Pipo schreef:Ik vraag mij af of dat het de werkelijke eisen zijn NIcole, want het kan een harde eis zijn, maar staat er niet ergens dat als een hengst zoveel nakomelingen heeft die op een bepaald nivo in de sport presteren, dat hij ook recht heeft op het keurpredikaat
Ik denk maar even hardop hoor
Even van de KWPN-site geplukt
:Nakomelingen
Conform het fokbeleid worden goedgekeurde en erkende hengsten op vaststaande momenten onderworpen aan een beoordeling van de nakomelingen.
Deze toetsing vindt plaats op de volgende momenten:
1. veulens, 2. driejarigen, 3. zevenjarigen en 4. elfjarigen.
1. Veulens
2. Driejarige nakomelingen
Dit betreft de exterieurbeoordeling bij stamboekopname en op premiekeuringen van de eerste jaargang driejarige nakomelingen. Bij deze beoordeling wordt uitgegaan van een minimaal aantal nakomelingen van tien. Wanneer een hengst bij dit beoordelingsmoment niet blijkt te kunnen voldoen aan dit minimaal gestelde aantal nakomelingen kan een jaar uitstel worden verleend. Wanneer dan opnieuw een hengst niet kan voldoen aan deze minimale eis dan wordt de hengst op wacht gezet.
3. Zevenjarige nakomelingen
De beoordeling van de prestaties van de nakomelingen in de sport geschiedt voor de eerste maal als de oudste nakomelingen zeven jaar oud zijn.Zowel de sport- als exterieurindex dienen daarbij als hulpmiddel. Eventueel toekennen van het keurpredicaat kan niet eerder dan op dit moment plaatsvinden. Om in aanmerking te komen voor het predikaat keur moet een hengst een sportindex hebben vanaf 140 met een betrouwbaarheid van minstens 75%. Exterieurvererving speelt een belangrijke rol.
4. Elfjarige nakomelingen
De beoordeling van de prestaties van de nakomelingen geschiedt voor de tweede maal als de oudste nakomelingen elf jaar oud zijn. Sport- en exterieurindex dienen daarbij als hulpmiddel. Het predicaat preferent, dat volgt op het keurpredicaat, kan niet eerder dan vanaf dit moment worden toegekend. - Om voor handhaving in de fokkerij in aanmerking te komen dient een hengst in principe over een sportindex van minimaal 130 met een betrouwbaarheid van 75% te beschikken. Hengsten met een sportindex lager dan 120 afwijzen. Hengsten met een sportindex tussen 120 en 130 met een lage betrouwbaarheid zijn bespreekgevallen.
- Om in aanmerking te komen voor het predikaat preferent moet een hengst een sportindex hebben vanaf 140 met een betrouwbaarheid van minstens 75%. Exterieurvererving speelt een belangrijke rol.
Er is tevens afgesproken dat op de beoordelingsmomenten 2, 3 en 4 ook de hengsten worden getoetst die inmiddels overleden of geëxporteerd zijn. Er bestaat duidelijk behoefte om de fokkers ook voor te lichten over de vererving van deze hengsten.
Een en ander impliceert dat hengsten waarvan de oudste nakomelingen thans twaalf jaar en ouder zijn definitief en voor het leven zijn goedgekeurd.
Hengsten die behoren tot de onder 1, 2 of 3 genoemde categorie kunnen door de hengstenkeuringscommissie tot aan een volgend selectiemoment worden goedgekeurd of op wacht gezet. Bij het volgende selectiemoment worden de hengsten, inclusief de op wacht gezette hengsten, opnieuw aan een beoordeling onderworpen. De commissie beslist dan opnieuw of de goedkeuring van de hengsten wordt verlengd en of de wachtperiode van de op wacht gezette hengsten wordt opgeheven of verlengd.
Veulens die worden geboren uit dekkingen/inseminaties, die na het op wacht zetten van een hengst zijn verricht, worden geregistreerd in het register B. Als een hengst bij een later selectiemoment opnieuw wordt goedgekeurd, worden de in het register B ingeschreven nakomelingen overgeheveld naar het veulenboek of register A, afhankelijk van de registratiewijze van de moeder van het veulen.
Voor alle duidelijkheid moet worden vermeld dat ook wanneer de hengsten tussentijds worden teruggetrokken zij gewoon worden meegenomen in de voor hun van toepassing zijnde beoordelingsmomenten.



Zoiets is het nu toch ook