Blz 48 7. De bitten voor paarden dienen glad van uitvoering te zijn en zonder scherpe randen en – met uitzondering van de onderlegtrens – van een zodanige dikte te zijn, dat het deel van het bit dat op de lagen van de paardenmond rust bij de trenzen blz 49 een dikte heeft van tenminste 1,0 cm; de minimum dikte voor de bitten voor pony’s bedraagt eveneens 1,0 cm.