Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek





A_lette schreef:Waarom vind jij dat ik daar beter op een nieuwe regel kan beginnen?


heel mooi verhaal! 



Normaal gesproken schrijf ik in die tijd een nieuw stuk!)
wacht weer met spanning
Verder hoop ik dat ik er weer wat spanning in heb kunnen plaatsen want dat was weer iets ingedut...
)Citaat:‘Welk onderzoek?’ Mijn stem slaat over. Opeens voel ik mij paniekerig worden.
‘Naar Rose.’ Klinkt het nuchter. Ik hoor geen angst in Anna’s stem. Helemaal niks.
‘Waar is dat onderzoek gebleven? Weet jij dat?’ Anna schudt haar hoofd.
‘Als ik dat had geweten, had ik het je allang gegeven. Het onderzoek was alleen zo geheim, dat niemand hier thuis wist waar het lag.’
‘Behalve?’
‘Behalve de mensen die jou hielpen bij het onderzoek.’ Behalve de mensen die mij hielpen bij het onderzoek. Wie zijn dat dan? Of heeft alleen Janice mij geholpen en Rose zelf? Ik zucht even. Wetend dat dit nog niet het einde is aan de stroom vragen.
Citaat:‘Behalve de mensen die mij hielpen bij het onderzoek.’ Herhaal ik. Even peil ik Anna’s houding. Zij zit er rustig bij. Ze leunt tegen de leuning en neemt mij ook op. Haar ogen ontmoeten de mijne.
‘Wie hebben mij geholpen?’ Weet ik uiteindelijk uit te brengen. Anna’s blik lijkt niet te veranderen. Het is net alsof ze recht door mij heen kijkt. Dan wendt ze haar blik af.
‘Ik weet het niet.’ Klinkt het uit haar mond. Waarom wendt ze haar blik af? Ik probeer haar blik te volgen, hij lijkt naar de boekenkast te gaan. Boek. Boekenkast. Plotseling herinner ik mij wat Rose op de zolder tegen mij zei.
‘Het is hier nog in huis.’ Even denk ik na over deze zin. Waar in huis zal het dan zijn? Kim haar kamer is uitgesloten. De zolder ook. Mijn eigen kamer misschien? Dan valt het mij pas op dat Anna nog steeds naar de boekenkast kijkt. Dát is het! De boekenkast! Ik voel een glimlach op mijn gezicht komen en loop naar de boekenkast. Ruim 10 minuten lees ik alle titels die op de boeken staan, zo nu en dan pak ik een boek uit de kast. In de hoop dat ik het boek in handen heb.
‘Wat zoek je?’ Vraagt Anna opeens.
‘Wat denk je dat ik zoek,’ reageer ik chagrijnig. Even is het stil. Dan hoor ik wat voetstappen en klapt de kamerdeur dicht. Ik realiseer mij opeens dat ik alleen in de ruimte ben. Waarom is Anna opeens weggegaan? Reageerde ik te chagrijnig? Te geïrriteerd of is ze wat anders van plan? Dan valt mijn blik op een wat ouder uitziend boek, helemaal in de hoek van de kast geplaatst. Ik rek mij uit om het te pakken, wat maar net lukt. Voorzichtig trek ik de rug van het boek naar mij toe. De rug voelt stug aan. Als ik het eindelijk in mijn handen heb kijk ik er nieuwsgierig naar. Voorzichtig glijd mijn hand over de kaft van het boek. Ik voel dat er een klein reliëf in zit. Zonder dat ik het door heb wát ik nou precies met mijn vingers ‘teken’ weet ik dat ik het goede boek in mijn handen heb.
‘Openslaan?’ vraag ik zachtjes aan de stilte om mij heen. Even probeer ik mijzelf te overtuigen dat ik eerst Janice moet bellen. Zij vind het toch ook belangrijk dat het boek gevonden is? Een diepe zucht ontsnapt uit mijn mond en uiteindelijk overtuigd die mij ervan dat ik het boek moet openen.
Het eerste wat mij opvalt bij openen van het boek is dat ook de binnenkant van het boek er oud en vergeelt is. Op de eerste pagina staat in kleine letters ‘Voor Rose’ geschreven. Tevreden bedenk ik dat mijn idee dat ik het goede boek in handen heb klopt. Opeens beginnen mijn knieën te trillen. Wankelend loop ik naar de bank en net op tijd plof ik daar neer. Mijn benen zijn ondertussen zo week als spaghetti geworden en even kijk ik er verbaast naar. Ergens had ik vermoed dat mensen die klimmen sterke armen en benen hebben. Maar dit lijkt juist het tegenover gestelde te zijn. Maar als mijn idee over klimmers wel klopt, hoe kan het dan gebeuren dat mijn benen opeens zo slap zijn als was? Weer ontsnapt er een zucht. Plots vraag ik mij af of ik door mijn weke knieën van de berg afgestort ben. Nu ik er echt over na begin te denken, realiseer ik mij dat ik helemaal niet weet waardoor ik van de berg afgestort ben. Het is mij nooit verteld!
‘Ik haat het zo!’ schreeuw ik gefrustreerd door de ruimte. De schreeuw geeft een kleine echo. De seconde dat het naklinkt zorgt bijna dat ik nog een schreeuw de ruimte in stuur. Maar in plaats van een nieuwe schreeuw zak ik verslagen tegen de rugleuning van de bank.
‘Ik haat dit zo…’ Jammer ik even. Een paar tranen glijden over mijn wangen. Waarom kan ik niet gewoon mijn geheugen terug krijgen? Waarom niet? Dan glijdt er een hand over mijn schouder.
‘Gaat het wel een beetje?’ Hoor ik een stem achter mij vragen. Een lichte tinteling siddert door mijn lichaam. Een fijne geur prikkelt mijn neus. Ik schud mijn hoofd, als teken naar hem dat het niet met mij gaat. Even heb ik de neiging om te doen alsof ik mij nog beroerder voel dan dat ik mij in werkelijkheid voel. Dan bedenk ik me, het is niet slim om dat nu te gaan doen. Ik hoor iemand lopen door de ruimte. Zelf vertik ik het om op te kijken naar de persoon die deze beweging maakt. Ze stikken maar! Allemaal! Mijn geheugen is toch weg. Waarom zou het terugkomen? Wat ben ik eigenlijk waard zonder goed werkend geheugen? Maar wie zegt dat mijn geheugen ooit terug krijg. En bovendien, wie weet waar ik achterkom als ik het terug heb?
‘Meisje, toe kom eens hier.’ Een paar sterke armen glijden om mij heen. Even heb ik de neiging om ze snel van mij af te drukken. Wil ik zijn armen wel om mij heen? Als zijn armen mij nog iets steviger vasthouden druk ik mij tegen hem aan.
‘Lau,’ een snik ontsnapt uit mijn lichaam, ondertussen maken mijn tranen zijn shirt helemaal nat. Voorzichtig probeer ik het iets droog te maken en ik probeer een glimlach te onderdrukken. Ik heb door dat het een goed excuus was om hem aan te raken. Meteen stop ik dat idee weer weg. Hij is net vrijgezel. ‘Herstel je Lisa,’ zeg ik zachtjes in mijzelf.
‘Ik ben het allemaal zo zat! Ik wou dat ik wist wat ik moest doen maar ik weet het allemaal niet meer!’ Ratel ik tussen mijn tranen door. Dan voel ik opeens zijn lippen op de mijne. Net zo snel als ze zijn gekomen zijn ze ook weer verdwenen. Verbaast kijk ik hem aan. De kleur die op mijn wangen komt negerend.
‘Je hebt mij in Plaza echt laten voelen wat ik mis toen je met die gast stond.’ Zegt hij opeens. Ik glimlach even. Niet alleen door deze woorden, maar ook door de lichte tinteling die ik in mijn buik voel. Toch probeer ik het te negeren. Het blijft in mijn hoofd zweven dat hij nog maar net weer vrijgezel is. Dan realiseer ik mij dat hij nog steeds op antwoord wacht.
‘Je bedoelt Marc?’ probeer ik zo rustig mogelijk te zeggen. Mijn hart neemt ondertussen een loopje met mij.
‘Lau, dit moet je allemaal niet zeggen,’ hoor ik mijzelf opeens zeggen. Laurens kijkt mij verbaast aan.
‘Ik weet niet wat er fout is gegaan tussen ons, maar je bent nu ook weer net vrijgezel. Dus doe dit niet. Alsjeblieft.’ Ik richt mijn ogen naar hem op. Ik zie aan hem dat hij zich moet herstellen van deze woorden. Een tijd lang is het stil in de kamer. Dan voel ik hoe mijn kin langzaam naar zijn mond gaat, een moment later voel ik zijn lippen op de mijne. Het volgende moment lijkt het alsof er mist in de kamer is gekomen. De wolk waarop ik zweef wordt alsmaar groter en ik kan niks anders doen dan hem terug zoenen. Zijn handen voel ik overal, zijn warme adem mengt zich met de mijne als we elkaar even loslaten. Verwachtingsvol kijk ik in zijn ogen. Het volgende moment is de wolk verdwenen en zit ik weer samen met Laurens op de bank. Iets in zijn houding is veranderd. In zijn ogen schittert er een zelfverzekerdheid die ik nog niet eerder gezien heb. Om zijn lippen speelt een grijns. Even word ik overspoeld met een onheilspellend gevoel. In een reflex druk ik hem van mij af.
‘Kun je alsjeblieft gaan?’ Ik voel mijn hele lichaam bibberen. Mijn huid heeft ondertussen het uiterlijk van kippenvel aangenomen. ‘Dit is niet goed’ bedenk ik mij. Laurens knikt en staat op.
‘Ik zie je vanmiddag vast nog wel op het Terras.’ Zijn ogen glijden over mijn lichaam. Even dwalen ze af. Naar iets naast mij. De zelfverzekerdheid in zijn ogen verdwijnt. Zijn wangen trekken wit weg. Hij draait zich om en loopt snel de deur uit. Als ik de buitendeur hoor dichtslaan kijk ik naast mij. Het boek ligt nog steeds open. Uit het boek steekt een witter papier dan de andere pagina’s. Voorzichtig haal ik het eruit. Als ik de eerste zin lees moet ik even slikken.
‘Rose, als je nog een keer ons in de weg loopt, dan zul je er spijt van krijgen. Ze hoort bij mij. Dat weet ik en dat weet zij ook. De enige die het niet kan accepteren ben jij. Ik stel voor dat jij jezelf uit de problemen houdt voordat ik jou iets aan moet doen om de relatie die ik heb te behouden. Mocht je nog één keer ook maar iets doen waardoor zij in twijfel wordt gebracht over mij, dan ben jij nog niet van mij af! Dit is dus de laatste waarschuwing. Laat ons met rust!’

Maar hoe komt Laurens daar in ene dan?? Misschien dat je dat nog even beter kunt uitleggen, want nu was ik echt aan het zoeken of ik niet een stukje gemist had ofzo. Shannie schreef:Super stuk weer AletMaar hoe komt Laurens daar in ene dan?? Misschien dat je dat nog even beter kunt uitleggen, want nu was ik echt aan het zoeken of ik niet een stukje gemist had ofzo.
En wat dom dat het door een ander ook geplaatst werd. Kinderachtig man!



haha

En dat heeft desbetreffend persoon ook gemerkt


ik blijf denken hoe het nu kan dat laurens ineens binne was ..