Dit gedicht is aan mijn zus gericht, die een baby heeft.
Lief zusje van mij,
Zoals je daar nu staat
de baby op je arm
zacht tegen haar praat
ik word van binnen warm
zoals je naar me kijkt
wat schuw, een beetje bang
een kind die jouw leven verrijkt
wat loopt er over mijn wang?
oke als zij er is
dan komt er soms een traan
geen baby is een gemis
daar ontkom ik niet aan
maar ik heb nu iets anders
wat mijn leven vult
een paard heeft mij veranderd
en in liefde gehuld
gemakkelijk is het niet
om alles te accepteren
zonder kinderen, dat verdriet
maar het paard helpt mij leren
om naar mijzelf te kijken
in de spiegel van mijn ziel
zij, die niet wilde wijken
mij bleef oprapen, wanneer ik viel
zij wilde niet aanvaarden
dat ik stopte met een levensles
zij is van zeer grote waarde
in mijn verwerkingsproces
dus schrik niet van mijn ogen
die bitterheid weergeven
mijn paard zal ze weer drogen
zij laat mij
leven.

D.




