
omdat ik nu toch weer een verhaal wilde schrijven , en graag commantaar wilde besloot ik er hier eentje te plaatsen. er kunnen soms nog wat fouten in zitten maar ik weet niet hoe je de spelling echt controleert...
‘Maar mam’ begon ik kwaad. ’Je weet dat ik naar haar toe wil’. ‘Dat weet ik, maar Canada is veel te ver! Als het nu vlak om de hoek lag, oke. Maar het is mijlen ver weg.’ Antwoordde mijn moeder Kwader. Ik gaf haar een vernietigende blik en rende de trap op, recht naar m’n kamer. Daar sloot ik de deur af en zocht een stevige tas. ‘Wacht maar’ mompelde ik kwaad. Toen ik er een gevonden had pakte ik wat kleding en duuwde dat erin. Ik zocht naar een goede borstel en mijn beurs. Alles wat ik nodig had van wat op mijn kamer lag pakte ik in. Toen ik dat had gedaan trok ik een pyama aan en schoof de tas onder mijn bed. Ik ging in bed liggen en zette de wekker op 4 uur. Ze kon me niet meer tegen houden. Wat ze ook probeerde. Ik viel in een onrustige slaap.
Tringgg- tringgg ging de wekker. Snel zette ik hem af en sprong uit bed. Ik liep naar mijn kast en trok zuivere kleding aan. Ik haalde de deur van het slot en glipte naar de badkamer. Daar pakte ik wat shampoo en zeep. En niet te vergeten mijn tandenborstels. Snel glipte ik weer naar mijn kamer en pakte de tas tevoorschijn. Daar deed ik de shampoo, zeep en tandenborstels in. Ik gooide de tas om mijn schouder en sloop langaam vanuit mijn kamer naar beneden. Daar griste ik mijn schoenen bij mee en trok deze aan. Nog even liep ik naar de keuken en smeerde er wat boterhamen. Ik duuwde ze in mijn tas en liep de gang in. Voor de zekerheid nam ik mijn jas mee en voorzichtig liep ik naar de deur. Ik maakte hem open en trok hem toen ik buiten stond voorzichtig dicht. Ik pakte mijn fiets en haalde deze van het slot. Ik stapte op en fietste weg.
Ik smeet mijn fiets in de struiken en liep naar het station. Ik bestelde een kaartje naar utrecht en liep toen naar het perron. Over een half uur zou pas de eerste trein naar utrecht komen. Ik zuchtte diep en liep toen weer naar binnen. Daar pakte ik een sandwitch en wat koffie. Het was niet het lekkerste spul, maar het was voor nu goed genoeg. Ik ging aan een tafeltje zitten en at de sandwitch op. Snel dronk ik mijn koffie op toen ik zag dat de eerste trein zou komen. Ik rende naar het perron en wachtte.
Toen de trein aankwam was het precies de tijd dat hij zou aankomen. ‘dat noem ik nog eens op tijd’ mompelde ik. Snel stapte ik in en liep naar een stoel. Het zou een lange reis worden, dat was zeker. Ik zuchtte diep en wagelde in een slaap.’Pardon mevrouw, maar mag ik u kaartje zien’ hoorde ik. Ik schrok meteen wakker en pakte mijn tas. Daaruit haalde ik mijn beurs met inzittend kaartje. Toen hij zijn controle uitgevoerd had ging hij weer weg. Ik keek op mijn horloge, over een half uur zouden we op de plek van bestemming moeten zijn. Ik duuwde snel mijn beurs terug en stopte deze in mijn tas.
Een diepe zucht verliet mijn mond toen de trein eindelijk stil stond. ‘Station Utrecht’ galmde er door de luidspreker. Ik pakte mijn tas op en sloeg deze over mijn schouder. Met een sneltreinvaart stapte ik uit en liep van het perron af. Ik kwam terecht in een drukke stad en zag een klein café liggen. Ik liep er langzaam naar toe en zag dat het al open was. Ik keek nog eens op mijn horloge; het was al 10.00 uur. Ik stapte naar binnen en keek rond, het was niet bepaald druk. Ik schuifelde naar de bar ‘Mag ik een cola ’ vroeg ik beleefd. ‘komt in orde’ zij de man achter de bar. In een mum van tijd had ik mijn cola en nam een slok. ‘en wat doet een dame als jij hier zo vroeg’ hoorde ik een dronke zeggen. Ik werd bang van zijn ondertoon, alsof hij iets van me wilde. ‘ik ga naar Canada’ antwoordde ik. ‘Zal ik je brengen, ik moet er ook heen’ zij de man. Ik stootte het glas van schrik om. ‘Kijk nou wat je doet Tom! ’ riep de barman. ‘Je maakt haar helemaal bang !’. ik pakte het geld dat ik moest betalen en smeerde hem. Wat een man zeg, ik was blij dat ik er niet op in was gegaan, stel je voor wat er had kunnen gebeuren. Die gedachte jaagde me de stuipen op het lijf. Ik zuchtte diep en keek voor me uit, wat een drukte.
Ik liep de stad door en uiteindelijk kwam ik op een rustig stuk waarbij de overkant bedekt was met bos. Snel verliet ik de stad en liep het bos in. Ik snoof de lucht op, heerlijk was die. Ik zag een bankje en liep erop af. Eenmaal bij het bankje en ging ik zitten. Ik pakte mijn tas tevoorschijn en haalde er een boterham uit. Ik had een reuze trek. Plots zag ik een man opduiken en deze kwam naast me zitten. Voorzichtig keek ik hem aan, hij keek terug. ‘En wat doe jij hier nou eigenlijk, ik ken hier iedereen behalve jou’ zei de man plots. Verbijsterd voor zijn interesse keek ik hem aan’ het zit zo, mijn favoriete pony is verkocht en ik ga erachter aan, ze staat nu in Canada, maar kan zo weer verkocht worden naar een andere staat ofzo. ’ zij ik. Ik vertelde nog meer en meer. ‘zozo, jij hebt lef’ zij de man. Ik haalde mijn schouders op en begon aan mijn boterham. ‘Zoek je toevallig een slaap plaats voor vannacht ?’ vroeg de man aan mij. Tjonge, wat was hij gastvrij. ‘Ja, dat sowieso.’ Antwoordde ik. ‘Als je wilt kun je mee naar mijn huis, en kun je daar vannacht overnachten als je dat wat lijkt. ’ zij de man gastvrij. Ik schudde met mijn hoofd. ‘Heel graag meneer’ zij ik maar, meer wist ik niet te zeggen. Ik zuchtte diep en keek omhoog, het was pracht weer. Ik moest niet denken aan de kou straks in Canada.
Ik keek mijn ogen uit, wat was het huis waarin hij woonde mooi. Hij sleurde me mee naar boven en liet me mijn kamer zien. ‘Vind je het wat ?’ vroeg hij. ‘Ja, het is heel mooi’ zij ik vol bewondering, het was echt mooi. En natuurlijk heel goed ingericht, echt geheel naar mijn smaak. Opnieuw sleurde hij me mee, maar nu naar onderen, naar buiten. Iets wat ik niet had gezien was dat hij paarden had. ‘Bent u fokker ?’ vroeg ik nieuwschierig. ‘Dat klopt kindje’ antwoordde hij trots. ‘Ga maar kijken’ Ik liep er op af en opende een grote schuifdeur. Ikk zag zoveel paarden, het waren er vast een stuk of honderd. Voorzichtig liep ik elke box af, maar ik stopte bij een paard wat Black Pearl hete. Ik bekeek hem nauwkeurig. De naam paste echt bij hem, zo zwart als roet was hij, de mooiste kleur die ik ooit gezien had. Ik leunde over zijn box heen. ‘Je bent mooi, weet je dat?’ zij ik tegen hem. De hengst hinnikte zachtjes. Ik besloot om nog even verder te lopen en achter in de stal was weer een schuifdeur. Toen ik die opende zag ik nog meer verbazingwekende dingen, zoals nog 2 stallen, 5 weides , 4 rijbakken, een stapmolen en een voederkamer. Verder waren er nog 5 trailers en er bleek een stuk bos bij te horen. Snel liep ik weer de stal in en aaide ieder paardje. Uiteindelijk kwam ik weer bij Black Pearl uit. Ik aaide hem nog eens en besloot zijn stal in te gaan. Ik ging met mijn vinger vanuit zijn oren tot zijn staat over zijn rug. Het dier ontspande helemaal. Het was zo’n mooi moment. Oppeens hinnikte het paard luid en stampte met zijn been tegen de boxdeur. ‘Kom weg uit de stal’ hoorde ik roepen. Ik stelde het dier gerust en kwam toen pas de box uit. Een jonge vrouw schudde me door elkaar. ‘Wat was je van plan? Dat beest is gevaarlijk !’ zij de luid. ‘Niet waar, en dan kan ik bewijzen’ antwoordde ik kwaad, omdat ik gestoord werd. Zo snel als ik kon glipte ik de box weer in en aaide het paard. Het paard hinnikte weer zachtjes en ik ging weer met mijn hele vinger over zijn rug. De vrouw keek bewonderend toe. Na een aantal minuten kwam ik de box weer uit. ‘Zoals u ziet, is het dier echt niet gevaarlijk’ zij ik nog steeds kwaad. De vrouw zij niets en sloot de box af , en vervolgens sleepte ze me weer mee naar het grote huis. De dumpte me in de grote kamer en ging op zoek naar de eigenaar. ‘Ja, ze is bij Black Pearl geweest en ze heeft dat beest helemaal onder controle gehouden’ hoorde ik haar roepen....
graag een vervolg
Omdat hij onderdak bood !

je meot zeker door gaan!