Opvallend wat mij betreft,
-de betrouwbaarheid, bij een betr. lager dan 70% dus vooral gebaseerd op eigen prestaties en van de naaste verwanten, kan de fokwaarde nog alle kanten uit. Houd er dus rekening mee dat jonge hengsten geen FOKWAARDE hebben maar een VERWACHTINGSWAARDE. Je kunt er als fokker nog weinig mee.
- bij een betrouwbaarheid van boven de 75% stabiliseert de fokwaarde zich, dit jaar bijv. duidelijk te zien bij Negro en Tango, in positieve zin.
-de fluctuaties zijn naar, mijn indruk, bij de springgefokte hengsten minder groot dan bij de dressuurhengsten. Met andere woorden, bij lagere betr. heb je aan een fokwaarde springen meer.
-als de afstammelingen 3-5 jaar zijn, komt er pas een duidelijk zichtbare scheiding tussen de goede en de slechte hengsten.
-bij de oudere hengsten met een hogere betrouwbaarheid levert de fokwaarde een schat aan informatie op waar fokkers veel aan hebben.
Wat moet er gebeuren?
Voortdurend evalueren, wat moet er anders, waar gaat het wel goed?
Duidelijk aangeven hoe de fokwaarden tot stand komen, en vooral, hoe moeten ze worden geinterpreteerd.
Interessant is het artikel, in IDS nr 5, "Nieuwe fokwaarden 2008-2009.