Na een klein beetje huiswerk gemaakt te hebben, verblijd (hoop ik) ik jullie met nog een stukje!
Ik ben niet helemaal tevreden over de laatste zin alleen.
Citaat:
Al denkend viel Sandra in slaap, waar haar gedachten haar achtervolgde. Ze begon te dromen over de doos, haar vrienden, Chris, en de ‘stomme mensen’. Na een heleboel vage beelden voorbij te hebben zien schieten, zag ze ineens een bruine muur voor haar. Toen ze zich omdraaide zag ze een heleboel mensen. Ze hadden allemaal bordjes om hun nek. ‘Roddelaar’, ‘Leugenaar’ en ‘Gaat Graag Vreemd’ waren een paar voorbeelden. Sandra keek naar haarzelf. Ze zag dat ze ook een bordje had, maar kon niet zien wat er op stond. Ze probeerde het te vragen, maar niemand reageerde. Iedereen had moeite te bewegen, want de ruimte was eigenlijk veel te klein voor het aantal mensen. Opeens zag ze Floor en Marijke. Ze stonden te praten, en wezen ergens naar. Sandra probeerde zich een weg door de mensenmenigte te banen om naar ze toe te gaan, maar slaagde daar niet in. Ze probeerde hun aandacht te trekken door ze te roepen, maar ze waren of doof, of niet geinteresseerd. Het viel Sandra op dat alle mensen die er waren er mooi uitzagen. Ze zag geen lelijke, of dikke mensen. Plotseling voelde het alsof er een aardbeving begon. Sandra werd bang. Ze probeerde weg te komen door op de muur te klimmen. Gek genoeg probeerden alle andere mensen elkaar vast te houden en in de ommuurde ruimte te blijven. De muur was hoog en glad en het was niet makkelijk voor Sandra er op te klimmen. Maar ze was doodsbang en klom door. Ze wist niet wat er aan de andere kant van de muur was, maar binnen de muur voelde ze zich niet veilig en er was ook niks wat ze niet kon missen. Het bordje hing zwaar om haar nek. Het deed pijn. Ze wilde er van af, maar het ding wilde niet van haar nek. Eindelijk bereikte Sandra de bovenkant van de muur. Op hetzelfde moment dat ze er op ging zitten, viel ook het bordje van haar nek. Nu pas zag ze hoe ontzettend hoog de muur was. Omdat de muur zo glad was, zou ze zich moeten laten vallen aan één van de kanten. Als ze niet vanzelf wilde vallen, moest ze snel beslissen, want de aardbeving was nog steeds aan de gang, en ze had moeite op de muur te blijven. Wilde ze terug naar de bekende, volle ruimte, waar Floor en Marijke waren? Of wilde ze liever al haar moed bij een rapen en de onbekende, misschien wel veel ergere, kant induiken. Sandra besloot voor het tweede te kiezen. Ze wist niet wat ze moest verwachten. Ze had geen idee hoe het er zou zijn. Na een lange val kwam ze op een hele andere plek terecht. Ze keek eens rond en het viel haar op dat er veel minder mensen waren. Het was veel opener en rustiger. De lichtbruine muur was nergens te bekennen. Ook viel het haar op dat veel mensen slecht gekleed, dik of lelijk waren. De enige gelijkenis met de andere ruimte was, dat ook deze mensen bordjes om hun nek hadden. ‘Gul’, ‘Vriendelijk’, en ‘Trouw’ waren een paar teksten die Sandra erop ontdekte. Na een paar minuten kwam er iemand op haar af. Sandra herkende haar ergens van, maar wist niet precies waarvan. ‘Goedemorgen.’ zei het meisje. ‘Ik had al gehoopt dat je toch op mijn aanbod in zou gaan.’ Sandra keek haar een beetje verbaasd aan. ‘Tanja!’ riep iemand. ‘Even wachten!’ riep het meisje terug. ‘Als ik je ergens mee kan helpen zeg je het wel, he?’ zei ze nog, en liep toen op het geluid af.
'Good morning! It's time to wake up! Good morning! It's time to wake up!’