De truc zit 'm er in, dat om goed te kunnen tölten de achterhand er flink onder moet. Het paard gaat als het ware een beetje "op zijn hurken gaan zitten" en draagt het voornaamste deel van zijn eigen gewicht en dat van de ruiter met de achterhand. Daarbij worden ook de buik- en rugspieren wat aangespannen (wat iets anders is dan de rug vastzetten). Hierdoor krijgt hij in zijn voorhand de ruimte om uit de schouder weg te komen en met de voorbenen te "dansen". Doordat het hele paard als het ware een beetje "achterover kantelt", komt daarbij dan ook het hoofd wat omhoog.
En da's dus heel wat anders dan wat ze "vroegah" inderdaad deden: zijn kop op god's voetenplankje trekken waardoor ie idd. wèl zijn rug vastzet en er lekker lateraal tussenuit zwijnepast omdat het zeer doet. Daar zijn ze al een jaar of 20 van teruggekomen...