Echt, snuffelend in mijn oude word docjes heb ik zowaar de slappe lach gekregen. Zo'n 1,5 jaar geleden bedacht ik me dat je met je ogen dicht wel iets kon schrijven. Nergens aan denken enzo, naja, het resultaat is verbluffend. Het slaat nergens op, en tegelijkertijd heeft het nog diepgang ook, en dat voor zo'n hersenloos stukje...
<hr>
Kiezen of delen is meestal een vrij prangende vraag. In allerlei situaties. Ik begin weer met een woord. Kiezen. En daaruit rolt een verhaal. Vanzelf, maar ik moet niet nadenken, ik moet tikken. Mijn vingers laten doen wat ze willen en dan vanzelf zien wat er gebeurt. De volgorde veranderen. Niet denken, maar het laten gebeuren. Zoals het meestal zou moeten. Een verhaal, een ding gewoon iets. Een ding. Een niks. Alleszeggende woorden. Zonder er nog maar verder over na te denken. Niet denken. Laat mijn vingers nou maar. Ze weten wat ze niet moeten doen. En ze weten dat als ik denk, ik niet meer denken kan omdat al mijn capaciteit is opgeslokt door mijn denken en dus tikken mijn vingers iets anders dan mijn hoofd werkelijk bedenkt. Iets wat ik niet wil weten, daarom heb ik mijn ogen dicht.
Ik geniet. Ik rijd. Ik laat me dragen. Ik zie wel hoe het zal gaan. Doorgaan niet stoppen. Als het einde nadert dan zal het einde wel niet het einde zijn. Dan zal ik iets anders moeten kiezen. Gewoon een andere manier om iets te bewerkstelligen. Ik weet wat mijn vingers tikken. Dus als ze een letter tikken die ik niet in mijn hoofd had bedenk ik er iets anders voor, een andere betekenis. Iets anders om erachter te tikken. Een ander woord. Een andere wending aan het verhaal. Anders. Geen blokken achter elkaar. Raam. Zicht. Doorgaan. Ik weet niet wat ik verder nog zou moeten zeggen. Iets misschien. Of niet. Gewoon de gedachten van mij en van de anderen door laten gaan. Niet stoppen. Gewoon gaan. Niet denken. Niet denken. Gewoon, tja, niet gewoon. Laat het gebeuren. Het overkomt je als in de regen van de nacht. Overvallen. Geen gezichtspunt meer. Geen uitweg. Niet uitvegen. Gewoon de backspace vergeten. Laat het nou gebeuren. Ik nodig je uit om te denken en te tikken wat jij niet wilt. Wat er dus gewoon gebeurt volgens jouw lichaam. Lig. Zit. Sta. Tik. Doe. Ga door, niet stoppen, je bent er bijna. Je kunt bijna helemaal blind tikken, maar ook met je verstand op nul. Niks literairs, want dat ben ik niet. Jij bent het wonder in de woorden. Maar je kunt het niet zonder mij. Vrijdag over zondag 2 april 2000 of niet? 18:15 precies. Exact. Geen tussenruimte, behalve een paar secondes. Of seconden. Geen verschil. Geen idee. Geen. Niets. Alles. Nog. Door. Fiets. Laat het gebeuren. Met vriendelijke groet. Maar die geeft hij niet. Liefs. Groeten. Tot ziens. L.s. of denk je anders? Laat je gebeuren wat niet gebeurt. Werkelijkheden. Waarheden. Gezondheid. Doordraaien. Niet denken. Schrijven. Bericht van aarde aan planeet pluto. Sinterklaas hier, aan alle ongelovigen. Je god die je niet waardeert. Nee, je binnenste, want iemand anders kan niet voor je denken, alleen maar doen, maar ook niet alles. Gewoon doorgaan. Niet denken. Stoppen nu, er moet gegeten worden, dat zegt je allerdiepste binnenste. Je maag.
<hr>
Alles is eindig. Aan alles komt een eind. Je kunt niet altijd niet doodlopende wegen nemen, zonder twee keer over dezelfde weg te rijden. En aan het einde van zo'n doodlopende weg begint weer iets nieuws. Je gaat op een andere manier verder. Als jij je been verliest pak je krukken of een rolstoel. Door verder te willen kun je ook verder komen. Geen concessies aan wat je wilt. Het gewoon bereiken. Er gewoon naar toe gaan. Het eindige oneindig maken. Niet datgene doen wat iemand anders zeker niet gedaan zou hebben. Of juist doen wat iemand anders niet zou doen. Tegen alles in. Door alles heen. Je eigen weg. Verstand op nul en tja, kijken waar het schip strandt. Niet opgeven als de weg voor dit vervoermiddel ophoudt. Doodlopend is. Eindig. Jij bent niet eindig, je kunt verder. Je kunt meer, je gaat door. Het zit er in. Haal het er dan ook uit.
Op dit moment hik ik ergens tegenaan. Ik tik omdat er iets uit moet komen, een mooie zin of wat gezever, maar het komt ik weet het. Als ik maar blijf tikken, en doorga met denken. de woorden stromen binnen, ze worden onderbroken, maar ze zijn geduldig. Ze kunnen wachten. Ze hebben het eeuwige in zich. Ze stoppen niet, ze vinden een weg. Ze gaan door, is het niet bij mij dan is het bij iemand anders. Dan zoeken ze weer verder, maar ze komen er. En nu zitten ze hier, probeer ik ze te ontvangen. Probeer ik datgene wat ze mij vertellen in woorden op te schrijven, in beelden in andere hoofden te laten komen via een woord. De zee, geen einde, altijd strand, met zand of met stenen. Altijd water, altijd zout. Altijd. Nooit zoet, nooit geel. Nooit. De tegenstelling die zich in deze woorden voordoet drukt een beeld uit. Het drukt een beeld uit. Het beeld niets uit. Woorden kunnen uitdrukking geven aan dat wat je voelt of ziet. Mijn pen is roze, mijn inkt is blauw. Toch drukken ze iets uit, en dus drukken de woorden een beeld uit in dit geval. Suf. Doorgedraaid. Maar een waarheid, en dat is belangrijk.
Ik kan altijd wel onzin op een papier zetten, altijd wel doorgaan met het verzinnen van meer. Woorden laten stromen. Als ware het water. En als ware het lucht. Gebakken lucht. Fris. Groen. Een stroming is blauw. Water is blauw, de lucht is blauw. Stromen heeft geen kleur. De kleur is de kleur die je eraan geeft. Waarmee het blijft stromen. Stromende regen is kleurloos. Zand is grof. Ligt op elkaar, stroomt als het fijn en droog is. De kleur van de taal die zich aandient in een paar woorden. Een experiment. Uitdrukken wat je niet voelt, maar dat wat je vingers op papier pogen te zetten. Je hersens bedenken het pas later. Dat voelt zo. Je vingers geven het sein dat de hersenen dat moeten denken. Dan komt het op papier. Omdat hersenen nog altijd moeten zeggen of het wel of niet zo moet. Kinderen tekenen ook niet zomaar wat. Ze kunnen geen uitdrukking geven aan dat wat ze in gedachten voor zich zien. Dus doen de vingers wat zij vinden dat goed is. Of denken vingers niet? Vinden zij niks? Je vingers rapen iets wat gevonden is op. En niet je ogen of je hersenen. Biologisch absoluut onverantwoord.
Welke waarden hecht je aan de dingen? Dingen waarvan je niet weet wat het zijn, of wat je er mee moet. Als je denkt weet je het niet, maar als je hersenen op nul staan weet je het wel. Dingen waar je niet over nadenkt. Dus hecht je aan dingen veel waarde. Vooral de dingen. Geen tussendoor gepor. Gewoon, zo is het. Je kunt zonder lucht niet leven, zonder licht niet groeien. Ik denk dat mijn hersenen zichzelf weer hebben ingeschakeld, dus werkt het niet meer. Dan moet ik verder. De volgende keer. Nadat ik een grappige mail heb gestuurd naar Vivian of naar Anouk. Dan zijn mijn hersenen uitgeschakeld, en hebben mijn lachspieren het overgenomen. Dat heeft niets met hersenen te maken. Die dingen zijn nutteloos. Net als je vingers dat zijn als je slaapt. Of als je voetbalt.