Gewapend met een mooi programmaboekje heb ik gekeken naar de merries die ter stamboekopname werden aangeboden. Er is me een aantal zaken opgevallen. Ten eerste miste ik toch behoorlijk wat merries die wel in het boekje stonden, maar die niet in de ring verschenen. Ik heb ook wel buiten gekeken, maar heb toch een aantal paarden gemist, omdat er in twee groepen werd gekeurd. Komen die merries niet door de selectie vanwege (ernstige) gebreken of was het gewoon te warm of iets dergelijks?
Ten tweede kwam toch een behoorlijk aantal merries niet in aanmerking voor ster. Ik heb duidelijk de indruk, dat de lat erg hoog wordt gelegd.
Duidelijk is welk type men tegenwoordig graag ziet. De Gribaldi-types scoren qua exterieur hoog. Dat snap ik best, want het zijn over het algemeen mooie paarden om te zien. Wat ik wel jammer vind is dat ik het idee heb dat dat de maatstaf is voor ster. Ongeacht spring- of dressuurrichting. Het ideaalbeeld is de maatstaf voor de toekenning van het exterieur predikaat. Ik vind natuurlijk dat een merrie geen harde beengebreken mag hebben en in dat opzicht mag je ook geen concessies doen. Een mooi paard is echter niet automatisch een goede vererver. Een paard uit een bewezen moederlijn met een goed opgebouwde pedigree, waarin prestatie verankerd is heeft toch duidelijk meerwaarde voor de fokkerij. Als echter de plaatjes, ik noem toch voor het gemak maar even een exterieurvererver als Gribaldi', in verhouding tot de rest hoog scoren, wat moet je dan als fokker? Hoe beïnvloedt dat de keuze voor een bepaalde hengst?
Zo zag ik bijv. een Corland x Gribaldi x Zevenster, drachtig van Cassantos die voor het springen 55 punten kreeg en verder ext. 62 dr. 65 st. 75 g. 68. Verder een Gribaldi x Blanc Rivage xx x Indiaan x Indiaan
Wat zijn dan de beweegredenen voor deze fokkeuzes vraag ik me af en ook wat komt er dan uit zo'n merrie?
Zo zag ik een merrie van Biotop uit een stermoeder met grootmoeder Wulia keur pref prest en twee merries uit de Tiluciene keur pref prest-lijn. Bewezen moederlijnen. Het sterpredikaat ging aan deze dames voorbij. De ontgoocheling bij de eigenaren was natuurlijk groot.
Als men d.m.v. het toekennen van het sterpredikaat de keuzes van de fokkers gaat sturen door te komen tot één uniform type, waarvan nog maar moet blijken dat het leidt tot prestatie zowel in de sport als de fokkerij, vind ik dat toch een heet hangijzer. Hoe eigenwijs moet je dan als fokker zijn?
Ik mag over 2 weken met mijn slagschip van 1.71m




