Vraag 1: laat mensen idd een percentage kiezen. Geef ook aan wat je met 'gebruikt' bedoelt, is dat alleen als voedsel of ook voor andere doeleinden?
Vraag 2: wat is een product? Is dat een hele ham, of is dat één pakje ham uit de supermarkt? Bovendien vind ik je keuzes wat onhandig, want als mensen een pakje ham als product zien dan gaan heel veel mensen 'meer dan 200' invullen maar dan weet je nog steeds niet of ze aan 350 denken of aan 1000.
Vraag 3: voor wie? Gaat het over als ik een varken wil kopen, of wat de boer omgerekend per varken betaalt, of wat de slachter ervoor geeft? Je zou dan bijvoorbeeld duidelijker zijn als je vraagt "Hoeveel denkt u kwijt te zijn als u een vleesvarken aan zou willen schaffen?" Of "Hoeveel denkt u dat een slachter voor een varken betaalt?"
Vraag 4: dat hangt voor sommigen misschien wel af van het type vlees (gehakt versus varkenshaas) en de kwaliteit (biologisch of niet). Bovendien is 'nee' en 'de prijs is nu goed' eigenlijk hetzelfde.
Vraag 5: hier maak je een domme fout, want bio-industrie en massa-industrie zijn exact hetzelfde. Biologisch is het tegenovergestelde hiervan. Ook hier zou ik overigens een multiple-choice vraag van maken, anders loop je (zeker met een kleiner aantal respondenten) het risico dat je allerlei verschillende antwoorden krijgt.
Vraag 6: lijkt teveel op vraag 5, kan je dus beter schrappen.
Vraag 7: er ontbreken enkele opties: 'ik eet geen (varkens)vlees,' en 'ik heb nog nooit biologisch varkensvlees gegeten.' Verder moet je, om dit antwoord op waarde te schatten, ook weten hoe vaak iemand beide soorten gegeten heeft. Als iemand zich baseert op één keer een biologisch stukje vlees dan zegt het antwoord niet zo vreselijk veel. Bovendien is lekkerder iets heel anders dan gezonder, en die zou ik dus niet samenvoegen.
Vraag 9: het is 'bent u zich bewust van...'
Vraag 10: als iemand nooit vleesvervangers eet zijn ze wellicht ook niet goed op de hoogte van de beschikbaarheid ervan. Ik zou dus eerst vragen hoe regelmatig iemand vleesvervangers koopt.