Succes met lezen

“Samantha!” klinkt de luide stem van Miranda. Sam schrikt op van het schrobben van de waterbak en veegt wat haar uit haar gezicht. Het plakt nat van het zweet aan haar voorhoofd. Vermoeid staat ze op en loopt de stal uit, naar Miranda toe. “Kom mee,” beveelt de luide stem van Miranda. Sam loopt achter haar aan naar de wasplaatsen. “Heb je dit geveegd?” Miranda’s ogen kijken Sam doordringend aan. “Ja, maar…” zegt Sam, ze wordt onderbroken door een luide zucht. “Hoe vaak moet ik het nog zeggen?” zegt Miranda, kokend.
“Hoe vaak moet ik het nog zeggen, tot het tot jou doordringt dat het putje ook moet? Nu stroomt het er allemaal weer uit!”
Sam kijkt beschaamd naar de grond. Ook al weet ze dat dit echt een overdreven reactie is van Miranda, schaamt ze zich toch dood. Daar is Miranda heel goed in. “Ja, sorry…” probeert ze nog. “Niks sorry!” zegt Miranda luid, duidelijk woedend. “Je maakt het maar nog een keer schoon en dan moet je óók nog de waterbakken doen en ook de weilanden uitmesten en dan alles nog een keer nalopen en dat in een uur!” Miranda kijkt Sam ziedend aan. “Hoe wil je dat redden? Het is iedere week hetzelfde met jou! Je werkt tot je het af hebt en je gaat geen minuut eerder naar huis!” Na dit Sam toegesnauwd te hebben, draait ze zich om en stapt parmantig weg. Sam laat haar schouders hangen en loopt met haar emmer richting de gootsteen. Maar weer een nieuw sopje, denkt ze. Niemand lijkt zich hier te realiseren dat ze zich uit de naad werkt. Ze doet het misschien niet net zo snel al Maaike, maar die werkt hier al 3 jaar! Zij zelf werkt hier nog maar 4 maanden. Ze kunnen dan niet van haar verwachten dat ze dan meteen alles supergoed en supersnel doet. Vermoeid en zuchtend zakt ze op haar knieën en maakt een putje open. Gadverdamme, wat vies. Toch begint ze te schrobben en hoopt ze, dat het binnenkort allemaal voorbij is.
Om 5 uur hoort ze klaar te zijn met werken, maar om klokslag 6 uur krijgt ze pas toestemming om naar huis te gaan. Ze had echt geen puf meer om snel te werken. Miranda kijkt haar op een vreemde manier vriendelijk aan. Leedvermaak, denkt Sam. “Tot volgende week!” zegt Miranda. “Hetzelfde,” mompelt Sam en gaat richting de stallen. Net als na iedere zaterdag, vraagt ze zich af, waarom ze in godsnaam nog steeds dit werk doet. Dan hoort ze een zacht gehinnik en weet ze het weer. Voor Sarah, de 6-jarige merrie. Sam heeft lang niet genoeg geld om een paard als Sarah te betalen, maar ze kan haar wel verdienen door hier op stal te werken. Zo vaak als ze kan. Ze moet nu nog maar 6 keer werken en dan is Sarah helemaal voor haarzelf.
Vriendelijk steekt het mooie bruine hoofd van Sarah over de staldeur en Sam knuffelt haar blij. “Je moest eens weten wat ik voor je over heb, Saartje!”
Sarah kijkt genietend als Sam haar nek masseert.
“Samantha, ze proberen je te bellen… Samantha, iemand wil een vraagje stellen … Samantha, neem die telefoon toch op”
Sarah springt geschrokken achteruit van het vrolijke deuntje van Sams mobiel.
“Rustig aan,” mompelt Sam als ze haar mobiel uit haar zak haalt.
“Met Sam…” zegt Sam vrolijk, maar ze wordt onmiddellijk afgekapt door haar moeder.
“Je zou al 3 kwartier thuis moeten zijn! Jij moet in je eentje langs die grote weg en je weet dat ik dat helemaal niet fijn vind en tóch bel je niet even als je wat later klaar bent!
“Maar mam, Miranda…” en weer kon ze haar zin niet afmaken.
“Ja, Miranda zal wel haar redenen hebben gehad om jou over te laten werken, maar dat betekent niet dat je niet even naar huis op kan bellen dat je wat later komt! Je komt nú naar huis en ik zie je over 10 minuten!” tuut tuut tuut.
Sam klapt haar mobiel dicht en aaide Sarah over haar neus. Die is ondertussen op het gekwetter uit de telefoon afgekomen en kijkt Sam doordringend aan. “Sorry meis,” zegt Sam verdrietig. “Ik moet nu naar huis. Ik je morgen weer!” ze geeft Sarah nog een laatste kus op haar neus en rent naar haar scooter, doet de sleutel in het contact, doet haar helm op en scheurt naar huis.
Precies 10 minuten later stapt ze de keuken binnen. Haar vader kijkt ongeïnteresseerd over de krant heen en haar moeder staat te koken. Zwijgend wijst haar moeder naar de trap. Douchen betekent dat. In plaats van dat ze opgelucht is dat ik thuis ben, denkt Sam. Ze gaat naar boven, neemt een lekker warme douche, zodat haar spieren kunnen ontspannen. Ze trekt een trainingsbroek en een dikke trui aan en heerlijk warm, loopt ze weer naar beneden. Haar ouders en broer Frank zitten al een tafel. Er wordt niet op haar gelet als ze aan tafel gaat zitten. “Dus het ging goed op je werk vandaag,” vraagt moeder Elize aan Frank. “Ja, ik moest vandaag 4 computers schoonmaken, wat echt een rotwerk is, maar je verdient er wel mee.”
“Dan moet je dus de database leeghalen?” vraagt vader Harold.
“Ja, zo ongeveer,” lacht Frank. Ondertussen zet Elize de pannen op tafel en schept iedereen op. De hele avond gaat het over Frank zijn werk en Sam prikt lusteloos in een aardappel. Hoewel ze ontzettend hard gewerkt heeft vandaag, is haar eetlust verdwenen bij de gemaakte gezelligheid. “Heb jij nog wat gedaan vandaag?” vraagt Harold aan Sam, als het gesprek met Frank al een tijdje stilgevallen is. Wat een rotkerel is het toch, denkt Sam. Hij wéét dat ik heb gewerkt vandaag. “Ik heb gewerkt,” mompelt ze.
“Bij die knollen?”
Sam doet haar ogen dicht. Dat werkt het beste als ze woedend is. Dan kropt dat lekker op.
“Ja,” zegt ze kortaf.
“Ik snap niet waarom je dat toch doet. Die knollen. Het enige wat ze doen is schijten en een beetje rondjes lopen.” Hij lacht zich dood om zichzelf en Frank lacht mee.
Sams woede groeit. Ze weet dat ze een mislukkeling is en dat ze niet zo slim en niet zo’n goede baan heeft als Frank. Ze weet dat ze dit jaar VMBO examen heeft en dat Frank vorig jaar zijn VWO examen heeft gehaald. Ze wéét dat ze iedere schoolavond in het restaurant als bordenwasser werkt en dat ze iedere morgen de krant moet bezorgen, omdat ze te dom is voor een betere baan. En dat ze zelfs een baan als stalhulp niet aan kan. En ze weet dat het al helemaal geen zin heeft om uit te varen, omdat ze dan een klap kan ontvangen en dus weer een excuus moet verzinnen voor op school.
Haar moeder kijkt naar haar bord. Ze neemt niet eens de moeite om het voor haar dochter op te nemen. Frank kijkt haar aan, alsof hij zich afvraagt wat ze nu zal doen.
Ze schuift haar stoel naar achter en loopt de trap op. “Je bord, dame!” beveelt haar moeder. Sam kan zich niet omdraaien, omdat ze bang is dat ze kwaad zal worden. Als ze toch nog doorloopt, hoort ze een stoel naar achterschuiven en de voetstappen van haar vader. Nu is het in beiden gevallen dom. Ze wordt bang, heel bang als ze haar vader hoort naderen. Ze loopt zo snel als ze kan de trap op, maar haar vader is sneller en grijpt haar enkel. Pijnlijk valt met haar hoofd op een tree en sleept haar vader haar de trap af. Na iedere tree komt ze met een schok en een gil neer. Als ze beneden zijn zegt haar vader: “Je bord.”
Zonder tranen en zonder brok in haar keel staat ze op. Alles doet pijn. Elize kijkt met tranen in haar ogen naar beneden, maar zegt niks. Sam pakt haar bord en zet het in de vaatwasser. Dan schuift haar vader haar zijn bord toe. Verstijfd blijft ze staan. Maar wat is verstandiger? Ze pakt zijn bord en zet het in de vaatwasser. Dan loopt ze weer naar boven en laat zich voorzichtig vallen op haar bed. Ze denkt niks.
De volgende ochtend wordt ze stijf wakker en iedere beweging doet zeer. Het lijkt net alsof ze watten in haar oren heeft en haar ogen krijgt ze ook niet helemaal open.
Ze doet haar witte rijbroek aan, met een trainingsbroek eroverheen, trekt haar blouse aan en neemt haar zwarte jasje mee in een tas. Beneden zoekt ze op de computer op wat haar starttijden zijn. Springen half 12 en dressuur 11 uur. Dan wordt inspringen een beetje krap, maar dat zal wel lukken. Ze werkt flink wat boterhammen naar binnen, want dat is erg belangrijk. Ze smeert nog wat broodjes voor tussen de middag en neemt een flesje drinken mee. Net als ze wil vertrekken komt haar moeder in kamerjas naar beneden.
“Heb je een wedstrijd?” vraagt ze.
Sam knikt.
“Je oog is blauw.”
Sam kijkt in de spiegel en schrikt. Haar linker oog is vanaf haar wenkbrauw tot haar wang helemaal blauw en groen. Automatisch grijpt ze naar het laatje waar de foundation inzit en werkt het een beetje weg.
Elize staat er een beetje ongemakkelijk bij.
Dan pakt Sam haar spullen en doet de voordeur open.
“Suc…” de voordeur slaat dicht. “…ces.” Elize draait zich om een loopt weer naar boven.
Als Sam eenmaal op de scooter zit, voelt ze niks. Maar naarmate ze dichterbij stal komt, begint ze zich toch te verheugen op de wedstrijd. Ze parkeert haar scooter, pakt haar tas en haar jasje en loopt naar Sarah haar box. “Hey Sam!” hoort ze. Ze draait zich om en ziet Eline.
“Hoi!” zegt ze gemaakt vrolijk. Eline heeft een fantastische hengst en wint bijna altijd alle wedstrijden. Eline is nu Z1 dressuur en M2 springen. Sam is met Sarah M1 dressuur en M1 springen, dus ze is echt geen competie voor Eline. Daarom zal ze wel aardig doen, denkt Sam.
“Sarah is echt een prachtig paard! Iedere keer weer als ik haar zie en jullie samen zijn helemaal geweldig!” zegt Eline enthousiast.
“Nou, dankjewel!” zegt Sam verrast. Dan loopt Eline weer weg en ziet dat ze giechelend bij een groepje meisjes aankomt. Ze beginnen meteen te smoezen en Sam vertrouwt het voor geen meter. Snel rent ze naar Sarah’s box. Tot haar afgrijzen ziet ze dat Sarah helemaal is ingesmeerd met stront. Je kan echt zien dat het is aangebracht door de vegen. Zelf staat Sarah rustig op haar hooi te kauwen en heeft gelukkig niks. Toch is Sam woedend en stampt naar Eline toe. Met volle kracht duwt ze Eline zo hard, dat ze omvalt.
“Wat doe jij nou, freak!” gilt een van de meisjes. Een ander rent heel hard weg.
“Wat nou bitch!” schreeuwt Eline en krabbelt omhoog. De geeft Sam een stomp in haar maag en die verkrampt van de pijn, want daar zitten nog plekken van gisteravond. Ze bijt op haar lip en dwingt zichzelf om te vechten.
“Waarom doe je nou zoiets?” vraagt ze ziedend.
“Denk jij nou echt dat jij iets zou winnen? Denk jij nou echt dat jij ooit iets zou winnen?” zegt Eline gemeen.
Nu ben jij dom, denkt Sam. Ik ben ten slotte al M1 en dat heb ik niet gedaan door te verliezen.
“En ze vond het ook helemaal niet erg, hoor!” gaat Eline verder. “Ze is wel gewend aan modder en stront, armoe paardje!”
Sam draait zich om, vrijwel direct voelt ze een duw van achter en valt ze voorover op de grond.
“Eline, wat doe jij?” roept Miranda vol afgrijzen. Snel loopt ze naar Sam toe en helpt haar overeind. Sam voelt geen tranen en geen brok. Ze weet dat ze er niet uitziet en kijkt naar de grond. “Zij duwt mij net! Zomaar! Ze zal wel jaloers zijn!” gilt Eline.
Miranda kijkt Sam wantrouwend aan. “Is dat zo?”
“Nee,” zegt ze zacht. “Kijk maar naar Sarah.”
Met vlotte stappen loopt Miranda naar Sarah’s box en constateert, dat het is aangebracht.
“Ze heeft gewoon gerold!” gilt Eline.
Aangezien Miranda Sarah zelf gefokt heeft, wordt ze kwaad.
“Jij rijdt geen wedstrijd vandaag!” zegt ze tegen Eline.
Eline kijkt eerst verbijsterd naar Miranda en dan vol afgrijzen naar Sam. “En zij dan?” vraagt ze, haar stem trilt van woede.
“Samantha mag meedoen, als ze het haalt op tijd. Dat is het sein voor Sam om naar Sarah te sprinten en te beginnen met poetsen. Gevoelloos gaat ze te werk en stipt op tijd staat ze in de dressuurring. Sam rijdt een perfecte proef en wint. Het springen daarna gaat ook prima en wint weer de eerste prijs. Als Sam op een paard zit vergeet ze alles. Is ze één met Sarah. Maar zodra ze afstapt voelt ze alle pijn. Alleen haar lichamelijke pijn, want haar hoofd is leeg.
Ze zadelt af, verzorgt Sarah nog en gaat naar de kantine om haar prijs op te halen. Voor het springen kreeg ze 50 euro en de dressuur 100. Dat is altijd fijn. Ze voelt zich iets beter en als ze snel de kantine weer uit loopt voelt ze plotseling een iets voor haar voeten. Voor ze het weet valt ze met een harde smak op de grond en hoort ze bulderend gelach. De hele kantine heeft het gezien en ze ziet dat Eline haar heeft laten struikelen. En kijkt recht in haar grijnzende gezicht. Ze voelt geen tranen, geen brok. Het liefst onzichtbaar rent ze de kantine uit, naar haar brommer. Ze merkt dat iemand haar achtervolgd en draait zich in een ruk om. “Wat wil je nou!” Ze merkt dat haar stem hoog en paniekerig klinkt. Ze kijkt een jongen recht aan die haar vriendelijk aankijkt. Ze heeft hem wel vaker gezien en kon nooit zo goed hoogte van hem krijgen. “Gaat het?” vraag hij.
“Zie ik er zo uit?” snauwt ze.
“Je hebt goed gereden vandaag,” zegt de jongen.
Sam zwijgt, terwijl ze haar spullen in de scooter doet.
“Waarom lachten de mensen in de kantine mij uit?” vraagt Sam na een tijdje.
“Ze vinden je een dromertje, je lijkt altijd ergens anders met je gedachten. Je bent nooit aanwezig, alleen als je rijdt en dan zijn mensen meteen jaloers, omdat jullie zo’n geweldig team zijn. Maar dus door je afwezigheid en de jaloersheid van die mensen, zien ze je als een bedreiging. En je bent ook nog eens best knap, dus dan al helemaal,” voegt hij er blozend aan toe. “Hier heb je trouwens mijn telefoonnummer, je kan me altijd bellen.” Hij geeft Sam een papiertje.
Sam is sprakeloos. Ze kijkt hem doordringend aan, om te kijken of hij het meent. Dat doet hij.
“Dankje,” zegt ze ongemakkelijk en stapt op de scooter. “Denk goed na over wat je doet!” zegt hij. Sam scheurt weg. Ze moet eens nadenken over wat hij heeft gezegd en gaan naar het dorp om een patatje te halen. Als ze daar klaar mee is, is het inmiddels donker. Ze gaat via het bos naar huis. Dan denkt ze weer aan huis, Eline, de mensen in de kantine, maar duwt die gedachte weg. Ze merkt dat haar scooter langzamer gaat rijden. Ze geeft meer gas, maar hij gaat alleen maar langzamer. Ze vloekt. Benzine is op!
Kan het nog erger? Kan er nog meer misgaan. Ze zet haar scooter langs de weg en valt in het gras. Kan het nog erger? Blijft ze zich afvragen. Kan er nog meer misgaan?
In het donkere bos komt alles weer boven: haar vader, haar moeder, Frank, Eline, de mensen in de kantine, haar pijn. Ze trekt haar knieën op tot haar kin, doet haar armen eromheen en wiegt langzaam heen en weer. Ze denkt weer aan de woorden van die jongen. “Denk goed na over wat je doet.” Had hij gezegd. Zou hij haar doorhebben? Zou hij weten wat ze van plan is? Ze weet het niet meer…
Wordt vervolgd…
en?
Maar niet zó extreem hoor. Ik denk dat als je begint met het schrijven van een verhaal, dat je toch eerst met een ervaring uit je eigen leven moet beginnen en dat de rest daar op volgt, zegmaar.