Suelza schreef:Doordat mijn paard vanaf dag 1 is geleerd te wijken voor druk, is het aanleggen van de ring al voldoende om hem meer of minder stelling te laten lopen.
Ik versta onder ´stelling´ laterale buíging. Dit houdt twee richtingen van ´wijken´ in, dus twee ´druk´punten met een onderling draaimoment = tegengestelde richting met afstandsverschil in de aangrijpingspunten.
Dit is coherent met het buitenbeen achter de singel en ´om het binnenbeen´ laten lopen. Ook dat is een draaimoment tussen twee aanrakingscues.
´Nageeflijk´is hetzelfde als wijken voor zeer lichte ´druk´.
Wanneer je het ´wijken-voor-druk´ uitvooert/aanleert op basis van R-, dan is er sprake van letterijk wijken voor letterlijke druk.
Wanneer je het toepast als het met de richting van de aanraking méé bewegen voor een R+, dan krijg wat ik ´naar-wijken´ noem en dat is weerstandloos = de ultieme vorm van nageeflijkheid.
De valkuil van ´lichtheid´ is het opvolgen van onbedoelde signalen, bijvoorbeeld een paard dat omdraait omdat jij omkijkt. Daarom is één cue geen cue en verwachten mijn paarden samengestelde cues. Dus, niet alléén een aangelegd been of - halsring maar een logische combinatie.
Ik rij in zwaar bergachtig terrein en gewichtshulpen liggen daardoor inherent wat complex dus daar maken we relatief minder gebruik van. ´Relatief´
Het naar-wijken is een basisafspraak mbt de regels van de communicatie hier.
De lichtheid wordt gelimiteerd door de tweede eis van coherentie.
hc