Uitganghouding: Linkerleidsel over je wijsvinger over de knokkel, rechterleidsel tussen ringvinger en middelvinger, onderste drie vingers omsluiten beide leidsels, 'het blok'. Duim en wijsvinger zijn niet gesloten. Hand rechtop met gebogen pols. Rechterhand is vrij.
Gebruikshouding: Zelfde als uitgangshouding, rechterhand net voor linkerhand. Onderste drie vingers omvatten rechterleidsel, duim en wijsvingers liggen licht gebogen om linkerleidsel. Zweep tussen duim en rechter wijsvinger.
Dressuurhouding: Uitgaan van gebruikshouding. Onderste drie vingers van de rechterhand trekken 10-15 cm van het rechterleidsel uit het blok. Linkerhand dus even ontspannen.