oké, de wet zelf snap ik ook wel. En ook wel hoe je het één en ander kan uitrekenen. Helaas loop ik nu vast; ik krijg getallen en moet dan de arm van 1 ding uitrekenen als volgt;F1(N) - 510
l1 - ?
F1(N) 170
l2 (1,5)
Ik moet dus het vraagteken berekenen. Dat heb ik als volgt uitgerekend (naja, geprobeerd)
1,5x170:510=0,5
Dus dan zou l1 0.5m moeten zijn. Alleen weet ik dus niet zeker of dit goed is.. Donderdag heb ik hier een toets over, docent zie ik niet eerder dan dat en niemand in mijn omgeving die dit kent.
Wie oh wie kan mij uit de brand helpen?