Zo hoofdstuk elf is af 
Jullie lieve reacties doen me echt wat! Ze motiveren zo!
Als ik dat alles lees heb ik zin om een nieuw hoofdstuk te schrijven!
Meestal krijg ik mijn verhalen niet af gewoon omdat ik het dan niet meer zie zitten maar door jullie reacties heb ik altijd zin om verder te schrijven aan het verhaal! Echt super super bedankt
Hoofdstuk elf
Toen ik over het grindpaadje liep dat richting de voordeur kronkelde zag ik in het voorbij gaan door het raam dat de woonkamer leeg was. Ik drukte op de bel en wachtte geduldig waarna ik nogmaals op de bel drukte en opnieuw netjes wachtte. Dit herhaalde ik wel een stuk of tien keer toen ik me bedacht dat Elsa waarschijnlijk nog op het plein was om inkopen te doen. Ik baalde flink dat ik dat niet eerder had bedacht en ook geen sleutel aan Elsa had gevraagd. Een kwartier lang zat ik op de stoeprand en toen besloot ik maar een stukje te gaan lopen. Met mijn handen diep weggestoken in de zakken van mijn jas slofte ik door de straten in de buurt van Elsa's huis. Ik wilde zo snel mogelijk thuis zijn dus als ik in de buurt bleef kon ik af en toe kijken of ze er al was. Zo lang duurde het toch niet om naar de markt te gaan? Ik neuriede zachtjes een liedje terwijl ik naar de tegels keek onder mijn voeten. De ene schoon en recht, de andere schreef en smerig. Net zoals bij mensen. Ik herinnerde me dat mama me ooit eens gezegd had dat er altijd een rotte appel tussen moest zitten. Was papa zo'n rotte appel? Waarom was mama dan ooit met hem getrouwd? Ik kon me niet voorstellen dat ze met een drankorgel was getrouwd en er zelfs een kind van had gebaard. Misschien was papa ooit wel anders geweest. Misschien was zijn aggresieve gedrag en alcoholprobleem pas op latere leeftijd gekomen. Ik kon me niet anders herinneren dan dat hij zo was maar wie weet was hij bij mijn geboorte nog gewoon. Gewoon? Wat is gewoon tegenwoordig? Wat is gewoon überhaupt? Waar wordt de grens tussen gewoon en niet gewoon gelegd en wie bepaald waar die grens dan ligt? Ik wist het niet. Ik wist enkel dat het niet gewoon was als je, je dochter sloeg. Als je, je dochter míshandelde! Ik had nog steeds schrik van dat woord. Elke keer hoorde ik het mezelf weer zeggen.
'Dat kan. Waarvoor als ik vragen mag?'
'Mishandeling.'
Ik huiverde. Ik had het echt gedaan. Ik had voor het eerst openlijk durven toegeven dat het verkeerd was wat zich al die jaren had afgespeeld bij ons thuis en hoewel het voelde als een opluchting dat ik het leed niet langer alleen hoefde te dragen deed het ook pijn. Het was beangstigend en kleinerend. Nooit had iemand van ons er een woord over gerept. Ik omdat ik bang was en geen flauw benul had van de ernst van de situatie en mama.. Ja waarom mama altijd haar mond gehouden heeft zal wel altijd een geheim blijven. Misschien was ze ook bang, werd ze door papa onder druk gezet.. Ik kon alleen maar gissen naar het antwoord. Maar nu was alles anders. Nu was het voorbij. Ik deed dit voor mezelf en ook voor mama. Wie weet zelfs wel een beetje voor papa. Hij kon geholpen worden. Dan kon hij zijn leven weer op de rit krijgen en misschien zou ik zelfs ooit weer bij hem gaan wonen! Het was beter voor ons allemaal.
'Amber? Amber!'
Met een ruk hield ik mijn pas in en keek om. Het enige wat ik zag was iemand op een scooter. Ik zal het me verbeeld hebben dacht ik schouderophalend en wilde al verder lopen toen de scooter naast me tot stilstand kwam. De jongen tilde de helm van zijn hoofd en er kwamen donkerblonde plukken tevoorschijn. Stanley!
'Ik dacht even dat je wilde doorlopen.' Zei hij grijnzend en zette één voet op zijn stoeprand.
'Dat wilde ik ook. Ik wist niet dat jij het was.' Zei ik en glimlachte terwijl ik mijn hoofd een tikje schuin hield.
'Niet? Dat valt me van je tegen hoor.' Plaagde hij.
'Hoe moet ik nou weten dat jij een scooter hebt? Denk je dat ik je stalk ofzo?' Zei ik en trok even uitdagend mijn wenkbrauwen op.
'Doe je dat dan niet?'
'Nee.'
'Wie doet dat dan?' Zei hij en tikte nadenkend met zijn voet op de grond terwijl hij met zijn hand over zijn kin streek.
Ik schoot in de lach en gaf hem een zachte bestraffende tik op zijn schouder.
'Zit me niet zo te pesten.' Zei ik licht verontwaardigd.
'O, het spijt me! Hoe kan ik het goed maken?' Vroeg hij en trok een onschuldig pruillipje.
'Hmm. Verzin eens wat leuks.' Zei ik met een vluchtige grijns.
'Je mag wel mee een ritje maken op de scooter, als je wilt natuurlijk?' Stelde hij voor.
Ik knikte en probeerde mijn enthousiasme te onderdrukken. Mijn overdreven enthousiasme zou hoogst waarschijnlijk afschrikken. Hij zwaaide zijn been over het zadel heen en stond voor ik kon knipperen al op de grond. Hij gaf een flinke duw op zijn buddysit welke openschoot. In de buddysit lag een tweede helm. Hij haalde hem eruit, gaf hem aan mij en deed de buddysit met enige overedingskracht weer dicht.
'Neemt u plaats op uw edele gemotoriseerde rijtuig, schone dame.' Zei hij vrolijk en maakte een uitnodigend elegant gebaar met zijn hand naar de buddysit.
Ik bedankte hem met een brede glimlach en een knikje en probeerde me op een zo elegant mogelijke manier op de buddysit te krijgen. Dat lukte en hij kroop ervoor.
'Hou je maar aan mijn middel vast.'
Dat liet ik me geen twee keer zeggen en ik probeerde niet te gretig mijn armen om zijn middel te slaan. Hij startte de motor die onder ons begon te ronken en reed weg. Al vrij snel was ik gewend aan de scooter en had ik het idee hem wel los te kunnen laten maar ik wilde het mooie moment niet verpesten dus hield ik me vast. De adrealine gierde door mijn lijf. Ik legde mijn wang op zijn rug, eerst aarzelend maar toen hij er niets van zei steviger. Ik voelde zijn lichaamswarmte en slaakte een inwendige zucht van geluk. Ik had nog nooit zoiets heerlijks ervaren. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik bevochtigde mijn lippen met mijn tong. Als ik de tijd stil kon zetten konden we misschien wel oneindig lang zo rondrijden, niet nadenken gewoon op het gaspedaal drukken. We reden zeker een half uur tot hij de scooter tot stilstand bracht.
'Waar zijn we?' Vroeg ik toen ik de helm had af weten te krijgen.
'Niet zo nieuwsgierig! Je zult het zo wel zien, kom!' Antwoordde hij en hielp me van de scooter.
We propte de helmen in de buddysit en hij ging me voor. Ik keek schichtig om me heen terwijl ik hem ietwat wantrouwig volgde. We liepen door het bos in de berm. Het was er aardig donker en ik zocht op de tast zijn hand. Toen ik hem gevonden had gaf hij een zacht gerustellend kneepje.
'We zijn er bijna.' Beloofde hij als of hij mijn angst kon voelen.
Misschien kwam dit laatste door mijn adem die in zijn nek hijgde. We baande ons een weg over dennenappels, onder takken en tussen brandnetels door. Af en toe knapte er een takje. Het was zeker een kwartier lopen voor ik ineens een strook licht tussen de basten van een groepje bomen zag vallen. We wurmde ons langs de bomen en ineens stonden we weer in het zonlicht. De donkere aarde bezaait met allerlei groen had plaats gemaakt voor het mulle duinzand met hier en daar een verdwaald schelpje.
'Waar gaan we nou naar toe?' Vroeg ik opnieuw, brandend van nieuwsgierigheid.
'Kom, het is nog maar eventjes lopen.' Zei hij en trok me mee.
We liepen een kleine vijf minuten door het mulle zand tot hij bij een hek tot stilstand kwam.
'Kijk.' Gebaarde hij voor zich uit en ik ging naast hem staan.
Ik sloeg mijn hand voor mijn mond bij het zien van de uitgestrekte zee die voor ons lag. Het uitzicht was overweldigend.
'Waar zijn we?' Vroeg ik zachtjes, mijn keel dicht gesnoerd van ontroering en verbazing.
'We zijn op een duintop. Eigenlijk is het hier verboden maar er komt nooit iemand. Ik heb het een paar jaar geleden per toeval ontdekt toen we aan het picknicken waren in het bos. Ik kom er regelmatig. Het licht aan de voet van het strand.'
Ik knikte en liet mijn blik over het strand en de zee glijden. Ik was nog niet zo vaak op het strand geweest. Slechts enkele keren toen ik een jaar of vijf was. Ik haalde diep adem en snoof de zilte zeelucht op.
'Het is prachtig.' Fluisterde ik en sloot mijn ogen terwijl de wind langs mijn gezicht streek.
Hij maakte een zacht instemmend geluidje en zocht opnieuw mijn hand. Ik vlocht mijn vingers in de zijne en zo bleven we een tijdje onbeweeglijk staan. Toen de zon langzaam begon te zakken, de warmte af nam en plaats maakte voor een broeierige hitte en de schemering viel maakte ik me voorzichtig van hem los en keek hem aan. Hoewel ik het liefst nog uren zo had willen staan wist ik dat ik naar Elsa moest. Ze was natuurlijk ontzettend bezorgd!
'Wil je me naar huis brengen?' Vroeg ik zachtjes met knagende tegenzin.
'Ja maar natuurlijk. Kom!' Zei hij vrolijk glimlachend en bracht me netjes naar huis met een beleefd afscheidkusje op mijn wang...