indiaan schreef:Wie kan mij helpen ik zoek aantal rassen en wie kent deze rassen
en dan wil ik graag wat adressen van mensen die een van deze rassen fokken of verkopen
ik zoek de ras : Knappenstrupper
: Fredericksborg
: Achal-theke
: Lusitano
: shagya-arabier
ik wil ze eerst goed van dicht bij bekijken voor ik zo een ras uit kiest
Bedankt
Voor info over de Lusitano kijk bij dit topic!
en hier wat Info van de rassen:
knappenstrupper: (het is trouwens Knapstrupper)

Dit zwaar gevlekte paard dateert uit de tijd van de Napoleontische oorlogen, toen een gevlekte merrie van Spaanse origine werd gekruist met een palomino Frederiksborger-hengst. Net als bij de Appaloosa hebben geen twee paarden hetzelfde patroon.
Oorsprong: Denemarken.
Kleur: Gevlekt: Appaloosa-patroon op schimmelbasis.
Stokmaat: 1,53 m.
Lichaamsbouw: Variabel - gelijk aan de Frederiksborger maar lichter gebouwd.
Kenmerken: Actief; vooral gefokt om zijn opvallende vachtpatroon.
Karakter: Intelligent en handelbaar.
Gebruik: Rij- en circuspaard.
Fredericksborg:

Herkomst: Denemarken.
Stokmaat: Tussen 1,55 en 1,62 m.
Kleur: Frederiksborgers zijn meestal voskleurig.
Karakter: De Frederiksborger heeft een levendig temperament en is een gewillige werker.
Exterieur: De Frederiksborger is een vlot, middelzwaar warmbloedpaard met veel adel. Het heeft een klein hoofd met dikwijls een ramsneus en een zeer mooi gedragen hals. Schouder- en borstpartij zijn uitzonderlijk sterk. De rug is breed en kruis en lendenen zijn gespierd. Het paard heeft goede benen en spronggewrichten.
Gebruiksmogelijkheden: Oorspronkelijk was de Frederiksborger bedoeld als hogeschoolpaard, maar in de loop van de vorige eeuw is door toevoeging van Arabisch en Engels volbloed een veelzijdig rijpaard ontstaan.
Beweging: De moderne Frederiksborger heeft een goede stap, een ruime draf en een prettige galop.
Bijzonderheden: Dit ras is het oudste paardenras van Denemarken en genoemd naar de in 1562 met Andalusische en Napolitaanse hengsten opgezette hofstoeterij van koning Frederik II. In de 16e eeuw was Denemarken een van de voornaamste leveranciers van uitstekende rij- en cavaleriepaarden. Later is er veel Arabisch en Engels volbloed toegevoegd, waardoor het 'oude' type vrij zeldzaam is geworden.
Achal-theke

erkomst: Rusland, Toerkmenistan, Kazakstan, Oezbekistan, Kirgizië.
Stokmaat: De stokmaat varieert tussen de 1,45 en 1,57 m.
Kleur: De kleur van dit prachtige dier is letterlijk schitterend. Het meest komt goudachtig voor, maar er zijn ook zilveren tinten. Schimmels en lichtbruin komen minder voor. Witte aftekeningen zijn mogelijk.
Karakter: De Achal-Teké is geen gemakkelijk paard: het heeft een sterke eigen wil en is bijzonder temperamentvol.
Exterieur: Het hoofd is smal en lang met een recht profiel. Ogen zijn groot en uitdrukkingsvol, de neusgaten zijn groot en gevoelig, de oren lang. Het paard is rank, slank en hoog met een hoge schoft. Het kruis is afhangend met een laag gedragen staart. De benen zijn lang en hard. De beharing is schaars en dun, soms ontbreken manen en voorlok.
Gebruiksmogelijkheden: De Achal-Teké is een typisch nomadenpaard, dat bekent staat om zijn extreme uithoudingsvermogen. Tegenwoordig is het ook in gebruik als renpaard.
Beweging: De bewegingen van dit gracieuze rijdier zijn vlak, soepel, ruim en elastisch in alle gangen.
Bijzonderheden: De Achal-Teké kan enorme afstanden afleggen zonder te eten of te drinken. Traditioneel wordt dit paard onder zeven dekens gehouden en gevoed volgens een dieet met een bijzonder hoog eiwitgehalte. De dekens worden alleen tijdens de rennen, de fok en gedurende enige minuten voor zonsondergang afgedaan.
Lusitano:

Ofschoon de Lusitano in de eerste plaats werd gebruikt als cavaleriepaard en door de boeren werd gekozen om zijn kracht, is hij toch befaamd als rijdier voor de Portugese stierenvechters, vooral gewaardeerd om zijn behendigheid, snelheid, gehoorzaamheid en moed.
Oorsprong: Portugal.
Kleur: Meestal schimmel, maar kan elke effen kleur hebben.
Stokmaat: 1,50 - 1,60 m.
Lichaamsbouw: Klein hoofd met kleine oren en recht profiel; gespierde hals; compact lichaam; krachtige achterhand; lange, slanke benen; overvloedige manen en staart.
Kenmerken: Veelzijdig; gehard.
Karakter: Intelligent; snel reagerend; zeer dapper.
Gebruik: Rijpaard; bij stierengevechten.
shagya-arabier:

De Shagya Arabier Terug
De Shagya Arabier is het beroemdste product van de fameuze Hongaarse stoeterijen uit de 19e eeuw. Het centrum van de fokkerijen ligt in de Babolna-stoeterij, die in 1789 is opgericht. De Shagya is specifiek gefokt als rijpaard, met voldoende massa voor de wereldberoemde Hongaarse lichte cavalerie. Het heeft veel kenmerken van de Volbloed Arabier, maar is geen zuivere Volbloed Arabier. Het is eerder een rijpaard van een hoge kwaliteit die het ook goed doet in het tuig en onder het zadel. Sommige foklijnen leveren tevens goede springpaarden op.
De Shagya is een enkelkleurig paard dat in veel kleuren voorkomt. Schimmel is echter de meest voorkomende kleur. Het paard is over het algemeen groter dan de meeste Arabische rassen, met een stokmaat van 1.53 m. of meer. De Shagya heeft een prachtig hoofd, waarin vooral de ogen opvallen. De schouders en achterbenen lijken meer op die van een normaal paard, dan die van een zuivere Arabier. De goed gesloten romp met mooie lendenpartij is 'bijna perfect'. De voorbenen staan goed naar voren ten opzichte van het lichaam. Hierdoor is de beweging van het paard mooi vrij naar voren. Het algehele profiel van de Shagya lijkt op dat van een hoogwaardige Arabier, het skelet is echter groter, dus heeft het paard meer massa.
In 1816 is er een legerverordening uitgevaardigd die stelde dat alle Babolna-merries door Oosterse hengsten gedekt moesten worden. Sindsdien heeft de stoeterij alleen nog zuivere woestijn-Arabieren geïmporteerd en later vooral Halfbloed Arabieren. In 1836 arriveerde de stamhengst van de moderne Shagya Arabier. Deze hengst Shagya kwam uit Syrië van de Kehil/Siglavifamilie. Het dier had een hogere stokmaat dan de gemiddelde Arabier. Deze hengst werd ingezet voor merries die veel Arabisch bloed, maar daarnaast ook Spaans, Hongaars en Engels Volbloed bloed voerden. Zijn afstammelingen komen nog steeds voor in Babolna, Polen, Duitsland, Oostenrijk, Roemenië, het voormalige Jugoslavië, Tsjechiëen de VS.
De stamvader van de Shagya Arabier is de naamgever van dit ras. Hij arriveerde in 1836 op de Babolna-stoeterij. Van de 5 merries en 9 Arabische hengsten bleek Shagya het meest succesvolle paard te zijn. Zijn afstammelingen komen over de hele wereld voor. Zij krijgen zijn naam, gevolgd door een Romeins cijfer, dat aangeeft hoeveel generaties tussen dit specifieke paard en stamhengst Shagya liggen.