Als je nagaat dat we vroeger kinderliedjes zongen, hier is de ware betekenis erachter:
Wist u dat Kortjakje een alcoholprobleem had? Of wat er echt bedoeld werd met ‘Rij maar door mijn straatje heen’ in Twee emmertjes water halen? Wie de betekenis kent van die oude ‘onschuldige’ kinderliedjes, kan ze waarschijnlijk niet meer zonder blikken of blozen aanheffen voor zijn kinderen.
Dat Kortjakje eigenlijk een prutsmuts was in plaats van een ziekelijk maar zeer vroom meisje dat zondags naar de kerk ging, zullen de meeste ouders waarschijnlijk wel eens gehoord hebben. Of ze echt een prostituee was, heeft nooit iemand kunnen hard maken. Wel is bekend dat de tekst zoals wij die nu zingen, is afgeleid van een door een liedjeskoopman geschreven lied voor volwassenen uit 1700. De tekst ging over Rachel Valderappus, bijgenaamd Kortjakje, die als werk ‘de publieke secreten’ schoonhield in Amsterdam. Met andere woorden, ze was een toiletjuffrouw. Kortjakje hield erg van de drank: ‘Kortjakje mag geen Brandewijn, Maer het moet Jenever zijn’ was dan ook het oorspronkelijke refrein. Verderop in het lied werd ze beschreven als ‘dronke slet’ die het met ‘Pluggen houwt’ (waarschijnlijk zijn ‘pluggen’ ploerten of hoerenlopers). De drie verschillende versies over Kortjakje waren niet mals. Zo werd in een tweede liedje bezongen hoe ze op haar tachtigste nog een kind kreeg. Het derde lied ging over haar testament. Daarin werd haar wens beschreven om in de buurt van een sloot begraven te worden, liefst met:
‘(…) in mijn kist een groote fles, Jenever dat ik altemes, nog onderweg mijn dorst eens les, als ik ben op de reys, na Kortjakjes Paradijs.’ Leg dat maar eens uit aan een kleuter.
Spotliedjes Minder bekend zijn de geruchten - want dat blijven het - over de wel zeer schuin te interpreteren teksten van ‘Twee emmertjes water halen’ en ‘Torentje, torentje bussekruit’ (‘Torentje torentje bussekruit, wat hangt er uit, een gouden fluit, een gouden fluit met knopen, torentje is gebroken’). In het laatste liedje is de gouden fluit met knopen een fallussymbool waarbij de knopen als ‘ballen’ geïnterpreteerd moeten worden.
In ‘Twee emmertjes water halen’ verwijst ‘straatje’ uit het couplet ‘Rij maar door mijn straatje heen’ naar het ‘straatje’ tussen de benen van de meisjes op de klompen. Maar de koning rijdt niet alleen door haar straatje, maar ook door haar ‘poort’ en bijbehorende ‘plas’. En hij gaat ‘door de kerk’, erin dus, in plaats van - voor het zingen - de kerk uit. En dan, na negen maanden, ‘van je één, twee drie’. Een baby.
Volgens Heleen van den Bos, die onlangs?haar afstudeerscriptie in de Muziekweten-schappen schreef over de herkomst van een aantal Nederlandse kinderliedjes, was ‘Twee emmertjes water halen’ mogelijk een spotlied op de koning. ‘Dat soort spotliederen werden vroeger wel vaker gemaakt.’ Zo is ‘Hop Marjanneke, stroop in ’t kanneke’ een spotlied dat gemaakt is voor ‘die kale’ (het betekent hier: dronken) Fransen die in de tijd van Napoleon overal binnendrongen. Volgens Van den Bos zou de stroop in ’t kanneke van Marjanneke ook een seksuele lading kunnen hebben. Er zou hiermee worden gesuggereerd dat Marianne, ook nu nog hét symbool van Frankrijk, een geile dame was.
Het tweede couplet van Hop Marjanneke is minder bekend. Dat is ook een spotlied, maar dan wordt er de spot gedreven met de ‘man van compleance’, een man die - o gruwel!- huishoudelijke taakjes doet:
Hop Marjanneke Stroop in’t kanneke Hop Marjanneke Jansen Hij wiegt het kind, hij roert de pap En laat zijn hondje dansen
Kermisspelletjes Naast spotliederen zijn veel kinderliedjes ook afgeleide versies van grote-mensen-liedjes die bij bepaalde kermisspelletjes hoorden. Een goed voorbeeld hiervan is ‘In Holland staat een huis’, een lied dat in een iets andere versie waarschijnlijk al in 1722 door Duitse studenten werd gezongen. Het spel werd op dezelfde manier gespeeld als het nog steeds door veel kinderen wordt gedaan. Een heer of een boer - een jongetje - staat in het midden van een kring en kiest een vrouw: er wordt een meisje bijgevraagd. Daarna nemen zij een kind - ze kiezen weer een kind uit de kring - en zo gaat het maar door. Anders dan bij de kinderversie was de oorspronkelijke tekst wat harder en soms ook platter. De boer kroop bijvoorbeeld in het hooi, de vrouw kroop in het hooi, de vrouw ‘nam’ zich een kind et cetera. Ondertussen moest alles worden uitgebeeld - heel grappig voor de omstanders natuurlijk. Echte onderbroekenlol, zouden we nu zeggen.
Behalve de variatie in het hooi ging de heer in verschillende versies van het lied ook nog naar het bos om hout te kappen. Het hout verkocht hij en van de opbrengst kocht hij weer bier - al kocht hij er in sommige versies een kind van. Ondertussen ging ook de vrouw van huis en liet het kind alleen. En dan vloog het huis in brand en het kind stond alleen. Als het meezat, werd het huis daarna wel weer opgebouwd. Hierbij hielpen alle omstanders.
Witte zwanen, zwarte zwanen ‘Witte zwanen, zwarte zwanen’ is ook een lied dat bij een bepaald spel hoort, al is niet bekend of het indertijd bij een spel van volwassenen hoorde. Wel zijn er verschillende theorieën over de herkomst van het lied. Volgens Heleen van den Bos is het ’t meest waarschijnlijk dat het lied ontstaan is in de Germaanse tijd, nog ver voor de middeleeuwen. Engeland zou dan niet zozeer staan voor het land van de Engelsen, maar eerder voor het land van de engelen: Engel-land. In de Germaanse tijd speelde de ziel een belangrijke rol in de religie. Bij de geboorte kwam de ziel het lichaam in en bij de dood verliet hij het weer. Zielen die na de dood tijdelijk geen lichaam hadden, verbleven in een soort paradijs. Dat bevond zich onder een glazen berg of op een eiland, bereikbaar via een brug of met een boot. Dit zielenland - of engelland, zoals het in het lied wordt genoemd - was alleen toegankelijk met een sleutel van been. ‘Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken’ verwijst in dit geval naar die benen sleutel.
De tekst zoals wij die nu kennen, gaat over zwanen. In Duitsland zijn er varianten bekend met Kroene kranen, ofwel kraanvogels. Niet toevallig, want het waren de kraanvogels die je volgens de Germanen naar het zielenrijk brachten. Dat er ook een Nederlandse variant op het lied bestaat waarbij er niet over zwarte maar over groene zwanen wordt gezongen, heeft waarschijnlijk weer te maken met die uit het Duits afkomstige Kroene Krane, wat makkelijk wordt verbasterd tot groene zwanen.
Van den Bos vond in haar zoektocht naar de achtergronden van bepaalde kinderliedjes ook nog een totaal andere verklaring voor dit lied. Hierin werd gesuggereerd dat Engeland stond voor het enge land. Eng heeft hier de betekenis van nauw. Dat nauwe land is het vrouwelijk geslachtsdeel, dat geopend moet worden door het mannelijk geslachtsdeel, de sleutel dus.
Onzinwoorden Wat opvalt bij veel Nederlandse kinderliedjes en rijmpjes is dat er vaak onzinwoorden in zitten. Denk bijvoorbeeld aan ‘Iene miene mutte’ en ‘Oze wieze wozewieze’. Volgens de onderzoeker en Antilliaanse schrijver Frank Arion gaat het bij deze liedjes om een bepaalde vorm van Portugees-Kreools dat werd gesproken door de slaven die vanuit West-Afrika naar de Nederlandse Antillen werden gebracht. Als je vanuit deze taal, die inmiddels niet meer wordt gesproken, naar de teksten kijkt zou je het liedje ‘Oze wieze wozewieze’ als volgt kunnen vertalen, aldus Arion:
Oze wieze woze Vandaag is het kind gelukkig Wieze walla Is het kind gered Kristalla Gedoopt Kristo ze Is het Wie ze woze Dit kind is gelukkig Wiese wies wies wies wies?Dit kind, kinderen, kinderen, kinderen.
In feite was het dus een doopliedje.
Op dezelfde manier heeft Arion ook het rijmpje ‘Iene miene mutte’ vertaald. Daarvoor heeft hij eerst geprobeerd om het rijmpje terug te brengen naar zijn oorspronkelijke vorm. Dat moet er ongeveer zo hebben uitgezien:
Iene miene muito Tempo de ’n gruta Tempo de ’n kasa(la) Iene miene muito Es de baixe (de bas)
Vertaald komt dat op het volgende neer:
Veel meisjes Tijd om te vrijen Tijd om te trouwen Veel meisjes Daar beneden
Op het eerste oog is het een beetje onduidelijk waarom er zoveel meisjes ‘daar beneden’ zijn. Maar volgens Arion slaat de tekst op de situatie zoals die was op de slavenschepen. Daar werden de mannen bovendeks en de vrouwen benedendeks vervoerd.
Zoals gezegd gaat het bij alle beschreven liedjes om mogelijke verklaringen. Het ene bewijs is harder dan het andere.
Heleen van den Bos: ‘Verschillende mensen geven uiteenlopende interpretaties van liedjes. Het is natuurlijk maar de vraag wat de juiste versie is. Bovendien zijn veel liedjes in de loop der jaren enorm veranderd. De teksten werden niet altijd opgeschreven en gingen vaak via mondelinge overlevering. Ze worden dus voortdurend aangepast aan het gebruik.’ Gelukkig maar. Kinderen hoeven niet alles te weten.