haha, mevrouwtje ongeduld! :p
Zijn ogen hadden zoals Him zij, inderdaad iets kwaads. Hij keek doordringend in je ogen, het was heel appart. We bleven recht in zijn ogen kijken, en hij in de onze. Hij deed één stap naar ons toe, en wij deden één stap achteruit. Dat ging zo een poosje door, tot wij met onze konten tegen het hek aan stonden. Een half uur lang hebben we hem aangekeken, en hij deed steeds een stap meer onze kant op. Opeens stond hij nog maar één stap van ons af. We moesten naar boven kijken, om nog in zijn ogen te kijken. Zijn ogen leken wel het duisterste van de hel, zo eng. ‘wie zijn jullie?’ bromde hij. Wij gaven geen antwoord. ‘nou, zeg is! Wie zijn jullie!’ hij begon geïrriteerd te raken. ‘ehh…’ begon ik, maar ik kon gewoon niet verder praten. ‘Ik ben Him, en dat is Samoerai’ zei Him kort en krachtig. Hij bleef in de ogen van de hengst kijken, ik ook, maar ik kon niks meer zeggen, en hij wel. Het lukte Him op een één of andere manier, raar genoeg. ‘en wie ben jij?’ vroeg Him beleefd. ‘gaat je niks aan kleine snotneuzen! Het enigste wat je moet weten, is dat je naar MIJ moet luisteren!’ hij werd boos, blijkbaar mochten we niet weten wie hij was. Hij keek de andere kant op, en wij keken ook niet meer in zijn ogen. Ik knipperde met mijn ogen, wat was er allemaal gebeurt? Ik kon er niet veel van herinneren, het enigste wat ik me kon herinneren was zijn ogen. Langzaam maar zeker liep hij weer terug naar de kudde, wéér week iedereen voor hem uit.