Erretje schreef:Maar ze moeten toch ergens aan refereren? Een 'afwijking' is toch een afwijking ten opzichte van wat men graag ziet, en dat is naar wat ik aanneem, wat ideaal/gewenst is voor een sportpaard?
*gaat boekje er even bijpakken*
Dan zegt het KWPN: het paard heeft een schouderligging dat 7 punten schuiner ligt dan de gemiddelde KWPN-er. Dus als een schuine schouder goed is, is het 7 punten beter dan de gemiddelde KWPN-er.
Maar dan weet je nog niks, omdat je niet weet waar die gemiddelde KWPN-er tegen gewaardeerd wordt. Is dat een schuine schouder omdat 'het zo leuk staat (even overdrijven)' of 'omdat het functioneel is om een bepaalde ideale hoek te hebben in die schouder.' Je moet toch een referentiekader hebben?
Die afwijking is een afwijking ten opzichte van wat het meest voorkomt bij de paarden. Niet van wat het meest ideaal zou zijn.
Als je 100 schouders scoort, scoort het grootste aantal rond de 20, anders gesteld zetten ze de 20 dus bij het plaatje dat het meest voorkomt en van daaruit scoren ze de 'afwijking'.
Het paard heeft een schouderligging die 7 punten schuiner ligt dan de gemiddelde KWPN-schouder. Je ziet graag een schuine schouder, dus dit waardeer je voor jezelf als 'beter dan gemiddeld'. Voor andere punten geldt dit weer helemaal niet.
Moet je bijvoorbeeld de stand van het voorbeen beoordelen, daarbij wil je liever helemaal niet afwijken van gemiddeld, hier is 'gewenst' dus juist gesteld op 20, al wat afwijkt, naar welke kant maakt niet uit, is minder gewenst.
Dit is het gedeelte dat bedoelt wordt met constateren. Daarna ga je waarderen.
Scoort het paard op veel punten 'goed', dan valt de waardering van het paard als geheel hoger uit, dan wanneer er veel 'minder gewenste' eigenschappen naar voren zijn gekomen. Dus eerst wordt op onderdelen gekeken hoe het paard zich verhoudt tot de rest van de populatie, daarna wordt een waarde gehangen aan het geheel.
Van Farn vind ik overigens niet dat de schouder te schuin is.
.


