Uit het groene boekje:
"Om voor het keur predikaat in aanmerking te komen moeten de nakomelingen van de hengst tenminste 7 jaar oud zijn en moet zijn eigen sportindex hoger dan 140 punten zijn met een betrouwbaarheid van minstens 75%. Verder wordt zijn exterieurvererving meegenomen bij de afweging. Dit laatste kan betekenen dat een hengst, die qua sportvererving wel aan de eisen voldoet, maar voor wat exterieur vererving betreft minder kan overtuigen, niet in aanmerking komt voor het keurpredikaat".
We hadden het er al eerder over dat dit een lekkere slag om de arm is, want wanneer is de exterieurvererving 'minder overtuigend', daar worden geen grenzen voor aangegeven en kan in principe net zo ingevuld worden als kwpn het wil.
Ook is er een voorbeeld van de mogelijkheden voor het kwpn om het om te draaien: Indoctro heeft nooit aan de minimale eis voor de sportindex voldaan, maar is toch keur verklaard. Verklaring: "Het eerste moment waarop een hengst in aanmerking komt voor het keur predikaat is wanneer de oudste nakomelingen 7 jr zijn. Van dat moment heeft de commissie gebruik willen maken door de bijzondere verervingskracht van deze hengst te onderstrepen. Indoctro vererft niet alleen positief in het exterieur en de bewegingsvorm, maar lijkt ook overduidelijk te stempelen in de fokkerij van springpaarden".
Dit dus zonder de minimale eis van de 140 index te halen.
Maw. de richtlijn is idx 140 betr 75% of hoger en voldoende exterieurvererving. Dat laatste wordt niet duidelijker geformuleerd dan dat en er wordt van dit alles ook wel eens afgeweken (geen keur bij voldoen aan de eisen of wel keur zonder voldoen aan de eisen)
Preferentschap wordt alleen bij uitzondering verleend aan hengsten die al een langdurige en blijvend positieve waarde aan de fokkerij hebben geleverd. Keuringsresultaten van kinderen (percentage stb/ster/keur en ggk zonen) tellen mee en ik meen dat de sport index 150 of hoger moet zijn. Preferent kan pas worden toegekend als de oudste kinderen 11 jaar zijn.