Ik schrijf heel veel verhalen, maar ik stop meestal op de helft, omdat ik niet tevreden ben of niet meer weet hoe het verder moet! Nu dacht ik dat het wel leuk was als ik hier wat neer zou zetten. Misschien hebben jullie nog nuttige tips ofzoiets, of vinden jullie het helemaal niets. Haha, dan weet ik dat ook weer
Wat hieronder staat is hoofdstuk één en bestaat als het goed is uit 1551 woorden! Veel leesplezier,
Eva
Hoofdstuk één
Nog nooit eerder had ik hem zo kwaad gezien. Hij hief zijn hand en nog voor ik weg kon duiken raakte zijn vlakke handpalm mijn wang. Bang voor een volgende klap beschermde ik mijn gezicht met mijn armen en trok mijn knieën op. Een fisieke klap bleef echter uit. Hij schold me nog even uit voor de verschrikkelijkste dingen die je, maar kon bedenken en toen beende hij weg. Ik hoorde de voordeur achter hem dichtslaan. Als verstijfd bleef ik zitten, met mijn rug tegen de muur gedrukt en mijn armen voor mijn gezicht houdend. Ik trilde over mijn hele lichaam en mijn wang gloeide na van de pijn. Toen ik de voordeur hoorde opengaan voelde ik de angst weer opborrelen. Het was echter niet mijn vader, maar mijn moeder die binnenkwam. Haar tengere silhouet verscheen in de deuropening. Ze slaakte een gil en holde naar me toe.
'Wat is er in hemelsnaam gebeurd?'
Ik zweeg. Ze hurkte voor me neer en drukte me tegen zich aan. Je bent te laat, je bent verdomme weer te laat dacht ik.
'Je bloedt.' Fluisterde ze zacht, terwijl haar zachte hand langs mijn wang gleed.
Voorzichtig keek vanonder mijn wimpers naar haar hand. Aan haar vingertoppen kleefde bloed. Ik slikte.
'Kom lieverdje, sta op dan maak ik je gezicht schoon!' Zei ze en trok zacht aan mijn schouder.
Mijn benen waren moe, ze wilden niet. Niets wilde meer.
'Kom op nou!'
Ik hoorde de scherpe dwingende klank in haar stem. Langzaam drukte ik mezelf omhoog. Vrijwel meteen zakte ik weer ineen. Ik was stijf van het lange stil zitten. Mama schoof haar arm onder mijn oksels door en trok me overeind. Ze loodste me naar de donkerblauwe bank en verdween naar de keuken. Ik drukte mezelf weg in een hoekje van de bank en sloot mijn ogen. Langzaam kwam het gevoel in mijn lichaam weer terug. Onmiddelijk voelde ik een stekende pijn in mijn linkerwang. Mama kwam terug. In haar hand hield ze een cremé kleurig washandje waarmee ze mijn wang begon te deppen. In eerste instantie duwde ik haar van me weg. Mijn wang scheen wanneer ze hem bevochtigde. Toch hield ze stug vol, totdat mijn hele wang schoon was en haar washandje vol kleine bloedresten zat. Ze glimlachte bemoedigend naar me.
'Zo.' Zei ze tevreden en drukte een kusje op mijn voorhoofd.
Ik deed geen moeite haar te bedanken, maar volgde haar met mijn blik, terwijl ze na een korte stilte het washandje terug naar de keuken bracht. Ik hoorde de kraan lopen waaronder ze het vieze lapje stof afspoelde. Toen ze terugkwam ging ze naast me zitten, legde haar hand op mijn knie en streelde hem zachtjes met haar duim.
'Was papa weer bezig?' Vroeg ze zacht.
Ik knikte, hoe graag ik ook anders had gedaan. Ontkennen had geen zin, eigenlijk wist ze het antwoord toch al. Wie zou dit anders gedaan moeten hebben?
'Het spijt me zo erg.' Fluisterde ze ditmaal en ging dichter tegen me aan zitten.
Ik voelde haar lichaamswarmte en voorzichtig aan werd ik rustiger. Ik zweeg nog steeds. Altijd als papa me sloeg zei ze dat het haar speet, maar nooit deed ze er wat aan. Vermoedelijk, omdat ze zelf doodsbang voor hem was. Soms had ik zin om tegen haar te schreeuwen. Je moet hem de deur wijzen, het is een zak! Maar ik deed het nooit. Ik wilde haar geen verdriet doen, ze kreeg al zoveel pijn te verwerken. Na enkele minuten stilte stond ik op en liep naar de trap.
'Ik ga slapen.' Mompelde ik zachtjes en haastte me naar boven.
Met een zachte klik sprong de badkamerdeur open. Pas in de spiegel zag ik hoe erg het was. Over mijn gehele rechterwang liep een enorme schaafwond waar wat bloed langs sijpelde. Met een ruk trok ik mijn elastiekje uit mijn haar en mijn hoge paardenstaart veranderen in futloze slierten bruin haar die langs mijn gezicht hingen en een deel van mijn wang bedekte. Ik verliet de badkamer en liep naar mijn slaapkamer. Mijn schuilplaats. Mijn blik gleed over de faalgele muren, de enorme kroonluchter aan het plafond, het witte tapijt, het houten bed, de houten kast en mijn eveneens houten bureau. Naar de enorme ovale spiegel aan de rechterwand durfde ik niet te kijken. Ik trok de deur zachtjes achter me dicht. Kamerdeuren mochten niet op slot, een regel van papa. Aarzelend liep ik naar mijn bureau, trok de bovenste lade open en haalde er de zilveren sleutel uit. In een handomdraai zat mijn deur dicht. Ik deed de sleutel terug in de lade en kroop in bed, met kleren en al. Ik trok de dekens op tot mijn kin en draaide me op mijn zij, mijn gezicht naar de muur. Mijn vingers gleden langs het profiel van de muur en ik voelde hoe de tranen opwelde. Ik was haast immuum geworden voor pijn en het kostte me dan ook geen enkele moeite mijn tranen te bedwingen wanneer ik dat wilde, maar hier.. Hierboven in mijn schuilplaats waar niemand het kon zien, stond ik de tranen af en toe, toe. Ik voelde hoe het zoute traanwater op mijn lip prikte en bevochtigde met mijn tong mijn lippen. Ik rolde me op tot een klein hopeloos vodje en viel na geruim een uur in een lichte slaap ..
Ik knipperde tegen het felle zonlicht en draaide me voorzichtig om. Zodra mijn wang mijn kussen raakte voelde ik een steek. Onmiddelijk herinnerde ik me het voorval van vanmiddag. Hoe laat was het in godsnaam? Ik hield mijn hand boven mijn ogen tegen de zon en speurde met mijn blik de muur af naar de klok. Half acht 's ochtends. Dat verklaarde de felle zon. Ik ging overeind zitten en strekte mijn armen. Ik ontdekte dat ik mijn kleding van gister nog droeg. Ik trok het dekbed van me af en sloeg mijn benen over de bedrand. Voorzichtig, bijna angstig keek ik in de spiegel naar mijn spiegelbeeld. De schade viel enigsinds na op mijn wang en gekreukte kledij na. Een douche zou heerlijk zijn, maar dan zou ik mogelijk mijn ouders wakker maken en zou er zo'n zelfde tafelreel als gister zich afspelen. Ik ontdeed me zachtjes van mijn kleren en keek even kort naar mijn naakte lichaam. Er waren de afgelopen tijd weer veel blauwe plekken bijgekomen. Ik beet even op mijn onderlip en wendde vervolgens mijn blik af. Ik liep op mijn tenen (om zo min mogelijk geluid te maken) naar de kast en trok een schone slip en bh aan. Het was een schattig setje dat ik een aantal weken terug samen met mama in de stad gekocht had. Er over trok ik een tikkeltje te grote spijkerbroek en een witte simpele trui. Toen ik de bovenste lade van mijn bureau voor mijn make-up opentrok viel mijn blik op de sleutel. Als papa had ontdekt dat ik mijn deur op slot had gedaan lag mijn andere wang straks ook open of nog erger. Niet aandenken, Amber mompelde ik zachtjes tegen mezelf en greep wat make-up troep uit de la. Voor de spiegel maakte ik mijn hele gezicht schoon met gezichtsreiniger en bracht een verse laag make-up op. Met een donkere foundation probeerde ik mijn wang zo goed mogelijk te camoufleren en hoewel mijn hoofd meer weg had van een sinaasappel dan van mijn eigen huidskleur lukte dat aardig. Toen ik alles terug in de la schoof pakte ik de sleutel en opende geluidloos de deur. Ik sloop de trap af en haastte me naar de keuken. Dan, maar één keer niet mijn tandenpoetsen. Ik graaide een appel van de fruitschaal en nam er ook één mee naar de hal waarna ik deze in mijn schooltas liet vallen. Ik haalde diep adem, stak mijn sleutel in de slot van de voordeur, hing mijn schooltas om mijn schouder en stapte naar buiten. Zo zacht als mogelijk was deed ik de deur achter me dicht en liep over het tuinpaadje naar de stoep. Ik had ook mijn fiets uit de schuur kunnen pakken, maar ik was ruim op tijd en ik had behoefte aan een wandelingetje. Misschien zou dat mijn hoofd leegmaken.
Niets bleek minder waar. Hoe langer ik liep, hoe meer gedachtes zich in mijn hoofd opstapelde en over elkaar heen rolde. Alles liep door elkaar heen, mijn hoofd tolde ervan. Het enige wat ik nog helder wist was dat de thuissituatie drastisch moest veranderen en wel met onmiddelijke ingang. Ik moest tegen mama zeggen dat het moest stoppen anders zou ik wel weggaan. Alleen bij die gedachte al werd ik misselijk. Ik kon het niet vertellen, maar de gedachte haar alleen te moeten laten was nog gruwelijker. Nee, ik moest me er overheen zetten. Erger dan dit kon het toch niet worden. Of wel?
'Amber! Moet je een lift?'
Met een ruk hield ik mijn pas in en keek om. Job kwam naar me toe gefietst. Zijn blonde krullen stonden wild alle kanten op. Ik gniffelde in mezelf. Job was een klasgenootje, een grote mond, maar een klein hartje. Ik knikte dankbaar.
'Graag!'
'Spring, maar achterop!' Zei hij met een grijns, ging naast de stoeprand fietsen en gebaarde met zijn duim naar de bagagedrager.
Ik glimlachte, nam een korte aanloop en sprong achterop. Even slingerde de fiets, maar al snel had Job het stuur weer onder controle en fietste hij rustig naar school.
Maar het spreekt me aan, ik ben benieuwd naar het volgende stuk
