Leverbotinfecties
Een leverbotje is een platworm (ziet er uit als een klein scholletje). De opname van het botje verloopt meestal via besmet gras. In de maag aangekomen vreet het nog jonge wormpje zich door de maagwand heen, komt daarbij in de buikholte terecht, graaft een gangetje door het leverkapsel en maakt een zwerftocht door het leverweefsel. Tegen de tijd dat het botje volwassen is, is hij gearriveerd in de galgangen (de afvoerkanalen van de lever). In de galgangen legt de volwassen leverbot zijn eieren. De eieren gaan samen met de gal naar de darmen, komen zo in het maagdarmkanaal terecht en komen met de mest weer op het weiland.
Een ei van een leverbot is niet besmettelijk voor zoogdieren. Voor zijn ontwikkeling is er perse een zoetwater slakje vereist. De lymnaea truncatula. In dit slakje maakt het jonge botje een bepaalde ontwikkeling door en vermeerdert zich daar ook. Uit een besmet slakje komen ongeveer 150 cercariën. Deze cercariën zijn wel zeer besmettelijk voor zoogdieren. Zowel schapen, koeien, hazen, konijnen, mensen en paarden kunnen zich hiermee besmetten.
Zijn er op een weiland veel lymnaea slakjes dan krijg je vrijwel altijd een weiland wat besmet is met leverbot.
Wanneer zijn er op een weiland veel slakjes aanwezig?
Als de grond voldoende drassig is. Dit kan bijvoorbeeld heel goed in een nat najaar, maar ook in een gedeelte van een weiland waar voortdurend kwelwater op komt.
Het water moet zoet water zijn en vooral de zuurgraad van het water is belangrijk. Op veengrond is het water vaak te zuur voor het Lymnaea slakje.
Zijn er op een bepaald stuk weiland veel Lymnaea slakjes, dan wordt erg gemakkelijk de leverbot geïntroduceerd, door grazend vee maar ook door wild bijvoorbeeld hazen.
Niet elk diersoort wordt even ziek na een leverbot besmetting.
Schapen bijvoorbeeld, gaan er vrij snel zelfs aan dood. Mensen (niet gewassen groenten) kunnen er erg ziek van worden. Een paard wordt er over het algemeen niet erg ziek van. Als belangrijkste verschijnselen bij het paard gelden teleurstellende prestaties, gewichtsverlies en verminderde eetlust. Een leverbot in een paard voelt zich daar ook niet erg thuis. Vaak lukt het hem niet eens om zich door het harde paardenleverkapsel heen te vreten. In de paardengalgang legt hij meestal ook geen of weinig eieren. Het mestonderzoek van een paard is voor het aantonen van een infectie van leverbot dan ook niet betrouwbaar. Een goede indicatie voor een leverbot besmetting bij een paard is een te hoog gehalte in het bloed van een enzym dat vrij komt uit een beschadigde galgang.
De normale wormmiddelen werken niet tegen leverbotten omdat de wormpjes er niet van dood gaan. Voor de bestrijding is een middel nodig dat specifiek tegen leverbot werkt.
ER STAAT HEEL VEEL OP INTERNET, ALS JE BIJ GOOGLE LEVERBOT INTYPT KRIJG JE VEEL INFO. SUCCES.