
Heel goed geschreven weer.
(Begrijp trouwens ook wat je met die brief bedoelde nu

Op naar meer!

Moderators: Essie73, NadjaNadja, Muiz, Telpeva, ynskek, Ladybird, Polly
Citaat:Zonder Marja het echt door had, liep ze richting de straat van Aron.
Marja betrapte zich zelf op een traan die over haar wang rolde. Ze veegde de traan weg, en zag een bankje. Daar ging ze zitten, zitten wachten tot ze iets beters wist te doen.
Marja keek op haar horloge, en zag dat het half zes was. Haar maag begon met knorren, maar negeerde het gevoel. Marja keek de straat in, en verveelde zich kapot. Ze bleef hopen dat Aron naar buiten zou komen... Maar ze hield zich zelf voor de gek.
Ineens begon de zon in haar gezicht te schijnen, en marja sloot haar ogen en ging van de zon genieten.
Zo lag marja een uur te genieten. Tot ze ineens een druppel voelde. Ze opende haar ogen, en zag dat er een wolk boven haar hing. Marja keek nog eens goed naarde lucht, en voelde meer spetters op haar vallen. Ze stond op, en liep door de straat.
Sloffend, liep ze door de Rodebessenlaan. Het begon al harder te regenen. Het werd donker in de straat, en de lucht dreigde te gaan stormen. Marja keek naar de grond, maar zag van uit haar oog hoeken lichten aangaan in huizen.
Marja liep de laan uit, en was onder tussen klets nat. Haar losse haren, waren vast geplakt op haar gezicht. Marja dacht nog even aan haar moeder, Nico en haar vader. 'Ouders zijn niet te begrijpen' Dacht ze in haar zelf.
Marja kreeg het koud, en sloeg haar armen om haar heen, en liep iets harder door.
Ineens hoorde ze iets. En meteen een flits er achteraan. Marja werd een beetje bang, en zou niets liever willen dan in een warm huis zitten en opdrogen. Maar ze wou niet terug naar huis.
"Heej! Mevrouw?" Werd er ineens achter marja geroepen. Marja stond stil, en keek achter haar. Ze zag een meisje staan, die ongeveer drie jaar jonger dan haar leek. "Kom snel naar binnen! Dit is geen weer om buiten te zijn."
Marja liep naar het meisje toe, en werd naar een huis begeleid....
Citaat:“Kom binnen.” Zei het meisje tegen Marja. “Wil je wat te drinken? We hebben melk, ....” En het meisje noemde een paar dranken op.
Marja verstond het meisje wel, maar keek door het hele huis. Het was heel mooi ingericht, mooie rode stoffen bank, mooie houten eettafel, mooie stoelen. “Vol op keus dus” Zei het meisje. Marja keek het meisje aan, en vroeg om een glas water.
“Alstublieft” Zei het meisje beleefd. “Ga maar zitten hoor! Of nee, wacht even, ik zal even droge kleding voor je halen, want zoword je ziek.” En het meisje rende de trap op, om kleding voor marja te halen.
Marja keek in de kamer, en zag overal fotos hangen. Ze liep naar een foto, van het meisje, haar vader en haar moeder. Ze waren heel gelukkig, dat was gewoon te zien op de foto. Marja keek verder, en zag een foto van het meisje, en een jongen. Marja keek goed, en zag dat de jongen veel op wouter leek.
Marja hoorde iets van de trap af komen. “Kijk, kleed je maar even om, dan doe ik je kleding even in de droger, en zo kan jij even opwarmen.”
Marja nam de kleding aan, en kleede zich in een hoekje achter de bak om.
“Mag ik wat vragen? Wat dee je op straat in dit weer? Heb je geen huis of zo?” Vroeg het meisje.
“ Ik heb wel een huis hoor, maar ik had geen zin om met m’n moeder in huis te zitten. We hadden ruzie.” Zei marja, terwijl ze klaar was met omkleden.
Ze nam een slok van haar water, en keek naar het meisje.
“Ik ben trouwens Tanja. Hoe heet jij?” Vroeg Tanja.
“ Ik ben Marja, ik woon hier paar straten verder op.” Antwoorde Marja.
“ Ben jij ‘de’ Marja?” Vroeg Tanja verbaasd? “Mijn broer heeft het vaak over je. Ken je hem misschien? Wouter heet hij.”
Marja stond verbaasd te kijken naar Tanja. “Uh... jaa ik ken wel een wouter ja. “
Onder tussen kwam er iemand de trap aflopen. Marja keek naar de woonkamer deur, en zag dat iemand langs de deur liep. “Dat is mijn vader” Antwoorde Tanja. “Nou kom zitten, ik wil weten waarom je niet thuis bent.”
Marja legde alles uit, en waarom wist ze niet. Ze voelde zich prettig bij Tanja. Ze begreep alles, en leek wel of ze de beste vriendinnen van elkaar waren. Ze praatte onwijs veel met elkaar, en moesten ook lachen om de dingen die ze allebei het zelfde zouden doen.
Citaat:[i] Marja werd wakker. Het was inmiddels vier dagen verder, en ze heeft veel tijd door gebracht met Tanja. Ze "woonde" nu overal en nergens, overal maar niet in haar oude huis, of haar eigen slaap kamer. Ze zwerfde overal.
Vandaag werd ze wakker in een parkje. Ze probeerde te gaan zitten, en voelde dat ze erg stijf in haar rug was. Ze ging zitten, op het houten bankje waar ze op lag.
Ze wreef in haar ogen, en keek naar haar kleding. 'Smerig, gatverdarrie' Dacht marja in zich zelf.
Ze ging staan, en voelde zich zelf erg beroerd. overal had ze pijn. Spierpijn.
Ze besloot richting huis te gaan, en "in te breken". Even doushen, en omklede, koffer inpakken en geld halen, en weg wezen.
Ze liep naar huis, en ging via de achter deur. De deur was open (tot haar verbazing!) en ze ging sneeky naar binnen. [i/]