Ik heb mijn studie boek van 10 jaar geleden er maar eens bij gepakt en opgezocht wat er gevraagd wordt in de dressuur en of dat nu zo anders is dan bij de western.
Zo werd/wordt het de instructie geleerd of ze het goed kunnen overbrengen is iets anders, maar daar hadden we het niet over.
Ik kan het wel vanuit mijn eigen ervaringen uitleggen,( wat ik al zeer regelmatig heb gedaan) maar dan moet ik dat weer onderbouwen met "wat heb je dan al gepresteerd".
Ik heb genoeg gepresteerd maar hoef dat niet op tafel te leggen, alleen maar om anderen te moeten overtuigen dat ik weet waar ik het over heb.
Citaat:
Goede handen zijn meestal passief en moeten de bewegingen van de paardenmond direct volgen zonder deze te storen.
Om goede teugelhulpen te kunnen geven,moet de ruiter licht en elastisch contact onderhouden met soepele ellebogen,polsen en vingers. De handen bieden weerstand(houden tegen zonder terug te trekken) als de ruiter een overgang naar een lager tempo wil maken of wil halthouden. Het weerstand bieden kan ook andere doelstellingen hebben, zoals nageeflijkheid. Een ruiter mag nooit trekken!!!!!
Onder weerstand bieden wordt verstaan het sluiten van de op de plaats blijvende hand van de ruiter om de vermeerderde druk van het paard op het bit te weerstaan, tot het moment dat het paard zich ontspant in nek en kaak,en nageeft, als gevolg van de inwerkende zit en kuithulp van de ruiter.
Onder aanleuning wordt verstaan de zachte en constante verbinding tussen de ruiterhand en de paardenmond die van het paard uitgaat, als gevolg van de voorwaartse inwerking van de ruiter.
De juiste aanleuning kan nooit door een terugwerkende hand verkregen worden, maar moet als resultaat ontstaan doordat het paard van achter naar voren naar de hand toe gereden wordt.
En dit komt zelfs van de KNHS site.
Citaat:
Een goed gereden Westernpaard kan bijvoorbeeld een goede aanleuning hebben op het gewicht van de doorhangende teugel. Een dressuurjurylid zal dat nooit aanleuning noemen.