Ik heb geprobeerd wetenschappelijk onderzoek hiernaar te vinden, maar helaas niks gevonden...
Bij mensen is er een optimum in intensiteit van inspanning om zo veel mogelijk vet te verbranden:

(bij afvallen gaat het er trouwens niet perse om zo veel mogelijk vet te verbranden, suiker mag ook. Het punt is vooral dat je intensief genoeg moet trainen om meer energie te verbranden dan je paard met voedsel binnen krijgt. Te intensief trainen verhoogt de kans op blessures, daar zoek je het optimum tussen.)
Als je dit door zou trekken naar paarden, betekent het dat je redelijk intensief moet trainen om zo veel mogelijk vet (en suikers) te verbranden. Met een hartslag tussen de 130 en 150 ongeveer, dat is een flinke draf of rustige tot normale galop voor de meeste paarden. Hier staat meer info over de hartslagen in de verschillende gangen: https://www.equilog.nl/hartslagmeter-pa ... etraining/
Een paard dat echt te dik is, kan dit niet lang volhouden en raakt snel vermoeid. Dan gaat de kans op blessures hard omhoog. Bij paarden die echt veel te dik zijn, kun je dus beter rustig opbouwen en beginnen met een lage intensiteit (stappen en rustig draven) en steeds langer doorgaan. (Nog een voordeel als het veel tijd kost: het paard kan in die tijd ook niet eten 
Jouw paard is al wat beter op conditie en dan kun je een hartslagmeter gebruiken om te zorgen dat je intensief genoeg traint. Maar ook om te voorkomen dat je te hard traint (zeker met dit warme weer). Dressuurmatige training is vaak niet intensief genoeg (verschilt nogal per ruiter/menner, maar vaak valt het mee), dus met een hartslagmeter weet je zeker dat je intensief genoeg traint.
Praktisch betekent dat dat je traint met een hartslag tussen de 130 en 150. Er zijn best grote verschillen tussen paarden, dus als jouw pony bij 140 met de "tong over de grond" loopt, dan houd je hooguit 130 aan. Vervolgens kijk je hoelang je pony dit volhoudt (dat is in het bos makkelijker dan in de bak) en dat ga je steeds verder uitbouwen. Je kunt ook intervallen gebruiken (10 minuten met 140, stappen tot de hartslag is gedaald naar 80 a 90 en dan weer opnieuw) en de rustperioden steeds verder inkorten.
Zodra je merkt dat de hartslag oploopt terwijl de intensiteit gelijk blijft, is het tijd om het rustiger aan te gaan doen om vermoeidheid en blessures te voorkomen. Een beetje oplopen mag, dan ben je wellicht juist aan het verbeteren, maar houd ook de andere tekenen (zweten, ademhaling) goed in de gaten.
Zo kun je een hartslagmeter dus inzetten om optimaal te trainen door het gewichtsverlies te maximaliseren en blessures te voorkomen.