Echwel schreef:Suze je hebt ook wagens van 1m28 of 1m30, stabiliteit heeft niets met de breedte te maken maar met het zwaartepunt van de wagen, die je zo laag mogelijk moet houden.
Dus niet een klein wagentje met idioot hoog bokkussen.
Helaas, pindakaas... De toestand waarbij de kar op zijn kant ligt (ook wel kantelen genoemd) ontstaat als het zwaartepunt van de kar buiten het oppervlak dat ze op de grond inneemt (de footprint), terecht komt. Dat kun je verhinderen door 1/ de kar horizontaal te houden 2/ het zwaartepunt te verlagen 3/ de footprint zo groot mogelijk te maken. Kantelen in de langsrichting (voor/achter; pitch) is bijna onmogelijk, tenzij je met paard en al achterover slaat of de kar op je paard valt. De lengte van de kar maakt voor de stabiliteit dus niet zo heel veel uit. Rest dan nog de breedte. Kantelen volgens de dwarsrichting (links/rechts; roll) is veel waarschijnlijker: rijd maar eens met één wiel op het trottoir en je snapt waar ik heen wil. Hoe breder de kar, hoe moeilijker het wordt om het zwaartepunt buiten de footprint te brengen en dus hoe moeilijker het wordt om op je kant te gaan.
Uiteraard heeft een laag zwaartepunt een grote invloed, maar laten we ervan uit gaan dat je je kar altijd zo laag mogelijk kiest; anders heb je een trapje nodig om erop te geraken. 
Verder heeft de breedte nog een invloed op de vering: als je met één wiel in een put rijdt, heeft een brede kar in het midden van de as een geringere verplaatsing in de hoogte als een smallere kar. Het verschil tussen 1,25m en 1,35m is nu niet ZO heel groot, maar het helpt wel.
@Arretje: als de minimum maat 1,25m is, zal iedereen proberen om daar zo dicht mogelijk bij te zitten, aangezien je dan meer plaats hebt tussen de poorten. En da's altijd mooi meegenomen.
Maar eigenlijk doet de breedte van wedstrijdwagens in dit geval niet ter zake aangezien de TS niet op zoek is naar een wedstrijdwagen.
Groeten, SuSEQ