Nee volgens mij niet. Een brilletje zit niet in de mogelijkheden. Je zult de diabetes moeten bestrijden om te voorkomen dat je paard helemaal blind word.
Het gaat (gelukkig voor mij) niet om mijn paard, maar om de fjord van een stalgenoot. Zij vertelde dat haar fjord veel drinkt, plast en soms zomaar ergens tegenaan loopt. Hij is nog relatief jong, zes jaar. Ik moest toen aan diabetes denken.
Dat zijn idd wel de symptomen bij de mensen, het vele plassen komt ook bij paarden voor igg van diabetes (dan drinken ze ook absurt veel).. maar of het slecht zien er ook mee te maken heeft weet ik niet. Gewoon de VA een test laten doen en je weet het
ik had op mijn computer nog een heel artikel staan hierover, ik hoop dat je er wat aan hebt.heb zelf nl ook suikerziekte en had het ooit een keertje opgezocht hoe het bij paarden zou zijn. ik hoop dat je hier wat uit kan halen zodat je mischien iets wijzer word, Symptomen Gevoeligheid voor hoefbevangenheid Vetophopingen rond manenkam ("harde nek") en staartaanzet Hardnekkig over- of ondergewicht Huidproblemen Spiervermoeidheid, spierpijn, spiertrillingen, vaak uitend in onwilligheid om te "werken" Spierbevangenheid
Koolhydraten Koolhydraten zijn de belangrijkste energieleverancier. Glucose is de meest elementaire vorm, maar door glucosemoleculen aan elkaar te rijgen ontstaan de meer complexe koolhydraten. Veel glucose moleculen samen vormen zetmeel, nog meer en je hebt cellulose. Koolhydraten zijn de bouwstenen van de plant en vormen daarmee een hoofdbestanddeel van het voedsel voor paarden.
Koolhydraten worden door het spijsverteringssysteem afgebroken tot de meest elementaire vorm: glucose, oftewel "bloedsuiker". In die vorm wordt het door het bloed vervoerd naar de cellen die de glucose als brandstof gebruiken. Spieren en hersenen zijn de belangrijkste verbruikers van deze brandstof.
Vraag en aanbod Het aanbod van glucose door het spijsverteringssysteem is natuurlijk niet constant; het hangt af van de hoeveelheid en het soort voedsel dat is genuttigd. Daarnaast is het verbruik van glucose sterk afhankelijk van allerlei factoren, waaronder de spieractiviteit. Hoe meer de spieren worden gebruikt, des te meer brandstof ze verbruiken. Voor het correct functioneren van het lichaam is het echter belangrijk dat het glucosepeil in het lichaam binnen nauwe grenzen blijft. Een aantal mechanismen bewaken dan ook voortdurend het glucosepeil in het bloed. Vet wordt daarbij gebruikt als buffer: een eventueel overschot aan glucose wordt omgezet in vet, en in tijden van schaarste kan het vet weer worden omgezet in glucose. Insuline De hoeveelheid glucose in het bloed wordt voornamelijk gereguleerd door insuline. Dit is een hormoon dat door de alvleesklier (pancreas) wordt afgescheiden. Insuline zorgt ervoor dat glucose door de cellen wordt opgenomen, waar het wordt gebruikt als brandstof of omgezet in vet.
Hoe meer glucose er door het spijsverteringssysteem aan het bloed wordt afgegeven, hoe meer er door de cellen moet worden opgenomen om het glucosepeil binnen de perken te houden. Meer glucose betekent dus meer insuline.
Omgekeerd gebeurt natuurlijk hetzelfde: zodra het glucosepeil daalt, doordat de aanvoer stopt, of doordat de spieren veel glucose verbruiken, moet de omzetting van glucose in vet worden gestaakt: De aanmaak van insuline wordt dan verminderd.
Diabetes Zoals met alle ingewikkelde regelsystemen kan er ook met de koolhydraatregulatie wat mis gaan. Het meest bekende probleem bij de koolhydraatstofwisseling is "suikerziekte", officieel "Diabetes Mellitus" genoemd, vaak afgekort tot "Diabetes".
Diabetes is een conditie waarbij het bloedsuikergehalte te hoog oploopt. Hiervoor kunnen twee oorzaken zijn:
Gebrekkige insulineproductie Dit is de meest bekende oorzaak van diabetes. Het lichaam kan niet genoeg insuline aanmaken waardoor het glucosepeil in het bloed te hoog oploopt. Dit is een situatie die vroeg in het leven ontstaat en ook wel "diabetes type I" wordt genoemd. De behandeling bestaat uit het opheffen van het tekort door veelvuldig kunstmatig insuline toe te voegen door middel van injecties. Deze vorm van diabetes komt bij paarden nauwelijks voor. Insulineresistentie Bij insulineresistentie wordt er wel genoeg insuline aangemaakt, maar de cellen in het lichaam reageren niet meer goed op de insuline; ze zijn er ongevoelig voor geworden. Er is dan steeds meer insuline nodig om de cellen de glucose te laten opnemen. Deze vorm van diabetes ontstaat pas later in het leven en wordt "diabetes type II" genoemd. Bij mensen wordt vaak de term "ouderdomssuiker" gebruikt.
Bij insulineresistentie zijn er twee stadia te onderscheiden: Het "pre-diabetes" stadium, ook wel "Impaired Glucose Tolerance" (IGT) genoemd. In deze situatie wordt de insulineresistentie door de pancreas gecompenseerd door steeds meer insuline aan te maken. De ongevoelig geworden cellen nemen dan door de verhoogde hoeveelheid insuline toch nog voldoende glucose op. Het glucosepeil is dan nog binnen de perken, maar het insulineniveau is dan aanmerkelijk verhoogd. Dit is het meest voorkomende stadium dat bij paarden wordt aangetroffen. Bij hogere aanvoer van snel verteerbare koolhydraten is er dan soms te weinig insuline beschikbaar waardoor het suikergehalte tijdelijk hoog oploopt. Het hoge insulineniveau zorgt ervoor dat er bij daling van het glucosepeil er nog te lang glucose wordt opgenomen: er wordt dan teveel glucose omgezet in vet terwijl het glucosepeil (te) lage waarden aanneemt. Als het proces van ongevoeliger worden voor insuline verder voortschrijdt kan het uiteindelijk leiden tot het volgende stadium: Ondanks de hoge productie van insuline lukt het niet meer om het glucosepeil onder controle te houden. Bovendien kan de pancreas uitgeput raken waarbij het insulinepeil weer lager wordt. Het bloedsuikergehalte stijgt daarbij tot hoge waarden, terwijl de cellen geen glucose meer kunnen opnemen en verhongeren. In dit stadium zal het lichaam vermageren. Veel paarden bereiken dit stadium nooit, maar wanneer dat gebeurt zal bij uitblijven van de behandeling het dier vermageren en steeds meer kwalen oplopen die uiteindelijk leiden tot de dood. Paarden Zoals hierboven al genoemd: Bij paarden komt insulineresistentie regelmatig voor, voornamelijk in de vorm die "Impaired Glucose Tolerance" wordt genoemd. Probleem hierbij is dat de gezondheidsklachten vaag zijn en de oorzaak niet wordt herkend. De symptomen worden zo goed en kwaad als mogelijk behandeld, maar zolang de oorzaak niet wordt onderkend blijft het dweilen met de kraan open. De symptomen van insulineresistentie zijn divers en deels afhankelijk van het betrokken individu. De symptomen kunnen afzonderlijk of gezamelijk optreden.
Insulineresistentie is iets dat nog maar kort geleden is ontdekt bij paarden, maar de link met hoefbevangenheid viel meteen sterk op. Field and Jeffcott ontdekten dat paarden die hoefbevangen zijn geweest minder goed glucose (suiker) kunnen verwerken en lijden aan insuline-waarden die 4 keer hoger zijn dan normaal, wat duidt op een insulineresistentie. De gevoeligheid voor hoefbevangenheid is dan ook het meest voorkomende symptoom. Het paard zal bij het minste of geringste hoefbevangen kunnen raken. Ook bij mensen met diabetes type II zijn problemen met de voeten de meest voorkomende complicatie. De bloedsomloop raakt verstoord en weefsels raken gemakkelijk ontstoken.
Ondanks het feit dat insulineresistentie en hoefbevangenheid een duidelijk verband vertonen is nog niet precies duidelijk waarom dit verband er is. Doctor C.C. Pollit van de diergeneeskundige afdeling van de Univeriteit van Queensland in Australi�heeft veel onderzoek gedaan naar hoefbevangenheid waaruit bleek dat hoefbevangenheid gepaard gaat met een veranderd glucosemetabolisme in de cellen van de witte lijn van de hoef. Een andere onderzoeker, Johnson, denkt dat de glucose-intolerantie veranderingen van de bloedvaten veroorzaakt op een manier die vergelijkbaar is met de invloed van diabetes op de menselijke bloedvaten.
Behalve de verandering van de glucosestofwisseling in de witte lijn wordt het paard ook nog eens gevoeliger voor snel verteerbare suikers in de voeding, zoals fructaan in het gras. Paarden met insulineresistentie zullen dan ook veel heftiger reageren op weersomstandigheden die leiden tot een verhoogd fructaangehalte in het gras. Ook zullen deze paarden eerder hoefbevangen raken van melasse in het krachtvoer Gewichtsproblemen De meeste paarden die lijden aan insulineresistentie hebben overgewicht. Door het voortdurend hoge insulinegehalte wordt het onmogelijk om vet af te breken, waardoor deze paarden te dik blijven, ook al staan ze op een streng dieet. Opvallend daarbij is dat het vet zich vooral concentreert bij de manenkam, staartaanzet en flanken. De "harde nek" is typerend voor paarden die lijden aan insulineresistentie.
Vaak is hierbij overigens sprake van een vicieuze cirkel: Een te hoog insulinepeil zorgt voor behoud van vet, maar hoe dikker het dier is, hoe meer insuline het nodig heeft. Ondergewicht ontstaat in een minderheid van de gevallen, met name in de situatie waarbij de insulineresistentie een kritisch niveau heeft bereikt. De cellen zijn dan nog maar nauwelijks in staat om glucose op te nemen. Opvallend daarbij is dat het vet op de vreemde plaatsen (manenkam) vaak wel behouden blijft.
Lusteloosheid Paarden die lijden aan insulineresistentie hebben minder energie. Eigenaren melden vaak dat het nauwelijks mogelijk is om deze paarden "aan het werk" te krijgen. Door het voortdurend hoge insulineniveau kan er niet snel genoeg glucose worden vrijgemaakt wanneer de spieren daar om vragen.
Huidproblemen Huidproblemen worden ook vaak gerapporteerd bij paarden die aan insulineresistentie lijden. Verwondingen genezen langzamer, en (schimmel)infecties treden vaker op.
Hoe kan insulineresistentie ontstaan? De sterke toename van het aantal gevallen van insulineresistentie laat zich gemakkelijk verklaren. Hieronder worden enkele oorzaken genoemd.
Voeding Paarden zijn in miljoenen jaren evolutie perfect aangepast geraakt aan hun natuurlijke voeding. Wij mensen voeren de paarden echter wat anders dan wat ze van nature horen te eten, en verstrekken dat ook nog eens op een andere wijze. Deze verschillen werken het ontstaan van insulineresistentie in de hand:
Snelle koolhydraten Van nature eten paarden praktisch alleen maar stengelig, vrij dor gras dat voornamelijk uit langere koolhydraatketens bestaat, zoals cellulose en zetmeel. Gedomesticeerde paarden krijgen echter een heel ander menu: Wij mensen voeren paarden echter krachtvoer en speciaal gekweekt gras, dat vaak concentraties korte koolhydraatketens bevat. Nu moeten alle koolhydraten door het spijsverteringssysteem worden omgezet in glucose, maar de tijd die hiervoor nodig is varieert per koolhydraat. Korte koolhydraatketens worden veel sneller omgezet dan de langere koolhydraatketens die paarden van nature eten. In plaats van een gestage stroom aan koolhydraten die langzaam door het spijsverteringssysteem worden losgelaten krijgt het paard dan te maken met een plotselinge stoot koolhydraten die vrij abrupt weer ophoudt. Nu is insuline een hormoon, en hormonen zijn prima geschikt om langzaam verlopende processen te besturen. Met vrij snel wisselende processen hebben ze echter aanmerkelijk meer moeite. Wanneer de koolhydraten vrij snel uit het spijsverteringssysteem worden losgelaten moet er in korte tijd veel insuline worden aangemaakt. Wanneer de toevoer van koolhydraten plotseling ophoudt (omdat de snel verteerbare suiker op is) dan zit de insuline nog in het bloed, en de cellen blijven braaf doorgaan met glucose opnemen terwijl het glucosepeil al laag genoeg is. Het glucosepeil varieert dan veel sneller tussen hoog en laag, en de uiterste waarden zijn veel extremer dan de natuur had voorzien. (Zie ook ons artikel over Natuurlijke Voeding). De belangrijkste verschillen tussen een natuurlijke voeding en de algemeen gebruikelijke voeding zijn: Krachtvoer Krachtvoer bevat veel graanproducten die rijk zijn aan koolhydraten maar nauwelijks vezels bevatten. De koolhydraten komen hierdoor heel snel vrij, maar houden ook weer vrij plotseling op. Ondanks alle inspanningen van de alvleesklier loopt de bloedsuikerwaarde eerst pijlsnel op, om een tijdje later weer pijlsnel te dalen... Melasse Melasse is een veelvuldig gebruikt bestanddeel in krachtvoer (zoals mueslies) omdat het stoffigheid tegengaat en paarden het lekker vinden. Hoe gretiger paarden het voedsel naar binnen schrokken, hoe liever de mensen het kopen. Melasse is echter een restproduct van de suikerindustrie en bestaat voornamelijk uit snel verteerbare suikers. Gras Het gras dat wij aan onze paarden voeren is speciaal geselecteerd op een hoge opbrengst. Het is bovendien geselecteerd op een hoge opbrengst zo vroeg mogelijk in het jaar, en dat betekent dat het gras (nacht)vorstbestendig moet zijn. Dit soort grassen zijn dan ook perfect in staat om een natuurlijk antivries te produceren: fructaan. Fructaan is echter een bijzonder snel verteerbaar koolhydraat, en wanneer er veel fructaan door het gras wordt geproduceerd (lage temperaturen, gecombineerd met veel zonneschijn, zoals vaak in het voorjaar voorkomt) dan krijgen de paarden veel meer snelle koolhydraten binnen dan waarin de natuur had voorzien. Porties Paarden eten van nature praktisch voortdurend. Het spijsverteringssysteem levert dan ook een voortdurende stroom aan koolhydraten af. Wij mensen voeren de paarden echter portiegewijs. De wisselingen in het glucose-aanbod zijn nu veel groter dan van nature de bedoeling was, en dat probleem wordt ook nog eens verergerd als we de paarden snel verteerbare kost geven, zoals helaas algemeen gebruikelijk is. Dag- en nachtritme Het is een grote misvatting dat paarden een dag- en nachtritme hebben. Wie wel eens paarden heeft gezien die 24 uur per dag buiten leven kan gemakkelijk constateren dat het voor de paarden niets uitmaakt of het dag dan wel nacht is: ze staan overdag vaak te slapen maar kunnen even gemakkelijk 's nachts aan het eten of spelen zijn. Wij mensen dringen de paarden echter vaak een verschil tussen dag en nacht op: de tijdsspanne tussen de maaltijden is 's nachts dan groter dan overdag, of de paarden mogen overdag in de wei maar moeten 's nachts binnen staan, waarbij ze dan geen, of ander voedsel krijgen. Ook dit werkt grote schommelingen in het glucose-aanbod in de hand. Verder is dan vaak de beweging die het dier krijgt (en daarmee het glucose-verbruik) 's nachts anders dan overdag. Magnesiumtekort Uit recente onderzoeken is gebleken dat een tekort aan magnesium bij paarden in toenemende mate voorkomt. Hoewel magnesium een bestanddeel is in veel voedingssupplementen blijkt het niet te helpen om een magnesium-tekort te voorkomen of op te lossen. Hoe dit kan, en hoe je dit kunt oplossen, kun je lezen op onze pagina over Magnesium.
Een tekort aan magnesium maakt de cellen ongevoeliger voor insuline. Het verband tussen insulineresistentie en magnesium is zo duidelijk dat veel mensen met "ouderdomsdiabetes" magnesium krijgen voorgeschreven om de cellen weer wat gevoeliger te maken voor insuline. Ook bij paarden blijkt het toedienen van magnesium insulineresistentie vaak te doen verminderen. Om deze reden wordt een magnesiumkuur steeds vaker toegepast bij de behandeling van hoefbevangen paarden.
Via onze website kunt u magnesium-chelaat bestellen. Lees hier meer over Magnesium-chelaat.
Overgewicht Laten we er maar niet omheen draaien: De meeste gedomesticeerde paarden en ponies zijn te zwaar. We zijn zo gewend aan het beeld van paarden waarbij de ribben niet meer zichtbaar zijn dat we dat normaal zijn gaan vinden.
Overgewicht en insulineresistentie gaan hand-in-hand. Om deze reden staat bij de behandeling van menselijke diabetici het terugbrengen van overgewicht dan ook bovenaan het prioriteitenlijstje. Hoe minder "massa", hoe minder insuline er nodig is.
Te weinig beweging Beweging is gezond en zorgt voor een hoger glucoseverbruik. Paarden leggen in de vrije natuur dagelijks 30 tot 50 kilometer af, maar in gevangenschap komen ze daar praktisch nooit aan. Hoe minder beweging, hoe groter de kans op storingen in de koolhydraatstofwisseling.
Ouderdom Net als bij mensen wordt bij paarden de kans op insulineresistentie hoger naarmate de jaren slijten. Paarden worden in Nederland gemiddeld niet bepaald oud, maar de paarden die niet gedoemd zijn een kort leven te slijten als slachtvee of winstpuntenmachine worden daarentegen ouder dan vroeger. Bovendien krijgen deze oudere paarden meer verzorging, waardoor een kwaal als insulineresistentie eerder wordt opgemerkt.
De behandeling van insulineresistentie is bij paarden in grote mate hetzelfde als de behandeling van deze aandoening bij mensen. Net als bij mensen zullen de klachten nooit geheel verdwijnen, wel kan verergering worden vertraagd en de symptomen worden verminderd. Onderstaande punten zullen, zeker wanneer ze gecombineerd worden toegepast, de klachten laten afnemen:
Voeding Vermijd schommelingen in het glucosepeil. Denk daarbij aan de volgende punten: Net als bij mensen is "suiker" (lees: "snelverteerbare koolhydraten") taboe. Hieronder vallen alle vormen van krachtvoer, graanproducten en melasse, fruit, appels en wortelen. In tegenstelling tot wat de voedingsfabrikanten je willen doen geloven: Een paard heeft aan hooi, gecombineerd met een mineralenblok genoeg! Zie ook ons artikel over Natuurlijke Voeding. Zorg voor een voortdurende, rustige stroom van koolhydraten. Probeer te voorkomen dat het paard "per portie" eet. Zeker wanneer een paard geen krachtvoer krijgt kan hij vaak onbeperkt hooi krijgen, zodat hij voortdurend kleine beetjes kan eten. Kan hij geen onbeperkt ruwvoer krijgen omdat hij anders te dik wordt, probeer hem dan zo vaak mogelijk kleinere porties te voeren. Let bij weidegang op de weersomstandigheden in verband met het fructaan. Fructaan is een gemakkelijk verteerbaar koolhydraat dat voor paarden met insulineresistentie absoluut taboe is. Wanneer het paard, bij een dieet dat uitsluitend bestaat uit ruwvoer, gecombineerd met een mineralenblok, gewicht blijft verliezen kun je het dieet aanvullen met vetten, zoals olie. Dat doe je alleen als het paard teveel gewicht blijft verliezen, en dus niet uit voorzorg! Magnesium Omdat insulineresistentie het gevolg kan zijn van een tekort aan magnesium verdient het aanbeveling het paard een magnesiumkuur te geven. Omdat je hiervoor toch moet stoppen met krachtvoer en andere supplementen is dit een prima moment om het eventuele magnesiumgebrek op te lossen. Magnesium verhoogt de gevoeligheid voor insuline dus is het sowieso een goed idee om te zorgen dat het paard over voldoende magnesium kan beschikken en niet te veel calcium binnenkrijgt. Meer hierover kun je vinden in ons artikel over Magnesium. Via onze website kunt u magnesium-chelaat bestellen. Lees hier meer over Magnesium-chelaat. Overgewicht Terugbrengen van een eventueel overgewicht is uiterst belangrijk. Hoe lager het gewicht, hoe beter de cellen reageren op insuline. Probleem is echter dat paarden met insulineresistentie vaak moeilijk te porren zijn tot lichamelijke activiteit. Daarnaast blijken ze maar moeizaam af te vallen, ook bij een zeer streng dieet. Door de behandeling van insulineresistentie als een totaalpakket te zien, waarbij zowel de voeding, beweging en eventuele magnesiumtekorten worden aangepakt, moet het mogelijk zijn het overgewicht te beteugelen. Zeker in deze situatie geldt: beter te mager dan te dik! Beweging Beweging zorgt voor verbruik van glucose. Hoe meer glucose er wordt verbruikt, hoe minder glucose er moet worden omgezet in vet, en hoe minder insuline er dus benodigd is. Met "bewegen" bedoelen we dan niet "een uurtje rijden in de bak", maar liever de mogelijkheid om voortdurend te bewegen. Dus 24 uur per dag naar buiten, zowel 's zomers als 's winters. Om de beweging te verhogen kun je zorgen dat de voorzieningen (voedsel, water, schuilmogelijkheid) ver uit elkaar liggen, dat het paard weidegenoten heeft waarmee het sociale interactie kan hebben, etc. Zie ook ons artikel over Huisvesting. Hoeven Omdat paarden met insulineresistentie een grotere kans hebben op hoefbevangenheid verdient het aanbeveling om speciale aandacht aan de hoeven te besteden: Veel en regelmatig beweging, liefst over harde ondergrond, zorgt voor een goede doorbloeding in de hoef zodat de kans op hoefbevangenheid kleiner wordt. Alleen al om deze reden is het sterk aan te bevelen het paard 24 uur per dag de mogelijkheid te bieden om te bewegen. Een Natuurlijke Bekapping verdient de aanbeveling omdat hiermee de kans op hoefbevangenheid kleiner wordt, en als het toch gebeurt, de kans op een hoefbeenrotatie het kleinst is. Regelmatig bijraspen van de hoefwand zodat deze niet boven de zool uitsteekt zorgt dat de druk op de hoefwand zo klein mogelijk blijft.