Geen wereld zonder denkers
Lange tijd is er op universiteiten in Nederland een gebrek aan stimulatie tot Bildung bij studenten geweest. Minister Jet Bussemaker gaf in haar toespraak op de opening van het academisch jaar aan dat dit moet veranderen; een universiteit moet meer zijn dan een plek waar je een diploma haalt. Er is echter nog weinig veranderd. Studenten moeten zo snel en zo hoog mogelijk worden opgeleid, om zo iets toe te voegen aan onze maatschappij. De overheid moet beseffen dat een universiteit niet alleen een plek is waar je een diploma kan halen, maar ook een plek om jezelf te ontplooïen.
Het plan van de overheid is om alleen studenten die hun bachelor binnen een bepaalde tijd met gemiddeld een zeven of hoger gehaald hebben, een diploma en dus toegang tot een masteropleiding te geven. Zo zouden alleen de studenten die echt potentie hebben overblijven. Tijdens het verwerkelijken van dit plan zijn de geesteswetenschappen die voorheen op universiteiten gegeven werden echter verdwenen. De alumni van de universiteiten waar dit het geval is zijn dus el hoog opgeleid en weten veel van het vaak waarvoor zij geleerd hebben, maar hun ontwikkeling op ethisch gebied is achtergebleven.
Hoe heeft de overheid het voor elkaar gekregen dat geesteswetenschappen op universiteiten zijn verdwenen tijdens het proces om het aantal uitgedeelde diploma's te verhogen? Vanaf 2011 kreeg onder andere de UvA geen subsidie meer voor studenten die "te lang" over hun studie deden. Studenten moesten dus niet alleen hun diploma halen, maar dat ook nog eens binnen een bepaalde tijd doen. Aangezien niet iedere student daarin slaagde werd de subsidie die de universiteiten voor de betreffende studenten stopgezet en was er dus minder geld beschikbaar; te weinig om bepaalde opleidingen in stand te houden. Ter compensatie worden universiteiten voor 50% van hun budget afgerekend op het aantal uitgedeelde diploma's, in plaats van 20% onder eerdere kabinetten. Toch blijft er niet genoeg geld over voor de geesteswetenschappen en meerdere kleine talen. Minder opleidingen betekent echter ook minder studenten en dus nog minder subsidie.
Deze negatieve terugkoppeling is een grote prikkel voor universiteiten om de kwaliteit van het onderwijs te verlagen, en sneller diploma's uit te delen. De PvdA is hier tegen. De partij wil de op het aantal uitgedeelde diploma's afgerekende 50% van universiteiten hun budget weer omlaag halen naar 20%.
Ook moeten er maatregelen worden getroffen om docenten te beoordelen op kwaliteiten, en niet op hoeveelheden publicaties. OP deze manier moet het doel van universiteiten weer het goed opleiden van studenten zijn, en niet het verkrijgen van zoveel mogelijk subsidie.
Geesteswetenschappen zijn juist zo ontzettend belangrijk. Het uitoefenen van een vak stopt niet bij bekwaam zijn, daar is meer voor nodig. Met filosofie leert een student vooruit te denken over wat bepaalde handelingen voor resultaat hebben, en of dat "goed" of "slecht" zal zijn. Daarbij komt dat meerdere vakken niet uitgeoefend kunnen worden zonder filosofie. Neem nou de wetenschap. Als er nooit over bepaalde ideeën gefilosofeerd zou zijn, zou er nu geen onderzoek worden gedaan om de vragen die uit die ideeën voor zijn gekomen te beantwoorden.
Eigenlijk nov veel belangrijker dan filosofie is ethiek, de zijtak van filosofie die onderzoekt wat het goede is om te doen in een bepaalde situatie. Er zijn morele vragen waar tijdens het werk tegenaan kan worden gelopen, die op de universiteit al gesteld moeten zijn geweest. Een fenomeen wat van die vragen afhangt is duurzaamheid. Duurzaamheid houdt in dat de handelingen die wij vandaag de dag verrichten negatief effect hebben op volgende generaties. Dat betekent dat we vragen moeten stellen over alles wat we doen; we leven immers niet alleen op deze aardbol, maar samen met nog 12,5 miljoen soorten. Aan hen en aan onze kinderen moet gedacht worden. Een wetenschapper moet zich afvragen of zijn plan geen negatief effect op hen zal hebben, nadat wij er korte tijd van geprofiteerd hebben. Echter kan hij zich dat niet afvragen als hij dat tijdens zijn studie nooit geleerd heeft. Niet alleen wij hebben last van de slechte kwaliteit van het onderwijs en het ontbreken van geesteswetenschappen, maar volgende generaties dus ook.
Kortom, de overheid gooit zijn eigen en anderen hun glazen in met het willen produceren van zoveel mogelijk geslaagden. Hoe goed je een student ook zijn vak aanleert: als hij zijn hersenen niet op de juiste manier leert gebruiken, betekent dat diploma helemaal niets.
Feitelijk gezien zeg je dan dat de student niet het juiste niveau heeft om door te stromen naar een master terwijl de student wel zijn diploma heeft behaald (wat dus een bepaald niveau aangeeft).