoon die ik kan verzinnen is Laurens. Dat is tot zoverre ik weet mijn ex. Maar wat heeft Rose gedaan om te voorkomen dat Laurens en ik wat kregen. En was zij echt de enige die het niet kon accepteren? Opeens schiet het mij te binnen dat ook Gert iets tegen Laurens heeft. Had Rose het niet een keer over ‘dezelfde fout maken?’ Wat is er allemaal gebeurd?
‘Ik moet Janice nu wel bellen.’ Mompel ik in mijzelf. Even voel ik bij mijn broekzakken of daar mijn mobieltje inzit. Al snel kom ik tot de conclusie dat ik hem niet bij mij heb.
‘Leer jezelf nou eens aan dat je dat ding bij je hebt, muts.’ Mopper ik op mijzelf. Ik pak het boek van de bank en ga naar mijn kamer, in het volle vermoeden dat ik daar mijn mobieltje zal aantreffen. Eenmaal op mijn kamer aangekomen ontdek ik dat het er een gigantische puinzooi is. Hoe komt het dat ik zo’n rommel kan maken terwijl ik amper hier ben geweest? Ik kijk snel mijn kamer rond. Waar zou dat ding liggen? Omdat de meest logische plek mijn bed is loop ik daar heen en inderdaad, daar ligt hij. Ik pak hem op en merk dat ik een berichtje heb ontvangen.
‘Hey meis! Ga je zo mee de stad in? Even shoppen voordat het nieuwe schooljaar begint. Sms even terug! X Janice’ Alsof je het over de duivel hebt, bedenk ik mij. Maar het nieuwe schooljaar? Hoe moet dat met mijn geheugen? Wordt er nou echt gedacht dat ik normaal naar een school kan gaan, die ik niet ken? Maar aan de andere kant, ik kan natuurlijk gewoon meegaan, wie weet herinner ik mij iets. Nee heb je, ja kun je krijgen toch? Even kijk ik piekerend naar het boek, dat ondertussen op mijn schoot is beland.
‘Dat kan ook nog wel later.’ Zeg ik zacht. Ik onderdruk een vreemd voorgevoel en besluit dat ik het boek beter naar zolder kan brengen. Daar is het in ieder geval veilig.
Een klein uurtje later zit ik op de fiets om Janice op te halen. Als ik de wind door mijn haren voel, begint er een grote glimlach op mijn gezicht te verschijnen. Ik zet mijn zonnebril op en begin zachtjes een melodietje te fluiten. Als ik even later bij Janice aankom concludeer ik dat ook zij in een erg goed humeur is.
‘Zo wat ben jij vrolijk!’ Begroet ze mij.
‘Moet jij zo nodig zeggen, hoe kom jij in zo’n bui?’ Reageer ik nieuwsgierig terug. Janice begint te lachen.
‘Ik ben verliefd.’ Verklaart ze. Even knipper ik met mijn ogen. Wat heb ik gemist in Plaza?
‘Nog niks bijzonders hoor! Het is eigenlijk ook nog maar net duidelijk dat hij mij ook al een tijd leuk vind. Maar er was iets wat eerst afgehandeld moest worden.’ Zegt ze daarna snel.
‘Je kan toch wel een naam noemen?’ Ik brand ondertussen van nieuwsgierigheid, waarom zegt ze niet wie het is?
‘Nee!’ Roept ze verschrikt.
‘Nee dat kan ik niet maken,’ hersteld ze zich. Zonder dat ik het door heb trek ik mijn wenkbrauw op.
‘Tegenover wie kun je dat niet maken?’ Janice begint te blozen.
‘Ik vertel het je zo snel mogelijk, goed?’ Ontwijkt ze mijn vraag. Ze kijkt mij zo strak aan dat ik stug toegeef niet door te gaan vragen. Ik kijk haar nog even aan. Daarna haal ik mijn schouders op. In de wetenschap dat ik er toch wel achterkom. Eens even denken, wie waren er zaterdag nog meer die ik zou kunnen vragen?
‘En waag het niet om iedereen bij langs te vragen, bovendien is dat toch verspilde moeite want niemand weet er vanaf!’ Hoor ik opeens een stem naast me. Ik kijk even opzij.
‘Zullen we maar gaan dan?’ Probeer ik het onderwerp te veranderen. Janice glimlacht even.
‘Is goed. Mocht je bang zijn dat we opzoek gaan naar schoolspullen, dan heb je geluk.’ Als ze mijn blik opvangt begint ze te lachen.
‘Dacht je nou dat ik opzoek ga naar schoolspullen? We gaan kleren shoppen! Samen met Irma en Anita.’ Verklaard ze. Ik begin ook te lachen. Totdat er een nieuwe vraag in mij opkomt. Welke kledingmaat heb ik? Al snel stel ik mijzelf gerust, het komt vast wel goed. Toch?
Als we eindelijk in het centrum staan voel ik mij meteen thuis.
‘Ik heb eigenlijk wel zin in ijs!’ Hoor ik mijzelf opeens zeggen. Anita, Irma en Janice krijgen alle drie spontaan een glimlach op hun gezicht.
‘Is er wat?’ Onzeker kijk ik ons groepje rond. Dan beginnen ze te lachen, ik voel mij nog iets onzekerder, wat mis ik?
‘Meis! Je bent nog steeds een ijsfreak he!’ Irma geeft mij spontaan een por in mijn zij.
‘IJsfreak?’
‘Ja, softijs met aardbeiensaus! Op naar Sjaak en Sjon!’ voordat ik het doorheb haakt Irma haar arm in de mijne en word ik meegesleept naar een cafetaria op de hoek. Daar binnengekomen kijken twee mannen mij blij verrast aan.
‘Hallo Lisa! Alles goed?’ zegt de kleinste vrolijk. Even kijk ik om mij heen, deze plek ken ik. Ondertussen begint de grootste te lachen.
‘Ze kon ons dus toch niet missen, Lisa, als je hier weer wilt komen werken dan staat je plaats nog gewoon open!’ Dan begint het lichtje te branden. De kleine man is Sjaak, de grotere man is Sjon. Zij zijn samen mijn baas en deze cafetaria is mijn werk. Ik begin te lachen.
‘Nou Sjon, als ik je niet aan hoef te klagen voor mishandeling als je weer eens op mijn voet gaat staan, kom ik jullie graag weer bezighouden!’ Vrolijk kijk ik hen aan.
‘Zo te horen herinner je ons nog. Gelukkig maar! Je geeft ons wel een seintje wanneer je er klaar voor bent om hier weer te komen werken?’ Op Sjaak zijn gezicht zit een grote glimlach. Ik knik.
‘En dat hoeft nu niet meteen hoor! Ik neem tenminste aan dat jullie hier kwamen voor een softijs met aardbeiensaus?’ Verbaasd kijk ik Sjaak aan, daarna bekijk ik de rest van de groep. Waarom weet iedereen dat ik van softijs met aardbeiensaus hou terwijl ik mij dat helemaal niet kan herinneren?
Een klein halfuurtje later lopen Irma, Anita, Janice en ik weer door de stad, rustig pratend over verschillende mensen die wij zien. Opeens worden de ogen van Irma groot en tikt ze mij even aan.
‘Moet je dat zien! Een punthoofdbaby!’ Anita begint te lachen.
‘Een grapje van ons, ontstaan onder de muzieklessen op school.’ Verklaard ze.
‘Zal ik het uitleggen?’ Irma begint ondertussen wild te gebaren. Ik schiet in de lach en begin te knikken. Janice begint ook te lachen.
‘Goed!’ Begint Irma.
‘Vorig schooljaar tijdens, wat was het, muziektheorie? Hadden wij het om de een of andere reden over kinderen. Waarschijnlijk omdat Anita hier een typische moeder is. Ik was in volle overtuiging dat een kind onmogelijk door,’ Even is het stil, het lijkt alsof Irma opzoek is naar het goede woord.
‘Nou ja, daar beneden kan.’
‘Ze was alleen vergeten dat je ontsluiting hebt.’ Vult Anita aan.
‘Ontsluiting of niet, ik was aan het vertellen!’ Snel neemt Irma het verhaal weer over.
‘Maargoed, ik vroeg mij toen dus af wat er zou gebeuren als het kind bleef steken. Dan komt het er toch onmogelijk uit? En toen begon Anita over een apparaat dat als ontstopper werkt. Zie je het al voor je? Een kind met een ontstopper op zijn hoofd en dan maar trekken? En zo krijg je dus punthoofdbaby’s!’ Janice kijkt verbaasd naar Anita en Irma, dan haalt ze haar schouders op.
‘Ik wist dat Anita een typische moeder is en dat jij niet helemaal wijs bent, maar dit is toch wel het toppunt van gestoordheid. Heeft iemand het opgenomen toevallig?’ Janice kijkt nieuwsgierig het groepje rond. Anita begint te wijzen.
‘Onze razende reporter had toevallig deze keer niet haar microfoontje aanstaan om dingen op te nemen. Erg jammer helaas. Ik neem aan dat ze nog moest bijkomen van een schreeuwende Irma in haar microfoon. Die wou namelijk in een dronken bui graag wat ijs.’ Lachend kijkt Anita mij aan.
‘Was ik een razende reporter?’ Herhaal ik verbaasd.
‘Ja!’ Klinkt het in koor.
‘Misschien kun je jou telefoon eens doorzoeken naar geluidsfragmenten, ik weet zeker dat er genoeg chantagemateriaal instaat om ons alle drie genoeg te vernederen.’ Janice kijkt mij zogenaamd dreigend aan.
‘Als je dat ooit aan mijn nieuwe vlam laat horen, dan…’
‘Nieuwe vlam? Wie?’ Valt Irma opeens Janice zin binnen. In Janice haar ogen zie ik opeens paniek en dan begin ik te twijfelen. Schichtig kijkt Janice mij aan. Dan glijdt haar blik opeens langs mij, als ik achter mij kijk ontdek ik een groepje jongens. Peter, Michel, Chris, Daniel en Laurens. Dan kijk ik terug naar Janice en volg haar blik. Het wordt mij duidelijk dat het gaat om één van deze jongens. Peter en Daniel vallen meteen af. Zij zijn bezet. Michel, Chris en Laurens zijn degenen die overblijven. Het zou toch niet zo zijn dat Laurens de nieuwe vlam van Janice is?

)

Kan beter 'En waag het niet om het aan iedereen te vragen' zijn.
hopen dat je nu wat vlotter door kan schrijven
haha 

vind ok dat je leuk schrijft ...op na het volgende stukje dus

mischien is het ook handig om dromen schuingedrukt te zetten? ik had trouwens echt gedacht dat het boek gestolen was en dat het niet zo in de boekenkast zou liggen
ik ben echt heel benieuwd hoe het afloopt, ik ga het zeker volgen!
(ik wil ze er evt wel even allemaal uit proberen te halen in het stuk wat je al hebt?)