nieuw stukje ... hoop dat jullie het boeiend vinden
!
Even keek ik hem even aan. Wat moest ik hierop zeggen? Ik vond hem ook leuk, maar hij was wel mijn ontvoerder! En hoe moest het als we thuis waren of zo? “Ik uh. Ja, ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen” zei ik maar eerlijk. “Aangezien de situatie en zo. Hoe het straks moet en. Nou ja, maar ik ben ook blij dat jij er bent hoor!” Ik stopte, het was gewoon allemaal zo ingewikkeld! Verlegen keek ik hem aan. Hij glimlachte even geruststellend “Ik snap wat je bedoeld en ik heb daar zeker ook aan gedacht! Maar ik wou gewoon toch dat je het wist en, nou ja, misschien kunnen we later wel zien ofzo.” Ik knikte. Later ja, zou dat nog komen? We moesten eerst terug zien te komen wat een hele tocht zou worden!
Er kwam iemand aan lopen en meteen was ons gesprek van de baan. “Ga snel in bed liggen!” zei Jason snel. “Hij komt controleren, wedden. Dat is die man!” Snel rende ik naar de kamer en riep nog zinloos “Ja!” Snel pakte ik een heel warm washandje en legde het op mijn hoofd en vloog daarna heel snel mijn bed in. Terwijl ik naar me bed rende stootte ik ook nog hard mijn hoofd, maar lette er niet op. Ik dook diep onder mijn deken en hoopte maar dat het niet was opgevallen. Nu voelde ik de hoofdpijn. Ik stootte me nog hard ook! Terwijl ik over mijn hoofd wreef hoorde ik voetstappen richting mijn kamer komen en snel deed ik mijn ogen dicht. Al pratend kwam Jason met de man naar mijn bed. De man voelde even aan mijn hoofd en mompelde iets. “Wat zegt die vent allemaal” mompelde ik in mijn slaap. Ik wist dat die man geen Nederlands kon en ik kon het niet laten! De man vroeg iets aan Jason waarop hij snel antwoorden. “Hou je mond, wil je. Ik heb net aan hem verteld dat je ijlde. Zo ziek ben je!” Antwoordde hij op de toon, net of hij me gerust wou stellen. Ik woelde even een beetje voor het effect en even later hoorde ik voetstappen van mij vandaan gaan. Heel voorzichtig gluurde ik door mijn ogen. Gelukkig hij was weg!
Nog geen minuut later kwam Jason binnen. “Wil je dat niet meer doen! Je weet maar nooit!” Hij keek boos. “Sorry.” Mompelde ik. “Maakt niet uit. Wat heb je trouwens op je hoofd?” ging hij door. “Ik heb het net gestoten in mijn haast net. Ik wou met een heet washandje mijn hoofd warmer maken en op de terugweg stootte ik mijn hoofd.” Hij keek er even na en mompelde “Ging hard dan. Het werkte wel goed bij die man. Die dacht dat je echt ziek was. In ieder geval een koud washandje!” Hij stond op en liep naar de deur. “Oh, nog een ding. Als ik jou was zou ik even proberen te slapen. Aangezien we vannacht dat niet gaan doen!” Toen liep hij weg. Ik pakte een koud was handje en deed het erop. Na een halfuurtje ging ik maar weer liggen. Hij zal wel gelijk hebben. Al snel viel ik in slaap...
“Liesbeth, wakker worden!” Langzaam openende ik mijn ogen. Jason glimlachte even. “Je hebt heerlijk lang geslapen, maar nu moet je echt opschieten. We gaan zo al!” Meteen sprong ik op en rekte me uit. Jason liep weg en ik verkleedde me snel. Daarna ging ik Jason achterna. Hij had alles gewoon al klaargezet! Ik pakte snel nog wat extra eten en propte het bij de spullen in. zenuwachtig keek ik Jason even aan. “Het komt wel goed, toch?” vroeg ik onzeker. Hij knikte “Tuurlijk komt alles goed!” Hij glimlachte even bemoedigend. We deden de spullen allebei op onze rug en gingen toen naar buiten. Het was donker geworden, dat was niet heel raar nu want het was 11 uur s’avonds! Toen viel mijn oog op de motor. Wat een verschrikkelijk ding was dat! Het was niet alleen oud, maar ik vroeg me sterk af of hij het goed zou doen. “Wat een schoonheid is het hè?” vroeg Jason trots. Ik knikte heftig “Het is zeker een schoonheid!” antwoordde ik maar snel. “Het eerste stuk gaan we lopen in verband met het geluid.” Zei Jason. “Oké, op weg dan maar!” antwoordde ik op hem en we gingen op weg. Na een klein halfuurtje stopte Jason en ging op zijn motor zitten. “Kom maar achterop en hou je goed vast!” Ik ging bij hem achterop zitten en we reden weg.
Na een paar uur begon de motor meer te pruttellen. Nog geen 5 minuten later stonden we stil. Ik stapte af en keek Jason vragend aan. “Is hij er nu al mee gestopt?!” Hij schudde zijn hoofd. “Nee er is iets met de motor, maar we moeten eerst doorlopen tot er meer begroeiing is.” Ik zuchtte en ging liep toen maar achter Jason aan. Ik dacht een tijdje na. Waar waren we eigenlijk ergens in Afrika? Ik vraagde het maar nog een keer, de andere keren had ik geen antwoord gekregen. “Jason?” “Ja?” “Waar zijn we nou ergens in Afrika?” Hij keek even om, ik zag dat hij nadacht. “Kongo.” Vertelde hij toen. Eindelijk wist ik dan waar we ongeveer waren, niet dat het veel hielp. Zo wist ik het tenminste. We liepen een tijdje door, na een half uur zag ik eindelijk in de verte wat meer begroeiing. Het was hier eigenlijk veel donkerder dan in Nederland, het was me nooit heel erg opgevallen. Hier was nacht ook echt nacht, echt donker!
Ik ging zitten tegen een boompje en keek naar Jason die aan zijn motor zat te prutsen. Als Jason de motor maar kon maken anders moest ons plan gewijzigd worden en moesten we nu al gaan lopen! Mijn mobiel had ik ook meegenomen, al was hij al maanden uit. Lang keek ik ernaar. Vaak had ik geprobeerd te bellen vooral de 1e dagen, maar het had natuurlijk allemaal geen zin! Daarna heb ik hem maar uitgedaan, voordat hij helemaal zou uitvallen. Op de achterkant had ik streepjes gezet, van hoelang ik er al was. Het waren er al heel veel en voorlopig werden het er alleen maar meer. Ik dacht aan thuis, hoe zou het daar nu zijn? Zouden ze nog volop aan het zoeken zijn? Wanneer zou ik weer thuis zijn? Paar dagen, paar weken, maanden? Het zou een lange reis zijn, dat had Jason in ieder geval verteld. Het zou ook niet gemakkelijk worden, integendeel heel moeilijk zelfs! Wat kon ik er van verwachten en hoe zouden Micheal en Jaap reageren als ze dit merkten ? Straks vonden ze ons!
Zo piekerde ik een tijdje door, totdat Jason naar mij toe kwam en me uit mijn gedachten haalde. Hij kwam op mij af lopen. “Voorlopig kunnen we nog een stukje rijden, maar als hij weer kapot gaat moeten we lopen. Want dan kan ik hem niet maken!” Hij hielp me overeind. “Oké, op weg dan maar!” We stapten weer op de motor en reden verder.