Bucephalus schreef:Het moeilijke bij het beoordelen van wat goed is en niet, is en blijft een behoorlijk subjectieve aangelegenheid. Wat voor de één een geweldig paard is, is voor de ander een minkukel. B.v. de Trakhener Pythagoras mat 1.58 en werd door Dr. Ehlert ingezet voor de dekdienst. Toendertijd golden dezelfde uitgangspunten voor de fokkerij als nu: o.a. grootramigheid en kaliber. Iedereen verwonderde zich over die keuze, die lag namelijk niet zo voor de hand voor een hengst met ouders die ook niet groter waren dan 1.59m. Echter was overgrootvader Flügel met 1.65 verantwoordelijk voor het type en had dit ook doorgegeven aan Dampfroß (1.59m). De pedigree telde dus zwaar mee.
De invloed van deze hengsten is generaties lang van doorslaggegevende betekenis geweest voor de Trakhener fokkerij.
N.b.: De moeder van Dampfroß, Laura, was ingeschreven in het voorregister, omdat er van moederszijde leemtes in de lijn zaten. In die tijd werden de stamboeken ook al goed bijgehouden en golden regels, waaraan ouderdieren moesten voldoen. Afstamming was er eentje van. Graaf Lehndorff was uitsluitend afgegaan op zijn gevoel en schuwde een miskleun niet.
Je kunt niet altijd alles beredeneren. Talent c.q. aanleg herkennen is ook een kwestie van gevoel en zeker niet van perfectie. Dat geldt zeer zeker ook voor het fokken.
Hierbij past ook de opmerking van Oberlandstallmeister Burchard von Oettingen: De eenzijdige benadrukking van correctheid is de zekerste weg naar middelmatigheid.
Hetzelfde geldt voor Burnus (v.Lapis ShA). De moederlijn van Burnus is niet zuiver Trakehner. Dankzij Dr. Schilke werd Burnus vanwege zijn eigen kwaliteiten en in het bijzonder die van Lapis goedgekeurd. Burnus werd destijds door Dr. Reiner Klimpke in de eventing (!) gereden en behaalde het Duitse championat.
Bovendien vestigde hij de beste prestatielijn in de gehele Duitse Trakehner fokkerij.