ART_UMA schreef:Met de puisance was Loeffen niet echt blij in de zin dat de laatste hindernis iets van 1,50 x 1,50 was en dat hier de tweede maal een behoorlijk aantal paarden op weigerden, blijkbaar dachten de paarden op stal dat ze wel goed maar niet gek waren. Deze test is dacht ik door de wetenschappers bedacht.
5 Jarige
De veulenmetingen waren in Lelystad uitgevoerd (waar de veulens opgroeiden en waar de trainingsgroep ook de specifieke springtraining kreeg), maar de metingen op vier- en vijfjarige leeftijd vonden in Deurne plaats.
Het springen ging inmiddels een stuk makkelijker en het was ook veel eenvoudiger meerder goede sprongen te verkrijgen (normalerwijze worden de waarden van een aantal goede sprongen gemiddeld om een voldoende representatief beeld te krijgen).
Tevens werd er nu dubbel gemeten omdat de paarden inmiddels bereden werden.
om het vergelijk met de veulenleeftijd goed te kunnen blijven maken werd echter niet allen het springen onder de man gemeten, maar ook het vrijspringen.
Toen de eerste serie metingen er was, is eerst eens gekeken of er wel bepaalde patronen te ontdekken waren qua springtechniek. Er is geen sprake van individuele springtechniek wanneer de variatie tussen de opeenvolgende sprongen van eenzelfde paard even groot is als de variatie tussen de paarden onderling.
Dan zou men snel klaar geweest zijn en konden ze het dure ProReflex® systeem aan de wilgen kunnen hangen.
Dat bleek niet het geval te zijn en het bleek inderdaad dat er een groepsindeling mogelijk was naar springtechniek.
De verschillen zaten hem vooral in de manier waarop de afzet van de sprong plaats vond.
Sommige paarden deden dat met grote kracht waardoor ze ook een grotere hoogte bereikten dan andere paarden die zuiniger met hun energie omgingen en meer vlak over de balk zeilden.
De volgende stap was om te kijken of die individuele verschillen er ook als veulen al waren of dat er een duidelijke verandering optrad tijdens de groei en ontwikkeling van het veulen. Het bleek, terugkijkend, dat die verschillen er inderdaad al waren en dat het veulen dus op jonge leeftijd al duidelijk laat zien hoe het op volwassen leeftijd zal gaan springen. Dit gold overigens niet voor alle variabelen, maar wel voor een aantal variabelen die betrekking hadden op het afzetten.