Beiden hebben hun stippen ook van de iberische paarden. De appaloosa via de van een nederzetting ontsnapte grote groep paarden van de conquistadores die de basis vormden voor de paarden van de indianen.
De knabstrupper via de paarden uit de koninklijke stallen van de hoffokkerij in Cordoba welke aan alle europese vorstenhuizen de rijpaarden leverde.
De appaloosa heeft daarna eeuwenlang selectie op functionaliteit en de knabstrupper vooral op exterieur doorgemaakt.
De laatste decennia is de knabstrupper, ook noodgedwongen door de geringe hoeveelheid, weer meer richting sportpaard gefokt en de appaloosa juist weer meer op meer voorkomen.
In de knabstrupper zit nu o.a. het duitse cavalleriepaard en in de appaloosa de quarter.
Beiden hebben nog steeds de voor de iberische paarden kenmerkende, oude, gencluster, uiteraard met andere mutaties. Verder hebben ze níets met elkaar gemeen; zijn totaal andere rassen met een gemeenschappelijk element dat toevallig ook voor een gemeenschappelijk uiterlijk kenmerk zorgt.