germie schreef:Je krijgt bij het kwpn dan geen veulenboek. Je moet het doen met een B-registerpapier en dat is wel heel wat anders. Een blauw papier hoef ik niet omdat ik serieus met mijn merrie wil fokken.
Je bent gewoon aan het vermeerderen als je zomaar een hengst pakt. Het is een goedkope manier om een veulentje te fokken, maar het is maar de vraag of je uiteindelijk aan verbeteren doet.
De hengst van de buurman geeft geen garantie over erfelijke gebreken, over hoe dde nafok van hem is, enz
.
Kijk ik ben niet voor een niet erkende hengst van een stamboek.
Maar om nu te zeggen dat de hengst van de buurman niet voldoet is natuurlijk overdreven. Hij heeft ook ouders en grootouders die waarschijnlijk gecheckt zijn door een stamboek.
En een stamboek geeft ook geeen garantie van gebreken.
Maar zou je nu met een "echte bastaard" fokken dan kon de kans op erfelijke gebreken wel eens veel kleiner zijn dan met een gekeurde stamboek hengst nl. dan komt de wetmatigheid van OUTCROSS om de hoek kijken.
Citaat:
De gevolgen van de populaire dekhengsten !
Vrijwel elk ras heeft in het verleden te maken gehad met het gegeven, dat de invloed van één hengst, of enkele hengsten in de fokkerij erg groot was, doordat er gedurende een aantal jaar een groot deel van de merriepopulatie bevrucht werd. (b.v.: L'invasion, Amor, Eros, Nimmerdor,Landgraf I,)
Het is niet zo moeilijk om vast te stellen waarom dit gebeurt en waarom een enkele hengst -of een kleine groep hengsten- zo'n invloed heeft op het fokprogramma.
De desbetreffende hengsten beschikken vermoedelijk over één gewenste eigenschap of meerdere felbegeerde kwaliteiten die de fokkers graag in hun lijnen willen introduceren: een uitmuntend 'type' of uitmuntende prestatie-eigenschappen of een andere eigenschap, waardoor er als het ware een run op deze hengst(en) ontstaat.
Het komt meer dan eens voor dat dergelijke populaire dekhengsten een ras gedurende meerdere jaren als het ware domineren.
Genetische flessenhals
Het spreekt vanzelf dat hengsten met uitzonderlijk goede eigenschappen de kans moeten krijgen om hun goede eigenschappen (of in elk geval de genen die met deze kwaliteiten verbonden zijn) door te geven aan toekomstige generaties zodat het hele ras hiervan profijt kan hebben.
We moeten ons goed realiseren dat een te grote inzet van een bepaalde hengst wel degelijk ook nadelige effecten heeft op het ras.
De meeste rassen hebben op bepaalde momenten te kampen (gehad) met een zogenaamde 'genetische bottleneck' ten gevolge van de te grote invloed van één enkele bepaalde hengst of een kleine groep hengsten. Een direct gevolg van deze onevenredige inzet is een grote aanslag op de genetische variatie in het ras. Bovendien schuilen er nog meerdere potentiële gevaren op langere termijn in het op grote schaal inzetten van een beperkt aantal dekhengsten. cq. in het versmallen van bloedlijnen.
Recessieve mutaties
Het staat buiten kijf en het behoeft geen discussie dat rassen kunnen profiteren van de genen die een goed paard kan doorgeven. Helaas kunnen wij van onze paarden niet hun totale genetische samenstelling, zijn genotype, in kaart brengen om de eenvoudige reden dat wij het allergrootste deel van het erfelijke materiaal niet kunnen zien. Sommige paarden -bloedlijnen die drager zijn van zeer gewilde eigenschappen, kunnen tegelijkertijd onopgemerkte schadelijke recessieve mutaties dragen en doorgeven.
Een onevenredige inzet van deze paarden zal leiden tot een ongewenste en snelle toename van deze ongewenste schadelijke genen. Uiteindelijk zal het aantal dragers van deze afwijking(en) zo hoog worden, dat het onvermijdelijk zal zijn dat zulke dragers veelvuldig met anders dragers zullen worden gepaard met als gevolg dat de paarden die uit deze combinatie worden geboren homozygoot (fokzuiver) zijn voor deze recessieve mutatie(s).
Als het dan een erfelijke afwijking betreft, zal dit onvermijdelijk een toename van het aantal lijders tot gevolg hebben waarvan een ras zwaar te lijden kan hebben.
Schade blijft eerst onopgemerkt
Vanwege de recessieve aard van veel schadelijke mutaties in het paard, kan het een aantal jaren duren voordat deze negatieve gevolgen voor het eerst worden opgemerkt.
Voeg hier nog aan toe, dat de kans bestaat dat deze afwijking zich pas op latere leeftijd openbaart (laten we zeggen niet voor het derde levensjaar) dan zult u begrijpen dat het heel goed mogelijk is dat de gevolgen van de onevenredige inzet van een enkele hengst pas jaren later zichtbaar worden in een ras.
'Uitfokken'
Een aantal fokkers zal als oplossing proberen niet aanverwante lijnen van de populaire dekhengst in kaart te brengen om zodoende als het ware het probleem 'er uit te fokken'.
Als de invloed van een beperkt aantal dekhengsten evenwel bijzonder groot is geweest in het verleden, dan zal het fokkers nog niet meevallen om dergelijke onverwante (dus niet anverwante) lijnen te vinden in hun zoektocht naar hengsten die 'vrij' moeten worden geacht van die bepaalde ongewenste afwijking: nl. hengsten cq. bloedlijnen die de fokkers nodig hebben om problemen in de toekomst te voorkomen.
Genetische variatie nodig uit lijfsbehoud
Een van de directe gevolgen van het gebruik van populaire hengsten en bloedlijnen is, dat het een 'genetische bottleneck' veroorzaakt en een onvermijdelijk verlies aan genetische variatie in het ras betekent. De meeste fokkers proberen hun ras te verbeteren en de enige manier om dit te bereiken is door het benutten van de binnen dat ras bestaande genetische variatie. Op deze manier ontstaan er nieuwe genetische combinaties, waardoor de kwaliteit en de gezondheid van de nakomelingen verbeteren.
Nut en noodzaak outcross
Ook individuele fokkers zitten wel eens in een dilemma wat te doen als zij een eigen 'lijn' willen ontwikkelen: 'Op welk moment moet ik stoppen met line-breeding en een out-cross toepassen?' Line-breeding leidt onherroepelijk tot een terugloop in genetische variatie in deze lijn en legt het 'type' vast.
Echter: voortdurende line-breeding biedt geen mogelijkheid om het type te verbeteren, omdat er onvoldoende genetische variatie overblijft om nieuwe combinaties uit te ontwikkelen.
Daarom zal een fokker out-cross moeten toepassen om de genetische variatie in huis te halen op basis waarvan hij dan weer zijn lijn kan proberen te verbeteren.
Deze aanpak geldt uiteraard voor het hele ras. Verbeteringen in het ras kunnen alleen worden bereikt als er voldoende genetische variatie voorhanden is om uit te kiezen. Helaas wordt deze variatie door de inzet van een beperkt aantal hengsten cq bloedlijnen ontzettend beperkt.
Beperk het aantal dekkingen per hengst
Het advies is dan ook: beperk het aantal dekkingen per hengst. Natuurlijk moeten goede paarden hun genen kunnen doorgeven aan toekomstige generaties, maar is het nu echt waar dat slechts één hengst of bepaalde bloedlijnen zo superieur is dat dit een exclusief gebruik rechtvaardigt?
Er zijn veel 'quality hengsten' die ingezet kunnen worden. De enige mogelijkheid om het ras ook in de toekomst gezond te houden en te verbeteren is derhalve het inzetten van zoveel mogelijk verschillende bloedlijnen van sportpaarden zodat zij hun genen kunnen doorgeven aan toekomstige generaties.
Zodoende kan de genetische variatie binnen het ras blijven bestaan want alleen dan kunnen fokkers het ras verbeteren door prestaties te verhogen en gezondheidsproblemen in de toekomst te voorkomen