Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Citaat:‘Zie je me graag huilen?
Wil je zo graag weten dat je m ’n leven hebt verpest?’ zeg ik met tranen in mijn ogen.
Ik had moeite om ze in te houden, en met een brok in mijn keel kon ik ook nog eens moeilijk praten.
‘Wat ben jij een aansteller zeg’ schreeuwt Ben tegen mij.
Ik stroop mijn mouwen op en draai de binnenkanten van mijn polsen naar hem toe.
Hij kijkt naar mijn polsen, het zit onder de sneeën en littekens.
Langzaam glijd zijn tas van zijn schouder.
‘Jij weet niet hoe het is om gepest te worden, of door iedereen gehaat.
Elke keer maar weer wachten op een opmerking die je gewoon kapot maakt van binnen,
En elke keer worden ze erger.
Ze zeggen dat schelden geen pijn doet, nou meer dan dit hoor.’ Ze wijst naar een verse snee, en er rolt een traan over haar wang.
Hij schud met zijn hoofd, ‘jij bent gewoon ziek’ en hij doet een stap achteruit.
Ik veeg een traan weg, ik probeer me sterk te houden. Maar de tranen beginnen een brandend gevoel te geven op mijn ooglid.
‘mensen zoals jij begrijpen dit niet, die zien alleen zich zelf.
Ga jij je beter voelen door iemand te kwetsen? Krijg je daar soms een kick van?’
Hij kijkt nog even snel naar mijn pols, ‘ik dacht dat jij van je zelf al gek was, maar dit slaat gewoon alles.’
Ik haal mijn schouder op, ‘waarom, omdat ik een einde aan mijn leven wil maken? Alles is beter dan deze hell.’
Hij staart een tijdje naar de grond.
Hij had niks terug te zeggen.
Hij was juist de gene met de grote mond, had altijd wel zijn woordje paraad.
Na een tijdje kijkt hij mij aan. ‘je had het er zelf naar gemaakt hoor.’
Ik kijk hem verbaasd aan, ik gooi mijn handen in de lucht. ‘zelf naar gemaakt!?
Denk eens na, de eerste schooldag eerste klas. Ik was de klas nog niet binnen of ik kreeg al een opmerking naar mijn kop gesmeten, omdat mijn truitje je niet aanstaat.
Als je me dan zo erg haat, besteed dan helemaal geen aandacht aan me, dan hoef je me ook niet te zien.’
‘ik heb je wel een kans gegeven!’
‘ogh’ zeg ik bitcherig.
‘jij geeft alleen de mensen die er volgens jou goed uitzien een kans, als iemand z’n kop jou niet aanstaat, dan moet je ze niet. Nee dan gaan we ze maar lekker depressief maken.
De wereld draait niet alleen om jou.’
Hij haalt zijn schouders op.
Het doet hem niks, maakt het hem dan helemaal niets uit dat ie mensen hun leven ruïneert?
‘Jij denkt maar dat mensen respect voor je hebben.’
Hij viel me in de reden, ‘hebben ze ook’
‘Nee Ben, ze zijn bang. Niet specifiek voor jou, maar voor je vrienden. Die beuken gewoon iedereen in mekaar. En dat weet je zelf ook wel, want wanneer je alleen bent met mensen zoals mij kan je opeens wel aardig zijn omdat je weet dat je in het nadeel bent.
Denk je nou werkelijk dat iedereen jou mag?’
Hij hurkt neer om zijn veter te stikken, hij kijkt omhoog en zegt; ‘Ja, anders zouden ze wel niet met mij omgaan.’
Ik rol met mijn ogen, ‘heb je wel geluisterd? Ze zijn bang voor je, voor jouw vrienden. Als ze een woord verkeerd zeggen hebben ze klappen te pakken.
Mensen die er voor uitkomen dat ze je niet mogen worden maar lekker van school gepest, vind je het gek dat er dan niemand voor uit durft te komen?’
Hij kijkt langs haar een, ‘ik noem het macht.’ Zegt hij trots.
‘Dat is geen macht jongen, dat is geen macht.’ Zeg ik als laatste.
Ik duw mijn mouwen naar beneden en loop langs hem weg met rode ogen.
Ben staart voor zich uit. Hij begint te beseffen wat hij heeft gedaan.
Hij pakt zijn tas weer op, en draait zich om.
Hij bijt nog even op zijn lip en loopt daarna weg.
De volgende dag zit Ben in de bus nutteloos voor zich uit te staren. Hij heeft de hele nacht niet kunnen slapen.
Hij heeft nergens anders aan gedacht dan die middag, ‘Wat heb ik gedaan.
Hoe heb ik het zover kunnen laten komen?’
Hij leunt tegen het raam aan en kijkt naar de witte strepen van de weg die langs schieten.
Hij heeft zolang mensen gekwetst. ‘Waarom had ik het niet door? Ik begon me er zelf beter door te voelen, voor mij was het allemaal maar een grapje.
Maar nu, kon ik het maar terug draaien.’ En hij sluit zijn ogen.
Na even zitten na te denken beseft hij dat hij de halte niet mag missen, maar het was al te laat. ‘oliebol!’ roept hij hard door de bus en springt op. Hij drukt de stop knop in en hoopt dat er dalijk maar snel een halte is.
Ik leg mijn tas op mijn tafel, ik rits hem open. Mijn klasgenoten liepen het lokaal binnen, Josien gaf me alweer een vuile blik.
Stomme Ben aanhangsels denk ik bij mezelf.
Ik kijk naar buiten, het lijkt wel alsof het weer zich aan mijn humeur aan past.
Er kwamen grote grijze wolken, en de zon werd weg gedrukt. Er stond een stevige wind waardoor de boombladeren allemaal een kant op werden geblazen.
Ik zet mijn tas op de grond en ga zitten omdat de leraar binnen komt.
Ik kijk naar de lege plek naast mij, maar ik word afgeleid door wat Mark zegt.
‘Waar is Ben?’
Ik kijk naar zijn plek, hij is leeg. Zou het dan toch zo zijn, hier heb ik dus elke ochtend op gehoopt. Op z’n minst een dag, maar een dag dat hij niet op school zou zijn.
Een half uur later word er op de deur van het lokaal geklopt. We zaten midden in de les en ik had een beter gevoel over vandaag.
Maar dat was al snel weg, ik zag dat Ben binnen stapte.
Wat doet hij hier? Verdomme,
Hij legde zijn tas op de grond en liep naar het bureau van de leraar,
Hij legde een briefje op zijn tafel en bleef staan terwijl de leraar zijn bril opdeed en begon met lezen.
‘En wat is u rede tot te laat komen meneer Ahrand?’
Ben vertelde dat hij de halte had gemist, en terug moest lopen.
‘Goed ga maar zitten.’ Ben liep naar zijn tas, hij pakte hem op en keek naar mij.
Waarom kijkt hij nou weer naar mij dan? Ik merkte dat het zweet me uit brak omdat ik bang was om weer een nare opmerking te krijgen. Waar ze dus weer de hele dag over door zouden gaan. Maar wonderbaarlijk genoeg bleef het stil.
Hij keek nog even naar mijn pols die open en bloot op tafel lag.
oliebol, helemaal vergeten. Ik pak mijn pols bandje en doe hem snel om.
De leraar stond op, aan zijn gezicht te zien zat er weer een preek aan te komen.
‘Goed, nu eens wat anders dan Wiskunde. Jullie cijfers.’
Hij ging op de hoek van zijn bureau zitten, en zette een hand op zijn been. Dat kon maar een ding betekenen. Hij was niet blij met ons.
Hij keek eens door de klas heen en iedereen hield zich maar stil. Sommige leerlingen gingen nog snel even recht op zitten.
‘Ik ben jullie mentor, en als ik het zo eens bekijk stellen jullie me diep teleur met jullie cijfers. Jullie zijn een leuke gezellige klas,’
Zachtjes zeg ik in mezelf ‘tsss, en gezellige klas, amehoela.’
Hij richtte zijn ogen op mij, ‘Zei u wat mevrouw Veenstra?’
‘Nee’ en ik schud vluchtig mijn hoofd.
De pauze na de les, ik loop de trap af en denk aan de preek van het eerste uur.
Onze mentor weet gewoon helemaal niks van onze klas.
Alleen dat we slechte cijfers hebben. Das het enigste waar hij het over kan hebben als mentor.
Maar hij heeft het niet door dat er geen fijne sfeer in de klas is.
Je kan niemand vertrouwen. Ze proberen alleen maar alles te verpesten.
Hij gaat er van uit dat iedereen uit onze klas volwassen is. Ja, tijdens zijn lessen kan Ben zich redelijk rustig houden. Engels, dat is de ergste les. Die lerares kan totaal geen orde houden. Propjes vliegen van hier naar daar en niemand zit op een stoel. Ja, dan is het wel makkelijk voor hun om mij te pakken.
Ik was zo diep in gedachten verzonken dat ik zo tegen iemand op knal. ‘Oh, sorry’
‘Het is wel goed.’ Hoor ik een bekende stem zeggen.
Ik kijk op en zie dat het Doron is.
‘Hoi’
Hij geeft me een knuffel, ‘alles goed meisje?’
Ik knik. Waarom zeg ik toch altijd dat het goed gaat? Dat gaat het juist helemaal niet.
‘Ah Doron!’ word er door de kantine geroepen. Eva staat aan de andere kant van de kantine te zwaaien. Doron pakt mijn hand en zegt ‘Ga je mee?’
Ik had geen tijd om te antwoorden, hij sleurde me al mee.
Niet dat ik wat beters had te doen, ik zou andere toch maar alleen zitten.
Zij accepteren me tenminste, ze letten niet zo nauw op iemands uiterlijk.
Doron gaf Eva een knuffel. Ze had kort bruin haar en had skate kleding aan. Ze gingen op de bank zitten, ik ging maar naast Doron zitten.
Mijn tas had ik tussen mijn benen gezet, Doron had eigenlijks nooit zijn tas bij.
Dat hij hem gewoon ergens durfde te laten staan.
Ik zou dat dus nooit doen, ik zou denken dat ze er aan zouden zitten.
Ik keek even naar Doron, hij had een zwarte wijde broek aan. En een wit shirt.
Hij had kort blond haar. Zijn stijl, was eigenlijks niet echt een stijl.
Hij noemde het altijd de Doron-stijl.
Op zich was hij wel leuk.
Hij was altijd aardig voor mij, en hij beschermde me wel een beetje.
Jammer genoeg niet zo dat hij het pesten op kon laten houden. Maar dan weet hij daar ook niks van af.
Andere denken altijd maar dat het goed met me gaat.
Wat nou als ze wisten wat er echt in mijn hoofd rond gaat. Zouden ze dan zeggen dat ik me aanstel, of gaat iedereen opeens medelijden hebben.
Mijn ogen gingen weer terug naar Doron. Hij was druk in gesprek. Hij was altijd zo enthousiast in zijn verhalen. Hij kon nauwelijks stil zitten. Ik moest er eigenlijks wel even om lachen.
Hij kon er niet tegen als hij ongelijk had. Wie eigenlijks wel?
Doron draaide zich om, ‘Wat ben je stil.’
‘Huh, ja ik dacht even na.’
Hij glimlachte even. ‘Ah, dus dat kan je ook nog.
Over wat dacht je?’
Wat moest ik nou zeggen. Ik zou niet kunnen zeggen over hem. Dan weet ie meteen dat ik hem toch een beetje leuk vind.
Maar wat maakt dat eigenlijks uit, we zijn al zo lang vrienden. Zou hij het erg vinden? Het lijkt er wel een beetje op dat hij Eva leuk vind. Ik moet snel wat zeggen.
‘Oh, over mijn cijfers. Ze zijn nog al slecht.’
Was dat mijn antwoord. Kon ik echt niet beter?
Hij lachte even. ‘als ik me zorgen moest gaan maken over mijn cijfers zou ik niet eens meer kunnen eten. Komt wel goed meisje.’ Zei hij grappig.
Hij sloeg even een arm om me heen en wreef over mijn boven arm.
Raar genoeg voelde ik wat kriebels in mijn buik. Zou ik hem dan echt leuk vinden?
Ik moest een beetje blozen. Erik zag het, ‘Oeh!’ zei hij gelijk.
De andere keken ook, Doron haalde zijn schouders op. ‘Mag ik dan niet met mijn vriendin knuffelen?’ En hij sloeg zijn andere arm ook om mij heen.
Nu ging mijn buik echt te keer.
Zijn vriendin? Bedoelde hij daarmee, als in vriendschap?
Of meer? Zou hij mij dan ook leuk vinden? Hij liet me los en glimlachte naar me.
Volgens mij ben ik echt verliefd.
Maar ik ken hem al een tijd. Waarom komt het nu dan pas?
Ik vind het eigenlijks maar raar,
Maar toch vond ik hem leuk. Ik kon er niks aan doen. Maar welke kans maak ik? Geen enkele natuurlijk.
Ik staarde vooruit, naar een vieze vlek op het tapijt.
Zonder dat ik het merkte ging de bel.
Ik zag vanuit mijn ooghoek dat de mensen opstonden. Doron stond ook op.
‘Is de bel gegaan?’ vroeg ik aan hem. Hij lachte even. ‘heb je die niet gehoord dan?’
Hij stond voor me, hij stak zijn hand uit, en ik pakte hem aarzelend vast.
Hij trok me omhoog, dus ik stond. Maar hij deed geen stap achteruit.
Zo stonden we heel dicht op elkaar. Ik wist even niet wat te doen. Ik was er nog maar net achter dat ik hem leuk vind, gister had ik dit niet gehad.
Waarom juist nu, wat nou als hij mij niet leuk vind?
Ik had een raar gevoel dat hij iets wou proberen, ik raakte lichtjes in paniek. Ik stapte weg, en pakte snel mijn tas.
Ik loop weg en kijk nog even om. ‘Ik kom te laat in de les, en dat wil ik niet bij deze leraar!’ en ik zwaai nog even naar hem.
Ik loop de hoek om, ik laat mijn hoofd zakken.
Wat een slap gelul. Het boeit mij nooit of ik te laat kom. Hij weet ook wel dat ik zo niet ben.
Als hij nou maar niet denkt dat ik hem niet leuk vind, tenminste, als hij mij wel leuk vind.
Waarom had ik dan toch zo het gevoel dat hij me wou zoenen.
Toen we knuffelde, het was zo raar. Vlinders in mijn buik, waarom nu? We knuffelen wel vaker, dat komt omdat we vrienden zijn.
Maar, hij knuffelt alleen mij, terwijl hij met meer meisjes bevriend is.
Zou hij mij dan leuk vinden?
Twijfelend liep ik naar het klas lokaal.
Na schooltijd probeerde ik hem te ontwijken. Ik was bijna bij mijn fiets.
‘Britt!’ Hoorde ik een meisje roepen.
Ik keek om, het was Eva.
Wat wilde zij nou weer dan? Ik kende haar niet echt, ik weet alleen dat ze met Doron omgaat. Ze kwam naar me toe gelopen, ‘Wat was je snel weg in de pauze.’
‘Ja, ik moest naar de les hé, je weet hoe het gaat.’
Het liefst wilde ik gewoon omdraaien en weg gaan. Ik wist wel zeker dat ze over Doron ging praten, maar ik hoopte van niet. Wou zij hem hebben of zo?
Ik peuterde met mijn fiets sleutel onder mijn nagel.
‘Ik vroeg me af,’ zegt ze.
Hier komt het, ze wil met Doron dus.
‘Wat vind je eigenlijks van Doron?’
‘We zijn gewoon vrienden.’ Ik ga dus echt niet zeggen dat ik hem leuk vind, ik heb geen zin in ruzie met haar.
‘Maar, je voelt niks voor hem?’
‘Nee, zoals ik al zei, We zijn gewoon vrienden.’
Hoe vaak moet ik dat nog zeggen dan?
‘Oh,’ antwoordde ze teleurgesteld.
‘Waarom moet je dat eigenlijks weten?’ vroeg ik haar.
Ze beet eventjes op der lip. ‘Ik weet niet of ik het je wel moet vertellen, maar het is nu toch al zo verdacht. Hij vind je leuk.’
Ik stond even verbaasd. Ok, dit was dus absoluut niet wat ik verwachte.
En ik zei net dat ik hem niet leuk vond, als ze dit tegen hem zegt kan ik hem wel vaarwel zeggen.
Ze draait om.
Ik pakte haar arm vast, ze keek meteen om. ‘Ok, ik, misschien vind ik hem wel leuk. Maar kan je het wel geheim houden? Ik ben er vanmiddag pas achter gekomen, en heb het toen helemaal verknalt. Hij ziet me natuurlijk niet meer zitten.’
Eva schudde haar hoofd. ‘hij heeft me net nog gevraagd om er achter te komen hoe het nou zit. Je wilt hem echt niet horen als het over jou gaat hoor. Ik heb hem nog nooit zo gek gezien om een meisje.’
Het deed wel wat met me.
Ik knikte even, ik moest er eerst even achter komen wat ik zelf wou.
‘Ik laat het je wel weten wat ik ga doen.’
Eva glimlachte gelijk. ‘Ok’
Op weg naar huis zat ik alleen maar na te denken.
Over hoe het zou kunnen gaan, en wat er gebeurd zou zijn als ik met hem had gezoend.
Hij was wel wat ouders als mij, maar dat maakt niet zoveel uit. De jongens van mijn leeftijd zijn juist zo kinderachtig.
Veertien en zestien kan toch geen kwaad? Nee, hij was anders best volwassen voor zijn leeftijd. Mijn broer van zestien was bij lange na niet volwassen.
Ik was nog maar net thuis of mijn ouders gingen al weer weg. Fijn, alweer alleen thuis.
De telefoon ging. Het was Eva, waarom belt zij nou weer?
‘Doron hield z’n mond maar niet over jou, en het word misschien maar wat tijd voor actie. Heb je vanavond tijd? We zijn morgen toch vrij, en de disco is open.’
Ik had niks te doen, en mijn ouders kwamen ook pas ’s nachts thuis. Het kon vast geen kwaad. ‘Goed, ik zal er zijn.’
Eva klonk enthousiast. ‘Goed, ik verteld Doron niet dat je komt. We komen je wel tegen.’
En ze hing op.
Ik liep de douchecel in, ik was van plan om in bad te gaan. Ik sta voor de spiegel, en kijk is goed naar mezelf.
Jeetje, wat ben ik dik zeg. Ik trok even aan mijn shirt. ‘zie die dikke buik dan.’
Ik keek even naar mijn gezicht. Wat ben ik lelijk. Dat bruine haar heb ik al veel te lang.
Ik geef ze geen ongelijk dat ze me lelijk noemen.
Ik zie der niet uit, waarom ben ik eigenlijks op de wereld gebracht?
Ik heb hier geen nut, ik haat mijn leven alleen maar, en ik kan niks goed doen.
Ik ging op de grond zitten, tegen de muur aan. Mijn knieën gebogen, mijn armen daar over heen met mijn hoofd daar op.
Ik voelde de tranen weer omhoog komen, ik kon er niks aan doen dat ik zo’n mislukking was.
Hoe kan Doron mij ooit leuk vinden? Niemand zou met mij gezien willen worden.
Het is vast een weddenschap of zo. Hij is zeker een player, het is onmogelijk om mij leuk te vinden.
’t Kon gewoon niet zo zijn.
De tranen bleven maar over mijn wang rollen.
Ik keek hoe ze vielen, op mijn spijkerbroek. Ik sloeg met mijn hand op de grond.
‘Ik haat mezelf! Waarom ben ik hier?! Ik maak alles alleen maar stuk!’ riep ik boos, terwijl ik naar boven keek. Naar Hem.
‘Waar was je gister?’ vroeg Eva aan me in de pauze.
Ik zat op het bankje, ik haalde mijn schouders op. ‘Ik weet niet, geen zin denk ik.’
Zei ik met een gebogen hoofd.
Ze kwam naast me zitten, ‘maar je vind hem toch leuk?’
‘Ja’ Ik merkte dat ik al rode ogen kreeg.
Ik keek naar mijn armen, mijn wonden waren te duidelijk zicht baar. Ik draaide de binnenkant op mijn broek.
Eva keek er naar. Het viel haar op. Ze pakte mijn hand en keek naar mijn pols.
Ze leek geschrokken.
‘Wat?!’ vroeg ik haar beledigend.
Ze schudde teleurgesteld met haar hoofd. ‘Is dit je eerste keer?’
Ik haalde mijn schouders op, ik had geen zin om hier over te praten.
‘Britt, hier moet je mee ophouden. Dit is niet goed voor je. Wil je dat er meer mensen achter komen? Je kan er beter over praten.’
Ik veegde een traan weg, ze vond het nogal erg. Als of ik de enigste was.
‘Ik doe dit om gewoon te weten dat er een nog ergere pijn is dan de pijn van binnen. En zo weet ik dat ik me aanstel. Laat ook maar, wat zou jij er überhaupt van af weten.’
Ze stroopt haar mouwen op en laat me haar polsen zien. Het zit vol met littekens.
‘Ik dacht ook dat dit de enige manier was om van mijn pijn te ontsnappen.’
Het verbaasde me, ze is altijd zo vrolijk.
Ik kon het niet laten, ik moest het vragen. ‘Ben je nu van al je problemen af?’
‘nou, niet van allemaal. De kleintjes heb ik nog steeds. Maar mijn ouders kwamen er achter.
Ik moest in therapie. Het heeft wel geholpen, maar toen had ik er echt geen zin in.
Nu merk ik wel dat het beter is om er over te praten. Dus als je iets kwijt wil, je kan het mij vertellen.
Ik haar wat vertellen? Ik kende haar nauwelijks.
Ik kan Eva mijn problemen toch niet vertellen? Wat moet ik haar vertellen? Ze heeft zelf ook wel problemen gehad. De mijne zullen vast niks voorstellen vergeleken bij die van haar.
Ik kan het haar niet vertellen.
Eva keek me aan. ‘Het is moeilijk om er over te praten. Het laat een deel van jezelf zien, en dat probeer je juist te verbergen. Je kan me alles vertellen, wanneer je wilt.
Niet gaan denken dat ik je niet begrijp, ik heb het ook gehad.’
Ik staarde naar de grond. Het gaf best een goed gevoel dat er iemand was waar ik mijn problemen aan kwijt kon. Kan ik haar vertrouwen?
Mijn gedachten werden verstoord doordat ik iemand tegen me aan knalde. Ik keek geïrriteerd om, ik zag dat het Doron was. Hij was met een noodgang naast me geschoven op de bank.
‘Hoi!’ zei hij vrolijk. Ik lachte even, ‘hoi.’
Hij zat dicht tegen me aan. Ik werd er best een beetje nerveus van. Voordat ik wist dat ik hem leuk vond had ik hier nooit last van. Ik moest denken aan wat Eva zei. Waarom deed hij me dit eigenlijk aan?
Hij kon me onmogelijk leuk vinden. Ik hoopte stiekem dat het toch waar was dat hij me leuk vond.
Maar elke keer zei ik weer dat ik me mezelf niet voor de gek moet houden. Hij kan wel beter krijgen.
Doron keek me aan, ik durfde niet terug te kijken, hoe graag ik het ook wou.
Hij boog naar voren en staarde me aan.
Ik keek naar mijn voeten. Ik bewoog mijn tenen een beetje heen en weer waardoor mijn schoen bewoog.
Doron ging weer recht op zitten. ‘Sinds wanneer word ik genegeerd?’
Nu moest ik wel met hem praten.
‘Huh?’ vroeg ik aan hem. ‘Ik negeerde je niet. Wat was er dan?’
Hij werd een beetje rood. Hij zei niks, ik had hem stil gekregen. Zou dan toch? Nee,
Zijn hand gleed van zijn been af, tegen de mijne aan. Weer voelde ik diezelfde kriebels.
En ik werd langzaam rood. Eva zat nog steeds naast me, ze had door wat Doron deed.
Ze keek me aan en glimlachte. Ze wist dat ik Doron leuk vind.
Ik keek naar zijn hand, Zou hij het door hebben?
Doet hij dit expres?
Hij bewoog zijn vingers wat, hij wist onderhand dus dat zijn hand tegen mijn been aan lag.
In mijn buik ging het tekeer, ik was verstijfd. Ik durfde niet anders te gaan zitten. Eva gaf me een por, ik keek haar snel aan. Ze gaf me een knip oog.
Ik wist best wel wat ze hiermee bedoelde.
En zij wist wat Doron van plan was,
Misschien moest ik er gewoon maar van gaan. En als hij niet meer dan vrienden wil zijn, dan zeg ik toch ook dat het gewoon als vrienden bedoelt was. Waarom ook niet? Ik merkte dat ik moest lachen van de zenuwen.
Ik draaide me naar Doron toe, en hij keek me aan.
‘Ga je zaterdag met me mee uit?’
Hij lachte, het zag er best schattig uit.
Hij legde zijn hand weer op zijn been, ik kreeg het gevoel dat hij hem weg haalde omdat hij niet wou.
Ik baalde, ik zet mezelf compleet voor schut. Ik zag dat hij ging antwoorden, ik kreeg het benauwd.
Hij draaide zich ook een stukje naar mij toe,
‘Waar was je dan van plan om naar toe te gaan?’
Het was best een opluchting, het was geen afwijzing. Hij kon nog ja zeggen.
‘Gewoon, naar de disco. Naar Night Fever denk ik. Als jij dat wilt hoor.’ Ik probeerde luchtig over te komen. Maar ik kon natuurlijk niet ontkennen dat dit de eerste keer was dat ik een jongen uit vroeg.
Doron knikte, ‘Klinkt goed, deze zaterdag?’
Ik lachte, ‘Ok.’
Wat een opluchting, gelukkig ging het wel redelijk goed. Behalve dat het zweet me uitbrak.
Ik keek weer voor me uit. Ik zag vanuit mijn ooghoeken dat Eva bijna niet stil meer kon zitten. Ze stak haar duim naar me op. Ze was zo enthousiast, zo vol energie en vrolijk. Het is moeilijk te geloven dat zij misschien wel dezelfde problemen heeft gehad als mij.
Doron legde zijn arm om mij heen en drukte mij een beetje tegen mij aan.
Die vlinders liegen toch niet? Ben ik nou verliefd op hem?
¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬
Ik stond voor de spiegel, vanavond ging ik uit met Doron.
Ik voelde me goed, best goed. Eindelijk liepen de zaken een beetje zoals ik het wou.
Ben hield wonderbaarlijk genoeg zijn mond, zou het dan geholpen hebben wat ik tegen hem zei?
Ik deed mijn mascara op, ik wou er goed uit zien voor vanavond.
Ik was alleen met Doron, en niet op school.
Natuurlijk kan ik nu ook niet met een smoesje komen dat ik naar de les moest, maar ik zie wel hoe het vanavond loopt. Ik had er een goed gevoel over.
Ik speerde naar boven en trok mijn kleding kast open, ik had geen idee wat ik aan moest.
Of wat hij leuk vond. Ik pakte een spijkerbroek, en hield hem voor me. ‘Nee, daar zit een grote vlek in.’ Ik gooide hem in de hoek van mijn kamer. Ik spitte nog even door mijn broeken, het viel me op dat ik in meer en deels alleen maar spijkerbroeken had.
Het viel niet mee kleren uit te zoeken, ik stond nu zeker al een half uur voor mijn kast met nog steeds mijn badjas aan.
Ik keek op de klok, nog een kwartier, dan staat Doron voor de deur.
Ik moest nu snel mijn keuze maken tussen twee broeken.
Voor dat ik het wist ging de bel. Ik was net klaar, ik stormde de trap af. Ik ben nog nooit zo vrolijk geweest volgens mij. Ik trok snel mijn gympen aan en klopte nog even mijn kleren af. Het was best normaal, een wijde spijkerbroek met een mouwloos shirtje.
Ik doe de deur open, ‘Hoi’
Doron gaf me gelijk een knuffel.
Ik liep naar buiten en deed de deur dicht. ‘Bedankt dat je me kwam halen.’ Zei ik tegen hem.
Hij gaf me een helm, ‘geen moeite, ik kan je toch niet laten fietsen.
Leuk optrekje trouwens.’
Hij ging op de scooter zitten en startte hem. Ik legde mijn handen op zijn middel en zwaaide mijn been over de scooter heen en ging goed zitten.
‘Zit je?’ vroeg hij vriendelijk. Ik sloeg mijn armen om zijn middel en zei overtuigend ja.
Hij reed langzaam de weg op, op naar een geweldige avond.
We waren bij de discotheek aangekomen. Ik stapte af en deed mijn helm af. Terwijl hij zijn scooter op slot zette, deed ik mijn haar nog even snel goed.
We liepen met de helm in de hand naar binnen. Bij de ingang moesten we stoppen. Ik wou geld uit mijn broekzak halen, maar Doron betaalde als voor ons allebei. Hij gaf me een knipoog. ‘Dat zit wel goed.’
Ik kon hem natuurlijk niet alles laten betalen.
Ik trakteer hem binnen wel op een drankje.
We legde de helmen weg en liepen naar de deuropening. Hij zag dat ik twijfelde wie er eerst door de opening heen ging omdat we naast elkaar liepen.
Hij legde zijn hand op mijn schouder. ‘Dames gaan voor.’
We liepen op de bar af, het was behoorlijk druk. Sommige gezichten kende ik, andere had ik nooit eerder gezien. Ik hoopte dat we niet meteen ging dansen. Ik wil eerste wel eventjes zitten. ‘Wil je wat drinken?’ vroeg ik aan hem.
Hij knikte, hij ging met zijn rug tegen de bar aan staan, en keek over de volle dansvloer uit.
Ik zelf stond te twijfelen over wat ik zou nemen. Ik wil mezelf nou ook weer niet dronken voeren, en zelf dronk ik niet zo veel. Dat brengt alleen maar nog meer problemen mee, en het is behoorlijk duur.
Daarbij komt ook nog kijken dat ik nog geen zestien ben, ik krijg het nooit mee de winkel uit, of zelfs hier bij de bar.
Ik tikte zijn elleboog aan en hij draaide om. Vragend keek hij me aan.
‘Wat wil jij?’ zeg ik in zijn oor. De muziek stond nogal hard.
‘Doe maar een biertje!’ schreeuwde hij boven de muziek uit.
Ik beet even op mijn lip. ‘Dan moet jij bestellen!’ en ik gaf hem het geld.
Hij tikte even met een van de muntjes op de rand van de bar. ‘Wat wil jij hebben dan?’
Hij nam een biertje, ik zal dan denk ook iets van alcohol nemen. Ik wil niet als een braaf iemand overkomen. Ik zal het wel makkelijk houden.
‘Doe mij maar een breezer.’
Hij bestelde en gaf de breezer door aan mij. Ik wou gaan zitten, maar durfde niet aan hem te vragen of hij mee ging. Misschien wou hij dat wel helemaal niet.
Ik begon maar aan mijn breezer.
Hij pakte me bij mijn pols beet en sleurde me mee. We liepen richting de bankjes. Hij plofte neer, ik ging voorzichtig naast hem zitten. Hij schoof zich tegen me aan.
Ik kreeg een warm gevoel van binnen, het was best prettig. Het was anders dan die vlinders.
Dit gaf me een iets vertrouwder gevoel. Ik kreeg echt het gevoel dat hij me leuk vond, en hij had volgens mij ook al door dat het wederzijds was.
Ik wou kijken hoe laat het was, maar merkte dat mijn horloge niet om mijn pols zat.
Ik stond even op om in mijn broekzakken te voelen. Ik voelde hem niet zitten. Ik keek verbaasd even op, dan heb ik hem vast thuis laten liggen.
Ik keek even over de dans vloer. Kijken of ik mensen herkende. Ik schrok me rot,
Wat deed Ben hier? Hij liep over de dansvloer. Ik ging meteen weer zitten, ik de hoop dat hij me niet heeft zien staan.
Ik raakte lichtjes in paniek, ik wil niet dat hij me hier ziet. Eigenlijk is er niks raar aan, ik ben gewoon in de discotheek. Maar als hij me ziet weet ik zeker dat ik opmerkingen krijg en dat hij Doron gaat afzeiken. Doron mag geen problemen krijgen wegens mij.
‘Wat zie je er geschrokken uit.’ Zei Doron tegen me aan. Hij haalde me uit mijn gedachten.
‘oh, ik ben niet zo lekker.’
Ik keek me even aan, ‘Je ziet er wel een beetje bleekjes uit.’
Hij legde zijn hand op mijn voorhoofd. ‘Je bent niet warm of zo.’
Warm misschien niet, maar ik wist wel dat ik het benauwd kreeg.
Wat haalde ik me op de hals, ik had Doron nooit hier heen uit moeten vragen. Ik had moeten weten dat ik Ben hier tegen had kunnen komen.
Ik begon me steeds onzekerder te voelen. Ik praatte helemaal niet meer tegen Doron. Hij stond op en ging voor me staan. ‘Heb je zin om te dansen?’ vroeg hij met een glimlach.
Ik schudde vluchtig nee, en keek weer langs hem de zaal in. Teleurgesteld ging hij weer naast me zitten. Nu iets verder weg dan daarnet.
Ik besefte wat ik eigenlijks had gedaan. Ik draaide me naar hem toe, ‘sorry, ik voel me nog steeds niet helemaal lekker.’
Hij stond weer op ‘Ik ga wel wat water voor je halen.’
Met mijn handen in zijn broekzak liep hij weg.
Ik begon maar een beetje aan mijn nagels te pulken. Niet dat ze vies waren, maar anders zat ik hier maar zo nutteloos. Doron leek me niet zo blij.
Misschien moest ik me niet zo aan stellen. Wat is er eigenlijk zo erg aan dat hij me met hem ziet. En dat hij gaat zeggen dat ik hem leuk vind. Het is niet zo dat ik het kan ontkennen.
Als hij mij leuk vind, wat is er dan zo erg aan?
Doron kwam terug gelopen met een bekertje water in zijn handen.
Ik deed een plukje haar achter mijn oor en stond op. Ik pakte het bekertje water aan en zette het op een tafel neer. Ik pakte zijn hand en sleurde hem mee de dans vloer op.
‘Je voelde je toch niet lekker?’ We gingen ergens in het midden van de zaal staan. ‘Ach, dat was zo weer over.’ Ik begon rustig wat te dansen en hij danste mee. Hij bleef me maar aan staren. Als ik opkeek was het elke keer weer oog contact. Ik voelde me best goed, en redelijk zelf verzekerd. Mijn armbanden bedekte mijn littekens. Ik had het gevoel dat ik er gewoon voor moest gaan. Ik keek hem even aan, en hij was niet gestopt met staren. Hij deed zijn armen om mijn middel, en kwam langzaam met zijn hoofd naar de mijne toe.
Ik strekte mezelf ietsjes uit omdat hij toch wel groter dan mij was. Toen mijn lippen de zijne aanraakte had ik het gevoel als of ik in de zevende hemel was. Het begon een beetje te tintellen van binnen.
Na een tijdje stopten we met zoenen, hij glimlachte naar me. Ik wou niet meteen te snel beginnen, alleen weet ik niet hoe hij daar over denkt. Ik was blij dat het er nu eindelijk van was gekomen. Hij vond me dus echt leuk, en ik vond hem nu nog leuker. Er was geen twijfel meer mogelijk, ik was verliefd. Echt verliefd.
We stonden nog een tijdje te dansen, Doron werd geroepen. Hij draaide om. Het waren een paar van zijn vrienden. Hij zei ze vrolijk gedag. Een arm gleed van mijn middel af. Ik stopte met dansen aan gezien hij ook was gestopt.
Ze stonden te praten, en het duurde best lang. Ik had liever dat ze weg gingen, maar ik zei het maar niet. Ik wil niet verwaand overkomen. Het leek er eindelijk even op of ze stopte met praten. Doron draaide zich weer naar mij toe, ‘Ik ga even met ze zitten hoor. Ga je mee of blijf je hier?’ Wat moest ik met zijn vrienden. Als of ik met ze durf te praten. Dan zit ik er maar stil bij aan gezien hij dan toch geen aandacht voor mee heeft.
‘Ik blijf wel hier.’ Zijn andere arm gleed nu ook van mijn middel af omdat hij weg liep.
Nu stond ik dus in mijn eentje op de dans vloer. Ik liep eventjes rond, maar het had geen nut. Ik had gehoopt Eva tegen te komen, of iemand anders die ik wel redelijk kende.
Ik had geen zin om als een wanhopig iemand hier nog rond te dwalen. Ik ging maar naar de wc. Ik stond voor de spiegel, ik pakte mijn lipgloss uit mijn broekzak, en deed er wat van op.
Ik deed wat dingetjes goed en liep weer naar buiten. Ik voelde dat er iets tegen mijn achter hoofd aan werd geknald. Ik draai me om, het waren Ben en zijn vrienden. Alleen was het niet Ben die iets gooide. Ze hingen tegen de verwarming aan, ze vonden zich altijd zo stoer met hun kistjes om hun voeten, en hun zogenaamde legerbroeken.
‘Ben je hier met al je vrienden?’ vroeg Nico aan me.
‘Ja, nou goed.’ Zei ik boos. Ik had nu echt geen zin in ze. Ze keken Ben aan en hij wist dat ze een opmerking van hem verwachten. ‘Vandaar dat je hier alleen bent.’ Hij moest er zelf een beetje om lachen. Ik zag er de lol niet van in, en zijn vrienden ook niet.
Ik draaide me om en liep weg. Ik liep naar de bankjes waar Doron zat. Ik ging op mijn tenen staan om boven een paar mensen uit te kijken. Het zag er naar uit dat hij zich wel vermaakte zonder mij. Waarom ben ik hier nog? Hij zou met mij gaan, en dan laat hij me zitten. Ik had er genoeg van, ik boos liep ik naar buiten.
Buiten ging ik op een houten bankje zitten, even afkoelen. Als hij me zou missen zou hij me wel komen zoeken.
Ik zat al weer zeker een kwartier buiten. Ik zat over normale dingen na te denken. Dingen die ik nog moest doen, of die ik nooit gedaan had.
‘Britt?’ hoor ik iemand zeggen. Ik kijk op. ‘Eva? Wat doe jij hier?’
Ze ging naast me op het bankje zitten. ‘Ik wou net naar binnen gaan. Ben je hier alleen?’
‘nee, ik was hier met Doron. Maar blijkbaar vind hij zijn vrienden belangrijker.’
‘Ja, dat is Doron. Soms moet je hem even laten weten dat jij er ook nog bent. Kom je even mee naar binnen? Het is buiten veels te koud.’ Ze stond op, ze stond voor me met haar arm uitgestrekt om me overeind te helpen. Ik pakte haar hand vast en ze tilde me overeind.
Binnen zat Doron niet meer bij zijn vrienden.
‘Waar is Doron?’ vroeg ik aan Eva. Ze haalde haar schouders op.
Eva bestelde wat te drinken, ik stond over de dans vloer te kijken, in de hoop dat ik Doron zag. Waarom zocht ik hem eigenlijk? Hij is de gene die mij heeft laten zitten, maar ik hem daarna weer. Ik wou graag weten waar hij was. Eva tikte me aan en gaf me een drankje.
‘Martinicola’ zei ze. Ik pakte het aan, ik was normaal niet een drinker, Maar nu maakte het me allemaal even niet meer uit.
We gingen op het bankje zitten. Ik had de neiging om haar te vertellen wat me dwars zit. Ik dronk wat van mijn drankje. Eva kent mij niet eens, en toch staat ze voor me klaar. Ze wil me helpen, waarom accepteer ik dat niet?
Ik zette mijn drankje aan de kant. ‘Is Doron een player?’
Eva haalde haar glas van haar mond, met nog wat drinken in haar mond schudde ze vluchtig nee. Ze had haar drinken langzaam door geslikt.
‘Hij is juist altijd heel erg met een meisje bezig, en als zij hem ook leuk vind dan kan hij echt helemaal tot over zijn oren verliefd worden. Hij ziet jou nu al een tijdje zitten, maar hij durfde er niet echt voor uit te komen. Jongens hé?’
Ik beet even op mijn lip, het gaf me wel iets meer vertrouwen. Ik werd een hand op mijn schouder gelegd. ‘Daar ben je dan. Ik heb je overal gezocht!’ Ik kijk om en zie dat het Doron is. Ik draaide me meteen weer om, en keek Eva met grote ogen aan. Ze wist wat ik bedoelde, ‘Oh, sorry. Ik was even met haar op de wc. We moesten wat bespreken.’ Ze gaf me een knip oog.
Doron kneep zijn lippen even op elkaar, ‘tja, daar kan ik natuurlijk niet komen. Je vind het toch niet erg als ik haar weer mee neem?’
Eva sloot haar ogen en schudde haar hoofd.
Ik moest het waarschijnlijk maar vergeten. Het was niet zo erg dat hij even bij zijn vrienden ging zitten, hij zocht me wel.
Ik stond op en liep met hem mee. Op de dans vloer kwamen we weer tot stilstand. Daar begonnen we weer met dansen.
Ik was bezig met mijn jas aan trekken. Ik voelde me goed, en best zelf verzekerd. Ik had geen last meer van Ben. Wel van andere kinderen in mijn klas, maar die zijn niet zo erg als Ben.
‘Britt, wacht even.’
Ik hoorde al aan haar stem dat het Eva was, ik had haar vandaag niet in de pauzes gezien.
Ze gooide haar tas op de grond en leunde tegen een kapstok aan. ‘Ik denk, ik roep je maar even, want het is al maandagmiddag en je hebt me nog niet verteld wat er allemaal er allemaal is gebeurd.’
Ik ritste mijn jas dicht. ‘Nou, we hebben gedanst enzo.’
‘En?’ vroeg Eva. Ze had dus al zo’n vermoede dat er meer was gebeurd. ‘Ja, we hebben gezoend.’ Eva glimlachte, ik zag dat ze blij was met het resultaat.
Ik bedacht me net dat ik Doron de hele dag nog niet had gezien. ‘Heeft Doron vandaag vrij?’
Eva knikte, ‘Ze hebben rapport vergadering van de vierde klas.’
‘Jammer.’ Eva glimlachte even, ‘morgen zie je hem weer, wees gerust.’
Ik pakte mijn tas op, en zei Eva gedag. Ik kon niet wachten om Doron morgen weer te zien.
Natuurlijk gebeurt er op school niet zo veel, maar daarom wil ik hem nog wel zien.
Ik liep naar mijn fiets toe en haalde hem van het slot af. Ik liep met mijn fiets naar de uitgang, daar stapte ik op.
Ik was al bijna thuis, ik kon aan niks anders denken dan aan Doron. Er haalde een meisje mij in. Ik keek haar even na. Een paar meter later haalde ze een groepje van 3 kinderen in. Ze zaten misschien in de tweede klas. Ze begonnen tegen haar te praten. Ik kon niet horen wat ze zeiden, maar ik merkte aan de reactie van het meisje dat ze het niet leuk vond. Ik ging wat sneller fietsen. Het meisje ging ook sneller fietsen om van ze af te komen, en het groepje ook.
Ze zaten echt achter haar aan, ik had allang door dat ze haar pesten. Ik had de neiging om in te grijpen, maar ik was nog niet dicht bij genoeg. Zij zijn tweede klassers, zouden ze iets durven tegen een derde klasser? Ik had eerlijk gezegd geen idee. Ik bleef maar door trappen, ik wou ze inhalen. Desnoods ging ik naast het meisje fietsen, doen als of ik haar kende. Zouden ze haar dan met rust laten?
Ik kwam eindelijk dichter bij ze, het meisje bleef maar proberen ze kwijt te raken door middel van sneller te fietsen. Ik werd boos, konden ze haar niet met rust laten? Dat had ze nu al een paar keer gezegd. Ze kregen door dat ik er langs wou, de twee meisjes in het groepje zeiden mij heel aardig gedag. Ik zei chagrijnig hoi terug. Heilige boontjes.
Ik sneed ze wat af waardoor ze wel langzamer moesten fietsen, ze moesten haar gewoon met rust laten. Het lukte voorlopig wel, ik ging midden op het pad fietsen. Zo als het er nu uitzag ging alles goed. Het meisje reed opgelucht weg, ze reed nog steeds snel door. Ze was bang dat ze weer achter haar gingen fietsen. Ze sneed een stukje af doormiddel van door de berm te rijden. Dat had ze beter niet kunnen doen. Ik hoorde de kinderen achter mij alweer. ‘Zullen we haar inhalen?’ en ze reden met een noodgang langs mij. Ik kon ze nu niet meer inhalen. Ze reden weer naast haar en het meisje werd nerveus. Ze begonnen haar uit te schelden, en het meisje hield het niet meer. Ze barste opeens in tranen uit. Ik was boos, boos op de stomme kinderen die haar dit aandeden. Boos op mezelf, dat ik niet ingreep. Het meisje schreeuwde naar ze dat ze dit niet wou, en dat ze weg moesten gaan. Ik begreep haar woede wel. Woede dat mensen haar geen kans geven, woede dat niemand haar hielp.
De kinderen lachte haar alleen maar uit, het was allemaal maar een grap voor hun.
Het meisje spuugde naar het meisje dat naast haar fietste. Ik was verbaasd, stom verbaasd. Dat ik dit zo ver heb laten komen. ‘Spuug dan terug!’ schreeuwde het jongetje. Maar ze deed niks terug. Mijn huis was al in zicht, ik was er zo. Ik zou ze nu nooit meer in kunnen halen. Ik voelde me schuldig. Waarom had ik niks gedaan?
Het meisje sloeg af, tot mijn schrik. Het was niet zomaar een meisje, het was mijn buurmeisje.
Thuis had ik mijn fiets neer gezet, en ik stond tegen het hek aan te leunen. Ik keek naar het huis van de buren. Het lag zeker een kilometer achter mijn huis. Zolang was ook nu oprit. Ik had geen idee dat zij mijn buurmeisje was. Ik zag haar nog naar huis fietsen, het enigste wat ik nog zag was een klein blauw stipje, haar jas.
Ze moest huilen, ik vond het zo erg. Ik voelde me schuldig, heel erg. Ik voelde me zwak, zowel lichamelijk als geestelijk. Een mislukkeling, waarom kon ik haar niet helpen? Het bleef maar in mijn hoofd zitten. Dit was niet even pesten, dit was al langer aan de gang. Anders huilde ze niet. Ik had medelijden met haar, wat zal ze bang zijn geweest.
Op haar eentje op de fiets, zo snel mogelijk thuis willen zijn. En dan mensen achter je aan hebben die je van alles toe wensen zonder enige reden.
Wat zou ze graag gehad willen dat ze weg gingen. Wat zou ze graag gewild hebben dat er iemand haar kwam helpen.
Waarom deed ik dat dan niet? Waarom schoot ik haar niet te hulp? Ik zou zo graag gewild hebben dat iemand mij hielp. Ik kon haar helpen.
Ik probeerde ergens anders aan te denken. Het lukte maar niet. Ik was binnen gaan zitten, ik zat op de bank ik de woon kamer. Mijn benen tintelden, in mijn hoofd was ik duizelig.
Het deed zoveel met me, ik kon er niet tegen. Het schuldgevoel knaagde bij me van binnen, waar was ik bang voor? Ze konden me niks doen.
Ik ging liggen op de bank, ik voelde me niet meer goed. Wat als ik haar had geholpen?
Zou ze dan nu gelachen hebben, in plaats van gehuild. Zouden die kinderen dan op gehouden zijn. Zou ik me dan beter voelen?
Voor haar ben ik te laat, het heeft geen zin meer. Niet voor haar. Ik laat dit niet nog een keer gebeuren. Als er nog een andere keer komt. Ik hoop het niet.
Waarom hielp ik haar niet?
Ik stond voor de spiegel, ik deed de deksel open van mijn make-up doos. Ik beet op mijn lip, wat moest ik kiezen? Welke kleur ging het beste met mijn outfit?
Ik had niet meer zoveel tijd, ik deed snel wat make-up op en liep met de lip-gloss in mijn hand de badkamer uit. Ik rende de trap op terwijl ik mijn lip-gloss in mijn broekzak stopte.
Boven gooide ik de lade open van mijn tv kastje, ik hurkte ervoor. Ik stond even te kijken wat ik nou moest pakken. Zou ik mijn haar in een staart doen of niet? Ik pakte even wat elastiekjes van achter. Ik schoof een klein briefje mee. Ik ging zitten en klapte het briefje open. Rustig las ik zin voor zin. Toen ik klaar was keek ik op. Wat was ik toen depressief. Ik had mijn gevoelens van toen opgeschreven. Het was misschien een half jaar terug. Dat het beter was als ik er niet meer was, niemand meer last viel. Dat er niemand was die om me gaf. Nu weet ik wel beter, hoop ik. Ik keek op de klok, nog maar een kwartier, en ik fietste er twintig minuten over.
Ik speerde naar beneden en griste mijn jas van de kapstok en liep naar buiten, ik haalde mijn fiets van het slot af en sprong er op. Op het fietspad deed ik rustig mijn lip-gloss op.
Ik ging weer met Doron uit, ik had er wel zin in. Alleen hoopte ik dat nu wel alles goed ging.
Ik stak de weg over, en keek of er bij de volgende overgang een auto aankwam. Ik kneep mijn ogen fijn, er kwam wel een auto aan. Ik herkende die auto. Ik stopte bij de overgang, en de auto ook. Ik had al door dat het mijn ouders waren. Mijn vader draaide zijn raampje open, ‘Goedenavond jongedame.’
‘Hoi’ zei ik terug. Mijn moeder ging naar voren zitten en zwaaide. Ik glimlachte even terug naar haar. ‘We zijn net bij oma geweest, ze word wat oud. De volgende keer moet je maar mee gaan.’ Ik keek verbaasd, als ik had geweten dat ze er heen waren geweest was ik mee geweest. Ik wist dat ze niet lang meer had, ik wou mee. ‘Als je had verteld dat je zou gaan was ik mee gegaan.’
Mijn vader schudde met zijn hoofd. ‘Kon niet, we gingen vanuit het werk. Maar ik zie je vanavond wel weer, maak het niet te laat. Wij gaan weer, we zijn dood op.’
En hij draaide zijn raampje weer dicht. Ze konden mij toch wel na het werk oppikken? De auto reed weg. Ik keek ze na, ze willen wel dat ik naar oma ga, maar ze willen me niet ophalen. Zover is het werk niet, en zo vaak gaan we niet naar oma. Ik zette mijn voet weer op de trapper en fietste weer weg.
Ik zette mijn fiets met zijn voorwiel in de standaard en draaide hem op slot.
Voor de deur stond Doron al, ‘Je bent laat. Ik sta al zeker tien minuten buiten te wachten.’
Ik schrok, zolang? Maar ik had gezegd dat ik om neger uur hier zou zijn, dan gaat hij toch niet vijf minuten van te voren buiten staan. Toch voelde ik me schuldig, ik kon op z’n minst wel iets eerder hier zijn.
Hij begon stiekem te lachen, ‘grapje, ik sta hier nog maar net. Ik was zelf ook te laat.’
Opgelucht lachte ik, ik schudde mijn hoofd. ‘moet je me weer pesten?’ zei ik grappig tegen hem. Hij gaf me een stootje met zijn schouder, ‘je bent een makkelijk slachtoffer.’
We liepen de Disco in, en hingen onze jassen op.
Binnen stonden we al weer snel te dansen op de dansvloer. Ik sloot mijn ogen even en liet mijn hoofd mee gaan op de muziek. Ik voelde Doron zijn hand onder mijn kin, ik schrok er even van en deed mijn ogen meteen open. Hij glimlachte naar me, en hij zoende me. Ik zoende mee. Er boste iemand tegen me op, waardoor ik tegen Doron op botste.
Boos keek ik om, het was Ben. Als hij nu maar niks zei, Doron wist niks van mijn problemen af. Dat ging hem nu niks aan. Ik moest even weg, ik wou Ben niet zien. Niet vanavond.
‘Ik haal even iets uit mijn jas hoor.’ Zei ik in Doron ’s oor. Hij knikte en liet mijn hand los.
Ik liep snel van de dansvloer af, ik kwam eindelijk een beetje tot rust.
Ik had geen behoefte aan Ben, ik hoopte dat als ik terug ging hij daar weg was. Ik liep naar de garderobe toe en binnen zocht ik naar mijn jas. Ik keek om me heen, ik hoorde dat er iemand aan kwam. Ik keek om me heen, ik was de enigste hier. Eindelijk had ik mijn jas gevonden, ik riste mijn zak open en pakte mijn lip-gloss. Ik had hem eigenlijk helemaal niet nodig, maar ik had een smoesje nodig. Ik zag vanuit mijn ooghoek dat er iemand in de deuropening stond. Ik keek om, het was Ben. Opnieuw brak het zweet me uit, wat deed hij hier? Hij hing een beetje tegen de deurpost aan, hij zag er niet fris uit. Hij liep naar me toe, ik deed een paar stappen achteruit, maar merkte dat ik niet verder naar achter kon. Ben ging tegen me aanstaan, en hij legde zijn hoofd over mijn schouder. Hij zuchtte, ik kreeg kippenvel. Wat ging hij doen? Ik was bang voor hem, ik begon sneller te ademen, waarom ging hij niet weg? Het was duidelijk dat hij dronken was, hij zou dit anders nooit doen. Hij zou me niet eens met een vinger aan durven te raken, als of ik een besmettelijke ziekte had.
Ik werd nerveus van hem, bloed nerveus. Ik durfde niks te doen, ik stond daar verstijfd.
Ben duwde hard tegen me aan, ik kon niet weg. Hij hield me vast. Een hand gleed via mijn middel naar mijn rug, daar liet hij hem zakken. Ik probeerde hem van me weg te duwen. ‘Ben houd op!’ schreeuwde ik tegen hem. Maar hij bleef staan. Hij hing maar een beetje tegen me aan, alsof hij zelf niet kon blijven staan.
De tranen sprongen in mijn ogen, ik had door wat er gebeurde. Ik wilde hier weg, terug naar Doron. Ik wilde dat ik hier helemaal niet heen was geweest. Maar Ben liet me niet los. Waarom deed hij me dit aan? Doron, waar ben je?
Er spookte van alles door mijn gedachte, waarom was Doron hier niet? Hij moest me helpen.
Ik kon dit niet alleen, Ben ging nu met zijn hand elke keer iets verder. Hij ging met zijn hand omhoog, onder mijn shirt door. Weer rolde de tranen over mijn wang, ik deed mijn ogen dicht. Ik wilde dat hij weg ging, ik wenste hem weg. Waarom ging hij niet weg?
Plotseling werd Ben weg getrokken. Ik opende mijn ogen, maar zag nog niet goed door mijn tranen. Ik haalde diep adem, Ben was weg van mij. Ik wreef in mijn ogen, en ik deed ze weer open. Ik zag dat het Doron was.
Met een hand had hij Ben bij zijn kraag, met zijn andere hand duwde hij Ben op zijn schouder tegen de muur aan. Hij was boos, echt boos. Zijn gezicht stond op onweer. Ik keek geschrokken toe hoe Doron tegen hem schreeuwde. ‘Waar denk je dat je mee bezig bent?’
Ben tilt zijn armen omhoog. ‘Rustig man, het was maar een lolletje.’
Ben kwam amper uit zijn woorden.
Doron ging dichter bij hem staan. ‘Zo lollig dat ze er om moet huilen?’ Ik had hier geen zin meer in, ik wilde hier weg. ‘Doron, ik wil hier weg. Boos liet Doron hem los. Hij wees naar Ben, ‘Raak haar met een vinger aan, en ik breek je nek!’
Doron draaide zich om en sloeg een arm om me heen, we liepen de garderobe uit. Doron keek nog een keer boos om naar Ben.
We liepen naar de bankjes, mijn ogen waren nog steeds rood. ‘Kan ik iets voor je halen?’ Ik schudde mijn hoofd. Hij ging zitten, ik staarde naar de lege plek naast hem. Ik wilde naar huis, maar daar zou ik toch alleen maar in tranen uitbarsten. Voorzichtig ging ik naast hem zitten. Hij gaf me een knuffel en ik legde mijn hoofd op zijn borstkas. Langzaam rolde er weer een traan over mijn wang. Ik ging weer recht opzitten, ik veegde een traan weg. Doron keek me aan, ik wist wat hij wilde. Ik herkende die blik in zijn ogen. Ik had er nu geen behoefte aan, hoe kon hij nu denken dat ik wilde zoenen?
‘Doron, ik wil naar huis.’ zei ik tegen hem. Hij stond op, ‘ik ga je jas wel halen.’ En hij liep weg. Ik staarde naar de dansende mensen, ze hadden geen idee wat er door mij heen ging. Die emotie, was niet te beschrijven. Een gevoel van angst, en blijdschap dat het voorbij is. Maar ik bleef er aan denken. Ik schrok wakker uit mijn gedachten. Doron was nu al een tijdje weg. Het duurde naam mijn idee te lang.
Ik stond op en liep naar de garderobe. Pas toen ik dichterbij kwam hoorde ik gestommel, ik liep naar de deuropening en wou naar binnen kijken. Doron stond opeens in de deuropening. Ik wilde langs hem kijken naar binnen maar hij drukte mijn jas in mijn handen. ‘Kom, we gaan’ en hij sloeg een arm om me heen en liep met me weg.
Ik schrok wakker van de bel. Voor de zoveelste keer dat ik in gedachten verzonken was. De klas stond op en liep het lokaal uit, ik liep als laatste er achter aan. Met mijn tas op een schouder slofte ik mee met de menigte. We waren al weer vrij, Ben was er vandaag niet. Maar dat maakte mij niet meer zoveel uit, hij deed niet meer zo veel de laatste tijd. Zou hij zich nog wel herinneren wat er dit weekend gebeurde? Ik hoop van niet. Het bleef maar door mijn hoofd heen spoken.
Ik liep naar de kapstokken toe, ik kon naar huis, waar ik even mezelf kon zijn. Ik had mijn jas al aan getrokken. Ik had Doron en Eva de hele dag nog niet gezien. Ze zullen wel vrij zijn vandaag. Ik keek naar buiten, het waaide hard. Ik zag dat er een groepje jongeren op het plein stonden, ik keek eens goed. Ben stond er ook tussen. Hij zag er niet zo goed uit, maar ik kon het niet helemaal zien. Ik stond er te ver van weg.
Ik pakte mijn tas op en liep naar buiten, ik liep langs het groepje en zag dat ben klappen had gehad, niet zo’n beetje ook. Er zat een grote schaafwond op zijn slaap, en rond om zijn oog was het bruin/blauw. Daarom was hij niet op school. Wie had dit nou weer op zijn geweten? Die wil zeker problemen hebben. Been keek naar me, ik keek snel voor me. Ik herkende die blik, het was die oude pesterige blik. Wat was hij van plan?
Ik liep door, maar ik hoorde al wat geroezemoes. Ben floot naar me. Daar ging hij weer. Opeens begonnen hun weer te lachen, ze vonden het zo leuk om me belachelijk te maken.
Ik liep naar mijn fiets en haalde het van het slot af. Ik fietste naar de supermarkt. Ik voelde even in mijn zakken, even kijken of ik wel geld mee had. Bij de supermarkt zette ik mijn fiets neer, en ik liep naar de schuifdeur toe die open ging.
Binnen stond ik bij de shampoo, ik had weer nieuwe nodig. Ik ging op mijn hurken zitten om te kijken bij het onderste rek. Welke heb ik normaal gesproken ook al weer? Ik zat te twijfelen. ‘Die vind ik lekker ruiken.’ Hoorde ik iemand zeggen. Ik keek achterom, en verloor mijn evenwicht, daardoor viel ik achter over. Ik knalde tegen iemand zijn benen aan.
Ik zag dat het Doron was. Ik zat lekker gênant op de grond met mijn rug tegen zijn benen aan. Hij stak zijn hand uit en hielp me omhoog. Ik schaamde me best wel, ‘Welke vond je nou lekker ruiken?’ Hij pakte een fles uit het rek en showde het. Ik pakte het uit zijn handen. ‘Dan neem ik die.’
We liepen samen naar de kassa, ik stopte mijn hand al in mijn broekzak en graaide naar wat geld. We stonden te wachten bij de kassa op een man voor ons. Hij legde een tijdschrift neer, ik draaide mijn hoofd om de tekst te lezen. Het was een tijdschrift voor meisjes.
Wat moest hij daar nou mee? Hij zag me vragend naar het tijschrift staren. Hij legde zijn hand op mijn schouder en ging langzaam met zijn hoofd naar mijn oor. ‘Nu geen rare ideeën krijgen hoor. Ik moest hem even voor mijn zus halen.’
Ik lachte even, ‘Ik dacht al.’ Ik zette mijn fles shampoo neer op de lopende band en telde het geld dat ik mijn handen had. Ik stopte wat muntjes terug, ik was aan de beurt. De caissière scande mijn shampoo en ik legde het geld op de toonbank. De caissière gaf me mijn fles en ik wachtte even op Doron. Hij rekende af en liep met me mee. Ik moest weer denken aan Ben, wanneer zou hij in elkaar geslagen zijn? Die zaterdagavond of later?
Ik fronste even met mijn wenkbrauw, misschien wist Doron er wat van. ‘Ben is volgens mij in mekaar geslagen. Weet jij wat er gebeurd is?’
Doron keek me licht geschrokken aan, en daarna de andere kant op. ‘Nee, ik weet er niks van.’ Hij gedroeg me iets te schuldig. Ik dacht gelijk terug aan die zaterdagavond, Doron was toen lang weg. Ik kreeg het gevoel dat Doron er iets te maken mee had. We liepen richting de uitgang, en ik stopte. Doron draaide zich om en keek me vragend aan.
Ik pruimde mijn lippen even. Doron had iets te verbergen, hij was die avond behoorlijk kwaad. ‘Jij hebt wat te maken met Ben, of niet?’ Doron beet op zijn lip, hij zweeg te lang voor mijn gevoel. Ik keek hem vragend aan. ‘Ja dus!’ Ik zette een boos gezicht op en liep langs hem, hij draaide zich om. ‘Ik weet niet wat me bezielde, ik was boos ok?’
Ik draaide me om, ‘Nee, het is niet ok. Ik ben ook boos op Ben. Maar dat geeft je niet het recht om hem in mekaar te slaan. Wil je dat ik nog meer problemen krijg?!’
Dat floepte eruit, wat had ik gezegd? Hij wist niks van mijn problemen. Ik draaide me weer om en liep snel naar mijn fiets, ik haalde hem van het slot af en fiets met de shampoo fles in mijn hand weg.
Boos drukte ik elke zo hard mogelijk op de trappers. Hoe kon hij dit nou doen? Vandaar dat Ben vanmiddag weer begon. Hij was eindelijk gestopt. Ik zuchtte, het is ook wel altijd wat met mij, ik stopte met trappen en liet mijn fiets even uitrollen. Ik zag een auto vanuit mijn ooghoek aan komen bij de weg overgang. Ik trapte boos op de rem en mijn fles shampoo vloog uit mijn handen. Ik stapte van mijn fiets af en zette hem op zijn standaard. Ik liep naar de fles toe en pakte hem op. Ik trapte de standaard onder mijn fiets vandaan en wou net opstappen. Ik hoorde een scooter aankomen, als dat maar niet Doron was. Ik keek op en zag dat het niet de scooter van Doron was. Opgelucht haalde ik weer adem, ik kon hem nu echt even niet zien. Was het gek dat ik boos op hem was? Hij zorgde alleen maar voor nog meer problemen. Ik stapte op mijn fiets en trapte door totdat ik weer thuis was.
Ik was nog maar net thuis en had mijn jas op de kapstok gegooid. Ik zette mijn fles shampoo in de badkamer, plotseling ging de telefoon en ik draaide me op. In de kamer naast mij hoorde ik dat mijn vader opnam. Ik drukte mijn oor tegen de muur aan om mee te luisteren.
‘Of Britt thuis is? En hoe heette je ook al weer? Oh, Doron ok. Ik zal even voor je kijken.’ Mijn vader kwam de studeerkamer uit gelopen, ik speerde de badkamer uit en rende naar hem toe. Wild gebaarde ik dat hij me de telefoon niet moest geven. Mijn vader wees naar de telefoon en schudde zijn hoofd vragend.
Ik schudde nog hard nee, mijn vader bracht de telefoon naar zijn oor. ‘Nee sorry, ze is nog niet thuis.’ Ik zuchtte opgelucht. Hij drukte de telefoon uit. ‘Voortaan geef ik je gewoon zelf de hoorn, als je problemen hebt met iemand moet je dat gewoon oplossen.’
Ik liet mijn hoofd even hangen, ‘Ik heb geen problemen, ik wil hem nu gewoon even niet spreken. Daar heb ik nu geen zin in, ik heb wel betere dingen te doen. Mijn vader draaide zich om en liep de studeerkamer weer in. Ik liep naar de trap en sleepte me mezelf omhoog naar mijn kamer.
Ik stapte samen met mijn vader in de auto, we gingen weer boodschappen doen. Gelukkig was ik deze dinsdag vrij. Dan was er minder kans dat ik Doron zag. Mijn vader startte de auto en reed langzaam van de oprit af. Hij keek me even aan, ‘Hoe gaat het op school?’
Ik rolde met mijn ogen, daar komt hij nu pas mee. Ik had nog maar twee maanden school en hij heeft de rest van het jaar er geen aandacht aan besteed. ‘Goed hoor.’ Zuchtte ik.
‘Dat komt niet echt overtuigend over. Je blijft toch niet zitten hé?’ vroeg hij fronsend. Ik schudde mijn hoofd, ‘Ik red het wel.’ Hij haalde zijn schouders even op, ‘Waarom doe je er dan zo negatief over?’
Ik draaide me naar hem toe, nu was het zeker mijn schuld. Ik merkte dat ik wat prikkelbaar was, maar dat maakte me nu even niks uit. ‘Omdat je na zoveel maanden nu pas vraagt hoe het op school gaat!’ Ik ging weer recht zitten met mijn armen over elkaar. Nu moet hij niet opeens de zorgzame vader gaan uithangen. Hij weet zelf ook wel dat hij niks om me geeft, ze zijn nooit thuis en ze interesseren zich absoluut niet in mij. Mijn vader was de rest van de rit stil. Bij de supermarkt stopten we en ik stapte uit, ik liep de winkel alvast in. Mijn vader kwam zo wel. Ik slenterde wat tussen de winkelrekken door. Ik stopte bij de drank, ik had daar nu best wel zin in. Ik liep maar weer door, ik kreeg het heus niet mee. Ik stopte even bij de tijdschriften en bladerde er een beetje door.
‘Britt?’ hoorde ik iemand zeggen. Ik keek om, er stond een jongen. Hij kwam me bekend voor, ik probeerde me zijn naam te herinneren. Ik knipte in mijn vingers en wees naar hem. ‘Kyle is het toch?’ Hij knikte, opeens bedacht ik me dat hij de vriend van Doron was en ik richtte mijn ogen weer op het tijdschrift. Wat wou hij nou weer? Als hij nou maar niet over Doron ging praten. Daar het ik nog steeds geen trek in.
‘Doron had je geprobeerd te bellen, maar je was er niet. Hij voelt zich er echt rot over.’ Zei Kyle tegen mij en hij ging naast me staan. Het maakte me niks uit, als Doron het goed wou maken moest hij dat zelf maar doen, en niet zijn vriend. Ik keek even op naar Kyle, hij had gewoon bruin haar, hij was slank, maar niet zo lang als Doron. ‘Als Doron iets tegen mij wil zeggen doet hij dat zelf maar.’ Ik sloeg het tijdschrift dicht en zette het terug in het rek.
Kyle legde zijn hand tegen het rek aan en leunde erop, ‘Hij had je gebeld.’
Ik draaide me naar Kyle toe, ‘Ja! Maar dat ik er een keertje niet ben wil niet zeggen dat ik gelijk onbereikbaar ben.’ Ik keek langs Kyle, ik zag mijn vader aan komen lopen. Hij stak zijn hand naar mij op. Hij ging naast Kyle staan, ik had geen zin in een van beide. Ik staarde boos naar een tijdschrift. Mijn vader draaide zich naar Kyle en stak zijn hand uit. ‘Ik gok op Doron?’ Kyle pakte zijn hand vast, en schudde zijn hoofd. ‘Kyle, vriend van Doron.’
‘Ah’ zei mijn vader. ‘Ik zal jullie dan niet langer storen.’ En hij liep langs mij weg. Ik draaide me ook om en liep achter mijn vader aan. Liever met mijn vader mee dan met Kyle. Kyle rende achter me aan. ‘Britt, wacht even. Doron wil je spreken.’ Ik stopte weer en staarde naar de grond. ‘Als hij dat dan zo graag wil komt hij zelf maar!’ Geïrriteerd liep ik weer weg, deze keer bleef Kyle staan. Dat was maar goed ook, anders was ik misschien wel tegen hem uitgevallen.
Op de terug weg in de auto zat ik alleen maar uit het raam te staren. Mijn hoofd lag tegen de zijkant van de deur aan, ik slaakte een zucht. Alles leek zo goed te gaan. Mijn vader en ik zijn vrij lang weg geweest, boodschappen doen, nog naar andere winkels. Maar de hele tijd geen woord tegen elkaar gezegd, dat was niet mijn vader. Misschien had ik hem wel gekwetst, ik moest het maar goed gaan maken. Mijn vader reed de oprit van ons huis op, ik zag een scooter staan. Hij was van Doron. Ik zat meteen recht op, maar waar was Doron? Mijn vader parkeerde de auto en ik stapte uit, ik wou naar de deur toe lopen om te kijken of hij nog wel op slot zat. Als mijn moeder thuis was had ze hem vast binnen gelaten. Ik keek vluchtig door het gangetje van het huis en de garage, ik zag dat Doron net opstond van het bankje. ‘Hoi.’ Ik was vrij verbaast, had Kyle dan al met hem gesproken? ‘Ben je hier al lang?’ Ik wou weten hoelang hij hier al stond. Hij keek op zijn horloge, ‘Twintig minuten denk ik.’ Ik staarde naar de golfende wand van de garage. Dat was best wel lang, moet ik hem naar binnen laten? Mijn vader zou hem zo meteen toch wel zien. Ik wist niet wat ik moest zeggen, vooral niet met mijn vader in de beurt, het was zo raar. Eerst wist hij nog van niks, en nu weet hij dus al gelijk meer over mij. Mijn vader gooide de achterbak open en keek even naar mij. Hij zag Doron staan en stak zijn hand naar hem op, Doron zei hem gedag. ‘Ik ga mijn vader even helpen met de boodschappen hoor.’ En ik liep naar mijn vader toe. Mijn vader liep langs me met een grote doos met boodschappen er in. ‘Laat maar, ik ruim het wel op. Je kan die jongen niet laten wachten.’ En hij haalde de deur van het slot af en liep naar binnen. Ik keerde me weer tot Doron. Ik staarde langs hem naar de grond, ik wist niet wat ik moest zeggen. Maar ik wist wel dat ik mijn excuses aan moest bieden. Ik beet even op mijn nagel, ‘Ik had niet zo uit moeten vallen in de winkel.’ En ik keek hem aan, hij stond er niet helemaal op zijn gemak. Hij knikte lichtjes, ‘en ik had niet zo uit moeten vallen tegen Ben, ik was zo kwaad op hem. Ik wou je alleen maar beschermen.’ En hij legde zijn hand op mijn boven arm. Ik keek naar beneden, en daarna weer naar hem. ‘Dat had je al gedaan, toen ik er nog bij was.’
Hij pruimde zijn lippen, ‘Ik weet ook niet waarom ik het heb gedaan, maar toen ik hem weer tegen kwam in de garderobe maakte hij weer een opmerking en ik ging door het lint, en omdat hij dus dronken was bleef hij maar dingen zeggen die me kwaad bleven maken. Ik weet dat ik te ver ben gegaan.’ Hij liet zijn hand weer van mijn arm af glijden. Wachtend op mijn reactie. Mijn vader kwam weer naar buiten gelopen, en ik knikte alleen maar. Doron zakte een stukje met zijn hoofd en keek me vragend aan, ‘ik hoop dat we het kunnen vergeten?’ ik knikte. Hij glimlachte wat, hij legde zijn armen om mij heen en drukte me een beetje tegen me aan. Ik wou niet dat mijn vader mij zo zag. ‘Ik denk dat ik mijn vader maar ga helpen.’ Hij knikte, ‘Dan ga ik maar weer.’ Mijn vader kwam net langs gelopen en hij gaf me een kus op mijn mond voordat hij zijn helm op deed. Ik wist dat mijn vader keek, wat moest ik tegen hem zeggen als hij er naar zou vragen? Doron stapte op zijn scooter en reed langzaam van de oprit af.
Ik liep naar de achterbak en pakte de laatste tas die er in stond en sloeg de achterklep dicht. Mijn vader kwam net naar buiten gelopen, hij pakte zijn auto sleutels en deed de autodeur op slot. Ik sleepte de boodschappen tas naar binnen en in de keuken liet ik hem neer ploffen. Ik slaakte een zucht, ‘Zwaar is ie hé?’ zei mijn vader. Ik knikte, ik deed met een gooi de koelkast deur open. Ik opende de tas en deed de koelkastproducten in de koelkast.
Ik wist dat mijn vader met een vraag zat, maar hij hield zich stil. Hij wil normaal altijd weten wie wie is. Hij sloot de deur van de voorraadkast. ‘Wie was dat?’ Ik wist het, hij moest het vragen. Ach, als of hij het nog niet door had wat er tussen Doron en mij was. ‘Dat was Doron.’ Hij knikte even. ‘Die jongen die ik aan de telefoon heb gehad?’ ‘Ja.’
Hij pakte de lege tas en vouwde hem op. Hij bleef er nog even mee in zijn handen staan. ‘Heb je daar wat mee?’ Ik draaide me om. ‘Hoezo?’ ‘Oh gewoon, omdat hij je een kus gaf.’
Ik knikte, ‘Ja, ik heb daar wat mee.’ Antwoordde ik zo luchtig mogelijk. Mijn vader legde de tas in een kastje, ‘Is het serieus?’ Ik schudde mijn hoofd, ‘Zo ver ik weet niet.’ Mijn vader hoefde niet alles te weten, als ik er zeker van was dat het goed ging vertelde ik het ze wel.
Mijn moeder kwam ook thuis, ‘Hoi!’ zei ze vrolijk terwijl ze de deur dicht deed. Ze deed haar schoenen uit en zette ze netjes voor de kachel. Met een tas in haar handen kwam ze de keuken binnen gelopen en zette hem op tafel neer. Mijn vader ging tegen de stoel aan leunen. Mijn moeder pakte wat uit de tas. ‘Dat ziet er lekker uit.’ Zei mijn vader terwijl had in de tas keek. Mijn moeder knikte, we eten vanavond spaghetti.’ Mijn vader was gek op spaghetti, je kon aan zijn gezicht aflezen dat hij er nu al zin in had. Ik liep de keuken uit naar de trap toe. Ik hoorde dat mijn vader over mij begon te praten, ik sloopt zachtjes een paar pasjes terug om het gesprek te horen.
‘Ze heeft denk ook een vriendje. Dat ze ons daar niet eerder over verteld heeft.’ Vertelde mijn vader. Mijn moeder reageerde rustig. ‘Ach, misschien wou ze eerst zien hoe het uitloopt. Maak je maar niet druk.’ Mijn vader was even stil. ‘Hmm, maar wie weet hoe lang ze al met elkaar gaan? En wat ze doen.’
Mijn vader maakte zich altijd te veel zorgen als hij iets te weten kwam, maakte hij zich er maar druk om dat ze nooit thuis waren, als ze niet werken zaten ze wel bij vrienden.
‘Vertrouw Britt nou maar, ze kan best voor zich zelf zorgen. En het is heus niet dat ze zich gekke dingen in haar hoofd haalt.’ Zei mijn moeder. Ze had wel vertrouwen in me, soms een beetje te veel. Ik draaide me weer om en liep de trap op, boven liet ik me op bed ploffen. Ik tilde mijn arm omhoog. En keek naar mijn pols, ik wreef met mijn duim over mijn pols, mijn huid bewoog mee. Je zag een soort witte strepen, wit vel. Mijn ‘littekens.’
Beneden hoorde ik wat gemompel, ik stond op en legde mijn oor op de vloer om wat te kunnen horen. Mijn ouders hadden weer ruzie, waar over ging het deze keer? Mijn vader begon te schreeuwen, het ging ook over mij. Hij twijfelde of ik wel over ging, en mijn moeder vond alles maar best.
Ik was het niet met hem eens, nu wil hij zeker opeens de goede vader uithangen, er zeker altijd voor zijn dochter zijn. Hij is er nooit, ik zit vaak alleen thuis. Ze begonnen nu tegen elkaar te schreeuwen, ik stond weer op. Ik had geen zin meer om te luisteren, laat ze maar ruziën. Het was uiteindelijk toch wel allemaal mijn schuld.
Ik zat op mijn stoel, naar de grond te staren. Voor de zoveelste keer. Mijn ouders waren beneden nog steeds aan het schreeuwen. Geen spaghetti vanavond, niet eens eten vanavond. Ze bleven maar schreeuwen, dingen die ik niet wilde horen, dingen waarvan ik niet wou die ze tegen elkaar zeiden. Dingen waarvan ze later toch wel spijt kregen. Waarom deden ze dit? Waarom zeiden ze dat, ze meende het niet. Dat weten ze zelf ook wel. Ik wilde dat ze ophielden met schreeuwen, ik hoefde niet te horen hoe erg ze elkaar wel niet haatte.

Denk eerst maar aan jezelf voordat je verder gaat met schrijven..
Das nooit leuk,,
Edit Fairie: Slotje. Nieuwe topic staat hier: http://www.bokt.nl/forums/viewtopic.php?f=68&t=646575