zeanine schreef:arie53 schreef:
Elke drafvorm moet een zweefmoment hebben. De lengte van het zweefmoment (meer bodem overlappen) bepaalt of we met een arbeidsdraf, een midden- of een uitgestrekte draf te maken hebben. Men staart zich tegenwoordig dood op het rondenlange uitstrekken (Pavo voorpootzwaaiers meestal zonder zweefmoment) maar voor een goed dressuurpaard is een tactmatige arbeidsdraf essentieel.
Dat begrijpen we Arie, ze bedoelen hier de zweefdraf.
Een paard dat in zweefdraf gereden wordt, is eigenlijk alleen terug gereden. De impuls wordt dan niet van achteruit doorgegeven naar voren. Een paard dat in zweefdraf loopt, heeft een traag achterbeen
Maar een zweefdraf is iets heel anders dan een zweefmoment.




De bovenlijn dient te allen tijde zowel op stand als in de beweging horizontaal te zijn. Anders is het paard niet in balans en kan de ruiter niet in balans op het paard zitten. De romprichting aan de onderzijde dient opwaarts te zijn, waarbij het diepste punt van de romp in het midden behoort te liggen 