In een zeemansdorpje woonde eens een meisje, Barbara genaamd.
Barbara maakte de allerlekkerste rabarberpudding in de
verre wijde omtrek, en iedereen was zo gek op de rabarberpudding van Barbara dat iedereen haar Rabarberbarbara noemde.
Omdat Rabarberbarbara op een gegeven moment zo bekend was geworden met haar rabarberpudding, besloot ze om
haar eigen bar te openen.
Natuurlijk werd de bar de Rabarberbarbarabar genoemd.
Rabarberbarbara had in haar Rabarberbarbarabar
nogal wat vaste klanten, maar veruit de meest bekende klanten waren wel 3 barbaren die regelmatig van Rabarberbarbara'srabarberpudding genoten in de Rabarberbarbarabar.
En omdat deze barbaren zo vaak in de Rabarberbarbarabar
kwamen om rabarberbarbara'srabarberpudding te eten
kregen zij op een gegeven moment de bijnaam
"Rabarberbarbarabarbarbaren".
De Rabarberbarbarabarbarbaren hadden natuurlijk ook
lange stoere baarden en deze werden natuurlijk de
Rabarberbarbarabarbarbarenbaarden genoemd.
Als de rabarberbarbarabarbarbaren hun
Rabarberbarbarabarbarbarenbaarden wilden verzorgen,
Dan gingen zij altijd naar de barbier:
De Rabarberbarbarabarbarbarenbaardenbarbier.
De rabarberbarbarabarbarbarenbaardenbarbier besloot
om samen met de rabarberbarbarabarbarbaren een
barbecue te organiseren:
Een rabarberbarbarabarbarbarenbaardenbarbierbarbecue.