De dierenarts kwam haar opvoelen, maar er was al geen veulen meer. Hij zei dat ze het ongeveer een maand geleden verworpen had of dat het toen dood geboren was, maar het rare deel van dit verhaal is dat de wei elke dag afgelopen werd, maar er niks gevonden was.
Iedereen had zo uitgekeken naar het veulentje dat nu onderhand wel vrolijk door de wei moest huppelen. Nu doet hij of zij dat dus in de eeuwige groene weides.
Vaarwel klein veulentje, ik heb je nooit gezien, nooit gekend, maar met zo'n moeder had je wel een geweldig veulentje moeten zijn. Het ga je goed daarboven.
