Citaat:
Geschokt kijkt hij me aan, trekt een beledigd gezicht maar loopt toch voor me uit de deur uit. Op de overloop pakt hij zijn weekendtas op en loopt dan voor me uit de trap af. In de keuken zitten Eliza en Claudia, zodra Claudia ons hoort komen staat ze op en loopt naar hem toe, ‘En…’ ‘Kom, we gaan.’ José ziet er verbeten uit. Hij loopt naar de deur en trekt het open. ‘Nou hè… Dag!’ ‘Niet tot ziens! Dag Claudia, nog veel geluk met hem en ik hoop voor je dat hij bij jou niet vreemd gaat!’ Zij stapt een beetje verdwaasd naar buiten achter José aan, die nog steeds verbeten kijkt. Ik trek de deur achter ze dicht. Tegen de deur laat ik me op de grond zakken, ‘Jemig… Wat een ei! Ondanks dat ik het uit wilde maken schrik ik hier wel van hoor… Hij gaat gewoon al een halfjaar vreemd met die trol.’ Mijn ogen worden nat, het kan me toch wél wat schelen… Het is een enorme klap in m’n gezicht om te horen dat ik dus eigenlijk nooit wat voor hem heb betekend.
‘Nu weet je tenminste wat je aan hem hebt.’ Eliza helpt me weer overeind en ik kom weer wat tot leven. ‘Waar is Carlos eigenlijk?’ ‘Hij zit buiten te tekenen. Hij wilde zich er liever niet mee bemoeien.’ ‘Prima, voor hem zal het ook wel een beetje raar zijn… Je komt ergens binnen en je belandt middenin een soort van echtscheiding… Ik denk dat ik maar naar het strand ga.’ ‘Dat zal je goed doen.’ Ik gris mijn strandtas, die al klaar stond aangezien ik al van plan was te gaan, van de houten bank in de keuken en loop de keukendeur uit. ‘Tot straks!’
Dat onderste stukje heb ik nu al veranderd, maar ik ben nog niet helemaal tevreden... Op een of andere manier staat het raar...